Sluiten

Marmerbijlzalm

De marmerbijlzalm is zowel letterlijk als figuurlijk een vis die er uit springt: figuurlijk vanwege zijn aparte lichaamsbouw met diepe borst, maar ook letterlijk omdat deze vis boven het water uitspringt en zo daadwerkelijk stukjes vliegt! Een afdekruit mag dan ook niet ontbreken. Bijlzalmen zijn interessante vissen, geschikt voor aquariumhouders met enige ervaring.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de marmerbijlzalm het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

De marmerbijlzalm behoort tot de familie van de bijlzalmen. Het zijn scholenvissen, afkomstig uit het Amazonegebied in Zuid-Amerika. De familie van de bijlzalmen bestaat uit verschillende soorten die wat huisvesting en verzorging betreft erg op elkaar lijken.

De marmerbijlzalm, Carnegiella strigata, wordt hier behandeld omdat dit een populaire aquariumvis is, maar de gegeven richtlijnen gelden ook voor de andere leden van de bijlzalm familie. Bijlzalmen vallen op door hun afwijkende lichaamsbouw. Ze hebben een erg diepe borst. Bijlzalmen springen boven het water uit om insecten te vangen of als ze vluchten. Ze kunnen dan wel twee tot drie meter ver over het wateroppervlak ‘vliegen’. Dit is niet alleen een zeilvlucht: ze gebruiken ook hun borstvinnen om vliegbewegingen mee te maken.

De marmerbijlzalm is glanzend zilver-bruin met schuine zwarte banden. Over de bovenste helft van het lichaam loopt een horizontale gele streep. Ze worden ongeveer 3,5 centimeter lang. De marmerbijlzalm kan vier tot vijf jaar oud worden.

Verschillende varianten

Er komen verschillende kleurpatronen voor bij de marmerbijlzalm, afhankelijk van de vangstlocatie. Andere soorten bijlzalmen die in aquaria voorkomen zijn Carnegiella marthae (dwergbijlzalm), die kleiner is dan de marmerbijlzalm en in plaats van de zwarte banden alleen een zwarte streep langs de onderste buikrand heeft, Gasteropelecus sternicla (gewone bijlzalm) die tot ongeveer zes centimeter lang is en veel gezien wordt in aquaria, Gasteropelecus maculatus (gestippelde bijlzalm) en Gasteropelecus levis (zilverbijlzalm). Een grotere soort is Thoracocharax securis (diamantbijlzalm) die zilver gekleurd is en bijna zeven centimeter lang wordt. Deze is nogal schuw en wordt niet vaak in de handel gezien.

Van nature

Bijlzalmen leven in grote groepen. Van nature komen ze voor in open water en in kleine stroompjes met veel plantengroei in het Amazonegebied. Ze eten vooral kleine kreeftjes en insecten, die ze van het wateroppervlak happen. Ze leven dan ook vlak onder het wateroppervlak. Als ze schrikken of moeten vluchten voor een roofdier, springen ze boven het water uit.

Huisvesting

Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een aquarium komt heel wat kijken. In de Praktische informatie over ‘het tropisch zoetwateraquarium’ leest u hoe u dat aan kunt pakken en worden de gebruikte termen nader uitgelegd.

Omdat bijlzalmen erg vreedzame vissen zijn, kunt u hen goed in een gezelschapsaquarium houden. Kies er dan geen te actieve soorten bij die de bijlzalm lastig vallen en geen agressieve soorten. Het is aan te raden om tenminste vijf exemplaren te houden zodat ze hun natuurlijke scholengedrag kunnen uitvoeren, maar liefst nog meer.

Bijlzalmen hebben open zwemruimte nodig om als school heen en weer te kunnen zwemmen. Ze gebruiken vrijwel alleen de bovenste waterlaag.

Om marmerbijlzalmen te houden heeft u een aquarium nodig van tenminste zestig centimeter lang. Voor de grotere bijlzalmen zoals Thoracocharax securis heeft u een aquarium van tenminste een meter lang nodig. Voor deze laatste soort is schoon en zuurstofrijk water erg belangrijk. Het aquarium moet afgedekt zijn omdat de vissen er anders uit zullen springen.

De watertemperatuur moet tussen 24 en 28 graden Celsius liggen. De pH-waarde (zuurgraad) van het water mag niet te hoog zijn, tussen 5,5 en 7,5 is het beste. Bijlzalmen hebben graag water met een totale hardheid tussen ongeveer vier en achttien DH. Een waterfilter en verlichting horen ook tot de basisuitrusting van het aquarium. Bijlzalmen houden van wat stroming in het water.

Planten zijn nodig zodat de bijlzalmen voldoende schuilplaatsen hebben. Bovendien houden ze niet van fel licht. Drijfplantjes zorgen voor een wat schemerige omgeving waar bijlzalmen zich van nature prettig in voelen. Ook helpen planten om de waterkwaliteit op peil te houden.

Kweken met bijlzalmen is moeilijk, maar wilt u het proberen dan kunt u het beste een aparte kweekbak gebruiken waarin de pH rond de zes ligt en de hardheid rond vijf DH. De verlichting moet zwak zijn omdat de eieren niet goed tegen licht kunnen.

Verzorgen en hanteren

Dagelijks moet u de vissen even bekijken om te zien of ze gezond zijn. Controleer ook de watertemperatuur en verwijder eventuele voedselresten. Haal elke week losse plantenresten weg.

Test geregeld het water met testsetjes die u in de dierenspeciaalzaak kunt kopen. Belangrijk zijn daarbij vooral de zuurgraad (pH), de hardheid en de hoeveelheid ammonium, nitriet en nitraat. Bij een goed werkend filter zijn ammonium en nitriet niet meetbaar aanwezig. Nitraat kan het gemakkelijkst uit het water worden verwijderd door water te verversen. Ververs daarom regelmatig, afhankelijk van de gemeten waterkwaliteit. Een richtlijn voor marmerbijlzalmen is om elke twee weken ongeveer een derde van het water te vervangen.

Maak het mechanische deel van het filter regelmatig schoon door te spoelen in het oude aquariumwater. Maak indien nodig de ruiten schoon met een magneetveger, een krabber of filterwatten.

Gebruik attributen die voor het aquarium bestemd zijn, zoals een emmer en schepnetje, alleen voor het aquarium en niet voor andere huishoudelijke activiteiten. Was altijd uw handen nadat u met het aquarium bezig bent geweest. Gebruikt u een hevelslang, zorg er dan voor dat u geen water binnen krijgt. Sommige visziekten zijn ook besmettelijk voor mensen.

Voeding

Bijlzalmen eten dierlijk, drijvend voer, bijvoorbeeld levend voer zoals zwarte muggenlarven, fruitvliegjes, watervlooien of Tubifex. U kunt hen ook wennen aan droogvoer. Voer dat naar de bodem zakt, eten ze niet meer op. Voer zoveel als de vissen in één tot twee minuten op hebben. Voerresten moeten verwijderd worden omdat ze het water vervuilen. Bewaar het potje droogvoer niet op de lichtkap van het aquarium, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren.

Voortplanting

Het onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes is nauwelijks te zien. Als de vrouwtjes eieren bij zich dragen, hebben ze een iets dikkere buik en zijn de eieren zichtbaar. Het vrouwtje zet de eieren af tussen bladeren. Ze vallen dan op de bodem. De eieren mogen niet te fel verlicht worden. Bijlzalmen kennen geen broedzorg. Soms eten ze hun eigen eieren op. Vang dus de ouders weg of gebruik een eierrooster. Na ongeveer dertig uur komen de eieren uit. Vijf dagen na het uitkomen zwemmen de jongen vrij rond. Ze zijn dan erg klein en moeten gevoerd worden met infusoriën.

Ziekten en aandoeningen

Om uw vissen gezond te houden is het erg belangrijk om te zorgen voor een goede waterkwaliteit en goede voeding. Stress kunt u voorkomen door de vissen zoveel mogelijk met rust te laten en een vast dagpatroon aan te houden. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastigvallen. Tekenen van gezondheidsproblemen zijn een doffe of aangetaste huid, geknepen vinnen en een afwijkende manier van zwemmen (bijvoorbeeld schommelend of scheef).

Bijlzalmen kunnen, net als veel andere aquariumvissen, last krijgen van parasieten. Voorbeelden van parasitaire huidaandoeningen zijn witte stip en fluweelziekte. Op de kieuwen kunnen eencelligen en kieuwwormen voorkomen. Deze laatsten zetten zich in de kieuwen vast met haakjes, waardoor het weefsel beschadigt en er infecties ontstaan. Ook in de darmen komen parasieten voor, waaronder verschillende wormen en flagellaten.

Bacteriën kunnen diverse visziekten veroorzaken. Columnaris ziekte lijdt vooral tot aantasting van de huid en kieuwen en kan zich snel uitbreiden tot een ernstige ziekte. Het is lastig te behandelen.

Vissen-TBC wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium marinum. Deze tast de organen van de vis aan. Bij de mens kan deze bacterie zwemmersgranuloom veroorzaken, een ziekte met huidwondjes waar een lange antibioticumkuur voor nodig is. Vissen-TBC kan ook via bevroren voeding worden overgedragen.

Infecties door bacteriën zijn vaak secundair: ze zijn dan een gevolg van verminderde weerstand (bijvoorbeeld door stress), een beschadigde huid of een aantasting van de slijmlaag van de huid door een slechte waterkwaliteit. Een voorbeeld hiervan is vinrot. Belangrijk is dus om niet alleen de aandoening te verhelpen, maar vooral ook de primaire oorzaak op te sporen en te corrigeren.

Vaak kunnen vissen door een snelle behandeling weer herstellen. In de dieren- of aquariumspeciaalzaak kunt u terecht voor algemeen advies over ziekten en mogelijke behandelwijzen. Ook vindt u hier enkele middelen om ziekten te behandelen. Zorg er wel voor dat u lang genoeg doorgaat met behandelen, zodat alle ziekteverwekkers gedood worden.

Er zijn in Nederland ook dierenartsen die gespecialiseerd zijn in vissen. Is laboratoriumonderzoek nodig dan kunt u contact opnemen met het visziektenlaboratorium van CVI in Lelystad.

In de Praktische informatie over ‘Ziekten en aandoeningen bij zoetwatervissen’ leest u meer over visziekten.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is enige ervaring nodig. De marmerbijlzalm is wat sterker en daardoor gemakkelijker te houden dan sommige andere bijlzalmsoorten . Zorg dat u zich van tevoren goed informeert over het opzetten van een aquarium.

Aanschaf en kosten

Een marmerbijlzalm koopt u bij de aquariumspeciaalzaak. Let er bij het kopen van vissen op dat ze uit schone bakken met gezonde dieren komen. Kies de meest actieve vissen. Let erop dat de vissen een mooie schone huid hebben en niet mager zijn. Laat de dieren geleidelijk wennen aan de nieuwe wateromstandigheden, nog beter is het om nieuwe vissen in een quarantainebak te plaatsen.

De marmerbijlzalm kost vanaf enkele euro's per stuk. De opstartkosten van een aquarium hangen af van de grootte van het aquarium en de gewenste techniek. Er zijn ook kosten die terugkeren, zoals bijvoorbeeld de aanschaf van voer. Omdat bijlzalmen vooral levend voer eten, bent u hier wat meer geld aan kwijt dan bij vissen die met alleen droogvoer toe kunnen. Overige terugkerende kosten zijn die voor testsetjes, filtermateriaal en energie voor verwarming en licht. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als er ziekten in het aquarium ontstaan.