Sluiten

Gewone doosschildpad

De gewone doosschildpad (ook wel carolina doosschildpad of Noord-amerikaanse doosschildpad genoemd) is een schildpad die onder de juiste omstandigheden zowel binnen als buiten gehouden kan worden. Het zijn geen goedkope schildpadden, maar ze zijn wel interessant. Het bijzondere van deze schildpad is dat hij zijn buikschild kan dichtklappen om zichzelf te pantseren tegen gevaar.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de gewone doosschildpad het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

Gewone doosschildpadden zijn moerasschildpadden die vooral op het land leven en zowel binnen als buiten gehuisvest kunnen worden. Alle gewone doosschildpadden hebben een scharnierend buikschild. Ze kunnen zich terugtrekken in hun schild en het dan dichtklappen, om zichzelf te beschermen tegen gevaar. Het rugschild kan geelbruin tot zwart zijn, met soms een gele tekening. Het buikschild is geel tot bruin, en kan verschillende tekeningen hebben.

Een volwassen gewone doosschildpad heeft een lengte van 11 tot 22 centimeter. De levensverwachting van een gewone doosschildpad ligt hoog. Er zijn schildpadden bekend, die wel meer dan 100 jaar oud zijn geworden. De levensduur wordt onder meer beïnvloed door de huisvesting en de voeding: dieren die onjuist verzorgd worden, worden niet oud.

Verschillende varianten

De gewone doosschildpadden verschillen onderling veel van elkaar. Vooral in grootte, kleur en tekening zijn er grote verschillen te zien.

Er bestaan vier ondersoorten van de gewone doosschildpad, namelijk de Carolina doosschildpad (Terrapene carolina carolina), de drieteendoosschildpad (Terrapene carolina triunguis), de Florida doosschildpad (Terrapene carolina bauri) en de grote doosschildpad (Terrapene carolina major). De grote doosschildpad is de grootste ondersoort. De drieteendoosschildpad heeft meestal drie tenen aan de achterpoten en de andere ondersoorten vier.  De Florida doosschildpad is te herkennen aan het rugschild dat zeer hoog gewelfd is. Er zijn kruisingen tussen de verschillende ondersoorten mogelijk, deze schildpadden hebben dan ook kenmerken van meerdere ondersoorten.

Van nature

De gewone doosschildpad komt voor in bijna heel Noord-Amerika en in Mexico. Deze schildpad leeft dus niet alleen in subtropisch klimaat. Meestal leeft hij in een bosachtig gebied, in de buurt van water. Gewone doosschildpadden zijn vooral op het land te vinden, maar ze kunnen zich beperkt ook in het water voortbewegen. Ze communiceren door aanrakingen en trillingen, en kunnen goed zien en ruiken. De gewone doosschildpad is overdag actief, maar verschuilt zich in de schaduw of het water als het te heet wordt.

Huisvesting

Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een terrarium komt heel wat kijken. In de handleiding over terrariumtechniek leest u hoe u dat aan kunt pakken.

Een gewone doosschildpad kan prima alleen leven. U kunt ook meerdere vrouwelijke doosschildpadden samenhouden. Het wordt afgeraden om mannelijke en vrouwelijke dieren samen te houden vanwege de soms onophoudelijke paardrang van de mannetjes. Mannetjes samen houden is niet verstandig omdat zij kunnen vechten. De schildpadden moeten niet teveel in grootte verschillen. Als dat wel het geval is kunnen ze elkaar beschadigen. Het wordt afgeraden om verschillende soorten schildpadden bij elkaar te houden.

U kunt een gewone doosschildpad binnen of buiten huisvesten. Als u kiest voor huisvesting binnen heeft u voor één volwassen gewone doosschildpad een terrarium nodig van minimaal 90 x 60 x 40 centimeter. Er moet een ondiep waterbassin aanwezig zijn waarin de schildpad kan baden. Daarnaast moeten er een of meerdere schuilplaatsen beschikbaar zijn. Als bodembedekker wordt een vochtvasthoudend materiaal gebruikt, zoals kokosvezel of turf, omdat de doosschildpad een vrij vochtige omgeving nodig heeft. De bodemlaag moet minstens vijf tot tien centimeter diep zijn. In het terrarium is UV(B)-verlichting nodig en een warmtespot. Onder de warmtespot moet het ongeveer 30 graden Celsius zijn.

Als u uw gewone doosschildpad buiten wilt huisvesten moet het verblijf minimaal 1,5 x 1,8 x 1,2 meter zijn. Het voordeel van buitenhuisvesting is dat de schildpad zijn dieet wat kan uitbreiden met levend voer dat hij zelf kan vinden, zoals naaktslakken en regenwormen. Als verblijf kunt u een omheining maken van bijvoorbeeld hout of bakstenen. Gewone doosschildpadden zijn goede klimmers, dus de omheining moet minstens 40 centimeter hoog zijn en een overhangende richel hebben of afgedekt worden met gaas. Als u geen bodem in het verblijf maakt moet de omheining diep in de grond worden ingegraven omdat gewone doosschildpadden goed kunnen graven. Ook buiten hebben de schildpadden schuilplaatsen nodig en een ondiep waterbassin of een modderpoel. Zorg er voor dat er zonnige plaatsen zijn, zodat de schildpad kan opwarmen. Zorg ook, net als binnen, voor een warmtelamp waaronder het 30 graden Celsius wordt. In de winter kunt u de schildpad beter niet buiten laten (zie winterslaap).

Winterslaap of winterrust

In het wild houden sommige gewone doosschildpadden een winterslaap. Dit is afhankelijk van het gebied waar ze leven. In gevangenschap moet u een zo natuurlijk mogelijke huisvesting nastreven: een rustperiode in de winter hoort daar bij.

De gewone doosschildpad zal in ieder geval in rust gaan in de winterperiode, waarbij hij weinig tot niks eet, en zich weinig laat zien. Dit gebeurt meestal tussen oktober en april. Als ze buiten gehouden worden, zullen ze waarschijnlijk een winterslaap houden. In ons klimaat overleven zij dat echter vaak niet: een gecontroleerde winterslaap binnen is daarom aan te raden.

Als u ze binnen een winterslaap wilt laten houden, geeft u ze twee weken van te voren geen eten meer. In deze twee weken laat u ook de temperatuur geleidelijk zakken tot vijf à tien graden Celsius. Als uw gewone doosschildpad niet meer van zijn plek komt, wordt kunt u hem in een doos zetten met een laag bodemsubstraat. Deze laag mag niet te vochtig zijn. Het is belangrijk dat u uw gewone doosschildpad tijdens de winterslaap elke week controleert. Let hierbij op het gewicht van de schildpad: is het gewicht met meer dan 5% afgenomen, plaats de schildpad dan bij een hogere temperatuur, zodat hij wakker wordt .

Als de schildpad ziek is of niet genoeg reserves heeft opgebouwd, zal hij de winterslaap mogelijk niet overleven. Dit is niet altijd te zien aan de buitenkant, hierdoor brengt de winterslaap een zeker risico met zich mee. Schildpadden die halverwege de zomer zijn geboren, hebben niet genoeg tijd gehad om een reserve op te bouwen voor een lange winterslaap. Zij mogen alleen in winterrust. Als u er voor kiest om uw (volwassen) schildpad in winterslaap te laten gaan, kan dat de levensverwachting verhogen en de voortplanting bevorderen.

Verzorgen en hanteren

Schildpadden kunt u optillen door ze vast te houden aan het schild bij de achterpoten. Draai schildpadden nooit om, dit kan tot verdrukking van de organen leiden.

Schildpadden kunnen in theorie krabben en bijten. Een schildpaddenverblijf bevat veel bacteriën, bijvoorbeeld de op mensen overdraagbare Salmonella bacterie. Let er daarom op dat u geen water uit het verblijf binnenkrijgt en was altijd uw handen als u met het dier of het verblijf in aanraking bent gekomen.

Elke dag moet u de voedselresten en ontlasting verwijderen uit het verblijf. Vervang eens per week de bodembedekking. Vooral voor binnen levende doosschildpadden is het nodig om dagelijks water te sproeien zodat de schildpad niet uitdroogt. Dit is ook van belang als de dieren een waterbad hebben.

Voeding

De gewone doosschildpad is een alleseter. U kunt deze schildpadden vlees en insecten geven. Gewone doosschildpadden eten ook graag naaktslakken en regenwormen.  Daarnaast eten ze (water)planten, groenten en fruit. Aanvullend kunt u extra vitaminen toevoegen aan het eten. Eierschalen en sepiaschelpen zorgen ervoor dat uw schildpadden voldoende kalk binnenkrijgen. In een dierenspeciaalzaak kunt u schildpaddenvoeding kopen, bestaande uit gedroogde vliegen en larven. Dit bevat echter niet altijd genoeg vitaminen en andere voedingsstoffen om als volledig voer te dienen. Kattenvoer wordt ook veel gegeven, hierover zijn de meningen verdeeld. Het bevat veel goede ingrediënten, maar er wordt ook gezegd dat het te rijk is aan voedingsstoffen, waardoor de schildpad te snel groeit. Wat u ook voert: variatie in voeding bevordert de gezondheid en levensduur.

Jonge gewone doosschildpadden kunt u dagelijks eten geven. Dieren vanaf de leeftijd van een half jaar voert u drie tot vier keer per week, en dieren ouder dan ongeveer twee jaar kunt u twee tot drie keer per week voeren. Voer ’s ochtends, zodat de schildpad de hele dag heeft om het eten te verteren, en voer slechts zoveel als zij in enkele minuten opeten. Actievere dieren hebben meer voedsel nodig, let wel op dat ze niet te dik worden. Bied het voedsel aan op een bord of op een vlakke steen, zodat uw schildpad geen bodemmateriaal binnenkrijgt.

Voortplanting

Gewone doosschildpadden zijn in de vrije natuur vanaf een minimale leeftijd van vijf jaar geslachtsrijp. In gevangenschap groeien zij echter vaak onnatuurlijk snel, waardoor zij eerder geslachtsrijp kunnen zijn. Na de paring kan het vrouwtje het sperma bewaren, soms worden de eieren pas jaren later gelegd. Een vrouwtje kan meerdere legsels in het jaar hebben. Het aantal eieren varieert tussen een en acht stuks, ze worden gelegd in zanderige grond of rulle aarde. Na 70 tot 125 dagen, afhankelijk van de broedtemperatuur en andere omstandigheden, komen de eieren uit. De pasgeboren schildpadden zijn ongeveer drie centimeter lang. Als ze niet bij de ouders weggehaald worden, kan vertrapping of kannibalisme voorkomen. In het eerste jaar groeien ze gemiddeld drie centimeter.

Ziekten en aandoeningen

Schildpadden kunnen last hebben van parasieten zoals flagellaten en wormen. Een veel voorkomende ziekte is longontsteking, ontstaan door bacteriën, wormen, kou of tocht. Dit begint met een verkoudheid, wat u kunt herkennen aan belletjes op de neus. Vaak is een niet-optimale huisvesting en/of voeding de hoofd oorzaak voor deze en andere ziekten. Andere veel voorkomende aandoeningen zijn schildrot, oogontsteking, en schildafwijkingen door bijvoorbeeld vitaminen en mineralentekorten. Een gezonde schildpad heeft geen beschadigingen, is actief en kijkt helder en alert uit de ogen.

Vrouwtjes kunnen altijd eieren leggen, ook zonder mannetje. Zorg daarom altijd voor een geschikte legplaats. Wanneer het vrouwtje de eieren niet kan leggen, kan ze last van legnood krijgen. Raadpleeg bij twijfel uw dierenarts.

Benodigde ervaring

Een gewone doosschildpad heeft niet veel verzorging nodig, maar vergt wel kennis, met name met betrekking tot huisvesting en voeding. Ze zijn gevoelig voor verkeerde leefomstandigheden. Deze dieren zijn daarom minder geschikt voor beginnende reptielenhouders.

Aanschaf en kosten

Een doosschildpad kunt u kopen bij een gespecialiseerde reptielenwinkel of bij kwekers. U kunt het beste kiezen voor nakweek. Dieren die hier gekweekt zijn dragen minder ziekten bij zich, hebben minder last van stress en zijn daardoor gezonder. De gewone doosschildpad valt onder CITES bijlage II. Het doel van CITES is om de handel in bedreigde dier- en plantensoorten en de producten daarvan te reguleren. Vraag bij aankoop om de CITES-papieren.

Doosschildpadden zijn vrij duur, ze kosten enkele honderden euro’s per stuk. Een terrarium voor een volwassen gewone doosschildpad, exclusief inrichting, kost ook enkele honderden euro’s. Daar komen dan nog kosten bij voor de aanschaf van ondermeer de lampen. Terugkerende kosten zijn er voor voer, bodembedekking en elektriciteit. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt.