Huisvesting van konijnen – tips en advies
Een goed verblijf voor konijnen moet aan drie basisvoorwaarden voldoen:
- er moet gezelschap zijn van ten minste één ander konijn;
- er moet genoeg ruimte zijn om veel te bewegen;
- de konijnen moeten er veilig zijn en zich veilig voelen.
In de Huisdierenbijsluiter van het konijn vindt u de belangrijkste zaken over konijnenhuisvesting en maattabellen. In dit artikel vindt u extra tips en adviezen, bijvoorbeeld over hoe u een geschikt verblijf kunt maken, over inrichting en waar u op moet letten.
Waarom is beweging belangrijk voor konijnen?
Een konijnenverblijf moet zo ruim mogelijk zijn, want bewegen is belangrijk voor de gezondheid van konijnen. Een konijn dat veel kan bewegen, blijft fitter en voelt zich beter. In de natuur hebben konijnen een groot gebied waarin ze actief kunnen zijn.
Konijnen die te weinig beweging krijgen, kunnen geen goede spieren ontwikkelen, geen conditie opbouwen, dik worden, darmproblemen krijgen of problemen krijgen met hun voetzolen. Ook kunnen ze stereotiep gedrag gaan vertonen. Dat is gedrag dat steeds herhaald wordt maar geen nuttige functie heeft, zoals bijten op de tralies.
De richtlijnen in de Huisdierenbijsluiter Konijn zijn zo opgesteld dat konijnen de ruimte hebben om dagelijks te bewegen, wat rond te rennen en sprongen te maken. Groter is daarbij altijd beter.
Hoe vind ik een voldoende groot verblijf voor mijn konijnen?
Het kan lastig zijn om een verblijf te vinden dat groot genoeg is om aan de richtlijnen te voldoen en uw konijnen genoeg ruimte te geven. Veel verblijven die worden aangeboden voor konijnen zijn te klein. Er zijn allerlei mogelijkheden om dit op te lossen.
Binnenverblijf
Een verblijf voor binnen kan bestaan uit:
- alleen een grote losloopruimte met inrichting, zodat de konijnen altijd veel kunnen bewegen.
- een voldoende groot basisverblijf met daarnaast een losloopruimte waar ze liefst zeker vijf tot zes uur per dag kunnen rondrennen in de ochtend en namiddag/avond.
De losloopruimte kan een afgescheiden deel van de kamer zijn, de hele kamer (die dan konijnveilig gemaakt moet zijn!) of een aparte, veilige konijnenkamer. De losloopruimte kunt u afzetten met renhekken.
Voor een basisverblijf zijn er meerdere keuzes:
- Het basisverblijf kan uit een ren bestaan. Dit is een praktische oplossing en is bovendien flexibel.
Voorbeeld van een ren als basisverblijf - Er bestaan systemen waarbij kooien of delen ervan gekoppeld kunnen worden, voor dwergkonijnen kan dit soms een oplossing zijn als basisverblijf. Voor grotere konijnen zijn kooien vaak te klein en te laag.
- Aan een groot formaat traliekooi kunnen renhekken gekoppeld worden om meer ruimte te maken in een basisverblijf. Voor niet te grote konijnen kan dit goed werken, voor grote konijnen is een traliekooi vaak te laag. Let op deze aandachtspunten:
- Haal het deurtje uit de kooi zodat de dieren gemakkelijk en veilig in en uit de kooi kunnen springen. Het veiligste is dan om een bruggetje over de opening te maken, zodat de konijnen niet met hun poten kunnen blijven haken aan de overgebleven, onderste tralie. Scherm anders de onderste tralie af. Soms is het mogelijk om een hele zijkant op te klappen.
- Zorg ervoor dat de konijnen niet op het hok kunnen springen en dan met hun poten tussen de tralies komen.
- Hokken die bedoeld zijn voor buiten kunnen soms ook binnen een oplossing zijn als basisverblijf, eventueel aangevuld met een paar renhekken om de ruimte groter te maken.
Vergeet niet dat er, behalve een basisverblijf, altijd een grote losloopruimte moet zijn!
Buitenverblijf
Een buitenverblijf bestaat altijd uit een nachthok en een losloopruimte. Hebben de konijnen niet altijd toegang tot de losloopruimte, dan moet er bovendien een uitloop aan het nachthok zijn om in te bewegen op de momenten dat de losloopruimte niet beschikbaar is.
- Een hok met een rennetje dat eigenlijk is bedoeld voor kippen, maar dat u zelf wat aanpast, kan voor kleinere konijnen soms een oplossing zijn als nachthok met uitloop. Let op dat de ingang van het hok niet te hoog mag zijn, want dan komen oudere konijnen of konijnen met gewrichtsproblemen hier niet gemakkelijk in.
- Voor grote (maar ook voor kleinere) konijnen zijn houten schuurtjes vaak prima om te bouwen tot nachtverblijf.
- Helemaal zelf een hok bouwen is ook mogelijk, dan kunt u het hok precies op maat maken.
- De losloopruimte kunt u maken van renhekken en van boven afdekken met gaas, maar u kunt ook een grote volière gebruiken.
- Via internet kunt u ook grote verblijven vinden die u op maat kunt laten maken.
Ligt uw losloopruimte niet direct naast het basisverblijf, dan kunt u een verbinding maken via een tunnelbuis. Zo kunnen de konijnen zelf lopen en hoeft u hen niet te tillen.
Tips voor een buitenverblijf voor konijnen
Hieronder vindt u handige tips en adviezen voor een buitenverblijf voor konijnen.
Een schuur gebruiken
Een schuur kan dienen als nachthok bij een verblijf met altijd toegang tot de losloopruimte (bijvoorbeeld voor grote konijnen voor wie veel nachthokken te krap zijn). Hebben de konijnen niet altijd toegang tot de losloopruimte, dan kan een schuur soms ook gebruikt worden als nachthok plus uitloop. De schut moet dan wel groot genoeg zijn zodat de konijnen ook echt kunnen rondlopen (dit is dus afhankelijk van de maat van de schuur en het formaat van de konijnen).
Gebruikt u een grotere schuur als nachthok plus uitloop, zet dan in de schuur goede schuilhokken neer waar de dieren beschut en warm zitten. Zorg er dan ook voor dat er daglicht is in het uitloopgedeelte in de schuur. Zie voor tips en voorbeelden ook de RWAF website (Engelstalig).
Bescherming van de konijnen tegen kou en hitte
Gebruikt u een houten schuur als deel van uw konijnenverblijf of bouwt u zelf een hok, dan kunt u dat het beste isoleren door een tweede binnenwandje te plaatsen.
Zorg dat er geen koude wind in het nachthok kan blazen. Konijnen kunnen vaak leren een kattenluikje te gebruiken, zo is de ingang goed beschermd tegen wind en regen. Kies een licht en voldoende groot luikje, houd rekening met hun oren!
Plaats het nachthok altijd wat boven de grond tegen optrekkende kou. Bovendien blijft het dan beter droog als het regent of bij sneeuw.
Konijnen raken snel oververhit, dus zet het konijnenverblijf niet op een betegeld, zonnig terras omdat dit in de zomer flink zal opwarmen. Natuurlijke schaduw van bomen en struiken en een ondergrond van tenminste deels gras werkt het meest verkoelend, maar let wel op dat er geen giftige bladeren in hok en losloopruimte kunnen waaien. Een alternatief is om te zorgen voor een flink schaduwdoek of een grote, stevige parasol die u kunt laten staan, ook als u er niet bij bent.
Eventueel is het ook mogelijk om te zorgen voor een vorstvrije en ook bij warmte relatief koel blijvende schuilplek in de vorm van een verblijf met ondergrondse burchten die goed geïsoleerd zijn door een bodemlaag. Zorg wel dat u de dieren daar kunt bereiken en controleren.
Ventilatie in het nachthok
Ventilatie is in elk nachthok belangrijk. Vochtige lucht of damp van urine blijft gemakkelijk hangen en kan gezondheidsproblemen veroorzaken. Daarnaast wordt het in de zomer snel te warm als er geen luchtstroom is. Maak een aparte luchtinlaat en luchtuitlaat, zodat er een luchtstroom kan ontstaan. Dit kan door gewoon gaten te maken, maar ook door het plaatsen van ventilatieroosters. Een voordeel van roosters is dat u daarmee vaak de luchtstroom nog wat kunt regelen en richten.
Plaats de uitlaat vlak onder het dak en de inlaat een stukje lager, maar nog wel hoog genoeg zodat de konijnen niet op de tocht zitten, dus altijd hoger dan de konijnen. Plaats ze in twee tegenover elkaar liggende zijden van het hok voor een goede luchtstroom.
In een grotere schuur kunt u ook ramen van stevig gaas maken in plaats van glas zodat er zowel daglicht als goede ventilatie is. Op warme dagen kan er zo ook veel frisse lucht in het hok komen. Maak de gaas-ramen liefst zo dat u ze deels af kunt sluiten als het ’s winters erg koud is. Sluit echter nooit de ventilatie te veel af: konijnen kunnen beter tegen kou dan tegen vocht en urine-damp. Bij ramen van glas is het belangrijk dat ze open kunnen. Zorg dat het niet kan inregenen.
De losloopruimte veilig houden voor buitenkonijnen
Let erop dat de losloopruimte veilig is en blijft. Zorg dat de konijnen er niet uit kunnen ontsnappen en dat roofdieren (zoals roofvogels, marters en vossen, maar ook honden en katten) er niet in kunnen komen. Meer hierover leest u in de Huisdierenbijsluiter Konijn. Controleer regelmatig hekken en gaas op gaten of slijtage, kijk of er nergens aan geknaagd is en check of de konijnen pogingen hebben gedaan zich uit te graven.
Pas op dat er geen giftige planten in of naast de losloopruimte staan. Houd ook rekening met blad dat in de losloopruimte zou kunnen vallen of waaien. Staat de losloopruimte bij de grens tussen uw tuin en die van buren? Dan kunnen ook planten van die buren een probleem vormen. Snoeiafval van buren dat in uw tuin belandt, kan bijvoorbeeld giftig zijn. Overleg dat met uw buren zodat zij daar rekening mee kunnen houden als ze gaan snoeien.
Kan ik konijnen los in de tuin laten lopen?
Als u een goed afgesloten tuin heeft, is het in theorie mogelijk om de konijnen daar los te laten lopen. Toch is dat om meerdere redenen vaak geen goed idee:
- Veel planten in een tuin zijn ongezond of giftig voor konijnen. U zou dus precies moeten weten wat er in uw tuin groeit en of dat schadelijk kan zijn. Houd er rekening mee dat tamme konijnen (in tegenstelling tot wilde konijnen) doorgaans geen onderscheid maken tussen giftige of eetbare planten. Ook hier geldt: planten in de tuin van uw buren kunnen ook een gevaar vormen!
- Uw tuin is niet overdekt, wat betekent dat roofvogels en ook andere roofdieren zoals katten, honden of marters in de tuin kunnen komen om uw konijnen aan te vallen.
- Konijnen kunnen door kleine openingen en bovendien graven ze flinke tunnels, er bestaat dus een kans op ontsnappen.
- Het kan lastig zijn de konijnen te pakken te krijgen als dat eens nodig mocht zijn.
Wilt u de konijnen laten rondlopen in uw tuin, dan kan een systeem van (gaas-)tunnels en hokken/rennen die u aan elkaar verbindt een veilig oplossing zijn.
Tips voor een binnenverblijf voor konijnen
Hieronder vindt u handige tips en adviezen voor een binnenverblijf voor konijnen.
De konijnen apart kunnen zetten
Het is handig als u de mogelijkheid heeft om een van de konijnen apart te zetten in geval van bijvoorbeeld ziekte. Bij een ren kunt u met wat extra hekjes een deel afscheiden van de rest. Dit kan ook handig zijn als een van de konijnen fel is op zijn voer; u kunt dan tijdens het voeren de dieren even van elkaar scheiden door het tussenhekje dicht te doen. Let wel op dat er genoeg ren- en speelruimte overblijft.

In deze zelfgemaakte ren, die dient als basisverblijf, is mogelijkheid om een deel af te scheiden.
Fijne ligplaatsen
Bij een binnenverblijf dat helemaal of grotendeels bestaat uit een ren met bijvoorbeeld een ondergrond van vinyl kan het fijn zijn wat extra ligplaatsen te maken met bijvoorbeeld matjes of een grote bak met hooi. Pas wel op dat de konijnen niet aan de matjes eten, want dat kan verstopping veroorzaken.

De plek van het verblijf
Zet het verblijf liefst langs een muur of in een hoek, zodat er altijd minstens een kant goed beschut is. Dat geeft de konijnen een veiliger gevoel dan een ruimte die van alle kanten open is. Zet het verblijf niet in de zon, naast een verwarming of naast apparaten die geluid maken zoals een stereo of televisie.
Toegang tot voer, drinken en toiletbakken
Maakt u gebruik van een hok als onderdeel van uw binnenverblijf? Zorg er dan voor dat niet alle toiletbakken, voerbakken en drinkbakken in het hok staan als dat hok een smalle ingang heeft. Een van de konijnen zou anders de toegang tot die zaken voor het andere konijn kunnen blokkeren.
Zonwering
Heeft u een speciale konijnenkamer, denk dan aan goede zonwering omdat het anders snel kan opwarmen in de zomer. Zorg bovendien voor voldoende frisse lucht, bijvoorbeeld via een ventilatierooster, maar pas uiteraard op voor tocht. Dit geldt overigens ook als de konijnen in de huiskamer wonen, maar een kleinere konijnenkamer met dichte deur wordt nog sneller warm.
Konijnen los in huis: hoe blijft het veilig?
Uw konijnen los laten lopen in huis is mogelijk en geeft hen veel ruimte. U moet er wel voor zorgen dat dit veilig is voor de konijnen. Bovendien zullen ze haar, hooi en af en toe keutels achterlaten in huis, houd daar rekening mee. Denk er ook aan dat u geen garantie heeft dat de konijnen uw meubels en andere spullen met rust zullen laten.
Kijk heel goed waar mogelijke risico’s kunnen ontstaan. Denk aan de volgende zaken:
- Elektriciteitskabels leveren gevaar op: werk ze bijvoorbeeld weg in kabelgoten, want u kunt uw konijnen niet afleren eraan te knagen en als u even niet oplet, kunt u te laat zijn! Denk daarbij ook aan laadkabeltjes van bijvoorbeeld telefoons: laat ze niet over of kort boven de vloer hangen.
- Houd giftige planten buiten het bereik van uw konijnen: denk bijvoorbeeld aan populaire kamerplanten als de Ficus, Dieffenbachia, Dracaena, Aloe vera, Azalea, Cyclamen en bolgewassen als Narcis en Amaryllis. Zet ze beter niet neer in de kamer waar de konijnen lopen, want ook afgevallen bladeren kunnen een risico vormen. Zie ook het artikel ‘Vergiftiging bij huisdieren’ op licg.nl.
- Houd er rekening mee dat konijnen op stoelen, banken en andere meubels kunnen springen en dan misschien bij gevaarlijke dingen of op gevaarlijke plekken kunnen komen.

Op de rugleuning van de bank

Via de ton met houtkorrels en de afvalbak op de wasmachine geklommen
- Laat loslopende konijnen nooit alleen met andere loslopende of rondvliegende huisdieren. Huisdieren zoals hond of kat kunnen uw konijnen als prooi zien, zeker als een konijn ineens begint te rennen. Papegaaien kunnen met hun scherpe snavel de konijnen verwonden.
- Krijgt u bezoek, dan kan het verstandig zijn de konijnen in een ren of een afgezet deel van de kamer te zetten. Kleine kinderen, maar ook volwassenen die geen konijnen gewend zijn, kunnen over de konijnen struikelen of op hen trappen.
- Laat geen spullen onbeheerd op de vloer staan of op andere plekken waar konijnen bij kunnen komen. De konijnen kunnen eraan gaan knagen en dat kan een risico zijn voor uw spullen en voor de konijnen.

Niet op de bank laten liggen…
- Pas op met deuren. Doe deuren voorzichtig open als u de kamer inkomt en voorkom op dat konijnen tussen de deur komen als u die dicht doet. Wilt u een buitendeur openen, let dan eerst goed op of er geen konijn kan ontsnappen. Maak eventueel een laag hekje waar u zelf overheen kunt stappen maar dat de konijnen even ervan kan weerhouden om meteen met u mee te lopen (maar denk eraan dat ze daar in tweede instantie waarschijnlijk eenvoudig overheen springen!).
- Zorg dat een haard en kaarsen buiten bereik van uw konijnen staan.
Een aandachtspunt is ook de ondergrond waarop de konijnen lopen. Laminaat en andere harde vloeren zijn vaak glad. De konijnen kunnen dan niet gemakkelijk lopen en kunnen zich pijn doen als ze rennen of springen en uitglijden. Heeft u zo’n vloer, leg dan liever een paar kleden neer (met antislip-onderlaag) zodat de konijnen daar meer grip hebben.
Binnen levende konijnen bij mooi weer naar buiten laten
Als uw konijnen binnen leven, is het mogelijk om hen in de warmere helft van het jaar de mogelijkheid te geven om ook buiten te lopen. Dat kan bijvoorbeeld in een tijdelijke ren die u daarvoor opbouwt. Buitenlucht en wat direct zonlicht is goed voor de konijnen en ze vinden het vaak leuk om een nieuwe omgeving te kunnen verkennen. Let wel op de volgende punten:
- Laat de konijnen alleen naar buiten als het verschil in temperatuur met binnen niet te groot is.
- Houd de konijnen ’s zomers op warme dagen liever binnen als het daar koeler is dan buiten.
- Kijk goed wat er op de grond ligt en haal losse bladeren weg. Pas op dat er geen planten te dicht bij de ren staan. Lopen de konijnen op gras, let dan op of daar geen andere plantjes tussen groeien die kwaad zouden kunnen.
- Zorg dat de ren stevig staat.
- Dek het liefst de bovenkant van de ren af, bijvoorbeeld met een net.
- Zorg voor schaduw in een deel van de ren als het zonnig is.
- Zorg dat er schuilgelegenheid is in de ren zodat de konijnen zich veilig voelen.
- Blijven de konijnen wat langer buiten, zet dan ook water neer.
- Laat konijnen die geen gras gewend zijn, niet zomaar lange tijd grazen! Ze moeten daar langzaam aan wennen, anders krijgen ze maagdarmproblemen en dat is erg gevaarlijk.

Eerst wennen aan een paar sprietjes en dan langzaam opbouwen!
Het prettigste is als de konijnen zelf van binnen naar buiten kunnen lopen, zodat ze kunnen kiezen waar ze willen zijn. Dit zou u kunnen doen door een vaste omheining om een deel van uw terras te maken, waar u de hekken van de ren dan aan vast kunt maken op momenten dat de konijnen naar buiten kunnen. Als u dan de deur of schuifpui opent, hebben ze de keuze of ze naar buiten gaan.
Blijf er wel altijd bij, laat de konijnen niet zonder toezicht buiten. Een tijdelijke ren is minder veilig dan een vaste ren die u daar helemaal op heeft ingericht. De ren is vaak minder stabiel, de konijnen zouden zich kunnen uitgraven en voor bijvoorbeeld honden en katten is het gemakkelijker om in zo’n ren te komen.
Waar moet ik op letten bij een ren voor konijnen?
In veel gevallen is het handig om met renhekken te werken. Binnen is dat heel praktisch, als deel van het basisverblijf of voor de hele losloopruimte. Maar ook buiten kunnen ze gebruikt worden, hoewel het daar voor een permanent verblijf vaak handiger is om een vaste omheining te maken. Op een harde ondergrond kunnen stevige renhekken buiten wel worden ingezet. Omdat konijnen gemakkelijk onder een renhek door kunnen graven via een ondergrond van gras of aarde, zijn ze daar alleen geschikt voor een tijdelijke afscheiding waar konijnen onder toezicht rondlopen, bijvoorbeeld als u in de zomer uw binnen levende konijnen de mogelijkheid wilt geven om af en toe buiten rond te lopen.
Er bestaan renhekken die bedoeld zijn voor konijnen en voor de grotere konijnen zijn hekken van een puppy- of kittenren bruikbaar. Zelf maken is ook mogelijk.
Let bij een ren op deze aandachtspunten:
- Kies stevige renhekken die eenvoudig te koppelen zijn en stevig staan.
- Let op dat ze hoog genoeg zijn, want konijnen kunnen hoog springen, ook de kleinere rassen. Dek buiten altijd de bovenkant af zodat de konijnen niet kunnen ontsnappen en er geen roofdieren in de ren kunnen komen. Ook binnen kan het veiliger zijn om de bovenkant van een ren af te dekken.
- Let bij een puppy- of kittenren ook op de afstand tussen de tralies: de konijnen mogen hun kop er niet tussendoor kunnen duwen, want dan kunnen ze klem komen te zitten óf kunnen ze ontsnappen.
- Maakt u zelf een ren, gebruik dan stevig materiaal en geen kippengaas want daar kunnen de konijnen te snel doorheen knagen. Kies een kleine maaswijdte (bijvoorbeeld 13 mm of kleiner) zodat ook kleine roofdieren zoals marters er niet doorheen kunnen en zodat de konijnen hun kop er niet doorheen kunnen duwen.
Kan ik etages gebruiken in het konijnenverblijf?
Wilt u de ruimte vergroten door een etage in het verblijf te maken? Dat kan, en veel konijnen vinden het leuk om ergens op te zitten, maar denk daarbij aan een paar belangrijke dingen:
- De basisverdieping moet groot en hoog genoeg zijn (zie de maattabellen in de Huisdierenbijsluiter Konijn). De konijnen moeten namelijk voldoende kunnen bewegen en konijnen doen dat van nature door te hoppen of rennen, niet door te klimmen. Een etage is dus altijd ‘extra’ en geen onderdeel van het basis-oppervlak.
- Gebruikt u een loopplank naar een etage, maak de helling dan zo vlak mogelijk (liefst niet steiler dan zo’n 30 graden. Zorg dat de konijnen grip hebben door de helling bijvoorbeeld te bekleden of dwarslatjes aan te brengen (maar zonder scherpe randen die de poten kunnen bezeren!). Gebruik eventueel een tussenplateau of een eindplateau om de helling minder steil te maken. Maak de loopplank breed genoeg zodat ze er comfortabel en veilig over kunnen lopen.
- In plaats van een loopplank kunt u ook een paar (niet te kleine) plateaus van verschillende hoogte maken die samen een ‘trap’ vormen. Voor sommige konijnen is dat gemakkelijker dan de helling van een loopplank.
- Etages zijn niet geschikt voor oude konijnen en konijnen die niet zo goed bewegen (bijvoorbeeld door artrose of andere gewrichtsproblemen). Ook voor heel grote konijnen is het gebruik van een loopplank of plateaus vaak lastiger.
- Maak de etage niet te hoog, want dat is onveilig als de konijnen eraf springen of als ze zouden vallen.
Tips voor de inrichting van het konijnenverblijf (binnen en buiten)
Inrichting van een konijnenverblijf bestaat in elk geval uit schuilhuisjes, water- en voerbakken en liefst ook toiletbakken. Daarnaast kunnen tunnels, speelhuisjes om op, in en onder te zitten, een hooiruif of hooibak en speelgoed ervoor zorgen dat de konijnen genoeg te doen hebben. Let wel op dat er voldoende ruimte overblijft om te rennen en languit te liggen.
Schuilplekken
Konijnen moeten altijd een schuilplek hebben zodat ze zich veilig voelen. Dit kunnen bijvoorbeeld huisjes, tunnels of bruggetjes zijn. Kartonnen dozen kunnen ook geschikt zijn, maar controleer of de konijnen daar niet van eten (aan knagen mag natuurlijk wél, opeten liever niet!). Zet in elk verblijf tenminste voor elk konijn een schuilplaats neer, waarvan eentje groot genoeg is voor twee konijnen. Schuilplekken met twee (of meer) uitgangen hebben de voorkeur, zodat de konijnen altijd weg kunnen. Zet schuilhuisjes en tunnels zo neer dat de konijnen, als ze er bovenop zouden klimmen, niet over de omheining kunnen springen.
Toiletbakken
Konijnen zijn van nature zindelijk en kunnen leren om een toiletbak te gebruiken. U kunt hen leren de bak als toilet te gebruiken door de keutels van de konijnen steeds in deze bak te leggen. Ook helpt het om steeds een pluk vers hooi aan één kant van de toiletbak te leggen of er een ruif bij op te hangen of naast te zetten, want keutelen en eten gaan vaak samen. U kunt het beste de konijnen eerst het gebruik van de toiletbak aanleren in een beperkte ruimte en pas daarna het losloopgebied vergroten. Zorg dat er tenminste één toiletbak per konijn is.
Een ruime toiletbak is het prettigst, dus kies ze niet te klein. Neem bijvoorbeeld de onderkant van een kattenbak. Een speciale hoekbak voor konijnen kan eventueel ook, maar deze zijn vaak aan de kleine kant. Voor kleine konijnen zijn ze wel bruikbaar, maar kies dan een flink grote maat.
De rand van de bak moet hoog genoeg zijn om te voorkomen dat urine over de rand gaat, want konijnen kantelen hun bekken wat naar achteren en omhoog en plassen dan iets naar achteren. Als het konijn helemaal bij de rand gaat zitten of als de bak te klein is, gaat het er overheen. Let echter bij oudere konijnen op dat de rand bij de instap niet te hoog mag zijn, anders komen zij er lastig in.
Vul de toiletbakken met een laagje absorberend strooisel, zoals papier-, stro- of houtkorrels of hennepvezel, en doe daar een laag hooi overheen. Let op: gebruik nooit klompvormende korrels!
Vervang vies strooisel in de toiletbak dagelijks. In het begin kunt u daarna weer wat keutels in de bak doen, zodat de konijnen leren waar hun toilet is. Maak eens per week de hele toiletbak goed schoon. Dit kunt u het beste doen met natuurazijn en een (afwas-) borstel, dit verwijdert de aanslag goed. Spoel goed na met water.
Waterbakjes, waterflesjes en voerbakjes voor konijnen
Konijnen drinken liefst uit een waterbak in plaats van uit een flesje. Zet liefst per konijn een drinkbakje neer zodat de dieren elkaar niet de toegang tot het bakje kunnen versperren. Eén grotere drinkbak kan ook, bijvoorbeeld een bak voor honden.

Kies stevige, zware bakken die goed schoon te maken zijn. Zet ze zo neer dat ze niet snel volgegooid zullen worden met bodembedekking en niet omvergelopen worden. Het kan soms slim zijn om daarnaast een waterflesje op te hangen als reservevoorraad, voor als dat toch gebeurt. Maar let op: niet elk konijn kan goed drinken uit een flesje, dus probeer er altijd voor te zorgen dat de waterbakken schoon en gevuld zijn!
Ook voor voerbakjes geldt: geef elk konijn een eigen voerbak en kies voor stevig, goed schoon te maken materiaal.
Speelgoed
Zorg dat de konijnen iets te doen hebben. Knaagmateriaal (zoals wilgentakken of een bal van wilgentwijgen), een graafbak, voedselverrijking en verschillende plekken waar ze hooi kunnen eten houden hen bezig. Voorbeelden van voerverrijking vindt u in het artikel ‘Voedselverrijking en spelletjes voor konijnen en knaagdieren’.
Veiligheid van de materialen in het konijnenverblijf
Zowel het basisverblijf als de losloopruimte moeten natuurlijk veilig zijn. Gebruik geen giftige verf en lijm en pas op voor scherpe uitsteeksels zoals spijkers, nietjes of randen van het gaas. Het verblijf moet goed afgesloten kunnen worden. Bij een buitenverblijf kan het verstandig zijn om een slot op het verblijf te maken zodat indringers niet zo eenvoudig bij de konijnen kunnen komen.
Let bij de inrichting op dat u geen materalen gebruikt die kwaad kunnen als er aan geknaagd wordt, zoals plastic waar scherpe splinters vanaf kunnen komen, materiaal waar draden afkomen, katoen dat kan opzwellen als het wordt opgegeten of papier met een was- of plasticlaagje dat niet goed verteert. Controleer inrichting en speelgoed regelmatig op knaagsporen.
Let op dat de konijnen nergens in kunnen blijven hangen met hun kop, poten, tanden of nagels. Let bijvoorbeeld op de afstand tussen tralies van een hooiruif, kieren in wilgentenen bruggen of openingen in speelgoed en speelhuisjes.
Let altijd op of de konijnen niet ergens aan knagen en of ze dingen opeten die daar niet voor bedoeld zijn. Zo kan knagen aan een kartonnen doos die als schuilplek dienst doet een prima tijdverdrijf zijn voor konijnen, maar het is niet de bedoeling dat ze het karton opeten. Eet uw konijn dit soort materiaal op, haal het dan liever weg.
