Konijnen koppelen - het koppelproces

Konijnen zijn groepsdieren die men niet alleen zou moeten houden. In het voorgaande Praktisch document 'Het koppelen van konijnen – waarom en met wie?' is uitgelegd waarom een konijn een soortgenoot nodig heeft, wat voor combinaties u zou kunnen maken en hoe u aan een leuk kameraadje voor uw konijn komt. Als u eenmaal heeft besloten uw konijn aan een nieuw konijn te koppelen, begint het koppelproces. U kunt niet zomaar twee konijnen bij elkaar zetten, ze moeten langzaam aan elkaar kunnen wennen. Hier wordt beschreven hoe u dit aanpakt.

Voorbereiden: Plaats

Om twee konijnen te laten kennismaken heeft u een neutrale ruimte nodig. Dat is een ruimte waar geen van beide konijnen eerder geweest is, en die dus geen territorium is van een van beide. Een geschikte ruimte is zo’n 2 x 2 tot 3 x 3 meter groot, mede afhankelijk van het formaat van de konijnen. Als de ruimte te klein is, worden ze te veel naar elkaar toe gedwongen waardoor ze veel stress kunnen hebben, maar als de ruimte erg groot is zullen ze elkaar misschien blijven ontlopen en komt er niets van kennismaken.

Als koppelruimte kunt u bijvoorbeeld een badkamer, hal of andere ruimte in huis gebruiken die de konijnen niet kennen. U kunt ook een deel van een kamer afzetten met een losse ren, of voor buitenkonijnen een deel van uw tuin of terras. Pas op dat er geen hoekjes zijn waar de konijnen in kunnen kruipen, of waar het ene konijn het andere konijn in een hoek kan drijven zodat hij niet meer weg kan. Gebruik nooit een afgesloten hok voor het koppelen, want daar kunt u niet snel bij als het fout mocht gaan.

Tijdens het koppelproces kunt u de konijnen niet zonder toezicht bij elkaar laten zitten. Ze zullen dus beide een eigen verblijf nodig hebben. U heeft dan twee kooien nodig. Soms kunt u bij een opvang een kooi lenen. U kunt ook het konijnenverblijf in twee delen scheiden, bijvoorbeeld met gaas. Let dan wel op dat de konijnen elkaar niet door het gaas heen kunnen bijten. Zeker als uw eigen konijn een vrouwtje is, kan het beter werken om een tijdelijk verblijf te maken dat u kunt opsplitsen, op een andere plek dan haar gebruikelijke plek. Vrouwtjes verdedigen hun territorium vaak sterk en kunnen agressief reageren als er ineens een ander konijn pal naast haar deel van het vertrouwde verblijf komt te wonen.

Het is prettig voor de konijnen als ze ook even uit elkaars zicht kunnen gaan zitten zodat ze rust hebben. Door een stuk karton half tussen de hokken te schuiven of een stukje hardboard aan het gaas vast te zetten, maakt u een gedeeltelijke afscheiding.

Het definitieve verblijf van de twee konijnen moet natuurlijk wel groot genoeg zijn. Ze moeten er in kunnen liggen, lopen, rechtop staan en er moet genoeg plek zijn om beide konijnen een eigen schuilplaatsje te geven. Als twee konijnen in een te kleine ruimte moeten samenleven, kunnen er problemen ontstaan.

Voorbereiden: Castreren?

Voor u een voedster en een ram aan elkaar kunt koppelen moet in elk geval de ram gecastreerd zijn om te voorkomen dat de voedster direct gedekt wordt. Veel rammen in de opvang zijn gecastreerd, de voedsters meestal nog niet. Heeft u thuis een ram en is deze niet gecastreerd, dan moet u dit dus eerst laten doen. Daarna moet u nog vier weken wachten voor u zeker weet dat hij niet meer vruchtbaar is.

Heeft u thuis een ongecastreerde voedster en zoekt u een ram, dan moet deze natuurlijk ook al enige tijd geleden gecastreerd zijn. Maar ook als uw voedster wel gecastreerd is, is het beter een gecastreerde ram te kiezen omdat hij anders steeds zal willen paren, wat de relatie niet ten goede komt.

Als u thuis een ongecastreerde voedster heeft, kan het ook gunstig zijn haar te laten castreren voor u haar gaat koppelen. Ze is dan beschermd tegen baarmoederkanker maar zal bovendien niet meer schijnzwanger (en daardoor knorrig en feller) worden door het contact met een mannetje, en haar karakter zal gelijkmatiger zijn. Natuurlijk begint u niet met koppelen voor het vrouwtje helemaal hersteld is van de castratie en de wond weer begroeid is met haar. Laat u haar castreren na het koppelen, dan zult u de dieren weer even moeten scheiden zo lang ze herstellende is van de operatie (doe dit dan wel zo dat ze elkaar kunnen zien en ruiken).

Dat laatste geldt natuurlijk ook als u een gecastreerde ram heeft en u neemt er een ongecastreerde voedster bij. Maar omdat de meeste voedsters in de opvang nog niet gecastreerd zijn, en het ook een grote stap is om eerst op uw kosten een voedster te laten castreren waarvan u nog niet zeker weet of zij een goede match vormt met uw ram, is het moeilijk te vermijden dat u, als u haar wilt laten castreren, de dieren weer even zult moeten scheiden.

Wilt u twee voedsters aan elkaar koppelen dan gaat dat vaak ook gemakkelijker als zij gecastreerd zijn, en als u in een situatie bent waarbij u twee rammen wilt koppelen dan moet u deze zeker eerst laten castreren.

Voorbereiden: Benodigdheden

Voor u de konijnen bij elkaar gaat zetten, heeft u een aantal dingen nodig. Zorg ervoor dat in de koppelruimte minstens één kartonnen doos of iets dergelijks staat waardoor de dieren uit elkaars zicht kunnen gaan zitten als zij even het directe contact willen mijden. Zet ook een of meer bakjes hooi neer of leg hooi op de grond. Zo kunnen de konijnen wat eten, als afleiding, en samen eten helpt de koppeling. Gebruikt uw konijn een toilet-bak, zet dan een schone toiletbak in de ruimte.

Ook moet u ervoor zorgen dat u in kunt grijpen als de konijnen te fel zijn of gaan vechten. Zorg voor een schone plantenspuit met vers water om de konijnen nat te kunnen spuiten, en een oude handdoek en dikke (werk- of oven-)handschoenen zodat u de dieren uit elkaar kunt halen als ze onverhoopt gaan vechten. Konijnen kunnen enorm fel vechten en kijken dan niet meer waar zij in bijten!

Wat lekkers, zoals een paar brokjes, een stukje groen of stukje wortel (als de konijnen hier aan gewend zijn!) kan helpen bij het afleiden of om te zorgen dat de konijnen elkaars aanwezigheid leuk vinden.

Het kan erg prettig zijn om iemand erbij te hebben voor de eerste koppeling. Mocht er iets gebeuren dan kan ieder zich over een konijn ontfermen.

Behalve deze zaken heeft u vooral ook geduld en rust nodig. Zorg dat u weet wat u kunt verwachten en blijf zelf kalm. Het koppelen van konijnen kost ook tijd, omdat u erbij zult moeten blijven. Houd daar rekening mee!

Voorbereiden: Gezondheid

Begin alleen aan een koppeling als uw konijn en het nieuwe konijn allebei goed gezond zijn. Koppelen levert stress op waardoor aandoeningen kunnen verergeren. Bovendien zouden de konijnen elkaar kunnen besmetten.

De eerste, verkennende ontmoeting

Als u uw konijn heeft meegenomen naar een opvang of ander aanschafadres om een partner uit te zoeken, vindt daar de eerste ontmoeting plaats. Daarbij worden beide konijnen samen in de koppelruimte gezet. De bedoeling is om te zien of de dieren bij elkaar zouden kunnen passen. Nu moet u goed opletten hoe de dieren op elkaar reageren.

Nalopen en rijden

Vaak zullen de konijnen eerst het terrein verkennen en rondsnuffelen, tot ze merken dat er nog een konijn is. Meestal zal dan een van beide konijnen naar de ander toe gaan, proberen ze aan elkaar te snuffelen, rennen ze achter elkaar aan en proberen ze op elkaar te rijden. Het rijden gebeurt om vast te stellen wie er de baas is en kan dus net zo goed door het vrouwtje als door het mannetje gedaan worden.

Het konijn dat bereden wordt kan stil blijven zitten en wachten tot de ander stopt, en dan eventueel weer weglopen. Het is ook mogelijk dat het konijn niet bereden wil worden en zelf de baas wil zijn. Dan probeert hij/zij weg te komen, zich om te draaien en de ander te berijden. Soms gaan de konijnen daarbij om elkaar heen cirkelen, ook wel ‘vlinderen’ genoemd. Als dat fel gebeurt en één van beide niet snel stopt, kan het uitlopen op vechten. Ze proberen dan in feite allebei de baas te zijn en de ander te beletten om hem/haar te berijden. Pas dan op dat dit niet op vechten uitloopt. Bekijk ook de video onderaan dit artikel.

Er zullen tijdens de kennismaking soms plukken haar worden losgetrokken en soms zullen de konijnen kort naar elkaar bijten. Dat is op zich niet erg en hoort bij de communicatie, zo lang er geen wonden ontstaan.

Ingrijpen

Let op dat de dieren elkaar niet echt verwonden. Grijp echter niet te snel in, want ze zullen onderling moeten uitmaken wie er de baas is en elkaar moeten aftasten. Als u ze steeds uit elkaar haalt, moeten ze steeds opnieuw beginnen. Als het te wild naar uw zin wordt, kunt u de dieren wel proberen af te leiden met iets lekkers of door een geluid te maken. Eventueel kunt u hen voorzichtig wat uit elkaar duwen, maar gebruik daarbij, zeker als het er fel aan toe gaat, wel uw handschoen. Als een van beide te fel achter de ander aan gaat, kunt u eventueel de plantenspuit gebruiken om het konijn nat te spuiten. Meestal zal het dier dan stoppen om zich te wassen.

Een ander moment om in te grijpen is als een konijn op de kop van het andere konijn rijdt, omdat het onderste konijn dan kan bijten. Duw het rijdende konijn er even af of duw hem naar de achterkant.

Dreigen de konijnen te gaan vechten en willen ze met hun oren naar achteren en hun staart omhoog op elkaar af, haal ze dan uit elkaar.

Goede signalen

Af en toe zullen de konijnen even bij elkaar vandaan gaan, bijvoorbeeld om zich te wassen of wat te eten. Dat is een goed teken. Ook als ze elk aan een kant van de ren zitten en niet naar elkaar omkijken is dat een gunstig signaal. Het betekent dat ze elkaar voldoende vertrouwen om niet steeds naar elkaar te hoeven kijken. Dat geldt ook voor languit gaan liggen. Samen hooi of iets anders eten is ook erg positief en zorgt er bovendien voor dat ze een prettig gevoel krijgen bij het samen zijn.

Als een van beide konijnen de ander gaat likken, is dat een erg goed teken. Bij konijnen is het zo dat het konijn dat de baas is, het meest gewassen wordt door de ander. Degene die zijn kop onder die van de ander duwt om gewassen te worden, maakt de dienst uit. Als een van beide de ander wil likken, is dat een konijn dat zich gemakkelijk schikt en is de rangorde al snel bepaald.

Vechten en agressie

Het is ook mogelijk dat een van beide konijnen de ander aanvalt. Aan de houding is te zien dat het om agressie gaat: het konijn houdt zijn staart in de lucht, zijn oren naar achteren en schiet met zijn kop laag op de ander af om hem gericht te bijten. Dat is een slecht teken, het koppelen zal zo niet gaan lukken. Haal de konijnen uit elkaar en pas op dat u niet gebeten wordt. Heeft u de keuze uit meerdere partners, probeer dan (na even tot rust komen) een ander konijn. Heeft u geen keuze en wilt u het toch met dit konijn proberen, dan zult u de konijnen eerst heel langzaam aan elkaar moeten laten wennen. Dan nog is niet te voorspellen of het uiteindelijk gaat lukken en het zal u veel geduld kosten.

Probeer te voorkomen dat de konijnen echt gaan vechten. Veel mensen verwachten het niet van hun konijn, maar ook de liefste konijnen kunnen enorm fel zijn en elkaar behoorlijk verwonden. Vechtende konijnen rollen als een kluwen bont door de ren. Mocht dat toch gebeuren, probeer ze dan te scheiden, maar nooit met uw blote handen, want u wordt onherroepelijk gebeten en ze bijten hard door!

Kans van slagen?

Probeer uit het gedrag van de dieren op te maken hoeveel kans van slagen de combinatie heeft. Als een van beide agressief is of als een van de dieren bang is en steeds weg blijft rennen terwijl de ander daar steeds feller achteraan rent, is die kans niet zo groot. Negeren ze elkaar, rijden ze beurtelings op elkaar, of rijdt de een en staat de ander dat soms toe, zijn er rustmomenten en wordt er niet echt gebeten, dan is de kans op slagen aanzienlijk. Vinden ze elkaar al heel snel leuk en wast de een de ander, dan is het een prima combinatie.

Koppelen zonder verkennende ontmoeting

In sommige gevallen heeft u misschien niet de mogelijkheid om eerst een ontmoeting te regelen om te zien of de combinatie een kans heeft, of kan het nieuwe konijn niet worden teruggebracht als de koppeling echt niet lukt. In dat geval moet u de eerste ontmoeting bij u thuis doen.

Als u het nieuwe konijn niet terug kunt brengen, begin er dan mee het dier een aantal dagen te laten wennen aan u en de omgeving voor u de dieren elkaar laat ontmoeten (zie verderop bij ‘gescheiden wennen’). U leert het nieuwe konijn dan ook meteen kennen.

Ook als u twee nieuwe dieren tegelijk aanschaft, kunt u hen eerst apart neerzetten om aan u en de omgeving te wennen en zodat u de karakters van de dieren en hun reacties kunt leren kennen. Zet ze dan geen van beide in de ruimte waarin u ze wilt laten samenleven zodat dit neutraal gebied blijft voor beide.

Als u twee jonge konijntjes van minder dan drie maanden oud aanschaft, kunt u ze vaak meteen bij elkaar zetten want meestal zullen die elkaar accepteren. Blijf er wel bij om te zien hoe het gaat. Houd er ook rekening mee dat vanaf een maand of drie de situatie kan gaan veranderen en, als u een ram en een voedster heeft, dat u hen zult moeten scheiden om ongewenste nestjes te voorkomen.

Wennen

Als bij de eerste ontmoeting een mogelijke partner is gevonden, kunt u deze mee naar huis nemen. Neem de dieren in twee aparte reismandjes mee naar huis zodat u niet het risico loopt dat ze gaan vechten. De dieren zijn nog niet aan elkaar gekoppeld: ze zullen eerst aan elkaar en het steeds samen zijn moeten gaan wennen. Dat moet u thuis doen. Als de konijnen gestrest zijn van de reis laat u hen thuis eerst eventjes tot rust komen, elk in een eigen hok. Hoe u nu verder gaat met het koppelen, hangt erg af van de karakters van de konijnen, het verloop van de ontmoetingen en uw eigen situatie. Er zijn drie startmogelijkheden: meteen bij elkaar zetten, eerst naast elkaar, of eerst gescheiden wennen.

Gastvrije rammen, territoriale voedsters

Houd tijdens het koppelen, behalve met de individuele karakters, ook rekening met het geslacht van uw eigen konijn. Omdat voedsters veel meer op hun territorium gericht zijn, laten zij vaak minder makkelijk een nieuw konijn in hun gebied toe dan rammen. Ze zijn snel geneigd een indringer weg te willen jagen. Veel rammen vinden het alleen maar leuk als er een vrouwtje in hun gebied komt (maar niet als er een ander mannetje binnendringt!). Het is daarom makkelijker om een vrouwtje mee naar huis te nemen als u al een mannetje had, dan andersom. Had u zelf al een vrouwtje, dan moet u vaak wat voorzichtiger omgaan met het al bestaande territorium.

Meteen bij elkaar

Als de eerste ontmoeting erg goed verliep, kunt u thuis de konijnen weer bij elkaar zetten in uw eigen koppelruimte op neutraal terrein. Ook nu geldt weer: blijf erbij en houd handschoenen in de buurt! Kijk hoe het onderling gaat. Wordt het te wild, wordt een van beide steeds opgejaagd of wordt er echt gebeten, dan is het tijd om de dieren uit elkaar te halen. Zet ze in twee kooien naast elkaar of in een door gaas gescheiden verblijf.

Blijft het goed gaan, met af en toe rijden en narennen maar ook rustmomenten, eten en wassen, dan kunt u de dieren het beste bij elkaar laten zo lang u erbij kunt blijven. Zorg voor hooi, speelgoed, drinkwater en een of twee toiletbakken. Scheid ze pas op het moment dat u hen niet meer in de gaten kunt houden.

Naast elkaar

Als de ontmoeting wat minder gunstig verliep, kunt u de konijnen beter eerst aan elkaars aanwezigheid laten wennen zonder dat ze direct contact hebben. Zet ze dan in de hokken naast elkaar of in het (eventueel tijdelijke) verblijf dat u met gaas in tweeën gedeeld heeft, zodat ze elkaar wel kunnen zien en ruiken. Het kan helpen om het eten aan de kant te geven waar de hokken aan elkaar grenzen, zodat ze ‘samen’ eten.

Burenruzie

Het kan soms averechts werken om een tweede hok naast het hok van het al aanwezige konijn te zetten. Soms worden de konijnen juist agressief of te opgewonden doordat ze steeds een ander konijn zien en ruiken maar er niet bij kunnen. Zeker als uw eerste konijn een vrouwtje is, kan een hok met een vreemd konijn er in dat vlak naast haar eigen domein staat agressie aanwakkeren. Maak dan vooraf haar eigen hok heel goed schoon, zet haar in het nieuwe of geleende hok op een andere plaats, en het nieuwe mannetje in haar oude hok er naast.
Merkt u dat de konijnen elkaar door de tralies proberen te bijten of continu opgewonden voor de tralies zitten, zet ze dan liever verder uit elkaar.

Gescheiden wennen

Als het nieuwe konijn vrij angstig of nerveus is, of minder goed aan mensen gewend, kan het beter zijn om hem of haar eerst ergens apart te zetten zodat het dier kan wennen aan zijn nieuwe omgeving, de nieuwe geuren en aan u zelf. Als u merkt dat het konijn rustiger wordt en gewend raakt aan u, kunt u de konijnenhokken naast elkaar zetten.

Ook als u niet weet waar het nieuwe konijn vandaan komt, als het dier nog niet een tijdje bij een opvang geweest is en daar onderzocht is door een dierenarts of als u om andere redenen twijfelt aan de gezondheid van het dier, kunt u het nieuwe konijn beter eerst een aantal dagen apart houden. Het konijn kan dan wennen, en u kunt kijken of alles goed gaat.

Wisselen van hok en geur

Als de konijnen eenmaal naast elkaar in twee hokken of gescheiden door gaas leven, kunt u hen leren om in elkaars geur te leven. U kunt hen dagelijks laten wisselen van hok. Een andere mogelijkheid is om beide konijnen een knuffelbeest of speelgoed te geven. Dat zal naar hen gaan ruiken. Als u vervolgens de knuffels of het speelgoed omwisselt, ruiken ze elkaar in hun hok.

Ontmoetingen

Als de konijnen een aantal dagen aan elkaars geur hebben kunnen wennen, kunt u hen een paar keer per dag even bij elkaar laten in de ren op neutraal terrein. Hoe lang u de konijnen bij elkaar laat, hangt af van het verloop van de ontmoetingen. Let daarbij op dezelfde signalen als bij de eerste, verkennende ontmoeting.

Gaat het goed, dan is het niet nodig hen steeds uit elkaar te halen. Laat ze dan bij elkaar zo lang u erbij kunt zijn. Zorg voor afleiding in de ren door wat speelgoed, hooi en dergelijke neer te leggen en denk ook aan een waterbakje.

Gaat het er vrij wild aan toe, houd de ontmoetingen dan kort en haal ze uit elkaar voor het uit de hand kan lopen. Soms betekent dit dat ze maar enkele minuten bij elkaar kunnen zijn, maar dat is beter dan dat ze toch gaan vechten of agressie of angst opbouwen. Probeer om ze dan elke keer iets langer bij elkaar te laten.

Blijf steeds goed letten op het gedrag van de konijnen. Beëindig de ontmoeting op een rustig moment, zodat de konijnen er een goede herinnering aan overhouden.

Voorkom dat er gevochten wordt. Als een van beide aanvalt, met de staart omhoog, kop vooruit en oren in de nek, haal ze dan meteen uit elkaar (doe handschoenen aan!) en ga terug naar het gescheiden aan elkaar wennen. Als een van beide aanstalten maakt om aan te vallen, leidt hem of haar dan af. Kijk of het mogelijk is het agressieve konijn rustig te aaien terwijl het andere konijn nog rondloopt, en haal ze dan uit elkaar. Als de konijnen fel om elkaar heen blijven draaien (vlinderen), duw ze dan bij elkaar vandaan.

Als een van beide konijnen continu achterna gejaagd wordt en steeds weg moet rennen, kan het zijn dat deze angstig wordt. Dat is niet de bedoeling dus ook dan is het beter de konijnen al vrij snel uit elkaar te halen of de jager steeds af te leiden.

Af en toe achter elkaar aan rennen, rijden, even kort ‘vlinderen’ wat niet uitloopt op vechten, soms een knauw of een hap vacht horen bij het proces om uit te maken wie er de baas is. Zo lang er geen verwondingen zijn en een van beide niet angstig in een hoekje zit, hoeft u daarbij niet in te grijpen. Dat is soms lastig, zeker als uw eigen konijn door de nieuwkomer achterna wordt gezeten of een pluk haar kwijtraakt. Maar ze zullen toch door dit proces heen moeten. Wordt het te gek, leid ze dan af en probeer zo het koppelproces wat rustiger te laten verlopen.

Cupido een handje helpen

Soms kunnen wat trucjes de koppeling een beetje de goede kant op sturen. Als de konijnen allebei goed aan mensen gewend zijn en van aaien houden, kunt u bij de konijnen in de ren gaan zitten en ze aaien als ze bij elkaar in de buurt zijn. Soms kunt u het zo sturen dat ze met hun neuzen bij elkaar liggen terwijl u beide konijnen over hun kop aait. Op die manier krijgen ze een prettige ervaring terwijl ze dicht bij elkaar in de buurt zijn.

Als een van beide veel jaagt en de ander steeds wegrent, of eentje snel schrikkerig reageert terwijl de ander in feite niets agressiefs doet, kan het helpen om het eerste dier te aaien zodat het blijft zitten en de ander zo de gelegenheid te geven om te komen snuffelen. In het eerste geval geeft dit de ‘wegrenner’ de kans om even te onderzoeken wie hij voor zich heeft zonder meteen opgejaagd te worden, in het tweede geval kan het schrikkerige konijn merken dat het niet zo eng is om door de ander besnuffeld te worden. Uiteraard werkt dit alleen als beide konijnen u vertrouwen!

Lekkere hapjes kunnen ervoor zorgen dat de konijnen samen gaan zitten eten. Zijn ze bijvoorbeeld dol op wortel, snijd dan een aantal kleine stukjes en strooi die uit of geef ze allebei, bij elkaar in de buurt, een stuk winterpeen. Let wel goed op hoe de reactie is, want als een van de konijnen zijn (of haar) eten wil verdedigen dan werkt dit natuurlijk niet goed. In dat geval kunt u beter kleine stukjes wortel of bijvoorbeeld reepjes witlof uit de hand voeren: allebei tegelijk een stukje. Denk eraan: alleen als ze beide gewend zijn aan deze groenten!

Stressmomenten gebruiken?

Een veel gehoorde tip is om de beide konijnen samen een stressmoment te laten beleven, waardoor ze steun bij elkaar zullen zoeken. Een veel gehoord voorbeeld daarvan is om met de konijnen in één kooi of doos in de auto te gaan rijden. Veel konijnen vinden autorijden niet prettig of eng en zullen misschien tegen elkaar aan gaan zitten om steun te zoeken. Toch is het niet aan te raden om op deze manier een koppeling te forceren.

In de eerste plaats is het mogelijk dat de konijnen na de autorit, als de stress weg is, elkaar net zo goed weer in de haren vliegen. Ook kunnen ze het bij elkaar zitten gaan associëren met een vervelende ervaring. Daarbij is te veel stress slecht voor hun gezondheid.

Bovendien is het een methode die in feite niet nodig is. Door het koppelen rustig op te bouwen, zullen de konijnen ook aan elkaar wennen. Blijven de dieren elkaar niet leuk vinden, dan kunt u beter een ander konijn als partner voor uw konijn kiezen. Er zijn genoeg konijnen om uit te kiezen, het heeft dus geen zin om twee dieren die elkaar willen blijven bevechten toch te dwingen om elkaar te tolereren. Om twee dieren doelbewust in een stressvolle situatie te brengen om een koppeling te forceren is niet diervriendelijk, zeker niet als er andere mogelijkheden zijn om ervoor te zorgen dat ze beide niet alleen blijven.

Keutels en plasjes

Tijdens het koppelproces zult u waarschijnlijk zowel in de ren als in de hokken keutels en plasjes terugvinden buiten de gebruikelijke toiletplekken. Dat komt doordat de konijnen hun territorium willen afbakenen en het gebied willen markeren. Als ze eenmaal goed aan elkaar gekoppeld zijn, zullen ze weer beter zindelijk worden.

Let op stress en gezondheid

Koppelen kan stressvol zijn voor de konijnen. Let er daarom goed op dat beide konijnen blijven eten en drinken, nette keutels hebben en geen verschijnselen van ziekte vertonen. Merkt u dat de dieren last hebben van de stress, doe het dan rustiger aan. Mocht een van beide konijnen stoppen met eten of keutelen, stop dan tijdelijk het koppelen. Als konijnen niet meer eten, kunnen de darmen stil komen te liggen en dat is erg gevaarlijk. Wacht niet te lang en bel de dierenarts als het konijn geen interesse meer krijgt in lekkere hapjes.

Controleer ook regelmatig of de konijnen geen wondjes hebben, door de vacht valt dat soms niet op. Neem bij wondjes contact op met de dierenarts.

Als het ineens weer slechter gaat

Soms lijkt een koppeling goed te gaan, maar wordt er ineens toch weer gebeten en nagejaagd. Dat kan verschillende oorzaken hebben.

Als de voedster niet gecastreerd is, kan het zijn dat zij schijnzwanger wordt door het contact met het mannetje. Ze gedraag zich dan alsof ze zwanger is, verzamelt hooi in haar bek en maakt een nest, en plukt zelfs haren uit haar buik om het nest te bekleden. Vaak wordt ze dan ook grommerig en bijterig, tegen het mannetje maar ook tegen u. Ze kan het mannetje dan weer steeds achterna zitten en het kan de koppeling verstoren. In zo’n geval kunt u de dieren het beste weer even scheiden door middel van gaas en wachten tot de schijnzwangerschap over is en de voedster weer tot rust komt.

Wat ook mogelijk is, is dat een van beide konijnen erg onder de indruk was van de nieuwe omgeving en het koppelen, maar nu begint te wennen. Het dier krijgt dan meer zelfvertrouwen en kan dan ineens de moed verzamelen om van zich af te gaan bijten. In dat geval moet u een aantal stappen terug doen in de koppeling en rustig weer beginnen met korte momenten bij elkaar.

Hoe lang duurt het?

Het is moeilijk om aan te geven hoe lang een koppeling duurt omdat dit per geval verschillend is. Het kan in een paar dagen voor elkaar zijn, maar het kan ook een paar weken duren. Het is belangrijk om uw geduld te bewaren en niet sneller te willen dan het gedrag van de konijnen aangeeft.

Wanneer moet u het opgeven?

Soms lukt het koppelen niet. Als de konijnen echt met elkaar vechten en over de grond rollen kunt u het, na een paar dagen rust, weer proberen op te bouwen door ze eerst gescheiden te laten wennen. Lukt het daarna nog steeds niet en vallen ze meteen weer aan, dan gaat deze koppeling waarschijnlijk niet lukken en kunt u het beter met een ander konijn proberen.

Ook als het ene konijn steeds maar blijft jagen en het andere konijn bang is en blijft, is het geen goede combinatie en kunt u beter een ander konijn proberen.

Terug naar het uiteindelijke konijnenverblijf

Als de koppeling goed geslaagd is, de konijnen het goed met elkaar kunnen vinden, ze elkaar wassen en samen liggen en eten en er geen vechten, najagen en steeds rijden optreedt, kunnen ze in het eigenlijke konijnenverblijf worden gezet. Zorg er wel voor dat u dit verblijf eerst heel goed schoonmaakt! Vervang eventuele bodembedekking zoals tapijt en neem alles af met water en azijn. Zo haalt u zo goed mogelijk de lucht van uw eerste konijn, de voormalige eigenaar, weg.

Blijf er ook nu weer een flinke tijd bij zodat u kunt zien of het gedrag in het konijnenverblijf niet verandert en er geen ruzies ontstaan. Soms moeten ze op het nieuwe terrein weer even uitmaken wie er de baas is. Zo lang het geen vechten wordt, is dat niet erg, maar blijf wel opletten. Eventueel kunt u proberen om in het permanente verblijf een scheidingswandje van gaas aan te brengen dat u gemakkelijk kunt verwijderen, zodat u dit kunt gebruiken om de konijnen te scheiden als u even weg moet. Als alles goed gaat, blijf dan nog enige tijd in de buurt zodat u het kunt merken als er iets verandert, voor u hen echt samen alleen laat.

Hulp bij het koppelen

Als u het koppelen niet aandurft, als u geen mogelijkheden hebt om een koppeling goed te begeleiden of geen goede ruimte kunt inrichten, of als u een konijn heeft dat moeilijk te koppelen is, is er soms de mogelijkheid om uw konijn te laten koppelen in een opvang. Uw konijn blijft dan een tijdje op het koppeladres om daar op onbekend terrein rustig kennis te kunnen maken met een of meer kandidaten. Dat betekent meestal niet dat u thuis helemaal niets meer aan de koppeling hoeft te doen, maar de eerste stappen zijn dan al gezet. Thuis moet u dan verder gaan en zullen de dieren meestal eerst nog in een neutrale ruimte samen moeten zijn voor u hen alleen kunt laten in het definitieve verblijf.

In de tijd dat uw konijn op het koppeladres verblijft, kunt u het verblijf en de omgeving goed schoonmaken en zo goed mogelijk de geur van uw konijn verwijderen. Dat voorkomt dat bij thuiskomst de territoriumdrift alsnog de kop op steekt.

Video

Hier ziet u hoe rijden en vlinderen eruit ziet. Het zwarte hangoorkonijn is een gecastreerd mannetje. Het Japanner konijn met de lange nekharen is een nieuw vrouwtje.