Sluiten

Engelse Cocker Spaniël

Engelse Cocker Spaniëls zijn vrolijke, aanhankelijke en sportieve honden. Ze zijn graag bij hun eigenaar en houden van spelen maar gaan ook graag hun neus achterna. Ze kunnen soms eigenwijs zijn en hebben een consequente opvoeding nodig. De vachtverzorging vraagt dagelijks aandacht.

De Engelse Cocker Spaniël past het beste bij een actieve eigenaar die zijn hond op een positieve en consequente manier opvoedt en zich niet door de aandoenlijke blik van zijn hond om de tuin laat leiden.

Kies het juiste ras voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de Engelse Cocker Spaniël het ras is dat u zoekt.

Algemeen

De Engelse Cocker Spaniël is van oorsprong een jachthond die behoort tot de ‘stotende honden’. Zijn taak was om vogels zoals fazant of houtsnip (‘woodcock’ in het Engels) uit het struikgewas te jagen. Bij het opvliegen werd er een net over de vogels heen gegooid, waar ook de hond onder bleef zitten tot de jager hem er onder vandaan haalde. Later werden de vogels na het opstoten geschoten en moest de Cocker Spaniël wachten tot hij de geschoten vogels mocht gaan ophalen.

Inmiddels is de Engelse Cocker Spaniël vooral een vrolijk, enthousiaste gezinshond, hoewel er ook nog wel jachttraining mee gedaan wordt. Het ras valt onder rasgroep 8: ‘Retrievers, Spaniëls en Waterhonden’.

De Engelse Cocker Spaniël wordt gemiddeld 14 jaar oud.

Uiterlijk

De Engelse Cocker Spaniël is stevig en compact gebouwd. Zijn schouderhoogte is ongeveer gelijk aan de lengte van schouder tot staartaanzet. De rug loopt wat af en hij heeft een diepe borstkas. De benen zijn sterk en gespierd en iets kort. De staart begint net onder de ruglijn, is middellang en goed behaard. Hij wordt in actie naar achteren gedragen, maar niet hoger dan de rug. Als de hond in actie is, is ook de staart vrijwel onophoudelijk vrolijk in beweging. De staart mag in Nederland niet gecoupeerd zijn.

De snuit is vrijwel even lang als de schedel. Er is een duidelijke stop (de overgang tussen snuit en schedel). De ogen zijn vol maar mogen niet uitpuilen. De oren beginnen ter hoogte van de ogen, zijn lobvormig en zo lang dat ze tot aan de neuspunt komen. Ze zijn begroeid met lange, rechte haren.

De vacht van de Engelse Cocker Spaniël is glad en zijdeachtig. Hij mag niet krullen of golven. Bij de oren, voorbenen, borst en broek (de achterkant van de achterbenen) is het haar langer.

Er zijn lijnen van ‘werkende’ Engelse Cocker Spaniëls, nog steeds gefokt voor de jacht, die een wat ander uiterlijk hebben: de kop is wat minder rond, de oren wat korter en ook de vacht is korter en minder dik.

Er bestaan allerlei kleuren: eenkleurig rood, goud, zwart of lever met eventueel iets wit op de borst, black and tan (zwart met rode aftekening), bont (wit met gekleurde vlekken en eventueel tan aftekening), en schimmelkleurig blauw, oranje, lemon of lever(eventueel met tan aftekening). Sable is sinds 2013 geen erkende kleur meer. De ogen zijn liefst donkerbruin of bruin, bij leverkleurige honden mogen ze ook hazelnootbruin zijn.

Reuen hebben een schofthoogte tussen 39 en 41 centimeter, teven tussen 38 en 39 centimeter. Het gewicht ligt tussen 13 en 14,5 kilo.

De volledige rasstandaard van de Engelse Cocker Spaniël kunt u vinden bij de rasverenigingen. Op de website van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland staan alle bij hen aangesloten rasverenigingen genoemd.

Karakter

Engelse Cocker Spaniëls zijn levendige, vrolijke en sportieve honden. Ze zijn aanhankelijk en gehecht aan hun eigenaar, waardoor ze geneigd zijn deze steeds achterna te lopen. Ze zijn nieuwsgierig naar alles wat er gebeurt en hebben voldoende activiteiten nodig. Naar vreemden zijn ze doorgaans vriendelijk. Hoewel de Cocker Spaniël meestal meegaand is, kan hij ook eigenwijs zijn. Eenkleurige honden lijken wat onafhankelijker te zijn en wat eerder overheersend gedrag te vertonen dan meerkleurige dieren. Bij eenkleurige Cocker Spaniëls is in het verleden het Rode Cockersyndroom beschreven, waarbij de hond ineens agressie vertoont. Door zorgvuldig te fokken komt dit tegenwoordig nog maar weinig voor.

Cocker Spaniëls uit werklijnen zijn nog energieker dan die uit showlijnen.

Met andere honden gaat de Engelse Cocker Spaniël goed om, ook met honden van dezelfde sekse.

Als de Cocker Spaniël voldoende beweging krijgt, kan hij ook goed leren om alleen thuis te zijn. Bouw dit wel langzaam op.

De Engelse Cocker Spaniël zal meestal blaffen als er bezoek komt of onraad is, maar vanwege zijn vriendelijke aard is het geen echte waakhond.

Engelse Cocker Spaniëls kunnen goed overweg met kinderen, maar houden er niet van als kinderen met hen sollen. Laat honden en kinderen nooit alleen!

Verzorging

De vacht van de Engelse Cocker Spaniël moet dagelijks even worden doorgekamd om dode haren te verwijderen en klitvorming te voorkomen. Vooral de plekken waar het haar lang is moeten goed gecontroleerd worden. Ook is er aandacht nodig voor de oren. Haal overvloedig haar weg uit de gehoorgang door het kort te knippen, houd de oren schoon en knip ook het haar onder de oorflap kort, zodat er lucht bij het oor kan komen. Dit voorkomt een oorontsteking. Controleer ook dagelijks of er geen grasaren in de vacht, tussen de tenen of in zijn oren terecht zijn gekomen. Kam daarnaast de vacht tenminste eens per week zorgvuldig helemaal door. Knip haren die onder de voetzolen uitsteken, weg zodat de hond niet op kussentjes komt te lopen. De Cocker Spaniël moet vier tot zes keer per jaar getrimd worden om de vacht goed te onderhouden, afhankelijk van hoe dik zijn vacht is. Daarbij wordt het haar geplukt en uitgedund. Honden met een dunnere, kortere vacht zoals die uit werklijnen hoeven wat minder vaak naar de trimmer. Engelse Cocker Spaniëls die gecastreerd zijn (zowel reu als teef) krijgen een dikkere, wollige vacht die sneller klit en hebben dan nog meer vachtverzorging nodig. Neem dat mee in uw overweging of u uw hond wilt laten castreren!

Controleer, zoals bij elke hond, regelmatig het gebit en zorg dat de nagels niet te lang worden. Maak eventuele traanstrepen schoon met lotion.

Beweging en activiteiten

Engelse Cocker Spaniëls hebben veel energie en moeten dan ook genoeg beweging krijgen en dagelijks lekker kunnen rennen. Ze spelen graag en als jachthond zijn ze ook dol op snuffelen en sporen volgen. Dat kan betekenen dat uw Cocker Spaniël buiten meer met zijn neus op de grond loopt dan dat hij op u let. Zorg dat u zelf ook interessant blijft, bijvoorbeeld door leuke spelletjes, opdrachten en aandacht te bieden.

Veel Cocker Spaniëls houden van zwemmen en trekken zich weinig aan van regen, hoewel er ook exemplaren zijn die er een hekel aan hebben om nat te worden.

Behalve speuren en zoekspelletjes zijn ook balspelletjes en sportieve activiteiten zoals behendigheid of doggydance leuk voor dit ras. Maar ook bij gehoorzaamheid kunnen Engelse Cocker Spaniëls prima meekomen.

Socialisatie en opvoeding

Een goede socialisatie is erg belangrijk voor een goede ontwikkeling van elke pup. Wen uw Cocker Spaniël pup aan allerlei mensen, verschillende honden, andere dieren en allerlei nieuwe zaken. Zorg dat de kennismaking met nieuwe dingen positief verloopt, dus bouw alles langzaam op.

Wen uw pup meteen aan kammen en borstelen, door hem steeds even kort te borstelen en te stoppen voor hij het vervelend gaat vinden of juist de borstel als speeltje gaat behandelen. Doe dit op een moment dat de pup al rustig is, bijvoorbeeld als hij moe is. Wen hem er ook aan dat u zijn oren inspecteert en dat u hem overal aan kunt raken.

Voed uw Engelse Cocker Spaniël vriendelijk maar consequent op. Daarbij moet u oppassen dat u zich niet door zijn vertederende of grappige kop om uw vinger laat winden. Maak duidelijk dat u degene bent die de regels bepaalt.

Leer de pup al jong dat hij niet eindeloos mag blaffen, leer hem bijvoorbeeld het commando ‘stil’ aan.

Ook het afgeven van voorwerpen moet u goed oefenen, want Cocker Spaniëls kunnen de neiging hebben er met een ‘buit’ vandoor te gaan en deze dan te verdedigen als u het terug wilt pakken. Leer hem het commando ‘los’ en ruil daarbij het voorwerp voor iets anders, zoals een hondenspeeltje of een brokje. Voorkom dat hij dingen te pakken krijgt die hij niet mag hebben en maak er zeker geen spelletje van door achter hem aan te rennen!

Ook het hierkomen is belangrijk, want als de Cocker Spaniël een spoor in zijn neus krijgt is hij moeilijk te bereiken. Beloon hem steeds als hij buiten aandacht heeft voor u en maak uzelf interessant. Voorkom dat hij er vandoor kan gaan door hem op moeilijke plekken aan de lijn te houden tot u hem goed onder controle heeft, zodat hij niet leert dat het leuk is om in zijn eentje achter een spoor aan te gaan.

De Engelse Cocker Spaniël kan goed leren, maar u moet de training wel leuk en afwisselend maken om zijn aandacht bij de les te houden.

Ga met uw pup naar een puppycursus. Daar leert hij andere honden kennen en op u te letten, terwijl u leert hoe u de hond iets bij kunt brengen.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Bij elk ras kunnen erfelijke aandoeningen voorkomen.

Volgens recent onderzoek van Universiteit Utrecht zijn voor de Nederlandse populatie van de Engelse Cocker Spaniël de belangrijkste erfelijke aandoeningen:

  • Distichiasis
  • Gevoeligheid voor otitis externa (oorontsteking)*

* Deze aandoening hangt samen met de specifieke bouw zoals die in de rasstandaard is vastgelegd. Het uiterlijk van dit ras heeft daardoor nadelige gevolgen voor zijn welzijn.

Bij distichiasis groeien één of meer haren vanuit de rand van het ooglid, waar zich normaal geen haarzakjes bevinden. Als de haren naar het hoornvlies van het oog gericht, hard en stug zijn zullen zij het hoornvlies irriteren. De verschijnselen bestaan uit tranende ogen en zwelling van het hoornvlies.

Otitis externa is een oorontsteking van de uitwendige gehoorgang. Dit komt vaker voor bij rassen met hangende en behaarde oren, omdat er minder schone lucht bij de oren kan komen en het oorsmeer minder makkelijk naar buiten kan worden gewerkt. Daardoor wordt het milieu in de gehoorgang gunstiger voor bacteriën en soms gisten die een ontsteking veroorzaken. De verschijnselen bestaan uit pijn en jeuk aan één of beide oren, krabben, kopschudden, oor uitvloeiing en stank uit het oor.

Behalve deze twee aandoeningen zijn er nog andere erfelijke aandoeningen die bij dit ras van belang kunnen zijn, namelijk:

  • oogaandoeningen: progressieve retina atrofie (PRA), membrana pupillaris persistens (MPP), keratoconjunctivitis sicca, cataract
  • familiaire nefropathie
  • heupdysplasie
  • chronische hepatitis
  • auto-immune hemolytische anemie
  • dilaterende cardiomyopathie
  • anaalzakcarcinomen

Progressieve retina atrofie (PRA) is een oogaandoening waarbij het netvlies achteruit gaat. Eerst zal de hond slechter gaan zien in de schemer, later leidt dit tot blindheid. Voor PRA is een genetische test beschikbaar die aantoont of de hond vrij, drager of lijder is. Een drager heeft zelf geen last van de aandoening maar kan deze wel doorgeven aan zijn nakomelingen. De ziekte komt bij de Cocker Spaniël op allerlei leeftijden voor.

Membrana Pupillaris Persistens (MPP) is een aandoening waarbij bloedvaatjes die bij de ongeboren pup voor de lens van het oog aanwezig zijn, na de geboorte niet wegtrekken. Ze blijven dan als draadjes zichtbaar en verstoren het zicht. Er zijn verschillende varianten van.

Keratoconjunctivitis sicca is een ontsteking van het hoornvlies doordat er onvoldoende traanvocht wordt aangemaakt, waardoor de ogen te droog zijn. Dit komt doordat de traanklieren worden afgebroken door het eigen immuunsysteem van de hond. De hond krijgt last van de ogen, zal er in wrijven of met zijn ogen knijpen, de ogen kunnen rood worden en er kan pus in de ogen zitten. De aandoening moet behandeld worden met oogdruppels en medicijnen om te voorkomen dat de hond uiteindelijk blind wordt.

Cataract is een vertroebeling van de ooglens, die ook wel grauwe of grijze staar wordt genoemd. Cataract wordt meestal geleidelijk steeds erger en leidt uiteindelijk tot een verslechtering van het gezichtsvermogen. Stofwisselingsstoornissen, externe beschadiging van de ooglens en erfelijke factoren kunnen meespelen in het ontstaan van cataract. Soms kan het al vanaf de geboorte aanwezig zijn (congenitale cataract). De lens kleurt door de cataract wit waardoor de hond uiteindelijk blind wordt.

Familiaire nefropathie(FN) is een aandoening die de nieren aantast. De ziekte begint op een leeftijd tussen 6 en 12 maanden. Verschijnselen kunnen zijn veel drinken en plassen, gewichtsverlies, weinig eetlust, braken en diarree, maar het komt ook regelmatig voor dat er geen verschijnselen zijn totdat de hond ernstig nierfalen heeft. De ziekte is uiteindelijk fataal. Deze aandoening erft recessief over en er is een genetische test beschikbaar. Door ouderdieren te testen is de ziekte aanzienlijk teruggedrongen.

Heupdysplasie (HD) is een aandoening van de heupen die ertoe leidt dat de heupkop niet goed in de heupkom past. Dat veroorzaakt schade in het gewricht, waardoor pijn en problemen met bewegen ontstaan. Deze aandoening is deels erfelijk, maar de ontwikkeling ervan wordt daarnaast bepaald door omgevingsfactoren, zoals een hoge groeisnelheid en overbelasting door verkeerd of teveel bewegen of overgewicht. Het is belangrijk om een jonge hond die nog niet uitgegroeid is niet te wild te laten spelen, teveel achter ballen aan te laten rennen of andere belastende activiteiten te laten doen. Geef uw hond een goede kwaliteit voeding zodat botten en spieren goed worden opgebouwd.

Chronische hepatitis is een aandoening waarbij de lever chronisch ontstoken is. Bij de Engelse Cocker Spaniël treedt dit op vanaf een leeftijd van 8 tot 9 jaar. Er kunnen wisselende, onduidelijke symptomen zijn, zoals slecht eten, braken, diarree, veel drinken en plassen, sloomheid en soms ook geelzucht, vochtophoping in de buik en hersenverschijnselen, afhankelijk van de ernst van de aandoening.

Auto-immune hemolytische anemie is een aandoening waarbij de rode bloedcellen van de hond door zijn eigen afweersysteem worden afgebroken. De rode bloedcellen transporteren zuurstof via het bloed door het lichaam. Doordat er meer afbraak dan aanmaak van rode bloedcellen is, ontstaat er bloedarmoede. Er zijn verschillende symptomen zoals vermoeidheid, weinig uithoudingsvermogen, slecht eten, bleke slijmvliezen en als de aandoening erger is ook een versnelde hartslag en ademhaling, gele slijmvliezen in de mond en rode urine.

Dilaterende cardiomyopathie is een hartaandoening waarbij de hartspier niet meer in staat is om met voldoende kracht samen te trekken. De hartspier verslapt waardoor de hartkamers verwijd raken. De exacte oorzaak is niet bekend. Het is een aandoening die steeds erger wordt. Symptomen zijn onder andere een verminderd uithoudingsvermogen en benauwdheid.

Anaalzakcarcinomen zijn kwaadaardige tumoren die ontstaan in het slijmvlies van de anaalzakjes, meestal bij wat oudere honden. Dit komt zowel bij teven als bij reuen voor, hoewel ongecastreerde reuen minder kans lijken te hebben op deze tumor. Symptomen zijn lang niet altijd duidelijk zichtbaar maar bestaan onder andere uit zwelling en irritatie bij de anaalklieren, waardoor de hond kan gaan ‘sleetje rijden’ of zich veel likken, en soms verstopping, veel drinken en veel plassen doordat het calciumgehalte van het bloed verhoogd kan zijn. Het is aan te raden de anaalstreek van de hond regelmatig te controleren, bijvoorbeeld tijdens de vachtverzorging.

De rasverenigingen verplichten het testen op heupdysplasie (door middel van röntgenfoto’s), ook is een ECVO oogonderzoek en/of PRA onderzoek via een DNA-test verplicht en eisen de rasverenigingen een DNA-test op FN.

In de fokreglementen van de rasverenigingen kunt u de precieze fokregels nagaan en zien wanneer ouderdieren worden uitgesloten van de fok om erfelijke aandoeningen te voorkomen.

Meer uitleg over het onderzoek door Universiteit Utrecht naar erfelijke aandoeningen bij rashonden in Nederland vindt u op www.rashondengids.nl.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van een Engelse Cocker Spaniël is geen specifieke ervaring nodig. Voor een hond uit een werklijn is het fijn als u al ervaring heeft met honden, omdat deze wat meer van u zullen vragen. Zorg dat u zich van tevoren goed informeert, bijvoorbeeld via de rasverenigingen.

Aanschaf en kosten

Lees voordat u een hond aanschaft het Praktisch document ‘De aanschaf van een hond’.

Let goed op als u een Engelse Cocker Spaniël pup wilt aanschaffen. Pups die via de rasverenigingen worden aangeboden, zijn in elk geval gefokt volgens het fokreglement van de betreffende vereniging. Deze stellen het testen van de ouderdieren op een aantal erfelijke afwijkingen verplicht. Ook worden welzijnsregels gesteld aan de fokdieren, zoals een minimale en maximale leeftijd waarop de teef gedekt mag worden en een maximaal aantal nesten per teef.

Koopt u elders een pup, dan zult u zelf moeten nagaan of er tests zijn gedaan op erfelijke aandoeningen en de uitslagen moeten bekijken. Daarmee maakt u de kans dat u een pup koopt met een erfelijke aandoening zo klein mogelijk. Van ouderdieren met stamboom kunt u de uitslagen van oogonderzoek en heupdysplasie-onderzoek ook nagaan op de website van de Raad van Beheer.

Van pups met een stamboom heeft u zekerheid over de afkomst van de pup, want sinds juni 2014 moet voor alle rassen voor het afgeven van stamboompapieren een DNA-test op afkomst worden gedaan. Via de website van de rasverenigingen kunt u informatie over pups inwinnen.

Koop geen ‘goedkope’ pups via internet of handelaars die allerlei rassen verkopen of veel nesten tegelijk hebben. Deze zijn vaak niet goed gesocialiseerd, de ouderdieren zijn lang niet altijd getest op erfelijke aandoeningen en u loopt daardoor het risico dat u op termijn alsnog veel geld kwijt bent aan medische kosten of gedragstherapie.

Wilt u een volwassen Engelse Cocker Spaniël aanschaffen dan kunt u op de websites van de rasverenigingen kijken of daar herplaatsers worden aangeboden. U kunt ook terecht bij een asiel.

Maak bij de aanschaf van een pup of oudere hond duidelijke afspraken. Het gebruik van een koopcontract is aan te raden.

Pups geboren na 1 april 2013 of honden afkomstig uit het buitenland moeten verplicht gechipt en geregistreerd zijn door de fokker of importeur. Krijgt u zo’n hond aangeboden die niet gechipt en geregistreerd is, dan houdt de verkoper zich niet aan de wet en kunt u de hond beter niet kopen. Zelf bent u verplicht de registratie binnen twee weken na aanschaf op uw naam te zetten. Meer informatie vindt u op www.chipjedier.nl.

Een Engelse Cocker Spaniël met stamboom kost gemiddeld tussen 750 en 950 euro. Daarnaast bent u geld kwijt aan benodigdheden zoals een mand, een riem, een etensbak en speeltjes. Aan voeding bent u ongeveer vanaf 20 euro per maand kwijt.

De tarieven van de hondenbelasting variëren per gemeente. Denk ook aan de kosten van de puppycursus en vervolgcursussen of hondensport. Trimmen kost zo’n 50 euro per keer, vier tot zes keer per jaar. Houd rekening met dierenartskosten zoals entingen, ontwormen en behandeling tegen vlooien, bij elkaar vanaf ruim 100 euro per jaar. Wilt u de hond laten castreren dan komen daar de operatiekosten bij, voor reuen kost dit gemiddeld zo’n 130 euro, voor teven minstens anderhalf tot tweemaal zoveel. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt. Voor (onverwachte) dierenartskosten kunt u een ziektekostenverzekering afsluiten.

Bijzonderheden

  • Vroeger werd de staart van de Cocker Spaniël gecoupeerd, maar dit is sinds 2001 in Nederland verboden. Ook in België en Duitsland is dit niet toegestaan.
  • In Amerika is uit de Engelse Cocker Spaniël de Amerikaanse Cocker Spaniël ontstaan die vooral op uiterlijk werd gefokt en een langere, dikke vacht, een anders gevormde kop en een zachter karakter heeft.