Ouderdomskwalen bij dieren

Wanneer een dier ouder wordt, kunnen er zogenaamde ouderdomskwalen ontstaan. Er zijn ontzettend veel verschillende aandoeningen die kunnen samengaan met ouderdom. Sommige van deze aandoeningen zijn duidelijk merkbaar, zoals een verstoord dag-nachtritme of stijfheid. Andere aandoeningen zijn lastiger te herkennen. Het is daarom aanbevolen om oudere dieren regelmatig te laten onderzoeken door een dierenarts. Uw dierenarts leert uw dier daardoor goed kennen, waardoor eventuele veranderingen sneller gesignaleerd worden. Hij/zij kan uit voorzorg al bepaalde adviezen geven, zoals aangepast voer, om het ontstaan van problemen te voorkomen. Daarnaast kan er op tijd ingegrepen worden als een dier inderdaad bepaalde kwalen ontwikkelt. Door vroegtijdige start van behandelingen zijn de resultaten vaak het best.

Honden en katten

De gemiddelde leeftijd van honden en katten is onder andere afhankelijk van het ras. Voor veel honden geldt een gemiddelde leeftijdsduur van tien jaar, katten kunnen vaak vijftien tot twintig jaar worden. Honden en katten worden vanaf een leeftijd van zeven jaar vaak als “senior” gezien.

Overgewicht of juist ondergewicht komt vaak voor bij oudere dieren. Ondergewicht ontstaat bijvoorbeeld doordat de spijsvertering minder goed werkt, waardoor het dier minder voedingsstoffen binnenkrijgt. Ook kan het zijn dat het dier minder eet, bijvoorbeeld door tandproblemen of door andere onderliggende aandoeningen. Overgewicht (obesitas) komt steeds vaker voor, vaak door een combinatie van teveel of te ongezond eten en te weinig bewegen. Obesitas kan leiden tot andere problemen, zoals een verhoogde kans op het ontwikkelen van artrose, hartproblemen en suikerziekte.

Gedragsveranderingen komen vaak voor bij oudere honden en katten. Eén van de oorzaken hiervoor kan zijn dat het dier last heeft van dementie. Voorbeelden van gedragsveranderingen zijn ’s nachts wakker zijn, oriëntatieproblemen, veranderingen in gedrag naar mensen / dieren, angst of onzindelijkheid. Er zijn echter ook andere oorzaken die kunnen leiden tot veranderingen in gedrag, bijvoorbeeld pijn of veranderingen in de directe leefomgeving, waar oudere dieren vaak moeilijker aan kunnen wennen. Onzindelijkheid kan bijvoorbeeld ook ontstaan door blaasontsteking. Het is daarom altijd belangrijk om bij gedragsveranderingen contact op te nemen met de dierenarts.

Een veel voorkomend probleem bij oudere honden en katten is artrose (gewichtsslijtage). Het dier wordt stijver, staat langzamer op, beweegt minder graag en kan bijvoorbeeld niet meer op een verhoging springen.

Andere aandoeningen die bij oudere honden en katten gezien worden zijn darmaandoeningen, problemen aan lever en/of gal, een overactieve schildklier, het syndroom van Cushing, suikerziekte, (epilepsie)aanvallen, urinewegproblemen, hartproblemen, huidproblemen, ademhalingsproblemen en bloedarmoede. Een veel voorkomende oogafwijking is staar. Daarnaast zijn er ook oorproblemen die vaker voorkomen bij oudere dieren, zoals hardhorendheid, doofheid en chronische oorontsteking. Tandproblemen komen vaak voor door de vorming van tandsteen, ontstoken tandvlees en afgebroken tanden.

Konijnen

Konijnen worden gemiddeld acht tot tien jaar oud, er zijn ook konijnen die nog jaren langer leven. Een konijn wordt vanaf een leeftijd van ongeveer vijf jaar als “senior” gezien.

Oudere konijnen hebben vaak last van tandproblemen. Dit zijn bijvoorbeeld afwijkingen waardoor de tanden niet meer goed op elkaar afslijten, tandwortel problemen en abcessen. Denk bijvoorbeeld ook aan problemen waarbij het oudere konijn een tand is kwijtgeraakt, waardoor de tegenoverliggende tand door kan gaan groeien.

Ook oog- en ooraandoeningen komen veel voor. Bij oudere konijnen worden vaak ontstoken traanzakken gezien. Dit probleem kan samenhangen met tandproblemen, zoals een te groot geworden tandwortel. Andere oogproblemen die voorkomen bij oudere konijnen zijn staar, ooginfecties en andere aandoeningen achter het oog, zoals abcessen. Chronische oorontsteking komt vaak voor bij oudere hangoorkonijnen.

Een andere kwaal die vaak voorkomt bij konijnen is Pododermatitis. Deze aandoening treedt op bij de onderkant van de achterpoten bij de hak en bij de voetzolen, waar het konijn op steunt. De poten worden daar kaal, de huid zwelt op en raakt ontstoken. Bij oudere konijnen komt dit vaker voor, omdat deze konijnen vaak minder bewegen en ook vaker overgewicht hebben. Het is lastig te behandelen en het is daarbij belangrijk dat onderliggende oorzaken, zoals verkeerde huisvesting of overgewicht, opgelost worden.

Overgewicht (obesitas) wordt regelmatig gezien bij oudere konijnen. Hoewel een konijn van het overgewicht zelf niet altijd last hoeft te hebben, kan het wel voor andere problemen zorgen, zoals de genoemde Pododermatitis. Een ander risico ontstaat bij konijnen die stoppen met eten. Wanneer een konijn met overgewicht stopt met eten, kan er leververvetting ontstaan, wat zeer gevaarlijk is.

Het tegenovergestelde, namelijk gewichtsverlies, wordt ook regelmatig gezien bij oudere konijnen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals een slechter werkende spijsvertering of tandproblemen.

Artrose (gewrichtsslijtage) wordt vaak gezien bij oudere konijnen. Hierbij doet bewegen zeer, waardoor het konijn zich dus minder kan gaan bewegen, zich minder goed kan wassen, het niet meer lukt om de blindedarmkeutels op te eten, en niet goed meer op verhogingen kan springen.

Andere aandoeningen die veel bij oudere dieren gezien worden, zijn tumoren, abcessen, chronische luchtwegproblemen, nierproblemen en hartproblemen. Het ontwikkelen van baarmoederkanker en borstkanker kan bij voedsters voorkomen worden door ze voordat ze één jaar oud zijn te castreren.

Knaagdieren

De leeftijd die knaagdieren kunnen bereiken is erg afhankelijk van de soort. Er zijn veel soorten ouderdomsproblemen die voor kunnen komen bij knaagdieren, zoals problemen met het opnemen van voedingsstoffen, infecties, suikerziekte en cysten op de eierstokken. Ook nierproblemen, hartproblemen en tumoren komen vaak voor bij oudere knaagdieren.

Tanden van knaagdieren groeien hun hele leven door en moeten goed op elkaar afslijten. Door verkeerde voeding, genetische aanleg en door bijvoorbeeld beschadigingen kunnen tanden verkeerd of onvoldoende gaan slijten, waardoor problemen kunnen ontstaan.

Artrose, eventueel in combinatie met verkeerde huisvesting, kan bijdragen aan het ontwikkelen van Pododermatitis. Deze aandoening treedt op bij de onderkant van de achterpoten bij de hak en bij de voetzolen, waar het dier op steunt. Door te weinig bewegen en teveel belasten kan hier een ontsteking met open wonden ontstaan. Verkeerde huisvesting kan ook leiden tot urineweginfecties en ontstekingen van de geslachtsdelen.

Bij cavia’s is het meest belangrijke probleem een tekort aan vitamine C, waardoor bovendien ook andere problemen ontstaan. Denk hierbij aan tandproblemen, artrose en Pododermatitis. De tandproblemen bij oudere cavia’s hangen soms ook samen met de grootte van de schedel en de lengte van de kaak; cavia’s met een kort hoofd ontwikkelen meer tandproblemen.

Fretten

Fretten kunnen zo’n acht tot tien jaar oud worden, maar worden vaak al vanaf een leeftijd van drie à vier jaar als senior gezien. Veel voorkomende aandoeningen bij oudere fretten zijn  tumoren, hartaandoeningen, staar, aandoeningen aan het maagdarmstelsel en een vergrote milt. Nieraandoeningen komen ook vaak voor, hoewel de fret daar meestal geen last van heeft en het daardoor vaak niet opgemerkt wordt. Verder komen er soms tandproblemen voor door afgebroken tanden of door de vorming van tandsteen, wat kan leiden tot ontstekingen.
Oudere fretten kunnen leiden aan gewichtsverlies en spierafname. Wanneer een fret te lang slecht eet, kan dit leiden tot de gevaarlijke aandoening leververvetting.

Vogels

De leeftijd die vogels kunnen bereiken is erg afhankelijk van de soort. Kleine vogels, zoals parkieten en dwergpapegaaien, worden als senior beschouwd wanneer ze zes jaar zijn. Bij valkparkieten wordt twaalf jaar als senior gezien, terwijl grote papegaaiachtigen pas vanaf een jaar of dertig als ouder gezien worden.

Er is relatief weinig onderzoek gedaan naar ouderdom gerelateerde gezondheidsproblemen bij vogels. Veel van de aandoeningen die bij oudere vogels voorkomen, komen ook bij jongere vogels voor. Oudere gezelschapsvogels ontwikkelen deels dezelfde ouderdomsverschijnselen als ouder wordende zoogdieren. De vruchtbaarheid neemt af, en er ontstaat een grotere kans op het krijgen van hartproblemen, tumoren, staar en artrose. Problemen met de luchtwegen worden veel gezien bij vogels van alle leeftijden, maar sommige luchtwegaandoeningen lijken vaker voor te komen bij oudere vogels. Verder komen (chronische) leverproblemen, afwijkingen aan de poten en vleugels en stijfheid voor.

Bij oudere roofvogels komen vaak bewegingsproblemen voor, bijvoorbeeld door artrose. Ook tumoren worden vaak gezien bij oudere roofvogels. Verder komen hartproblemen voor, en problemen met de organen, zoals ontstekingen en (nier)falen. Oogproblemen komen ook veel voor, vaak ontstaan door verwondingen. Overgewicht wordt regelmatig gezien, doordat oudere roofvogels vaak minder actief zijn en teveel gevoerd worden. Dit kan weer leiden tot artrose en hartproblemen.

Er zijn gevallen bekend waarbij de vogels tekenen van dementie vertoonden, hoewel hier weinig onderzoek naar gedaan is. In de beschreven gevallen konden oudere vogels bijvoorbeeld de ingang van de kooi niet meer vinden, of wisten ze de voederplek niet meer te herkennen. Ook werden er gedragsveranderingen beschreven.

Reptielen

Bij reptielen is het heel erg lastig om aan te geven wanneer een reptiel als oud gezien wordt. Sommige reptielen laten een verouderingsproces zien dat overeenkomt met dat van zoogdieren en vogels. Andere reptielen, zoals krokodillen en sommige schildpadden, lijken nauwelijks te verouderen. Bepaalde kleine reptielen laten een snel verouderingsproces zien zodra ze volwassen zijn geworden en zich hebben voortgeplant. Het is bovendien erg moeilijk om de leeftijd van een reptiel te bepalen, tenzij men het dier als sinds de geboorte heeft, of er gegevens over bijgehouden zijn.

Eventuele (ouderdoms) aandoeningen die voorkomen bij reptielen ontstaan vaak door verkeerde huisvesting, verkeerde voeding of infecties. Aandoeningen als nierfalen, verstoppingen, bloedarmoede, leverproblemen en hartproblemen worden regelmatig gezien. Verhoorning van de huid en andere huidafwijkingen, gebroken staarten, ontbrekende tenen of nagels en vermagering worden vaker gezien bij oudere dieren, net als afname in de spiermassa en afwijkingen in de wervels. Ook tumoren komen vaker voor naarmate de dieren ouder zijn.
In oudere hagedissen worden nog wel eens gebitsafwijkingen en verstoppingen gezien. Bij oudere slangen en hagedissen komt aderverkalking nog wel eens voor.

Vissen

Vissen kunnen, afhankelijk van de soort, zeer oud worden. Veel vissoorten kunnen tientallen jaren leven, van sommige koi is zelfs bekend dat ze tot 200 jaar oud kunnen worden! Er is echter niet veel bekend over specifieke ouderdomskwalen bij vissen. Algemeen kunnen vissen lijden aan tekorten in de voeding, en komen infectieuze aandoeningen vaak voor. Vissen kunnen ook tumoren ontwikkelen en hartproblemen. Veel hangt samen met optimale huisvesting. Zoals voor alle dieren geldt: naarmate de vissen ouder worden, wordt de kans groter dat het dier iets gaat mankeren.