Sluiten

Hondsdolheid (rabiës)

Rabiës oftewel hondsdolheid is één van de bekendste zoönosen (infecties die overgedragen kunnen worden van dieren naar mensen). Het is een dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door het Lyssa virus. Zowel wilde dieren als huisdieren kunnen besmet worden. Overdracht van de ziekte naar de mens kan plaatsvinden door besmet speeksel, via beten of krabben. Zonder snelle behandeling is hondsdolheid meestal dodelijk.

Voor rabiës geldt een meldingsplicht, dit betekent dat een arts of dierenarts een mogelijke besmetting met hondsdolheid altijd door zal geven aan de NVWA.

Waar komt hondsdolheid voor?

Hondsdolheid komt wereldwijd in meer dan 150 landen voor. Ieder jaar sterven er meer dan 55.000 mensen aan rabiës. In Nederland komt rabiës tegenwoordig gelukkig erg zelden voor. In 2008 is er voor het laatst iemand in Nederland besmet met rabiës, deze persoon had de besmetting in het buitenland opgelopen.

Dankzij vaccinaties bij vossen is de vossenpopulatie in Nederland op dit moment vrij van rabiës. Er zijn in Nederland wel vleermuizen aanwezig die een vorm van rabiës bij zich dragen. Gelukkig zijn de meest voorkomende vleermuizen in Nederland, namelijk de gewone dwergvleermuizen, niet besmet. Met name bij de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en in mindere mate bij de meervleermuis (Myotis dasycneme) komen besmettingen voor. Deze dieren dragen niet het klassieke rabiësvirus, maar de aan rabiës verwante virussen EBLV-1 en EBLV-2 bij zich. Het lijkt er op dat dit virus minder ziekteverwekkend is voor mensen.

Er zijn een aantal landen, met name (sub)tropische landen, waar hondsdolheid veel voorkomt onder (zwerf) honden en –katten. Zij vormen de belangrijkste besmettingsbron naar mensen toe. In Oost-Europese landen spelen vossen een belangrijke rol. Het virus verspreidt zich van het ene naar het andere dier door bijten. Dieren die besmet zijn kunnen het virus al overdragen voordat ze zelf ziekteverschijnselen tonen. Kijk in dergelijke landen dus altijd heel goed uit met zwerfdieren!

Het is de afgelopen jaren meerdere keren voorgekomen dat er bij een hond in Nederland hondsdolheid vastgesteld werd. Het ging hierbij om pups die uit het buitenland (Marokko, Bulgarije) meegenomen waren naar Nederland. In verschillende Afrikaanse en Oost-Europese landen komt rabiës bij dieren voor. Om mens en dier te beschermen tegen rabiës gelden strenge eisen bij het importeren van (huis)dieren uit het buitenland.

Hoe vindt besmetting met hondsdolheid plaats?

Honden en katten kunnen al dagen besmettelijk zijn voordat ze zelf tekenen van de ziekte vertonen. Vleermuizen kunnen zelfs al weken besmettelijk zijn zonder dat ze zelf ziek lijken.

Dieren die besmet zijn met het hondsdolheidvirus kunnen dit via het speeksel overdragen naar mensen. Overdracht vindt plaats door bijten, krabben of likken van een besmet dier. Via de slijmvliezen of via wondjes op de huid kan het virus binnen komen. Als er eenmaal besmetting heeft plaatsgevonden, dan zal het virus zich verder vermeerderen en komt het uiteindelijk in de hersenen terecht. Het virus kan zich via het speeksel verder verspreiden naar andere dieren of mensen.

Alle zoogdieren kunnen besmet raken met hondsdolheid. Besmetting van mens op mens komt zelden voor. Besmetting van mensen door dieren vindt wereldwijd hoofdzakelijk plaats door honden, gevolgd door katten en vleermuizen. Daarnaast vindt besmetting soms plaats door vossen en wolven. Rabiësbesmetting van mensen door ratten en vele andere (knaag)dieren komt nauwelijks voor.

Hoe kunt u besmetting met hondsdolheid voorkomen?

Een besmetting met hondsdolheid kunt u voorkomen door niet gekrabd, gebeten of gelikt te worden door een dier dat mogelijk met rabiës besmet is.

In Nederland

In Nederland komt rabiës alleen bij vleermuizen voor. Het belangrijkste advies is daarom om onnodig contact met vleermuizen te vermijden. Wanneer u een levende, gezonde vleermuis in uw huis vindt, open dan een raam, zodat de vleermuis naar buiten kan vliegen. Wanneer u een zieke of dode vleermuis vindt, raak die dan niet zonder voldoende dikke handschoenen aan, die beschermen tegen eventuele beten. Maak de handschoenen na afloop met een 70% alcoholoplossing schoon. U kunt eventueel bellen met een vleermuizenwerkgroep, de gemeente of de GGD. Voorkom dat u gebeten wordt!

Sommige mensen hebben door het type werk dat zij doen een grotere kans om met vleermuizen in contact te komen. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die in de groenvoorziening werken, medewerkers van een dierenambulance, boswachters, schoorsteenvegers, restaurateurs, dakdekkers of vleermuisonderzoekers. Deze mensen lopen een verhoogd risico op besmetting.

Wanneer u denkt dat u contact hebt gehad met een (mogelijk) besmet dier, moet u contact opnemen met uw huisarts of met de GGD.

In het buitenland

Hondsdolheid komt wereldwijd voor. In landen buiten Nederland kunnen zoogdieren zoals bijvoorbeeld vleermuizen, vossen, apen, honden en katten besmet zijn. Voor sommige landen is het daarom gewenst om u van te voren te laten vaccineren tegen rabiës. Vooral kinderen onder de vijftien jaar lopen het risico om slachtoffer te worden. Vaccinatie alleen is echter niet voldoende wanneer u in contact komt met een mogelijk besmet dier, behandeling is altijd noodzakelijk! U kunt bij de GGD terecht voor specifieke informatie.

Raak nooit dode of zieke dieren aan als de doodsoorzaak onbekend is. Pak geen vleermuizen vast. Haal in het buitenland geen onbekende honden en katten aan en let ook goed op dat uw kinderen onbekende dieren niet aanraken. Neem geen honden en katten uit het buitenland terug naar Nederland.

Huisdieren kunnen gevaccineerd worden tegen hondsdolheid. Wanneer u een hond, kat of fret meeneemt naar het buitenland is vaccinatie verplicht. Hoewel de meeste rabiësvaccins tegenwoordig drie jaar geldig zijn, kan de formeel erkende geldigheidsduur van deze vaccinatie per land verschillen. Meer informatie over invoereisen per land vindt u elders op onze website.

Behandeling na mogelijke besmetting

Wanneer u een wond hebt opgelopen door een dier dat mogelijk met rabiës besmet is, is het belangrijk dat u de wond goed schoon maakt met een borsteltje, water en zeep. Ontsmet de wond met jodium of alcohol. Ga vervolgens zo snel mogelijk naar een arts, in ieder geval binnen 24 uur. Bij een mogelijke besmetting moet behandeling zo snel mogelijk gestart worden om de kans op ziek worden te verkleinen. Behandeling is altijd nodig, dus ook als u al eerder gevaccineerd bent! Vaccinatie vooraf geeft slechts een beperkte bescherming .

Wanneer er op tijd gestart wordt met deze zogenaamde postexpositie-behandeling, kan voorkomen worden dat iemand daadwerkelijk ziek wordt en overlijdt. Als er niets gedaan wordt, duurt het gemiddeld drie weken tot twee maanden voordat er ziekteverschijnselen optreden. Na het optreden van ziekteverschijnselen is er voor rabiës geen behandeling meer mogelijk en zal men overlijden aan de ziekte.

De postexpositie-behandeling bestaat uit het geven van vijf inentingen, verspreid over vier weken tijd. Ook worden er zo snel mogelijk na blootstelling antistoffen toegediend. Mensen die van te voren volledig gevaccineerd waren en waarbij de vaccinatie  moeten ook behandeld worden, maar de behandeling is dan eenvoudiger; er hoeven geen extra antistoffen toegediend te worden en er hoeven slechts twee inentingen gegeven te worden.

Behalve deze postexpositie-behandeling kan behandeling met antibiotica en een tetanusvaccinatie nodig zijn.

Het ziektebeeld bij de mens

Na besmetting kan het een paar dagen tot zelfs een jaar duren voordat iemand ziek wordt. Gemiddeld duurt het drie weken tot twee maanden voordat iemand last krijgt van ziekteverschijnselen. Er zijn twee ziektetypes: rabiës furiosa komt in tachtig procent van de gevallen voor. Patiënten met deze ziektevorm hebben als klachten onder andere hyperactiviteit en krampen. Rabiës paralytica komt in twintig procent van de gevallen voor. Bij deze vorm krijgt de patiënt last van steeds ergere wordende verlammingsverschijnselen.

Het ziekteverloop bij hondsdolheid kent verschillende fases. Eerst treden er allerlei niet-specifieke klachten op, zoals rillingen, koorts, niet lekker voelen, verminderde eetlust, misselijkheid, braken en hoofdpijn. De wond kan pijn doen en jeuken. In de daaropvolgende neurologische fase kunnen hyperactiviteit, nekstijfheid, langdurige erecties, toevallen en verlamming optreden. Ongeveer de helft van de patiënten ontwikkelt lucht- of waterfobie. Hierbij treden spierspasmen op bij verplaatsing van lucht, bij het zien van vloeistoffen of wanneer mensen proberen te drinken. Samen met een verhoogde speekselaanmaak kan hierdoor schuim om de mond worden gevormd. Uiteindelijk raakt de patiënt in coma en zal hij overlijden.

Het ziektebeeld bij dieren

Besmetting van dier op dier kan tot stand komen via bijtwonden, krabben of zogen. Het virus kan zeker veertien dagen overleven in dode dieren, en bij lage temperaturen zelfs nog langer.

Dieren met rabiës krijgen dezelfde ziekteverschijnselen als mensen, waarbij honden en katten met name rabiës furiosa krijgen, terwijl landbouwhuisdieren meestal rabiës paralytica ontwikkelen.

Bij bijna alle dieren is een gedragsverandering één van de eerste symptomen. Honden en katten veranderen van karakter, ze worden agressief of onrustig. Ze gaan zwerven, vermageren en lopen onzeker. In een laat stadium van de ziekte loopt speeksel uit hun bek. Vossen worden minder schuw (terwijl ze normaal gesproken juist mensen vermijden) en kunnen mensen aanvallen. Landbouwhuisdieren zonderen zich af van de kudde. Zonder behandeling is besmetting ook voor dieren dodelijk.

Meer weten?

Bij het RIVM kunt u nog verdere informatie vinden over rabiës. Ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geeft informatie over dit onderwerp. de NVWA heeft in juli 2012 een flyer over rabiës in het buitenland uitgebracht, deze vindt u hier.