Dieren in zorg, onderwijs en welzijn
Dieren kunnen veel voor mensen betekenen. Uit onderzoek blijkt dat contact met dieren kan ontspannen, kan motiveren, het zelfbeeld kan versterken en het contact tussen mensen kan bevorderen. Daarom werken in Nederland steeds vaker dieren mee binnen zorg, onderwijs en welzijn. Dat varieert van een hond die deel uitmaakt van een therapiesessie tot paarden die een rol spelen bij sociaal-emotioneel leren, en van voorleeshonden op school tot bezoekprogramma’s in verpleeghuizen. Voor het welzijn van deze dieren én van de mensen die zij helpen, is het belangrijk dat zoiets op de juiste manier wordt aangepakt.
Wat zijn Animal Assisted Services (AAS)?
Voor al deze vormen van het inzetten van dieren in zorg, onderwijs of welzijn bestaat een internationaal erkend kader: Animal Assisted Services, afgekort AAS. De term AAS komt uit het whitepaper van de IAHAIO (de internationale koepelorganisatie op dit gebied) uit 2025 en is inmiddels wereldwijd de standaard in het werkveld. Het kader maakt duidelijk wie wat doet, met welk doel en onder welke voorwaarden. Dit helpt om te beoordelen of een aanbieder verantwoord werkt en het helpt mensen op weg die zelf met hun dier aan de slag willen in dit werkgebied.
Welke vormen van AAS bestaan er?
AAS kent drie hoofdvormen. Ze verschillen in doel, in wie ze uitvoert en in de mate waarin resultaten worden vastgelegd.
AATx – Animal Assisted Treatment
Animal Assisted Treatment of AATx is een vorm van AAS die gericht is op behandeling. Hierbij is het dier onderdeel van een therapeutisch proces en er zijn duidelijk omschreven doelen voor de behandeling.
AATx wordt altijd uitgevoerd door een gediplomeerde zorgprofessional die geregistreerd staat in een erkend beroepsregister, zoals het BIG-register (het wettelijke register voor zorgberoepen als arts, psycholoog, fysiotherapeut en logopedist) of het SKJ (het register voor professionals in de jeugdhulp).
AAE – Animal Assisted Education
De educatieve vorm van AAS heet Animal Assisted Education (AAE). Hierbij gaat het om leerdoelen en sociaal-emotionele ontwikkeling. AAE kan helpen om het denk- en redeneervermogen te verbeteren, om sociaal-emotioneel leren te bevorderen (bijvoorbeeld beter leren herkennen van en omgaan met emoties) of bijvoorbeeld om te zorgen dat kinderen meer gemotiveerd worden om te lezen. Net als bij de behandelgerichte vorm zijn de doelen vooraf bepaald en worden de uitkomsten bijgehouden.
AAE wordt uitgevoerd door een gediplomeerde leerkracht of docent, of door een professional met veel kennis van pedagogiek of sociaal-emotioneel leren die daarnaast ook is opgeleid in diergedrag. Denk aan een voorleesprogramma met een leerhond, aan een lesprogramma op school waarin een hond helpt bij sociaal-emotioneel leren, of aan een programma waarin kinderen met leerproblemen de lesstof oefenen met behulp van paarden.
AASP – Animal Assisted Support Programs
Animal Assisted Support Programs (AASP) is een ondersteunende vorm van AAS. Hierbij draagt een dier bij aan welzijn, motivatie of sociale interactie. Er zijn geen speciale behandeldoelen en de resultaten hoeven niet systematisch vastgelegd te worden.
Deze vorm wordt uitgevoerd door vrijwilligers of begeleiders met aanvullende scholing in AAS. Bekende voorbeelden zijn bezoekprogramma’s in verpleeghuizen en dagbesteding op een zorgboerderij waar dieren een bewuste rol in de begeleiding hebben.
Ook coaching met dieren, in Nederland vooral bekend als paardencoaching of coaching met een hond, hoort bij deze categorie. Alleen wanneer een geregistreerde zorgprofessional het dier betrekt bij een behandeling met omschreven doelen valt het onder AATx; in alle andere gevallen gaat het om ondersteuning en dus om AASP.
Welke dieren werken mee aan AAS?
Binnen AAS is alleen plaats voor gedomesticeerde dieren: soorten die de mens al vele generaties fokt en houdt en die daardoor zijn aangepast aan het leven met mensen. In de praktijk gaat het vooral om honden, paarden, katten, konijnen en boerderijdieren. Wilde en exotische dieren vallen erbuiten, ook als ze in gevangenschap zijn geboren. Daarbij is niet elke diersoort en niet elk individueel dier geschikt voor elke vorm. Het is dus belangrijk dat goed wordt gekeken of een dier wel kan worden ingezet zonder dat dit het welzijn van het dier of van de cliënten kan schaden.
Hoe worden kwaliteit en dierwelzijn gewaarborgd bij AAS?
In alle vormen van AAS is het welzijn van het dier leidend. Het dier moet in de eerste plaats gezond zijn, vrij van pijn en parasieten en aantoonbaar gevaccineerd. Stresssignalen worden herkend en gerespecteerd, het dier neemt vrijwillig deel en sessies zijn kort genoeg om overbelasting te voorkomen. Omdat deelnemers aan AAS vaak extra vatbaar zijn voor infecties, gelden er ook strenge hygiëne-eisen om overdracht van ziektekiemen van dier op mens (zoönosen) te voorkomen.
Voor de diersoorten die het meest in AAS meewerken zijn in Nederland landelijke welzijnsprotocollen ontwikkeld, met concrete eisen aan onder meer gezondheid, voeding, sessieduur en rust. Deze protocollen zijn gratis te downloaden op de website van de Vereniging Aanbieders Dier en Zorg (VADZ).
Naast dierwelzijn stelt AAS ook eisen aan de mens. Wie een dier bij het werk betrekt, heeft daarvoor de opleiding tot dierbegeleider in AAS gevolgd, gericht op diergedrag, veiligheid en de methodische inzet van dieren. Die basisopleiding is voor iedereen gelijk, van therapeut tot vrijwilliger; verdieping en specialisatie volgen via nascholing.
Bij inzet van de verschillende vormen van AAS gelden twee grenzen. De grens van het vak, want een dier erbij verandert coaching niet in therapie. En de grens van het dier, namelijk wat het aankan en voor welke mensen en situaties het wel en niet geschikt is. Daarom werkt de professional met het eigen dier of met een dier waarmee een veilige band is opgebouwd, want juist die band maakt dat hij of zij herkent wat het dier aangeeft.
Wat betekent dit als u gebruik wilt maken van AAS, voor uzelf of een ander?
Overweegt u hulp, onderwijs of ondersteuning waarbij een dier meewerkt? Informeer u dan vooraf goed. Vraag wat de opleiding en achtergrond van de aanbieder zijn. Vraag ook hoe het welzijn van het dier gewaarborgd is en of de rol die het dier zal spelen, gebaseerd is op een duidelijke, doordachte methode. Wilt u weten of de aanbieder is opgeleid om op verantwoorde wijze met een dier te werken, kijk dan of hij of zij geregistreerd staat in het AAS Kwaliteitsregister (AKR): dat register is openbaar. Ga ook na of de aanbieder is aangesloten bij een branche- of beroepsvereniging. En vertrouw daarnaast op uw eigen ogen, want een gezond dier dat ontspannen meedoet en voldoende rust krijgt, zegt veel. Een serieuze aanbieder kan al uw vragen helder beantwoorden.
Wilt u zelf met uw dier aan de slag?
Misschien leest u dit juist omdat u zelf iets met uw hond of paard zou willen gaan doen in de zorg, het onderwijs of het welzijnswerk. Dan is de eerste stap om een opleiding te gaan volgen tot dierbegeleider in AAS, die de basis legt in diergedrag, veiligheid en de methodische inzet van uw dier.
Welke vorm bij u past, hangt af van uw achtergrond, want voor de behandelgerichte vorm is een registratie in een erkend beroepsregister nodig, terwijl ondersteunende programma’s ook voor vrijwilligers en begeleiders toegankelijk zijn. Wie de opleiding heeft gevolgd, kan zich laten opnemen in het openbare AAS Kwaliteitsregister (AKR). Voor een overzicht van opleidingen, aanbieders en het werkveld kunt u terecht bij de Vereniging Aanbieders Dier en Zorg (VADZ) en bij het landelijke platform Zaak op Poten.
Adressen en links
- AAS Kwaliteitsregister (AKR): openbaar register van opgeleide dierbegeleiders in AAS.
- Vereniging Aanbieders Dier en Zorg (VADZ): branchevereniging, met gratis te downloaden welzijnsprotocollen.
- Instituut voor Antrozoölogie (IVA): onafhankelijk kennisinstituut dat wetenschappelijk onderzoek doet naar de mens-dierrelatie en de toepassing daarvan.
- IAHAIO: internationale koepelorganisatie en bron van het AAS-kader (whitepaper 2025).
- Zaak op Poten: landelijk netwerk en platform voor het AAS-werkveld.
