Sluiten

Killivissen (vissengroep)

Killivissen zijn eierleggende tandkarpers. Door hun vele prachtige kleuren en tekeningen zijn het aantrekkelijke vissen. Verschillende soorten zijn geschikt voor het gezelschapsaquarium, maar ook een aquarium met alleen killivissen kan heel interessant zijn. Er zijn zowel voor de beginner als voor de gevorderde visseneigenaar boeiende soorten te vinden.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of killivissen de vissen zijn die u zoekt.

Algemeen

De groep killivissen bestaat uit de eierleggende tandkarpers uit de orde Cyprinodontiformes. Ze komen overal ter wereld voor, behalve in Australië. Het zijn meestal kleurige vissen die zich goed kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. Killivissen is geen officiële term; de naam is afkomstig van het woord ‘kill’ wat in Oud-Nederlands ‘watertje’ of ‘beekje’ betekent.

Deze vissengroep bestaat uit meerdere families en is daardoor gevarieerd. De vissen worden zo’n 2 tot 20 centimeter lang.

Onder de killivissen zijn zogenaamde annuele vissen (ook wel ‘seizoensvissen’ of ‘jaarvissen’ genoemd), die in de natuur maar één seizoen leven omdat de plassen waarin zij leven, droogvallen. Het grootste deel van de killivissen kan in het aquarium echter één tot enkele jaren oud worden.

Verschillende soorten

De indeling van de killivissen in families en geslachten verandert nog regelmatig. U kunt daarom dezelfde soort soms onder verschillende geslachtsnamen tegenkomen (bijvoorbeeld Fundulopanchax gardneri, van het geslacht Fundulopanchax, wordt door sommigen ingedeeld bij het geslacht Aphyosemion en wordt dan dus Aphyosemion gardneri genoemd). Hier wordt de indeling in tien verschillende families aangehouden:

  • Aplocheilidae : Deze vissen komen voor in India en Madagascar. Hieronder vallen soorten van Aplocheilus en Pachypanchax.
  • Nothobranchiidae : Dit zijn kleurrijke vissen uit Afrika. De annuele soorten van het geslacht Nothobranchus zijn vrij klein, rond vijf centimeter, en leven in zoet tot brak water in modderpoeltjes op savannes. Ook vallen hier semi-annuele soorten onder uit regenwouden, zoals Fundulopanchax gardneri (blue lyretail of blauwe vaandrager) uit Nigeria of de vrij grote Fundulopanchax sjoestedti die zo’n 10 tot 12 centimeter lang kan worden, en de niet annuele soorten van het geslacht Epiplatys zoals Epiplatys annulatus, het ringbandsnoekje .
  • Rivulidae : Dit zijn killivissen uit Midden- en Zuid-Amerika. Er zijn niet-annuele soorten, zoals Laimosemion agilae en Rivulus soorten, maar ook annuele soorten zoals die van de geslachten Aphyolebias, Austrolebias, Simpsonichthys en Nematolebias.
  • Fundulidae : Deze vissen komen vooral voor in de oostelijke helft van Noord-Amerika en Cuba. Soorten zijn onder andere die uit het geslacht Fundulus, en de wat vaker aangeboden Lucania goodei. Ze zwemmen vooral bovenin het aquarium.
  • Profundulidae : Deze killivissen uit Midden-Amerika worden vrijwel niet aangetroffen in het aquarium.
  • Goodeidae : Van deze familie vallen de vissen uit de subfamilie Empetrichthyinae onder de killivissen (in tegenstelling tot die van de subfamilie Goodeinae, die levendbarend zijn). Ze komen voor in Nevada in de Verenigde Staten. In aquaria worden ze nauwelijks gehouden.
  • Valenciidae : Hieronder valt alleen het geslacht Valencia met twee soorten, Valencia hispanica uit Spanje en Valencia letourneuxi uit Griekenland. Ook deze vissen worden vrijwel niet gezien in aquaria.  In het wild worden ze bedreigd.
  • Cyprinodontidae : Soorten uit deze familie die wel in het aquarium gezien worden zijn bijvoorbeeld Jordanella floridae, een wat schrikachtig en territoriaal visje uit Florida en Aphanius soorten uit het gebied rond de Middellandse Zee.
  • Anablepidae : Van deze familie is alleen de subfamilie Oxyzygonectinae eierleggend, en deze bevat alleen de soort Oxyzygonectes dovii uit Midden-Amerika.
  • Poeciliidae : Van deze familie zijn de subfamilies Aplocheilichthyinae en Procatopodinae eierleggend. Een opvallend kenmerk van deze groepen zijn de grote, licht reflecterende ogen. Soorten zijn bijvoorbeeld Aplocheilichthys macrophthalmus en andere Aplocheilichthys soorten en Procatopus soorten. Het zijn niet-anuele scholenvissen die niet zo vaak gezien worden in het aquarium. De levendbarende soorten uit deze familie, zoals guppy’s, platy’s en zwaarddragers, worden niet tot de killies gerekend.

Veel soorten killivissen vertonen een grote natuurlijke variatie in kleur. Van een aantal soorten bestaan dan ook kweekvormen met speciale kleuren.

Van nature

Killivissen zijn vrijwel overal ter wereld te vinden, met uitzondering van Australië. Ze komen vooral voor in stilstaand of langzaam stromend, ondiep water. Killivissen worden wel opgedeeld in drie typen: annuele of seizoensvissen, semi-annuele vissen en niet-annuele vissen.

De annuele of seizoensvissen komen voor in plassen en poeltjes die in het warme seizoen droogvallen. De volwassen vissen overleven dat uiteraard niet, maar de eieren die zij in de bodem hebben gelegd kunnen daar blijven wachten tot er weer regen valt. Dan komen ze uit en ontwikkelen de jonge visjes zich snel tot volwassen exemplaren die zich weer kunnen voortplanten. Annuele soorten zijn onder andere Notobranchius soorten uit Afrika en Aphyolebias soorten uit Zuid-Amerika.

Niet-annuele vissen leven in beken, meertjes of riviertjes waar altijd water blijft staan en waarbij de eieren zich dus onder water ontwikkelen. Zij kunnen enkele jaren oud worden.

Bij semi-annuele vissen zijn beide vormen mogelijk; de eieren kunnen zich in het water ontwikkelen maar mocht de poel droogvallen dan kunnen zij ook overleven in de modder.

De meeste killivissen leven solitair en zijn territoriaal. De mannetjes jagen vaak fanatiek achter de vrouwtjes aan. Er zijn echter ook soorten die in scholen leven, zoals die van de Poeciliidae.

Huisvesting

Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een aquarium komt heel wat kijken. In het Praktische document ‘Het tropisch zoetwateraquarium’ leest u hoe u dat aan kunt pakken en worden de gebruikte termen nader uitgelegd.

Killivissen worden vaak in relatief kleine aquaria gehouden. Sommige soorten hebben echter flink de ruimte nodig, bijvoorbeeld omdat ze territoriaal zijn. Ga voor een groepje van drie kleine killivissen uit van een aquarium van minstens 30 x 20 x 20 centimeter (l x b x h), vissen tot 10 cm lang hebben tenminste 45 x 25 x 25 nodig en grotere killies tenminste 60 x 30 x 30. Wilt u de killies in een gezelschapsaquarium houden, kies dan een grotere bak zodat de vissen elkaar uit de weg kunnen gaan.

Het aquarium moet een dekplaat hebben, want killivissen springen goed, zeker soorten als Epiplatys. Zorg ervoor dat deze goed afsluit want ook door kleine openingen kunnen de vissen ontsnappen!

Zorg ervoor dat u meerdere vrouwtjes bij een mannetje zet, een enkel vrouwtje wordt al snel teveel opgejaagd. Een combinatie van bijvoorbeeld drie mannetjes op vijf vrouwtjes werkt vaak goed, maar u kunt ook kiezen voor een man met twee of meer vrouwtjes, zeker bij soorten waarbij de mannetjes erg agressief zijn naar soortgenoten zoals veel annuele soorten. Een aantal soorten leeft in schooltjes, zoals Procatopus en Micropanchax soorten, hiervan kunt u het beste tenminste zo’n acht dieren bij elkaar houden.

Veel killivissen kunnen ook agressief zijn naar andere vissen, kleine vissen opeten en aan vinnen van langvinnige soorten eten. Daarom kan het bij de agressievere soorten beter zijn hen niet in een gezelschapsaquarium te houden maar een speciaal aquarium voor uw killivissen in te richten. Het is bovendien interessant om het gedrag te kunnen observeren in een aquarium met alleen killivissen.

De meeste killivissen hebben niet te hoge watertemperaturen nodig: 22-24 graden Celsius is voor de meeste soorten geschikt. Enkele soorten doen het beter in wat koeler water, zoals Nematolebias whitei, Jordanella floridae en Lucania goodei of juist warmer water zoals Aplocheilichtys pumilus.

De gewenste hardheid van het water ligt voor veel soorten tussen 5 en 12 DH. Een aantal soorten zoals Nothobranchius rachovii, N. guentheri en Aphyosemion bivittatum hebben zachter water nodig tot zo’n 6 DH terwijl bijvoorbeeld Aphanius mento graag harder water wil hebben tussen ongeveer 16 en 20 DH.

Een filter en beluchting zijn nodig om de waterkwaliteit goed te houden. Killivissen houden niet van te veel stroming.

Omdat er zo’n verscheidenheid aan soorten en vindplaatsen is, kan de ideale watersamenstelling voor elke soort weer anders zijn. In bijlage 1 vindt u een aantal voorbeelden van soorten en hun geschikte waterwaarde. Vraag de verkoper wat voor de soort van uw keuze de beste waterwaarden zijn.

Killivissen houden van gedempt licht, kies daarom geen felle lampen en gebruik drijfplanten om het licht af te schermen. Deze kunnen ook als schuilplaats dienst doen. Als u een doorzichtig deksel op uw aquarium heeft kan ook het gewone plafondlicht al voldoende zijn om het aquarium mee te verlichten. Zorg voor schuilplaatsen in de vorm van hout, planten en drijfplanten. Op een donkere bodem komen de kleuren van de vissen het beste uit, bovendien gedragen de vissen zich bij een donkere bodem minder schuw.

Verzorgen en hanteren

Dagelijks moet u de vissen even bekijken om te zien of ze gezond zijn. Controleer ook de watertemperatuur en verwijder eventuele voedselresten. Tussen losse plantenresten ontwikkelen zich nuttige voedseldeeltjes voor deze vissen, u hoeft deze daarom niet direct te verwijderen maar haal ze weg als ze teveel ophopen.

Test geregeld het water met testsetjes die u in de dierenspeciaalzaak kunt kopen. Belangrijk zijn daarbij vooral de zuurgraad (pH), de hardheid en de hoeveelheid ammonium, nitriet en nitraat. Bij een goed werkend filter zijn ammonium en nitriet niet meetbaar aanwezig. Nitraat kan het gemakkelijkst uit het water worden verwijderd door snel groeiende beplanting of door goede beluchting, sneller gaat dit door water te verversen. Ververs daarom regelmatig, afhankelijk van de gemeten waterkwaliteit. Een richtlijn is om tenminste elke twee weken ongeveer een derde van het water te vervangen.

Zeker bij kweken moet het water in broedbakjes en opkweekbakken goed schoon gehouden worden, zorg ook daar voor een goed werkend filter en meet de waterkwaliteit zodat u het water op tijd kunt verversen. Let daarbij wel op dat sommige soorten erg gevoelig zijn voor schommelingen in de watersamenstelling en bij teveel verschil snel last krijgen van de aandoening ‘witte stip’. Het toegevoegde verse water moet daarom van de juiste samenstelling zijn!

Maak het mechanische deel van het filter regelmatig schoon door te spoelen in het oude aquariumwater. Maak indien nodig de ruiten schoon met een magneetveger, een krabber of filterwatten.

Gebruik attributen die voor het aquarium bestemd zijn, zoals een emmer en schepnetje, alleen voor het aquarium en niet voor andere huishoudelijke activiteiten. Was altijd uw handen zowel voor als nadat u met het aquarium bezig bent geweest. Gebruikt u een hevelslang, zorg er dan voor dat u geen water binnen krijgt. Sommige visziekten zijn ook besmettelijk voor mensen.

Voeding

Vrijwel alle killivissen eten het liefst levend voer. Onder andere muggenlarven, pekelkreeftjes (Artemia), watervlooien (Daphnia) en fruitvliegjes zijn geschikt, ook Tubifex en andere wormen kunnen gevoerd worden. Pas bij wormen wel op dat deze ziekten kunnen meebrengen. Gemalen runderhart kan ook gegeven worden. De meeste killies kunnen ook wennen aan diepvriesvoer zoals ingevroren Artemia en sommige eten ook wel droogvoer. Een enkele soort, bijvoorbeeld Jordanella, heeft daarnaast plantaardig voer nodig, vooral algen. Voor alle soorten geldt bovendien dat variatie in het voer helpt om de dieren gezond te houden en tekorten te voorkomen.

Jonge killivissen kunnen gevoerd worden met klein voer zoals infusoriën, net uitgekomen Artemia larven (naupliën) of microwormen.

Pas op dat u niet teveel voert. Voedseldeeltjes die te lang blijven liggen moeten worden verwijderd omdat deze het water vervuilen.

Voortplanting

Mannelijke killivissen zijn meestal kleurrijker dan de vrouwtjes en hebben soms ook langere vinnen.

De annuele killivissen of seizoensvissen hebben een aparte manier van voortplanten. Ze leggen hun eieren in substraat dat droog komt te liggen als het poeltje waarin ze leven, verdampt en de volwassen vissen sterven. Deze droge periode, het ruststadium, is nodig voor de ontwikkeling van de eieren. Pas als het poeltje weer volregent in het regenseizoen, komen de eieren uit. Dit kan meerdere weken tot vele maanden duren! De jongen groeien erg snel en kunnen zich ook snel weer voorplanten, omdat dit uiteraard moet gebeuren voor de poel weer droogvalt.

Om in het aquarium met annuele vissen te kweken, moeten de eieren worden afgezet op substraat dat drooggelegd kan worden. Hiervoor wordt vaak turf of veenmos turf gebruikt. Spoel turf of veenmos turf wel eerst uit met kokend en daarna koud water voor u het in het aquarium doet, omdat er veel stoffen uit vrij komen die anders de watersamenstelling te veel beïnvloeden. Gebruik alleen turf die bedoeld is voor het aquarium en dus niet bemest is. Ook kokosvezel kan gebruikt worden als legsubstraat.

Na het leggen van de eieren, net onder de oppervlakte, wordt de turf uit het aquarium gehaald en wat gedroogd door het meeste water er uit te laten lopen (losse turf bijvoorbeeld afgieten in een fijnmazig filter zodat het water er uit loopt) en het even tussen papier te leggen. Laat het niet helemaal droog worden. Daarna kan het turf in een plastic zakje of bakje weggelegd worden, liefst bij een constante temperatuur. De lengte van de rustperiode verschilt per soort van enkele weken tot enkele maanden.

Aan het einde van deze periode wordt de turf weer in ondiep water van de juiste samenstelling gelegd zodat de eieren kunnen uitkomen. De jonge visjes groeien erg snel.

Een aantal Zuid-Amerikaanse soorten zoals Austrolebias of Simpsonichthys graaft zich in de bodem om daar de eieren af te zetten. Deze kunnen erg lang blijven liggen voor ze uitkomen. Een dikke laag veenmos turf is hiervoor geschikt. Deze vissen worden ook wel turf-duikers genoemd.

Bij semi-annuele soorten kunnen de eieren zowel in water als op turf bewaard worden tot ze uit gaan komen. Dit duurt meestal enkele weken.

De niet-annuele soorten leggen hun eieren vaak tussen en tegen waterplanten, bijvoorbeeld in Javamos, of op de bodem. Ook kan als afzetplaats voor de eieren een zogenaamde ‘mop’ gebruikt worden, een bos draden van acryl of polyamide.

Bij het gebruik van een mop moet men deze vooraf uitkoken of goed spoelen met heet water. Daarna kan hij in het aquarium worden bevestigd. Afhankelijk van de voorkeur van de vissoort kan men de mop op de bodem vastmaken, met behulp van een zuignap halverwege het aquarium bevestigen of laten drijven door er een drijver van bijvoorbeeld kurk aan vast te maken. Als kweken een bewust doel is worden vaak geen substraat op de bodem en geen planten gebruikt, zodat alle eieren op de mop worden afgezet. Men kan de mop om de paar dagen uit het water halen, voorzichtig wat afdrogen en de eieren er af halen zodat de goede eieren kunnen worden overgezet naar een broedbakje. Zo kunnen de volwassen vissen de eieren en jongen niet opeten. Het kan zinvol zijn om een middel tegen schimmels en bacteriën aan het water toe te voegen om dat de eieren hier gevoelig voor zijn. Zet het broedbakje in het (schemer)donker want de eieren zijn gevoelig voor licht.

U kunt de eieren natuurlijk ook in het aquarium laten, zorg dan voor een voldoende groot aquarium met veel begroeiing als bescherming. Een deel zal waarschijnlijk worden opgegeten maar de rest kan uitkomen.

De eieren komen na ongeveer anderhalf tot vier weken uit. Als u de eieren in een broedbakje had gezet, kunnen de jongen dan worden overgezet naar een grotere bak waarin zij kunnen opgroeien. Heeft u de eieren in het aquarium gelaten dan kunt u proberen de jongen uit te vangen en in een aparte bak te zetten zodat ze niet worden opgegeten, of u kunt de ouders verplaatsen en de jongen in de bak laten. Zet alleen jongen bij elkaar die ongeveer even groot zijn, anders eten ze elkaar op! Na ongeveer een half jaar zijn de jongen in staat zich voort te planten, maar het duurt nog wat langer voor ze volgroeid zijn.

Ziekten en aandoeningen

Om uw vissen gezond te houden is het erg belangrijk om te zorgen voor een goede waterkwaliteit en goede voeding. Stress kunt u voorkomen door de vissen zoveel mogelijk met rust te laten en een vast dagpatroon aan te houden. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastigvallen. Tekenen van gezondheidsproblemen zijn een doffe of aangetaste huid, geknepen , een afwijkende lichaamsvorm of een afwijkende manier van zwemmen (bijvoorbeeld schommelend of scheef).

Killivissen zijn meestal gezonde vissen als de waterkwaliteit maar goed op peil gehouden wordt. Toch kunnen ze soms, net als andere vissoorten, last krijgen van visziekten zoals witte stip of vinrot.

Vooral de annuele killivissen, zoals Nothobranchius soorten, zijn gevoelig voor Oodinium (fluweelziekte). Een klein beetje zout in het water kan dit helpen voorkomen, ongeveer een theelepel per 8 liter water. Bij snelle behandeling is de ziekte worden genezen. Voorkom infectie door nieuw gekochte vissen eerst in een quarantainebak te houden.

Ook zijn veel soorten erg gevoelig voor vissen-TBC (Mycobacterium). Dit kan worden veroorzaakt door het voeren van levend voer.

Jonge vissen en ook de eieren zijn vatbaar voor schimmelinfecties, vooral als de waterkwaliteit niet optimaal is. Voldoende water verversen is daarom belangrijk. Ze zijn echter ook erg vatbaar voor witte stip, die juist kan worden veroorzaakt door waterwisselingen, vooral wanneer de samenstelling van het water daardoor te sterk verandert. Let er daarom altijd op dat het verse water de juiste samenstelling heeft!

Let op dat bij vissen uit minder warme streken, zoals Cynolebias, Lucania en Fundulus, de watertemperatuur niet te hoog is, de vis wordt dan vatbaarder voor infecties.

Vaak kunnen vissen door een snelle behandeling weer herstellen. In de dieren- of aquariumspeciaalzaak kunt u terecht voor algemeen advies over ziekten en mogelijke behandelwijzen. Ook vindt u hier enkele middelen om ziekten te behandelen. Zorg er wel voor dat u lang genoeg doorgaat met behandelen, zodat alle ziekteverwekkers gedood worden.

Er zijn in Nederland ook dierenartsen die deskundig zijn op het gebied van visziekten. Is laboratoriumonderzoek nodig dan kunt u contact opnemen met het visziektenlaboratorium van het CVI in Lelystad.

In de Praktische informatie over ‘Ziekten en aandoeningen bij zoetwatervissen’ leest u meer over visziekten.

Benodigde ervaring

Een aantal killivissen zijn geschikt voor beginners, zoals Aphyosemion australe, Aphyosemion gabunense, Aphyosemion bivittatum, Epiplatys dageti monroviae, Epiplatys togolensis en Fundulopanchax gardneri. Voor andere soorten is wat meer ervaring nodig, zoals de meeste annuele vissen en bijvoorbeeld ook Epiplatys annulatus. Het is aan te raden lid te worden van een liefhebbersvereniging, hier kunt u veel leren van de ervaringen van anderen.

Zorg dat u zich van tevoren goed informeert over het opzetten en onderhouden van een aquarium.

Aanschaf en kosten

Een beperkt aantal soorten killivissen kunt u kopen in de aquariumspeciaalzaak, maar zoekt u een wat minder vaak voorkomende soort dan kunt u ook terecht bij hobbykwekers, bijvoorbeeld via liefhebbersverenigingen. Let er bij het kopen van vissen op dat ze uit schone bakken met gezonde dieren komen. Kies de meest actieve vissen. Let erop dat de vissen een mooie schone huid hebben en dat de vissen niet mager zijn. Laat de dieren geleidelijk wennen aan de nieuwe wateromstandigheden. Het is aan te raden om nieuwe vissen eerst in een quarantainebak te plaatsen.

Van de annuele killivissen is het soms ook mogelijk om eieren in substraat te kopen, die u dan zelf kunt laten uitkomen.

De prijzen van killivissen liggen uiteen, ze kosten per stuk vanaf anderhalve euro tot zo’n twintig euro. De opstartkosten van een aquarium hangen af van de grootte van het aquarium en de gewenste techniek. Terugkerende kosten zijn bijvoorbeeld die voor de aanschaf van voer, testsetjes en kosten voor verwarming en verlichting. Daarnaast kunt u voor extra uitgaven komen te staan als er ziekten in het aquarium ontstaan.

Bijlage 1

In deze tabel vindt u waarden voor diverse geslachten en soorten. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.