De invloed van huisdieren op de ontwikkeling van kinderen

Veel kinderen willen graag een huisdier hebben. Een hond of kat bijvoorbeeld, of zelfs een pony. Natuurlijk is een huisdier erg gezellig, en het hebben van een huisdier heeft ook zeker voordelen voor kinderen. Veel ouders denken dat het hebben van een huisdier goed is voor de ontwikkeling van hun kind. Het zou goed zijn voor hun verantwoordelijkheidsgevoel en sociale vaardigheden. Door voor iemand anders te zorgen, zouden kinderen meer rekening leren houden met anderen. In hoeverre is dit ook zo? En wat zijn dingen om rekening mee te houden voor u zo’n nieuw maatje in huis haalt? De invloed die huisdieren hebben op de ontwikkeling van een kind is een nog relatief nieuw onderzoeksgebied waar de laatste jaren steeds meer aandacht voor is ontstaan.

De invloed van dieren

Kinderen groeien op in een wereld waarin ze omringd zijn met dieren, zowel echte dieren als knuffels en fictieve karakters in bijvoorbeeld tekenfilms en boeken. Knuffeldieren worden vertroeteld, overal mee naartoe genomen en bieden steun terwijl het kind zich buiten zijn comfortzone begeeft om de wereld om hem heen te gaan verkennen. De verhalen van Lassie en Black Beauty zijn klassiekers die de sterke band weergeven die kinderen en dieren aan kunnen gaan. Ook Kruimeltje herkent in een dier, de straathond Moor, een lotgenoot waar hij alles mee kan delen en die een steun voor hem is. Dieren prikkelen de fantasie van het kind en kunnen helpen bij het leren van belangrijke lessen over het leven, liefde en verlies.

Het verzorgen van een huisdier kan kinderen, mits ze hierbij goed begeleid worden, nuttige vaardigheden bijbrengen zoals het nemen van verantwoordelijkheid, opgeruimd zijn, punctualiteit en zelfdiscipline, bijvoorbeeld omdat het dier vaak op dezelfde tijd eten moet krijgen of moet worden uitgelaten. Deze vaardigheden kunnen zowel thuis als op school goed van pas komen.

Onderzoek

Onderzoek naar de invloed van huisdieren op de ontwikkeling van kinderen richt zich voornamelijk op twee gebieden. Enerzijds wordt er gekeken naar de zogenaamde sociaal-emotionele ontwikkeling (hierbij wordt o.a. gekeken naar zelfvertrouwen, sociale omgang en moreel besef) en anderzijds naar de cognitieve ontwikkeling van een kind (kort gezegd het leervermogen).

Invloed op sociaal-emotionele ontwikkeling: zelfvertrouwen en zelfbeeld

Dieren kunnen een kind helpen om zich veilig te voelen. Dit geldt ook voor oudere kinderen, waar een teddybeer of lievelingsdeken niet meer aanwezig zijn. Een dier kan een actieve, energieke speelkameraad zijn, die een kind kan helpen zijn energie kwijt te raken, op ontdekking te gaan en zich veilig te voelen in onbekende situaties.

Diverse studies bevestigen dat kinderen met een huisdier meer zelfvertrouwen hebben en weerbaarder zijn. Onderzoek heeft onder andere aangetoond dat tieners die een huisdier bezitten hoger scoren op het gebied van zelfvertrouwen. Een huisdier kan ook helpen psychische klachten te voorkomen. Dit heeft vooral te maken met de sociale steun die een dier kan bieden.

Een andere studie toonde aan dat het zelfbeeld dat het kind later als volwassene ontwikkelt, gerelateerd is aan de leeftijd waarop hij voor het eerst in aanraking komt met een huisdier. Hierbij hadden kinderen die voor de leeftijd van 6 jaar of tijdens hun tienertijd voor het eerst met een huisdier in aanraking kwamen, een positiever zelfbeeld dan de groep die tussen de leeftijd van 6 tot 10 jaar hun eerste huisdier kreeg.

Toen tijdens een studie aan kinderen (tussen 3 en 13 jaar) werd gevraagd of zij het een voordeel vonden om een huisdier te hebben, antwoordde 90% met 'Ja'. De belangrijkste argumenten die kinderen gaven, waren dat ze het leerzaam vonden, er blij van werden, zich op hun gemak voelden en onvoorwaardelijke liefde kregen van hun dier. Kinderen ervaren hun dier vaak als iemand die ze vertrouwen, een onvoorwaardelijke vriend. Het kind kan er woede, angst, blijdschap en geheimen mee delen omdat een dier niets doorvertelt en niet oordeelt. Het dier is zowel een verantwoordelijkheid als een vriend.

Puberteit

De invloed van huisdieren lijkt het duidelijkst aanwezig te zijn bij kinderen in het begin van de pubertijd. Dit zou te maken kunnen hebben met het feit dat de kinderen op die leeftijd ook meer verantwoordelijkheid voor het huisdier krijgen of omdat kinderen in de pubertijd meer problemen en onzekerheden ervaren en dan extra baat hebben bij de emotionele ondersteuning van een huisdier. De ouders spelen hierin ook een belangrijke rol. Het blijkt dat kinderen die een goede band hebben met de ouders, en steun van hen ontvangen, ook makkelijker steun ontvangen van een huisdier.

Sociale vaardigheden

Sociale vaardigheden zijn erg belangrijk voor een kind. Ze helpen het kind om succesvol deel te nemen in een groep en om een eigen netwerk te bouwen waar het ook steun van kan krijgen. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen die opgroeiden in een huishouden met honden later als volwassenen meer sociaal vaardig zijn. Er wordt geopperd dat dieren de sociale interactie tussen mensen kunnen versterken. Zo bevordert een dier het leggen van contacten omdat het een gemakkelijk gespreksonderwerp biedt. Ook vinden kinderen het leuk om te spelen bij klasgenootjes die huisdieren hebben. In een studie waar dieren in de klas werden gehouden verklaarden de leraren dat er meer sociale interactie was tussen de kinderen en minder agressie.

Empathie

Een belangrijke factor in de sociale ontwikkeling is empathie: het in staat zijn de emoties van een ander persoon waar te nemen.  Door te zorgen voor een huisdier leert het kind dat iedereen behoeftes en gevoelens heeft. Uit sommige studies blijkt dat kinderen met huisdieren ook meer empathie richting hun medemens tonen.

Uit meerdere onderzoeken komen aanwijzingen dat het vooral de band met het dier is die dit positieve effect bewerkstelligt. Het simpelweg hebben van een dier blijkt van ondergeschikt belang. Uit verschillende studies komt naar voren dat kinderen die een sterke band hebben met hun huisdier ook meer empathie tonen dan kinderen die niet zo’n sterke band met hun dier hebben of geen huisdier hebben. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de persoonlijke voorkeur voor een dier en met de leeftijd van het kind (omdat empathie ook ontwikkelt met het ouder worden).

In welke mate het soort huisdier van invloed is, is nog onduidelijk. Sommige studies tonen aan dat honden- en katteneigenaren een sterkere band met hun dier hebben dan eigenaren van andere huisdieren. Dit heeft mogelijk te maken met het feit dat zij de ruimte delen met de eigenaar en gelijksoortige gedragingen kennen waardoor mensen ook dingen van zichzelf in het dier herkennen. Ook kunnen we in een redelijke mate met hen communiceren. Bij diersoorten die verder van ons af staan, zoals een reptiel of vis, is dit natuurlijk anders.

Leren over het leven

Kinderen leren dankzij huisdieren ook dingen over het leven. Dieren leren kinderen over voortplanting en geboorte, en over ziekte, ongelukken en dood. Voor veel kinderen is het doodgaan of kwijtraken van een huisdier de eerste ervaring die ze hebben met de dood en met rouw. Kinderen leren dat dood iets natuurlijks is dat hoort bij het leven. Het doet pijn, maar de pijn is te dragen en wordt uiteindelijk weer minder. Een kind leert dat de dood permanent is en dat dode dieren niet terug komen om te spoken. Een kind kan leren dat schuldgevoelens bij de dood van een geliefde normaal zijn en overwonnen kunnen worden.

Invloed op cognitieve ontwikkeling

De cognitieve ontwikkeling zegt iets over hoe goed een kind kan leren. Op dit gebied is minder onderzoek gedaan. Uit de onderzoeken blijkt wel dat de invloed op de cognitieve ontwikkeling wederom samenhangt met de band tussen een kind en het huisdier. Zo zou een huisdier het leren van taal kunnen stimuleren omdat het dier zowel een goed luisterpubliek vormt als een stimulus voor het kind om te praten. Het kind kan bijvoorbeeld het dier willen belonen, commando’s geven, aanmoedigen of straffen. Verder is gebleken dat kinderen beter dingen kunnen leren en onthouden over onderwerpen waar zij zich emotioneel bij betrokken voelen. Soms worden dieren dan ook bij bepaalde lesprogramma’s betrokken om het concentratievermogen van het kind te verbeteren of om het kind te motiveren.

Invloed op gezondheid

Als laatste kan een dier ook een positieve invloed hebben op de gezondheid. Zelfs alleen het aaien van een huisdier blijkt een hartslag en bloeddruk verlagende effect te hebben. Tevens zorgt het voor ontspanning en een beter immuunsysteem.

Ook is er onderzoek dat suggereert dat contact met huisdieren tijdens de kindertijd ervoor kan zorgen dat het kind minder risico loopt op het ontwikkelen van allergieën voor dieren. De resultaten op dit gebied zijn echter wisselend en hangen mede af van erfelijke aanleg, het type huisdier en de leeftijd waarop het kind hieraan wordt blootgesteld.

Invloed van het gezin

Bij dit soort onderzoek is het lastig om goede experimenten op te zetten. Het is bijvoorbeeld niet haalbaar om een groep mensen wel een huisdier te laten nemen en de andere te zeggen dit niet te doen. Daarom moet men altijd voorzichtig zijn om geen voorbarige conclusies te trekken. Er zijn zeer veel factoren van invloed op de ontwikkeling van een kind.

In de meeste studies kan de invloed van de familie en de omgeving waarin het kind opgroeit niet worden uitgesloten. Het is onduidelijk of het houden van huisdieren een direct effect  heeft, of dat bepaalde kenmerken van het gezin eerder zullen leiden tot het aanschaffen van een huisdier en dat deze gezinssituatie op zich al een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van het kind. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat warme, hechte gezinnen eerder een huisdier nemen dan koele, afstandelijke gezinnen. Als een kind uit het eerste type gezin vervolgens een beter zelfbeeld heeft dan een kind uit het tweede type, ligt dat dan aan de aanwezigheid van het huisdier of aan de gezinssituatie? Dit is niet meer uit elkaar te halen. De opvoedingsstijl van de ouders is  immers moeilijk los te koppelen van de bijdrage die het huisdier levert. Daardoor ontstaat een soort een kip en ei verhaal. Nemen bijvoorbeeld meer sociale gezinnen sneller een huisdier of zorgt het huisdier ervoor dat de persoon meer sociaal wordt?

Houding ten opzichte van dieren

Ook zou kunnen worden gezegd dat mensen die geen huisdier hebben misschien hiervoor kiezen omdat ze een dier niet leuk vinden. Deze mensen zullen dan waarschijnlijk ook geen positief effect ondervinden wanneer ze toch een dier zouden nemen, omdat ze er dan geen goede band mee op zullen bouwen. Daarom is bij veel onderzoeken tevens gekeken hoe de houding van de deelnemers ten opzichte van dieren was en werd in de controlegroep (zonder huisdieren) ook voor mensen gekozen die dieren leuk vonden. De invloed van deze variabelen wordt zoveel mogelijk verkleind door grote groepen kinderen over lange tijd te volgen en ook in te delen op bijvoorbeeld gezinssituatie. Ook is het zo dat in meerdere studies steeds deels dezelfde positieve effecten worden gevonden.

Begeleiding

Het is in alle gevallen van belang dat er een goede thuissituatie is. Kinderen die sociale ondersteuning van hun ouders krijgen, zijn ook beter in staat dit van dieren te ontvangen en daar gebruik van te maken. Om op een goede manier voor een huisdier te zorgen, moet een kind het goede voorbeeld krijgen van zijn ouders. Een kind moet niet aan zijn lot overgelaten worden als het gaat om de verzorging van een dier. Een kind moet nog verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelen en de ouders moeten altijd de eindverantwoordelijkheid op zich nemen. Als ouders dit niet doen, vallen veel voordelen weg.

Een positieve trend

Ondanks eerder genoemde beperkingen zijn de bevindingen van deze onderzoeken veelbelovend. Uit  de meeste studies blijkt dat kinderen die opgroeien met een huisdier over het algemeen meer zelfvertrouwen, empathie en verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Tevens zijn zij als volwassene vaak sociaal vaardiger. Op alle leeftijden kan het omgaan met een dier positieve effecten hebben. Wel blijkt uit meerdere studies dat de invloed die een huisdier heeft op de ontwikkeling van het kind het sterkst is rond het begin van de pubertijd. Er lijkt een verband te zijn tussen de mate waarin het kind een band opbouwt met het dier en de ontwikkeling van bijvoorbeeld empathie.

Mogelijke nadelen

Er kunnen voor kinderen ook nadelen zijn aan het hebben van een huisdier. Er kunnen bijvoorbeeld ook minder leuke emotionele consequenties zijn. Denk bijvoorbeeld aan het verdriet rondom het verlies van een huisdier, frustratie geassocieerd met de verplichte verzorging, teleurstelling als een dier niet voldoet aan de verwachtingen of zorgen als een dier ziek of gewond is.

Als u het kind altijd verantwoordelijk houdt voor het huisdier kan het kind dit bovendien als negatief ervaren en het gevoel krijgen dat het altijd in de problemen komt vanwege het huisdier of dat het iets niet goed genoeg doet. Het is niet verkeerd om een kind verantwoordelijkheid te geven, maar de verwachtingen moeten wel aansluiten bij de leeftijd en capaciteiten van het kind.

Voor de gezondheid van het kind kunnen zoönosen (ziektes die het dier op de mens kan overdragen), allergieën en risico’s van ongewenst gedrag zoals bijten of krabben zaken zijn waar men rekening mee moet houden.

Weet wat u doet

Mocht u nu ook graag een huisdier aan willen schaffen, zorg dan dat u goed weet waar u aan begint. Bedenk of een dier in uw gezin past en welk dier goed bij uw kind zou passen.

Het is belangrijk om een goede keuze te maken voor een bepaalde diersoort. De juiste combinatie van dier en kind is bepalend voor het succes en dus ook voor een eventueel gunstig effect op de ontwikkeling van uw kind!

Ook moet u zich verdiepen in wat het dier nodig heeft. Dieren kunnen zeker een positief effect hebben op kinderen maar er is altijd sprake van een wisselwerking. Het welzijn van het huisdier zelf moet ook gewaarborgd worden! Kinderen behandelen een dier soms alsof het een pop is of kunnen hun frustraties of onmacht afreageren op het dier. Dit kan ertoe leiden dat het dier of het kind verwondingen oploopt. Niet alle dieren zijn even geschikt voor kinderen en u zult altijd voor goede begeleiding moeten zorgen.  U als volwassene blijft immers altijd de eindverantwoordelijke over het dier, ook als uw kinderen het huisdier niet meer interessant vinden of er niet goed voor zorgen. Houd er daarom rekening mee dat het dier ook u zelf tijd en energie zal kosten.

Meer informatie over het aanschaffen van een dier als u kinderen heeft, leest u in het Praktisch document ‘Welk huisdier past bij kinderen?’.