Sluiten

Puppykalender - week 15

Je pup wordt niet alleen groter, maar ook zwaarder. Heb je een klein ras dan valt dat niet zo op, maar bij grote rassen merk je dat goed als je hem optilt. Misschien begin je je af te vragen: hoe zit dat nou eigenlijk met traplopen? Mag dat nou wel of niet?


De onderwerpen van week 15:


    Gewrichten en traplopen

    Traplopen is niet goed voor de gewrichten van je pup. Deze moeten zich nog allemaal vormen. Bovendien heeft een hond geen sleutelbeenderen en moeten de spieren alle gewicht opvangen bij het naar beneden lopen. Ook deze zijn nog niet sterk genoeg.

    Toch kan het goed zijn hem wel te leren hoe hij een trap op en af moet komen op een rustige, zo min mogelijk belastende manier. Want als hij straks te groot wordt om te tillen dan zal hij dat toch soms moeten doen. Overdrijf echter niet met het aanleren van traplopen: het is goed als hij leert om beheerst een paar treden op en af te gaan, maar niet om hem steeds op en neer te laten lopen! Laat hem buiten het oefenen om liever nog geen trappen lopen maar draag hem.



    Traplopen leren

    Als je wilt dat jouw pup leert om trappen te lopen, begin daar dan bijtijds mee. Jong geleerd is immers oud gedaan. Nu is je pup nog niet te zwaar om te tillen, maar straks misschien wel. Het is dan goed als hij het traplopen beheerst.

    Zoek daarvoor een korte trap van enkele brede, ruwe treden, bijvoorbeeld ergens buiten. De treden mogen niet te hoog zijn, hij moet er wel op en af kunnen stappen zonder klauteren. Houd de hond aan de lijn, liefst aan een tuigje. Lok hem nu rustig een trede op, eventueel met een brokje. Zorg dat hij zijn poten één voor één rustig neerzet zonder te rennen of springen. Laat hem zo een paar treden naar boven lopen.

    Naar beneden vinden veel honden enger. Begeleid ook dat goed, houd hem eventueel wat tegen met een hand tegen zijn borst zodat hij rustig stapt en de tijd neemt zijn poten goed neer te zetten.

    Heb je een hondje van een echt klein ras? Dan is traplopen niet zo’n goed idee. Hij zal immers bij elke trede moeten springen. Trappetjes van één of twee treden die je misschien eens onderweg tegenkomt kan hij straks, als hij wat ouder is, best op die manier de baas, maar laat hem geen hele verdiepingen overbruggen. Gelukkig kun je hem dragen, ook als hij straks volwassen is!


    Traphekje

    Om te zorgen dat je pup niet steeds een trap op of af wil, nu hij heeft geleerd hoe dat moet, kun je er beter voor zorgen dat hij niet de kans krijgt. Installeer bijvoorbeeld een traphekje. Hij mag dan alleen omhoog of omlaag als jij dat wilt.


    Oefenen met alleen blijven

    Kan jouw pup al eventjes rustig in de kamer blijven terwijl jij daar niet bent? Dan kun je een klein stapje verder gaan en ook eens heel even, een paar tellen, de voordeur uit gaan en meteen weer binnenkomen. Ook dat kun je heel langzaam wat gaan opbouwen.

    Zorg dat hij iets te doen heeft én natuurlijk dat er geen dingen rondslingeren die hij kapot kan maken of die gevaarlijk voor hem zijn. Jij kunt immers even geen toezicht houden. Het kan daarom handig zijn om dit te oefenen als je pup in de bench zit, maar alleen als hij die bench een fijne, veilige plek is gaan vinden.

    En ook al zit hij dan veilig: blijf vooral niet langer weg dan hij aankan maar leer dit aan in hele kleine stapjes! Voorkom dat hij het vervelend gaat vinden want dat maakt het heel lastig om dit verder uit te bouwen zodat hij later, als hij ouder is, ook echt eventjes alleen thuis kan blijven. Rustig aan dus!

    Het kan heel handig zijn als je via je telefoon en een webcam kunt kijken wat je pup doet als jij heel eventjes buiten de deur gaat staan. Zo zie je ook direct wanneer hij het niet prettig gaat vinden en weet je wat hij aankan. Meer tips lees je in ons artikel over alleen thuis blijven.



    Spelen met je hond

    Je vindt het vast geweldig om met je pup te spelen, en het is dan ook heel goed voor jullie band. Bedenk wel dat ook tijdens spelletjes de spieren en gewrichten van je hond best zwaar belast kunnen worden. Balletjes gooien is op deze leeftijd nog steeds niet aan te raden omdat hij daarbij veel zal remmen, draaien en springen. Dat kan de gewrichten beschadigen. Ook met trekspelletjes moet je een beetje oppassen, want zijn nek is nog kwetsbaar en zijn gebit is nog in ontwikkeling.

    Er zijn gelukkig heel veel andere spelletjes die je samen kunt doen, zoals denkwerk. Zoekspelletjes en speuren bijvoorbeeld of voerpuzzeltjes. Maak het nog niet te moeilijk: hij moet alles nog leren. In ons artikel over spelen met de hond lees je meer over hoe je dat aanpakt.


    Loslaten op verzoek

    Je kunt je pup ook alvast leren om een speeltje, zoals een bal, flos of knuffel, naar jou toe te brengen én om dat dan los te laten als jij daarom vraagt. Houd je pup even tegen, leg het speeltje een armlengte bij je vandaan, laat het hem dan gaan pakken en lok hem meteen naar je toe door hem te roepen. Laat hem eventueel een brokje zien zodat hij naar je toe komt. Als hij bij je is, hou je een brokje voor zijn neus. Je pup zal dan waarschijnlijk het speeltje loslaten om zijn brokje te pakken.

    Lukt dit een paar keer goed? Dan kun je het woord ‘los’ gaan oefenen. Zeg het steeds net voordat de pup zijn bek open doet. Doet hij dat steeds als jij het brokje voor zijn neus houdt? Dan ga je ‘los’ zeggen vlak voordat je het brokje voor zijn neus houdt. Het woord ‘los’ voorspelt nu voor de pup dat er iets lekkers komt en hij dus zijn speeltje los moet laten om dat te pakken. Geef hem het brokje en geef daarna het speelgoed weer aan hem terug.

    Als je dat vaak oefent, gaat hij snappen wat ‘los’ betekent. Bovendien leert hij dat ‘los’ niet betekent dat hij zijn prooi kwijt is: hij krijgt iets lekkers én zijn speeltje weer terug. Je kunt hem ook een ander speeltje in ruil geven: handig als hij eens iets heeft gepakt wat hij niet mag hebben!


    week
    < 15 >