Sluiten

Wijziging Wet Dieren: wat betekent dat voor huisdieren?

03-06-2021

Deze week werd een wetswijziging aangenomen van de Wet Dieren. Hierin staat dat het niet is toegestaan om het welzijn of de gezondheid van een dier te benadelen met als doel het dier op een bepaalde manier te kunnen houden en huisvesten. De wijziging gaat in vanaf 2023. Een veelgehoorde vraag is nu: wat betekent dat voor het houden van huisdieren? Wat mag er straks wel en niet?

De achterliggende reden van de wetswijziging was oorspronkelijk vooral om tegen te gaan dat dieren in de veehouderij worden aangepast aan de manier van huisvesten, in plaats van andersom. Een voorbeeld van zo’n aanpassing is het verwijderen van de snavelpunt bij kippen om te voorkomen dat ze elkaar pikken. De manier waarop de nieuwe wetswijziging is geschreven, maakt echter dat deze geldt voor alle dieren, dus ook huisdieren.

Natuurlijk gedrag
In de toelichting van de wijziging wordt gesproken over het mogelijk maken van natuurlijk gedrag. Daar staat:

“Ook zal het niet langer zijn toegestaan om dieren te houden in een huisvestingssysteem dat hen permanent de mogelijkheid ontneemt om hun natuurlijke gedrag te vertonen, aangezien dit schadelijk is voor het welzijn en de gezondheid van een dier. “

Moeilijk daarvan is wat natuurlijk gedrag precies is en welke gedragingen daaronder vallen. Bovendien is het ook niet zomaar te zeggen dat een dier al zijn natuurlijk gedrag moet kunnen uitvoeren om een goed welzijn te hebben. Van zich afbijten om zich te verdedigen is bijvoorbeeld voor heel wat diersoorten natuurlijk gedrag, maar het is lastig voor te stellen dat een dier dat zich nooit hoeft te verdedigen daardoor een slecht welzijn zou hebben.

Daarbij komt dat het natuurlijke, soorteigen gedrag van het ene dier nadelig kan zijn voor het welzijn van een ander dier. Jagen is voor honden en katten natuurlijk gedrag. Maar laat men hen hun gang gaan, dan gaan ze wellicht de kippen, volièrevogels of konijnen van de buren bejagen waardoor het welzijn en de gezondheid van die dieren vervolgens weer benadeeld wordt.

Ook kan in sommige gevallen het mogelijk maken van natuurlijk gedrag zoveel risico’s met zich meenemen dat het ook weer gevaar kan opleveren voor het dier zelf. Van een aantal dieren is bovendien lastig te zeggen wat natuurlijk gedrag is, omdat ze gedomesticeerd zijn en daardoor al ander gedrag laten zien dan hun soortgenoten die in het wild leven.

In de toelichting van de wetswijziging wordt bovendien gesproken over het permanent ontnemen van de mogelijkheid tot natuurlijk gedrag. Wie bijvoorbeeld zijn hond vaak aangelijnd uitlaat, maar het dier ook regelmatig de kans geeft om los van de lijn rond te rennen en contact te hebben met andere honden doet dus ook volgens deze wetswijziging niks verkeerd. Overigens moet er altijd naar het individu worden gekeken: er zijn bijvoorbeeld ook honden voor wie dat contact met andere honden helemaal niet welzijnsverhogend is en zelfs gevaarlijk kan zijn.

Invulling van de wet
Kortom: het is nog niet zo gemakkelijk om te bepalen wat er wel of niet mag en het kan per geval verschillen welke afweging gemaakt moet worden. Minister Schouten heeft dan ook aangegeven dat zij nog gaat onderzoeken hoe er concreet invulling aan deze wijziging gegeven kan worden, dus hoe de uitvoering en handhaving eruit moet gaan zien en wat dit gaat betekenen voor het houden van dieren in Nederland. Tot daar meer over bekend is, is nog niet te zeggen wat er straks wel en niet mag.

Overigens staat in het besluit Houders van Dieren ook nu al dat een dier voldoende ruimte moet worden gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften. Dat betekent in elk geval dat verblijven ruim genoeg moeten zijn, de omstandigheden in het verblijf aangepast moeten zijn op de diersoort (denk aan bijvoorbeeld luchtvochtigheid en temperatuur) en dat de mogelijkheid er moet zijn om belangrijk natuurlijk, soorteigen gedrag uit te voeren.

Of vogels in een kooitje of konijnen in een hok straks (en nu) zijn toegestaan, zal waarschijnlijk dus vooral afhangen van hoe die kooi en dat hok eruitzien, zoals het formaat en de inrichting, en of het dier in een bij het dier passende groepssamenstelling leeft of juist alleen als het een solitaire soort is. Wie zijn best doet om de manier waarop hij zijn huisdieren houdt, goed te laten aansluiten bij wat zijn dieren nodig hebben, is in elk geval op de goede weg. De LICG huisdierenbijsluiters kunnen daarbij helpen.

Bron: overheid.nl