Sluiten

Overlijden en rouw

Het overlijden van een huisdier is meestal een ingrijpende gebeurtenis. Huisdieren maken vaak deel uit van het gezin en nemen een eigen plaats in. Of uw dier een natuurlijke dood sterft, thuis overlijdt als gevolg van ziekte of een ongeluk, of dat u gekozen heeft voor euthanasie om hem of haar verder lijden te besparen: in alle gevallen kan het verlies van een dier moeilijk zijn voor u en uw gezin.

Behalve dat u waarschijnlijk veel verdriet hebt, zult u ook beslissingen moeten nemen over een aantal praktische zaken. En ook na enige tijd kan het overlijden van een huisdier nog een grote invloed op u hebben: veel mensen maken een rouwproces door dat even echt en even moeilijk kan zijn als bij het verlies van een menselijke vriend.

Dit document gaat in op drie aspecten rondom het overlijden van een huisdier:

  • De praktische zaken en mogelijkheden en hoe u die moet regelen
  • Rouw: welke emoties kunt u tegenkomen, bij uzelf en bij kinderen
  • Wel of geen nieuw dier, en zo ja, wanneer?

Hoe weet u dat uw dier is overleden?

Als u denkt dat uw dier overleden is, kunt u dat zelf op verschillende manieren vaststellen. Een dier is dood als het zich (ook bij duwen tegen het lichaam) niet meer beweegt, het niet meer ademt en er geen hartslag meer te voelen is (hand op borstkas leggen, bij honden en katten vlak achter de voorpoot). Andere tekenen zijn het afwezig zijn van reflexen. Reflexen die u gemakkelijk zelf kunt testen zijn die van het ooglid en het hoornvlies. Als u met uw vinger het ooglid of het hoornvlies van het oog (de oogbol zelf) aanraakt, zal een dier dat nog leeft knipperen. Is uw dier dood, dan vertoont het deze reflexen niet. De hoornvliesreflex is de laatste reflex die bij huisdieren verdwijnt bij het sterven. Overigens blijven bij dode dieren de ogen meestal open. Als u twijfelt of uw dier dood is, dan kunt u dit natuurlijk altijd door een dierenarts laten vaststellen.

Mijn dier is dood. Wat zijn de mogelijkheden met betrekking tot het lichaam van mijn dier?

Als uw dier overleden is of binnenkort zal komen te overlijden, moet u besluiten wat er met uw dier na het overlijden moet gebeuren. Veel mensen vinden een persoonlijk wijze van afscheid nemen steeds belangrijker. Het helpt bovendien bij het verwerken van het verlies. Voor de meeste huisdieren zijn er vier gangbare mogelijkheden:

  • U kunt uw dier laten begraven op een dierenbegraafplaats, eventueel voorafgegaan door een herdenkingsbijeenkomst in een dierenuitvaartcentrum.
  • Ook bestaat de mogelijkheid te kiezen voor een crematie. Uw huisdier wordt dan bij de praktijk of bij u thuis opgehaald en gecremeerd. U mag uw dier ook zelf naar een dierenuitvaartcentrum brengen.
  • Dieren zonder speciale bestemming worden meegenomen voor destructie; uw dier wordt dan samen met andere dieren en slachtafval vermalen en verder verwerkt, en uiteindelijk worden de resten vaak gebruikt om door middel van verbranding energie op te wekken. Als u uw dier voor destructie aanbiedt, kunt u uw dier achterlaten bij de dierenarts, maar u mag het ook naar een gemeentelijk verzamelpunt brengen of laten ophalen door een dierenambulance.
  • In sommige gevallen kunt u uw dier begraven in uw eigen tuin.

U mag uw dier niet in de vuilnisbak of biobak gooien, en ook niet verwerken tot andere producten.

Sinds enige tijd is het, voorlopig in de regio Utrecht, ook mogelijk om uw overleden dier ter beschikking te stellen van de wetenschap. Stichting Proefdiervrij heeft daarvoor het dierdonorcodicil in het leven geroepen. Het lichaam van uw huisdier kan dan via een van de deelnemende dierenartsen aan Universiteit Utrecht worden geschonken. Het codicil hoeft niet vooraf al aangevraagd te worden maar wordt ingevuld bij de dierenarts. Meer informatie hierover leest u op de website van Proefdiervrij.

Een andere mogelijkheid die af en toe wordt gekozen, is om het huisdier te laten opzetten. Daarvoor moet u een preparateur benaderen. Bovendien is het belangrijk dat u het lichaam van het dier kort na de dood verpakt in plastic in de vriezer legt, om het goed te conserveren. Voor sommigen kan het fijn lijken om op die manier het dier bij zich te houden. Wie dit overweegt, moet zich wel goed realiseren dat het opgezette dier dat men terugkrijgt, anders is dan het levende dier dat men zich herinnert. Al is het lichaam nog aanwezig: uw huisdier krijgt u er niet mee terug.

Gelden voor paarden en hobbydieren dezelfde mogelijkheden als voor “gewone” huisdieren?

Paarden mogen niet begraven worden, ook niet op een dierenbegraafplaats; destructie en crematie zijn wel mogelijk. Kiest u voor crematie, dan wordt uw paard in principe individueel gecremeerd. Volgens de wet is voor hobbyvee (zoals varkens, schapen, geiten, runderen, lama’s en herten) uitsluitend destructie toegestaan. Als u uw paard of hobbydier voor destructie aanbiedt, dan komt het destructiebedrijf het dode dier met een speciale vrachtwagen bij u thuis ophalen. Voor hobbydieren en paarden neemt de overheid een deel van de kosten voor haar rekening; de rest moet u zelf betalen.

Ik wil dat mijn dier wordt begraven of gecremeerd, hoe regel ik dat?

Uw dierenarts kan dat voor u regelen, maar u kunt ook zelf contact opnemen met een dierencrematorium of dierenbegraafplaats. Op een dierenbegraafplaats huurt u het graf van uw huisdier voor één jaar of als u dat wilt voor meerdere jaren.

Bij een crematie kunt u ervoor kiezen om het dier tegelijk met andere dieren te laten cremeren, of individueel. Dat laatste is duurder, maar u kunt dan wel de as van uw dier krijgen. Die as kunt u een plekje geven in uw huis, in een urnentuin of –muur, of verstrooien op een voor u of uw dier dierbare plaats. U kunt er ook voor kiezen de as van uw dier door crematoriummedewerkers te laten uitstrooien, waarbij u ook de plaats van uitstrooiing kunt kiezen. Bij een groepscrematie wordt de as van de dieren meestal over zee uitgestrooid.

Er bestaan daarnaast meerdere mogelijkheden om de as van uw dier te verwerken. Zo kunt u de as laten verwerken in aarde waarin men een boom laat groeien, of kunt u de as of een klein deel ervan in een sieraad doen dat u bij zich kunt dragen.

Moet mijn dierenarts mijn wensen uitvoeren?

Als u met de dierenarts heeft afgesproken wat er met het stoffelijk overschot moet gebeuren, mag de dierenarts niet zomaar iets anders doen. Hij mag bijvoorbeeld niet zelf dan nog even een sectie uitvoeren, omdat hij/zij nieuwsgierig is.

Mag ik mijn dier in de tuin begraven?

Dat hangt af van de regels binnen uw gemeente. Op basis van een EU besluit (artikel 14, 29 juni 2005) is begraven in de eigen tuin toegestaan, maar soms stellen gemeentes wel bepaalde voorwaarden. Voorwaarden waaraan in ieder geval moet worden voldaan, zijn dat er voldoende ruimte is en dat het terrein waarop uw dier is begraven uw eigendom is (dus niet de tuin van een huurhuis of in geval van erfpacht). Het kan lastig zijn om informatie hierover te vinden. Bij twijfel kunt u contact opnemen met de gemeente waar u woont.

Waar moet ik op letten als ik mijn dier in de tuin begraaf?

Wanneer u uw dier op eigen terrein wilt begraven, doe dit dan wel diep, dus minstens 1 meter onder de grond. Wikkel het overleden dier in papier of in een linnen tas of leg het in een kartonnen doos. Doe het niet in een plastic zak; dat is niet goed voor het milieu. U kunt op de plaats waar u uw dier begraven heeft een plant, struik of tegel plaatsen, zodat het een herkenbaar plaatsje blijft. Vooral voor kinderen kan dit ritueel - wanneer het samen wordt uitgevoerd - helpen bij het verwerken van hun verdriet. Als u dat prettig vindt, kunt u ook de begrafenis in uw eigen tuin door een dierenuitvaartonderneming laten verzorgen.

Mag ik mijn dier in het park begraven?

Nee, dat mag niet.

Is het raar dat ik een rouwproces doormaak na de dood van een huisdier?

Rouwen is een natuurlijke reactie die noodzakelijk is voor acceptatie en aanpassing aan het verlies van een huisdier. Emoties die bij het verlies van een huisdier vaak gevoeld worden zijn droefheid, leegheid en pijn. De pijn die u voelt na het overlijden van uw dier, is de prijs die u betaalt voor de liefde die u en uw huisdier met elkaar gedeeld hebben. De periode na het overlijden van een huisdier is een tijd van huilen, verdriet, rouwen, treuren en depressie. Symptomen van depressie die u kunt ondervinden zijn verlies van eetlust, slapeloosheid en loomheid. Het is dus niet raar om na de dood van uw huisdier te rouwen.

Kun je om alle dieren rouwen?

Mensen rouwen om alle soorten huisdieren waaraan zij gehecht zijn. Als ze een band gevormd hebben met een konijn of een vogel rouwen ze op een zelfde manier om deze dieren als bij een hond of kat. Het is dus niet zo zeer de vraag wat voor soort dier het is, maar eerder of er een band gevormd is met het dier.

Hoe ziet het rouwproces er uit?

Het rouwproces is voor ieder individu uniek. Wel kan het rouwproces grofweg onderverdeeld worden in vier stadia: anticipatie, crisis, beproeving en acceptatie. Niet iedereen doorloopt deze stadia op dezelfde wijze; er zijn grote individuele verschillen. De ene persoon doet er bijvoorbeeld langer over dan de ander. Soms lopen de diverse stadia door elkaar heen of treedt een terugval op naar een voorafgaand stadium. Er is geen goede of verkeerde manier om te rouwen.

Wat gebeurt er tijdens het eerste stadium, anticipatie, van het rouwproces?

Dit stadium begint eigenlijk al op het moment waarop duidelijk wordt dat uw dier moet inslapen. De mededeling van de dierenarts dat er niets meer voor uw dier gedaan kan worden, kan een grote schok zijn voor u. Mogelijk kunt u dat wat de dierenarts u vertelt niet zo snel bevatten en kunt u onmogelijk geloven dat het dier er binnenkort niet meer zal zijn. In dit stadium kan ook ontkenning optreden. U begrijpt wel dat uw dier niet lang meer te leven heeft, maar misschien kunt u dit overweldigende nieuws niet aan. In zo’n geval kan het een goede zaak zijn nog wat tijd door te brengen samen met het dier. Deze periode kan dan dienen als een soort afscheidsritueel om aan het idee te wennen. Een andere reactie op het slechte nieuws kan overcompensatie zijn. In dat geval gaat u uw huisdier extra verwennen in de tijd die het dier nog rest.

Natuurlijk is lang niet altijd vooraf al duidelijk dat uw dier binnen afzienbare tijd zal overlijden en kan het ook totaal onverwacht of binnen zeer korte tijd gebeuren. In dat geval treedt het stadium van anticipatie niet of nauwelijks op.

Wat maak ik door tijdens het tweede stadium, crisis, van het rouwproces?

Wanneer het dier is geëuthanaseerd of een natuurlijke dood gestorven is, kunt u zo over uw toeren zijn dat u praktisch in een shocktoestand raakt. Deze toestand gaat gepaard met gevoelens van ongeloof, verdoving en desoriëntatie. Oprecht en intens verdriet kunnen u overspoelen. Het is dan ook verstandig om, als uw dier geëuthanaseerd zal gaan worden, iemand mee te nemen naar de dierenartsenpraktijk. Zelf achter het stuur gaan zitten na dit emotionele gebeuren is niet verstandig.

De gevoelens van oprecht en intens verdriet, maar ook van boosheid en ongeloof zijn zeker niet raar en, hoe gek dat misschien ook klinkt, niet bijzonder. Uit een onderzoek naar reacties na euthanasie van een huisdier blijkt dat in de eerste week na de euthanasie 17% van de eigenaren een gevoel van ongeloof heeft, 16% voelt (ook) boosheid en 95% voelt droefheid. Meer dan de helft (56%) is na euthanasie echter (ook) opgelucht dat er een einde is gekomen aan het lijden van het dier. Tussen vijf weken en een jaar na de euthanasie kan 5% het nog niet geloven dat het huisdier er niet meer is, 56% is nog bedroefd en 7% is nog boos. Het is aannemelijk dat dergelijke cijfers ook in gelden nadat een huisdier op een andere manier overlijdt. Voelt u na enkele weken of maanden dergelijke gevoelens ook nog, dan is dat niet raar en wil het zeker niet zeggen dat er iets mis is met u. Hoe lang het crisisstadium duurt, verschilt namelijk van mens tot mens. De ene eigenaar is na een paar minuten alweer op de been, de andere doet er langer over. Het is hierbij belangrijk dat u er de tijd voor neemt om afscheid te nemen om zodoende het proces van het samenleven met een trouwe metgezel goed te kunnen afsluiten.

Wat houdt het derde stadium, beproeving, in?

De euthanasie of het op natuurlijke wijze overlijden van een huisdier kan ook een behoorlijke impact op het dagelijkse leven hebben. U kunt last krijgen van slapeloosheid , verminderde eetlust , vermoeidheid (10%) en/of concentratieproblemen, zowel op werk als thuis. U kunt overwegen om één of twee dagen ziekteverlof op te nemen. Ook daarin bent u niet alleen: ongeveer 8% van de huisdiereigenaren neemt na zo’n ingrijpende gebeurtenis één of twee dagen ziekteverlof op. Wellicht vindt u het moeilijk om te functioneren en stelt u normale activiteiten uit of past u ze aan.

In dit stadium kunt u ook te maken krijgen met allerlei schuldgevoelens. Was uw dier misschien nog te redden geweest als u er eerder mee naar de dierenarts was gegaan? Had u misschien toch schuld aan het ongeluk, als gevolg waarvan uw huisdier uiteindelijk moest worden geëuthanaseerd? Het kan ook voorkomen dat u een bezoek aan de dierenarts lang hebt uitgesteld, uit angst dat uw huisdier geëuthanaseerd zou moeten worden. Daardoor kunt u last krijgen van het schuldgevoel dat u uw dier onnodig lang hebt laten lijden. Uit onderzoek blijkt dat tijdens de eerste week na de euthanasie van een huisdier 21% van de huisdiereigenaren met dergelijke schuldgevoelens kampt. Vijf weken tot een jaar na het verlies is dit nog 8%.

Vaak zeggen eigenaren in dit stadium dat ze hun dier bijvoorbeeld nog horen blaffen of met zijn nagels over het parket horen krassen. De eigenaar beseft wel degelijk dat het dier dood is, maar toch heeft hij/zij deze ‘hallucinaties’ of ‘waanvoorstellingen’. Ook dit is een heel normaal onderdeel van het rouwproces. Meestal gaan deze gewaarwordingen na een aantal dagen of weken vanzelf over.

In deze periode kunt u neerslachtig of depressief zijn. Onder een depressie verstaan we: nergens meer zin in hebben, ook niet in dingen waar u voorheen veel plezier aan beleefde. De eerste week na de dood van een huisdier is 7% van de eigenaren depressief; vier weken tot een jaar later is dit nog 5%. In de meeste gevallen wordt een depressie beïnvloed door andere stressvolle gebeurtenissen, zoals het overlijden van nog een huisdier, of het feit dat het dier voor de eigenaar een bijzondere betekenis had (bijvoorbeeld herinnering aan een overleden persoon).

Wanneer u in uw omgeving uw verhaal kwijt kunt, is dat een enorme steun. Wist u dat de overgrote meerderheid graag met (begripvolle) familieleden of vrienden wil praten over het overlijden van hun huisdier? Als u diezelfde behoefte voelt, is dat dus helemaal niet gek.

Wat gebeurt er in het laatste stadium, acceptatie, met mij?

In het laatste stadium van het rouwproces rondt u de verwerking van het verlies van uw huisdier af. Wellicht staat u weer open voor de mogelijkheid om een nieuw huisdier te nemen of besluit u juist om geen nieuw dier te nemen omdat het niet meer past in uw leven. Overigens heeft een maand tot een jaar na het verlies van hun huisdier 72% een nieuw dier aangeschaft.

Voordat het eindstadium van de acceptatie is bereikt, gaat er gemiddeld 8,5 maand voorbij. Dit is een gemiddelde voor Nederlandse katten- en hondenbezitters. In de praktijk doen mensen er soms korter en soms (veel) langer over. Hoe lang het rouwproces - de tijd die nodig is om zonder al te emotioneel te worden, te kunnen praten over het overleden huisdier en naar foto’s van het dier te kijken - mag duren is niet aan te geven. Probeer het proces niet te forceren door u zelf druk op te leggen. En realiseer u: ‘verwerkt’ wil niet zeggen, dat u uw dier niet meer mag missen en het vergeten moet zijn; het betekent wél dat u zich er bij neergelegd hebt dat uw dier niet meer bij u is en dat u uw emoties in de hand hebt als het over uw huisdier gaat.

Wanneer ben ik hersteld van het overlijden van mijn dier?

Een tijdsmaat voor herstel is niet aan te geven. Wel is het zo dat met het verstrijken van de tijd de mate van het verdriet afneemt. Dat is ook het signaal dat u op de weg naar herstel bent. Herstel begint wanneer de gedachten aan uw dier van de voorgrond naar de achtergrond verdwijnen en u aan uw dier kunt denken zonder pijn. U kunt herinneringen ophalen, naar foto’s kijken, over uw huisdier praten, terwijl de pijn minder en minder wordt. Maar natuurlijk blijven er ook momenten waarop het verdriet weer opspeelt.

Alleen lukt het me niet om dit proces af te ronden. Wie kan mij helpen?

Het kan gebeuren dat u komt vast te zitten in een van de stadia van het rouwproces. Misschien blijft u bijvoorbeeld twijfelen of u wel de juiste beslissing hebt genomen. In dergelijke gevallen kunt u nog eens een gesprek met de dierenarts aangaan waarin u nogmaals alles wordt uitgelegd. Ook uw huisarts kan een luisterend oor bieden. Kunnen zij u niet verder helpen, dan kunnen zij een doorverwijzing voorstellen naar een deskundige, zoals een psycholoog, die opgeleid is om mensen in deze situatie te helpen.

Kinderen en het overlijden van een huisdier

Voor veel kinderen zijn huisdieren heel belangrijk. Onderzoek toont aan dat 80% van de kinderen met hun problemen naar hun huisdier toegaan. Het zijn hun maatjes, vriendjes waar ze lief en leed meedelen, die ze kunnen knuffelen als ze behoefte hebben aan warmte en geborgenheid. Dieren bieden een “luisterend oor”. Bovendien veroordelen ze je niet. Daarom is de dood van een huisdier dan ook voor de meeste kinderen een verdrietige gebeurtenis. Zeker als uw kind een sterke band met het dier heeft, dan kan het niet anders dan dat er een rouwproces plaatsvindt op het moment dat het dier overlijdt.

Wie is voor uw kind van belang als het huisdier is overleden?

Vaak is de dood van een huisdier de eerste keer dat een kind met de dood te maken krijgt. Hoe ermee wordt omgegaan is vaak bepalend hoe kinderen in hun latere leven met de dood omgaan. De ouders en familie, de mensen in de dierenartsenpraktijk en de leerkrachten op school spelen hier allemaal hun rol in.

Hoe kunt u uw kind helpen bij zijn/haar verdriet?

Uw kind kan het verdriet om het verlies van zijn/haar huisdier sneller verwerken als er iets met het verdriet gedaan wordt. Het allerbelangrijkste daarbij is openheid. Als u uw kind op een voor hem/haar begrijpelijke manier uitlegt wat er aan de hand is, gaat het er veel beter mee om dan de meeste volwassenen. Voor kinderen hoort de dood bij het leven. Uw kind moet begrijpen dat het verdrietig mag zijn en mag huilen. Op deze manier verwerkt het zijn/haar verdriet veel beter. Door er samen met uw kind over te praten, er samen een boek over lezen of uw kind een tekening of een plakboek te laten maken, helpt u uw kind bij het verwerken van het verdriet. Maar er zijn nog talloze andere manieren om dit vorm te geven; kijkt u wat het beste bij uw kind past.

Het kan zijn dat uw kind tijdens het rouwproces boos wordt, op u omdat het dier dood is gegaan of op de dierenarts omdat hij het dier niet beter heeft gemaakt. Dit is een normaal onderdeel van het rouwproces. Geef uw kind de ruimte om boos te zijn.

Tips om uw kind met zijn/haar verdriet te helpen:

  • Wees open en eerlijk. Afscheid nemen van een geliefd huisdier is verdrietig. Laat uw kind zijn/haar gevoelens uiten.
  • Gebruik begrijpelijke taal. Woorden als “euthanasie”, “in laten slapen” en “een spuitje geven” werken alleen maar verwarrend. Als een dier geëuthanaseerd wordt is het beter om te spreken van “helpen met dood gaan”.
  • Snel een ander dier nemen als vervanging van het oude dier is geen goed idee. Een dier kun je niet vervangen, ieder dier is een uniek individu.
  • Er zijn goede en informatieve boeken over de dood van een dier verkrijgbaar. Deze boeken maken het onderwerp bespreekbaar.
  • Doe iets met het verdriet. Maak een tekening, plakboek of een mooi verhaal. U kunt ook samen met uw kind een boom planten of een ander aandenken ter ere van het dier maken.

Welke hulpmiddelen zijn er om de dood van het huisdier bespreekbaar te maken?

Als u het lastig vindt om met uw kind over de dood van uw dier te praten, dan kunt u samen een boekje lezen dat over dit thema gaat. Er zijn voor kinderen van verschillende leeftijden diverse goede boeken op de markt, bijvoorbeeld:

  • “Dag muisje”, Robie H. Harris; vanaf ca. 2 jaar
  • “Dat is heel wat voor een kat”, Judith Viorst; vanaf ca. 4 jaar
  • “Vier bevertjes en een kastanje”, Michael Dudok de Wit; vanaf ca. 4 jaar
  • “Mathilde”, J. de Kinder; vanaf ca. 4 jaar
  • “Kikker en het vogeltje”, Max Velthuijs; vanaf ca. 5 jaar
  • “Derk Das blijft altijd bij ons”, Susan Varley; vanaf ca. 5 jaar
  • “Mijn poes Mabel”, J. Wilson; vanaf ca. 8 jaar

Een nieuw huisdier?

Na het overlijden van een huisdier is er ook de vraag: en nu? Komt er, op termijn, een nieuw huisdier? Of moet u er niet aan denken, omdat een nieuw dier nooit het overleden dier kan vervangen? Het is ook mogelijk dat u het om praktische redenen beter vindt om geen nieuw dier te nemen, of juist dat er wél een nieuw dier moet komen.

Mijn dier zal worden geëuthanaseerd en ik zie erg op tegen het gemis. Kan ik alvast een nieuw huisdier aanschaffen?

Als u erg opziet tegen het gemis van uw dier, is het wellicht een oplossing om al een ander dier in huis te nemen voordat de euthanasie plaatsvindt. Houd er echter rekening mee dat niet ieder dier het leuk vindt om een jonger maatje in huis te krijgen.

Mijn dier is overleden en ik wil geen nieuw dier meer. Hoe ligt dat bij andere mensen?

In de periode van actief verdriet waarin de emoties hoog oplopen, zullen velen die hun huisdier hebben verloren, verklaren nooit meer een ander te zullen nemen. De praktijk leert echter dat in zeven van de tien gevallen mensen toch weer een nieuw huisdier aanschaffen en bovendien binnen een jaar nadat het vorige dier is gestorven.

Helpt een nieuw huisdier mij bij mijn verdriet?

Emoties wegstoppen door energie en liefde in een ander huisdier te investeren, doet niet het verdriet verdwijnen. Het schuift deze emoties alleen naar de achtergrond en vertraagt het rouwproces. Verkeerde redenen voor het aanschaffen van een nieuw huisdier zijn: het voorkomen van het voelen van rouw, het laten verdwijnen van schuldgevoelens en het behagen van andere familieleden.

Neemt u vooral rustig de tijd om na te denken of u een nieuw huisdier wilt. Ga daarbij na wat voor dier het beste past bij uw leefomstandigheden. Houd er rekening mee dat een nieuw gezelschapsdier in principe voor langere tijd zal blijven.

Mijn dier is overleden en nu wil ik een nieuw dier. Hoe lang moet ik daarmee wachten?

Als het verdriet afneemt, wordt de blik weer op de toekomst gericht en dat betekent dat er nieuwe interesses ontstaan. Gesterkt door het leerproces, wat het rouwproces in feite ook is, wordt de oude routine opgepakt en voor veel mensen hoort daar een nieuw huisdier bij.

Als u een nieuw huisdier wilt, kunt u beter niet overhaast reageren om de leegte die uw vorige dier achterliet in te vullen. Het is beter om een bepaalde periode te wachten voordat u een nieuw huisdier aanschaft. Het nieuwe dier kan namelijk nooit het oude vervangen, ook niet als het dezelfde soort, ras en geslacht is. U kunt natuurlijk wel een nieuwe band vormen met een ander dier, maar deze nieuwe band kan nooit dat wat verloren is vervangen. Ieder dier heeft zijn eigen, onvervangbare karakter en bijzondere eigenschappen.

Wat als mijn andere huisdier zijn maatje mist?

Er zijn situaties waarin het verstandig is om niet te lang te wachten met het aanschaffen van een nieuw huisdier. Als u twee echte groepsdieren bij elkaar had zitten, dan kan het zijn dat het overgebleven dier zijn of haar gezelschap erg mist. In dat geval moet u ook rekening houden met het welzijn van het achtergebleven dier en is het misschien beter om eerder op zoek te gaan naar een nieuwe levensgezel voor hem of haar. Houd er wel rekening mee dat u vaak niet zomaar een nieuw dier bij uw overgebleven dier kunt zetten: ze moeten een goede combinatie vormen en vaak langzaam aan elkaar kunnen wennen. Een jong dier bij een wat ouder dier zetten is niet altijd een succes, dus het kan zinvol zijn om te zoeken naar een volwassen dier, bijvoorbeeld in een asiel of opvang. Misschien voelt u zich schuldig tegenover het overleden dier als u al vrij snel op zoek gaat naar een nieuw dier. Bedenk dan dat de komst van het nieuwe dier niets afdoet aan wat u voor het overleden dier voelde, en dat u zo voorkomt dat zijn overgebleven maatje zich lange tijd eenzaam voelt.

Wat doe ik als ik één groepsdier overhoud, maar geen nieuw dier meer wil?

Vaak komt er uiteindelijk een moment dat u wilt stoppen met huisdieren of met een bepaalde huisdiersoort.  Heeft u groepsdieren dan ontstaat de situatie dat als een van beide overlijdt, de ander alleen zit. Hoe u hiermee omgaat, moet u goed overwegen. Heeft u de indruk dat het dier zich in zijn eentje ook goed redt, heeft u ruim voldoende tijd om hem of haar extra aandacht te geven en is het dier al wat op leeftijd, dan kunt u overwegen het dier te houden tot zijn tijd gekomen is. Maar heeft het dier nog vele jaren te gaan of merkt u dat dit dier eenzaam is, lusteloos en inactief wordt of misschien zelfs slechter gaat eten en een ongezonde indruk maakt, dan kan het beter zijn om het dier te herplaatsen. U kunt zelf proberen een tehuis te vinden waar uw dier weer samen kan zijn met een soortgenoot die bij hem past, of u kunt uw dier afstaan aan een opvang die een nieuw adres bij een soortgenoot zoekt. Het is voor veel mensen moeilijk om afstand te doen van een dier, maar bedenk dat u het dier in dit geval juist daardoor weer de kans biedt op een fijn leven met een maatje.

Ik ben al op leeftijd en ik twijfel over een nieuw huisdier. Waar doe ik verstandig aan?

Oudere mensen vinden hun eigen leeftijd soms een argument om maar niet meer aan een nieuw huisdier te beginnen. Een huisdier geeft natuurlijk verplichtingen zoals voeding, verzorging en - afhankelijk van de diersoort - uitlaten. Aan de andere kant geven huisdieren ook erg veel afleiding. Zij vragen om aandacht en kunnen u met andere mensen in contact brengen, bijvoorbeeld als u uw dier uitlaat, als u een tentoonstelling bezoekt of als u lid bent van een vereniging. Daarom kan de komst van een huisdier juist heel positief uitpakken. Wel is het verstandig om van tevoren te bekijken of een huisdier mee mag naar een bejaardentehuis. Ook kunt u met familieleden de mogelijkheid bespreken dat zij de verzorging van het dier overnemen, als u dat niet meer kunt opbrengen.