Sluiten

Vuurstaartlabeo

De vuurstaartlabeo is met zijn diep fluweelzwarte lijf en opvallende rode staart een mooie vis om te zien. Vuurstaartlabeo’s verdragen geen soortgenoten in de bak. De combinatie met niet te kleine of rustige vissoorten gaat meestal prima, zo lang het aquarium maar groot genoeg is. De vuurstaartlabeo is een vis om lang plezier van te hebben, hij kan zeker tien jaar oud worden.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de vuurstaartlabeo het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

De vuurstaartlabeo behoort tot de familie van de karperachtigen. Hij is ook bekend onder de verouderde naam Labeo bicolor. Van oorsprong komen deze vissen uit Thailand, maar in de natuur komen ze waarschijnlijk niet meer voor. Ze staan daarom op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten als ‘uitgestorven’. De hier verkrijgbare exemplaren zijn allemaal in gevangenschap gekweekt.

Vuurstaartlabeo’s zijn diepzwart met een felrode staartvin. Bij elke mondhoek hebben ze een baarddraad. Ze kunnen tot vijftien centimeter lang worden. Vuurstaartlabeo’s kunnen tien tot vijftien jaar oud worden.

Verschillende varianten

Er bestaat een albino kweekvorm van de vuurstaartlabeo. Deze is wit met een rode staart.

Van nature

Oorspronkelijk komt de vuurstaartlabeo voor in stromend water, vooral rivieren. Hij vormt een territorium en is daarbij erg agressief naar soortgenoten.

Vuurstaartlabeo’s schuilen graag tussen planten. Als ze last hebben van stress of ziekte wordt hun diepzwarte kleur bleker.

Huisvesting

Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een aquarium komt heel wat kijken. In de Praktische informatie over ‘het tropisch zoetwateraquarium’ leest u hoe u dat aan kunt pakken en worden de gebruikte termen nader uitgelegd.

Omdat de vuurstaartlabeo agressief is tegen soortgenoten, kunt u het beste maar één exemplaar houden. U kunt er wel andere vissoorten bijzetten, maar kies geen kleine of gevoelige soorten. Het is daarbij belangrijk dat de bak groot genoeg is: de vuurstaartlabeo verdedigt zijn territorium fel. Bij een klein aquarium zal hij uiteindelijk ook naar andere soorten agressief worden. Vuurstaartlabeo’s gebruiken vooral de onderste en soms de middelste waterlaag.

Om een vuurstaartlabeo te houden heeft u een aquarium nodig van tenminste 125 centimeter lang nodig. Een afdekplaat voorkomt dat de vissen uit het water springen.

De watertemperatuur moet tussen 23 en 27 graden Celsius liggen. Het water moet een pH-waarde (zuurgraad) tussen 6,5 en 7,5 hebben en een hardheid tussen 8 en 15 DH. Een waterfilter en verlichting horen tot de basisuitrusting van het aquarium.

Het licht mag niet te fel zijn. Drijfplantjes en andere planten zorgen voor een wat schemerige omgeving waarin de vuurstaartlabeo zich prettig voelt. Ook helpen planten om de waterkwaliteit op peil te houden en worden ze gebruikt als schuilplaats. Daarnaast trekt de vuurstaartlabeo zich graag terug tussen kienhout of rotsen.

Gebruik een donkere bodembedekking, dan kleurt de vuurstaartlabeo beter. Zand of ander fijn substraat is het meest geschikt.

Verzorging

Dagelijks moet u de vissen even bekijken om te zien of ze gezond zijn. Controleer ook de watertemperatuur en verwijder eventuele voedselresten. Haal elke week losse plantenresten weg.

Test geregeld het water met testsetjes die u in de dierenspeciaalzaak kunt kopen. Belangrijk zijn daarbij vooral de zuurgraad (pH), de hardheid en de hoeveelheid ammonium, nitriet en nitraat. Bij een goed werkend filter zijn ammonium en nitriet niet meetbaar aanwezig. Nitraat kan het gemakkelijkst uit het water worden verwijderd door water te verversen. Ververs daarom regelmatig, afhankelijk van de gemeten waterkwaliteit. Een richtlijn voor vuurstaartlabeo’s is om elke twee weken ongeveer een derde van het water te vervangen.

Maak het mechanische deel van het filter regelmatig schoon door te spoelen in het oude aquariumwater. Maak indien nodig de ruiten schoon met een magneetveger, een krabber of filterwatten.

Gebruik attributen die voor het aquarium bestemd zijn, zoals een emmer en schepnetje, alleen voor het aquarium en niet voor andere huishoudelijke activiteiten. Was altijd uw handen nadat u met het aquarium bezig bent geweest. Gebruikt u een hevelslang, zorg er dan voor dat u geen water binnen krijgt. Sommige visziekten zijn ook besmettelijk voor mensen.

Voeding

Vuurstaartlabeo’s hebben zowel plantaardig als dierlijk voer nodig. Ze eten het liefst van de bodem, gebruik bijvoorbeeld voedertabletten die zinken. U kunt droogvoer geven en ter afwisseling levend voer zoals muggenlarven, watervlooien of Tubifex. Diepvriesvoer kan ook, het voordeel is dat hier geen ziekteverwekkers meer in kunnen zitten. Laat diepvriesvoer wel eerst ontdooien.

De vuurstaartlabeo eet graag algen of sla en ruimt ook voerresten van andere vissen op. Voer zoveel als de vissen in een minuut op hebben. Als u droogvoer geeft, zet het potje dan niet op de lichtkap van het aquarium, want dan wordt het te warm en gaan de vitaminen verloren.

Voortplanting

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is bijna niet te zien. De vrouwtjes hebben een iets rondere buikvorm en zijn vaak wat minder diep van kleur.

Vuurstaartlabeo’s zijn erg moeilijk thuis te kweken, ook omdat het lastig is er meer dan één per aquarium te houden.

Het vrouwtje zet haar eieren af tegen planten, waar ze door het mannetje worden bevrucht. Zo’n 30 tot 60 uur later komen de eieren uit. De jongen blijven ongeveer twee tot vier dagen aan de planten hangen. Het mannetje vertoont broedzorg en beschermt de eieren en jongen. Na zeven tot tien weken krijgen de jongen hun rode staart.

Ziekten en aandoeningen

Om uw vissen gezond te houden is het erg belangrijk om te zorgen voor een goede waterkwaliteit en goede voeding. Stress kunt u voorkomen door de vissen zoveel mogelijk met rust te laten en een vast dagpatroon aan te houden. Zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastigvallen.

Tekenen van gezondheidsproblemen zijn een doffe of aangetaste huid, geknepen vinnen en een afwijkende manier van zwemmen (bijvoorbeeld schommelend of scheef).

Vuurstaartlabeo's kunnen, net als veel andere aquariumvissen, last krijgen van parasieten. Voorbeelden van parasitaire huidaandoeningen zijn witte stip en fluweelziekte. Op de kieuwen kunnen eencelligen en kieuwwormen voorkomen. Deze laatsten zetten zich in de kieuwen vast met haakjes, waardoor het weefsel beschadigt en er infecties ontstaan. Ook in de darmen komen parasieten voor, waaronder verschillende wormen en flagellaten.

Bacteriën kunnen diverse visziekten veroorzaken. Columnaris ziekte lijdt vooral tot aantasting van de huid en kieuwen en kan zich snel uitbreiden tot een ernstige ziekte. Het is lastig te behandelen.

Vissen-TBC wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium marinum. Deze tast de organen van de vis aan. Bij de mens kan deze bacterie zwemmersgranuloom veroorzaken, een ziekte met huidwondjes waar een lange antibioticumkuur voor nodig is. Vissen-TBC kan ook via bevroren voeding worden overgedragen.

Gatenziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Aeromonas salmonicida. Deze komt bij karperachtigen en paling voor en veroorzaakt diepe huidwonden met een rode randzone.

Infecties door bacteriën zijn vaak secundair: ze zijn dan een gevolg van verminderde weerstand (bijvoorbeeld door stress), een beschadigde huid of een aantasting van de slijmlaag van de huid door een slechte waterkwaliteit. Een voorbeeld hiervan is vinrot. Belangrijk is dus om niet alleen de aandoening te verhelpen, maar vooral ook de primaire oorzaak op te sporen en te corrigeren.

Bij siervissoorten uit Zuid-Oost Azië komt de schimmelziekte EUS (Epizootic Ulcerative Syndrome) voor. Hierbij ontstaan er diepe wonden tot in de spieren met draderige vezelstructuur. Het is een exotische ziekte voor Europa en is aangifteplichtig, dat betekent dat het gemeld moet worden bij de VWA. Dat kan via de dierenarts of via het CVI (Centraal Veterinair Instituut van de WUR, Lelystad). Zodra er een verdenking op is moet men het visziektenlab van het CVI bellen, waar de vis dan onderzocht wordt.

Een aandoening die hier op lijkt is de schimmelziekte Saprolegnia, te zien als watten-achtige plukken op chronische wondjes van vissen. Deze schimmel is niet schadelijk in eerste instantie maar kan dit wel zijn als het een bijkomende infectie is bij andere ziekten.

Vaak kunnen vissen door een snelle behandeling weer herstellen. Let bij het behandelen van deze huidziekten op, want veel medicijnen zijn te sterk voor de vuurstaartlabeo, gebruik de halve sterkte. In de dieren- of aquariumspeciaalzaak kunt u terecht voor algemeen advies over ziekten en mogelijke behandelwijzen. Ook vindt u hier enkele middelen om ziekten te behandelen. Zorg er wel voor dat u lang genoeg doorgaat met behandelen, zodat alle ziekteverwekkers gedood worden.

Er zijn in Nederland ook dierenartsen die gespecialiseerd zijn in vissen. Is laboratoriumonderzoek nodig dan kunt u contact opnemen met het visziektenlaboratorium van CVI in Lelystad.

In de Praktische informatie over ‘Ziekten en aandoeningen bij zoetwatervissen’ leest u meer over visziekten.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is enige ervaring nodig. Zorg ervoor dat u zich van tevoren goed informeert over het opzetten van een aquarium.

Aanschaf en kosten

Vuurstaartlabeo’s kunt u kopen bij de aquariumspeciaalzaak. Let er bij het kopen van vissen op dat ze uit schone bakken met gezonde dieren komen. Kies de meest actieve vissen. Let erop dat de vissen een mooie schone huid hebben en niet mager zijn. Laat de dieren geleidelijk wennen aan de nieuwe wateromstandigheden, nog beter is het om nieuwe vissen in een quarantainebak te plaatsen.

Vuurstaartlabeo's kosten vanaf enkele euro's per stuk. De opstartkosten van een aquarium hangen af van de grootte van het aquarium en de gewenste techniek. Denk er aan dat u een grote bak nodig heeft. Terugkerende kosten zijn die voor voer, testsetjes, filtermateriaal en energie voor verwarming en licht. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als er ziekten in het aquarium ontstaan.