Gebitsverzorging

Net als u uw eigen gebit goed verzorgt, verdient ook het gebit van uw huisdier aandacht. Een goede gebitsverzorging kan ook bij huisdieren veel problemen voorkomen. Maar niet voor ieder dier is de verzorging hetzelfde. De tanden van de hond en de kat kunnen, indien het dier het toelaat, regelmatig gepoetst worden. Konijnen en knaagdieren hebben tanden die blijven doorgroeien en die zij moeten kunnen afslijten. Vogels hebben weliswaar geen tanden en kiezen, maar ook de snavel moet worden onderhouden. In dit document leest u alles over de gebitsverzorging van uw huisdier.

De ontwikkeling van het gebit bij hond en kat

Kittens en puppy’s worden net als baby’s zonder tanden of kiezen geboren. De aanleg voor het melkgebit is wel al aanwezig bij de geboorte. Op een leeftijd van 3 tot 6 weken komen de eerste melktanden door, vervolgens de hoektanden en als laatste de kiezen. Op ongeveer 2 maanden is het melkgebit voltooid. Een kitten heeft dan in totaal 26 melktanden en – kiezen, een pup heeft in totaal 28 melktanden en – kiezen. Het wisselen naar een blijvend gebit begint bij de kat op ongeveer 4 tot 5,5 maand leeftijd en is op 6-7 maanden voltooid. Bij de hond hangt het tijdstip van wisselen af van het ras en de rasgrootte: grote hondenrassen wisselen vaak vroeger dan kleine hondenrassen.

Het wisselen van een melkgebit naar een blijvend gebit kan pijnlijk zijn voor uw pup of kitten. U kunt deze pijn wat verzachten door met een, in koud water gedompeld en goed uitgewrongen, washandje voorzichtig het tandvlees te masseren. De kou verzacht de pijn en de massage stimuleert de doorbloeding van het tandvlees.

Tijdens het wisselen wordt de wortel van de melktand opgelost door de blijvende tand die er onder ligt en wil doorbreken. Na een tijdje heeft de melktand geen wortel meer en valt uit. Soms vindt u deze ergens in huis, maar vaak ook wordt deze gewoon doorgeslikt en komt er met de ontlasting weer uit. De blijvende tand neemt de plaats in van de uitgevallen melktand. In sommige gevallen lost de melktand niet goed op en blijft zitten, de blijvende tand zal dan in een verkeerde richting doorbreken. Er kan dan bijvoorbeeld een dubbele hoektand ontstaan. Let hier goed op bij het wisselen, want als dit gebeurt zal uw dierenarts de melktand moeten verwijderen. Het is daarom verstandig om met pups en kittens van ongeveer 7 maanden nog een keer naar uw dierenarts te gaan voor een extra gebitscontrole, zodat u zeker weet dat uw dier goed gewisseld heeft.

Na het wisselen duurt het nog ongeveer een jaar voor de tanden en kiezen hun volledige sterkte hebben bereikt. Laat jonge honden dus nooit te hard trekken tijdens spelletjes met flostouwen, botten en dergelijke.

Het volwassen gebit van een kat bestaat uit 30 tanden en kiezen die we onderscheiden in snijtanden (incisivi), hoektanden (canini), valse kiezen (premolaren) en ware kiezen (molaren). Een volwassen hondengebit bestaat uit 42 tanden en kiezen. De hoek- en snijtanden van een kat zijn uitermate geschikt voor het afscheuren van stukken vlees van een prooidier, terwijl de kiezen met hun puntige vorm zelfs botten kunnen verbrijzelen. De hond gebruikt zijn hoektanden met name voor het verwonden of doden van prooidieren, knipt stukken van de prooi af met zijn knipkiezen en heeft ook wat plattere kiezen die hij gebruikt om mee te kauwen.

Hoe kunt u het gebit gezond houden?

Net als bij uzelf is een regelmatige poetsbeurt belangrijk en het gezegde “Jong geleerd is oud gedaan” gaat hier zeker op. Een kitten of pup kan spelenderwijs leren dat tandenpoetsen niet vervelend is en zal er dan snel aan wennen.

Enkele poetstips:

  1. Begin eenvoudig met uw kat of hond op schoot (of zittend tussen uw benen) te nemen en wrijf met uw vingers over de buitenkant over de wangen ter hoogte van de achterste kiezen, net onder de oren. Hierdoor wordt de speekselklier die zich daar bevindt actief en zorgt dat er speeksel vrijkomt in de mond. Dit speeksel heeft een reinigende werking.
  2. Houd de mond van het dier gesloten met één hand en til met de vingers van die hand aan één zijde de bovenlip op. Wrijf met de wijsvinger van uw andere hand over de (hoek)tanden van uw dier. U kunt hierbij een (steriel) gaasje gebruiken om de tanden schoon te wrijven en te laten wennen aan het gevoel. Begin bij de grote hoektand en ga geleidelijk verder naar achteren in de bek om ook over de kiezen en het tandvlees daar te wrijven. Herhaal dit ook aan de andere zijde. Vergeet niet om uw hond of kat te belonen als hij goed meewerkt!
  3. Als stap 2 goed gaat kunt u echt gaan poetsen. Dit gaat het makkelijkste met een speciale honden- of kattentandenborstel. Deze borstels hebben zachte haren, een kleine borstelkop en zijn bijtbestendig. Ze zijn verkrijgbaar bij de dierenarts of dierenspeciaalzaak samen met een speciale katten- of hondentandpasta met een lekker smaakje (vis, kip, lever, vlees). Tandpasta voor mensen is niet geschikt, want die is gemaakt om na het poetsen uit te spugen. Doorslikken kan leiden tot braken en / of diarree. Laat uw hond of kat wennen aan de speciale tandpasta door deze eerste op uw vingers of in de bek te smeren. Als dit ook goed gaat, kunt u hem aanbrengen op de tandenborstel.
  4. Als de buitenzijde van het gebit goed te poetsen is, kunt u ook de binnenzijde van de tanden en kiezen poetsen. Deze zijde is vaak minder ‘vuil’ doordat de tong de binnenkant beter schoon houdt.

Poets de tanden van uw huisdier het liefst elke dag, omdat zich na elke maaltijd tandplak af kan zetten op tanden en kiezen, net zoals bij onszelf. Met poetsen kunt u deze plak verwijderen. Wanneer tandplak eenmaal is uitgehard tot tandsteen lukt het niet meer deze weg te poetsen en zal uw dierenarts dit tandsteen moeten verwijderen met speciale apparatuur. Beloon uw hond of kat na het poetsen altijd met wat lekkers (een dental stick bijvoorbeeld) of een favoriet speeltje.

Naast poetsen van het gebit kan een goede voeding helpen om tandsteenvorming te verminderen. Er zijn diverse geschikte voedingen verkrijgbaar: sommige voedingen werken door een schurend effect op de tanden, andere voedingen bevatten speciale mineralen om de vorming van tandsteen tegen te gaan.

Een goede combinatie van het juiste dieet en regelmatig poetsen houdt het gebit van honden en katten gezond en kan gezondheidsproblemen als gevolg van ontstoken tandvlees voorkomen. Ontstoken tandvlees geeft bacteriën in de bek de kans om via het tandvlees in het bloed terecht te komen. Via het bloed kunnen deze bacteriën dan ook in het hart en in de nieren problemen veroorzaken.

Het gebit van het konijn en het knaagdier

Konijnen en knaagdieren hebben een gebit dat altijd door blijft groeien. Het bestaat uit vier flinke snijtanden en een aantal kiezen. De tanden en kiezen slijten door te kauwen en knagen. Konijnen (en ook hazen) onderscheiden zich van knaagdieren doordat ze achter de bovenste snijtanden nog twee stifttanden hebben staan. Hierop slijten de onderste snijtanden af.

De voortanden van konijnen kunnen te lang doorgroeien als ze niet goed afslijten. We noemen deze doorgegroeide voortanden ook wel olifantstanden. Ook kunnen er door verkeerd afslijten haken op de kiezen ontstaan . Deze haken kunnen in ernstige gevallen zelfs zo groot worden dat ze helemaal over de tong heen groeien en een soort ‘tandbrug’ vormen over de tong van uw cavia of konijn. Eten wordt dan wel erg lastig!

Een oorzaak voor verkeerd of te weinig afslijtende tanden en kiezen is een verkeerde stand van de onder- en bovenkaak ten opzichte van elkaar. Dit kan ontstaan na trauma (een val bijvoorbeeld) of het kan erfelijk zijn, zoals we nog wel eens zien bij dwerghangoorkonijntjes.

Een andere, veel voorkomende oorzaak is een verkeerde voeding. Als uw konijn, cavia, chinchilla of degoe te weinig op zijn voer hoeft te knagen zal dit vroeg of laat tot tandproblemen leiden. Kies dus een voeding met brokjes waar goed op gekauwd moet worden en zorg voor voldoende knaagmateriaal in de vorm van hooi en wilgentakken om de slijtage van het gebit te bevorderen. Ratten, hamsters en gerbils houden ook erg van knagen hoewel het geen echte planteneters zijn zoals eerder genoemde knagers. Geef ook hen genoeg takken en hooi om hun tanden in vorm te houden.

Behalve dat de dieren kauwmateriaal moeten krijgen, moet de voeding ook een juiste hoeveelheid calcium bevatten om de tanden en de kaken sterk te houden. Knaagstenen zijn voor veel van deze dieren niet gezond en daarom af te raden. Beter is het om een goede kwaliteit voer te geven waar alle benodigde stoffen inzitten.

Controleer regelmatig of de voortanden van uw konijn of knaagdier niet te lang worden. De kiezen kunt u zelf niet zien. Als het dier slechter gaat eten of een natte mondhoek heeft doordat het kwijlt, zijn dit aanwijzingen dat er iets met tanden en kiezen aan de hand is. Ga dan naar de dierenarts die dit kan controleren met een speciaal kijkinstrument.

De snavel van uw vogel

Vogels hebben een snavel zonder tanden en kiezen. Elke vogelsoort heeft een snavel die bij zijn eetgewoontes past. Zo heeft de grasparkiet in vergelijking met een kanarie, zebravink of een roodborstje een snavel met een hele andere vorm en grootte. Vogels die maar één soort voedsel eten, zoals bijvoorbeeld kolibries die nectar drinken van een bepaalde bloemensoort, hebben een snavel die helemaal is afgestemd en gevormd naar dat gebruik. Andere voorbeelden zijn de snavel van de gans die gemaakt is om te grazen en de kromme snavel van parkieten en papegaaien die gemaakt is om noten en harde vruchten te kraken om daarna met de punt van hun snavel het vruchtvlees eruit te peuteren. Vogels die daarentegen heel gevarieerd eten, zoals het roodborstje, hebben een multifunctionele snavel die zowel wormen uit de grond kan trekken, vruchten kapot kan pikken en insecten op kan pakken.

Hoewel de vorm van de snavel is aangepast aan het gebruik en tussen vogels enorm varieert, geldt voor alle snavels dat ze onderhouden moeten worden. Doorgroeiende snavels zorgen ervoor dat de vogel niet meer goed kan eten waardoor de vogel zal vermageren en zelfs kan verhongeren. In dat geval moet de snavel bijgeknipt worden. Mineralen in de vorm van een mineralenblok of sepia mogen niet ontbreken in uw vogelkooi of volière om de snavel van uw vogel(s) in goede conditie te houden.

Met een snavel kan een vogel natuurlijk niet kauwen. Daarom hebben vogels nog iets nodig: maagkiezel, dat dienst doet als alternatief voor kiezen. Vogels hebben twee magen: een kliermaag en een spiermaag. In die spiermaag zitten allemaal kleine steentjes die, in combinatie met de sterke spierwand van de maag, de zaden en andere harde voedseldelen fijnmalen. Veel vogelsoorten die als huisdier worden gehouden moeten dan ook maagkiezel aangeboden krijgen. Let op: dit is niet hetzelfde als grit! Grit dient als bron van mineralen en wordt, net als zaden, fijngemalen. Maagkiezel is hard en blijft dat ook in de maag. Wel worden de maagkiezels steeds minder scherp door het malen van voer. Een vogel moet dan ook regelmatig nieuwe maagkiezels opnemen en de oude uitscheiden met de ontlasting.