Medische puppyzaken

Als u een pup aanschaft, krijgt u met allerhande medische zaken te maken. Zo moet uw pup gevaccineerd worden, moet u hem regelmatig een ontwormingskuur geven en kan hij natuurlijk ook ziek worden.

Naar de dierenarts

Na aanschaf is het goed om uw pup zo snel mogelijk door uw eigen dierenarts te laten nakijken. In de eerste plaats omdat deze hem dan van heel jongs af aan kent en dan eventueel later gerichter actie kan ondernemen. In de tweede plaats om de pup zo snel mogelijk aan de dierenarts te laten wennen. In de derde plaats, de minst leuke, voor eventuele garantiedoeleinden, bijvoorbeeld in geval van aangeboren afwijkingen.

Ook na de eerste controle is het handig om regelmatig even langs te gaan, bijvoorbeeld om alleen een snoepje te halen of om de pup te wegen. Spreek dit wel van tevoren af. Zo blijft de pup het dierenartsbezoek leuk vinden en zal een bezoek aan de dierenarts als dat noodzakelijk is in de toekomst, minder stressvol zijn.

Rustig opbouwen

Houd de pup in de gaten. Eet hij goed, drinkt hij goed en slaapt hij goed? Dat is eigenlijk het allerbelangrijkst voor zijn lichamelijke gezondheid. Ook is het goed om te weten dat de pup niet langer dan een minuut of tien los mag spelen per keer om overbelasting van zijn gewrichten te voorkomen. Dit mag best een paar keer per dag. Spelen en wandelen met de pup is belangrijk zowel voor zijn lichamelijke als geestelijke ontwikkeling. Lees hiervoor ook de Praktische informatie ‘Pup: ontwikkeling en socialisatie’.

Vaccineren

Uw pup moet een aantal keer gevaccineerd worden. Het meest ideaal is om hiervoor een afspraak te maken, bijvoorbeeld aan het begin van een spreekuur zodat de pup niet in direct contact komt met allerlei andere dieren, omdat de pup nog niet volledig is beschermd tegen schadelijke ziekteverwekkers.

Kan dat niet, houd hem dan op schoot. Laat hem rustig om zich heen kijken en alles in zich opnemen. De laatste pupvaccinatie vindt meestal plaats op een leeftijd van twaalf tot zestien weken. Daarna moet de hond gedurende zijn leven regelmatig opnieuw gevaccineerd worden, zodat hij beschermd blijft tegen bepaalde ziekten.

Controle

Maak na de laatste pupvaccinatie eventueel een afspraak om te laten checken of alles in orde is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het indalen van de balletjes bij een reutje, het doorkomen van het definitieve gebit, zijn gewrichtjes etcetera. Een goed moment hiervoor is als de hond vijf tot zes maanden oud is.

Temperaturen

De normale lichaamstemperatuur van honden ligt tussen de 38 en 39 graden Celcius en voor pups tot 39,5 graden. Dit betekent dat er een ruime marge is van anderhalve graad. Het is daarom verstandig om af en toe de temperatuur van uw hond te bepalen zodat u weet wat zijn normale temperatuur is. Als er dan iets aan de hand is weet uw dierenarts ook sneller of er sprake is van een afwijkende lichaamstemperatuur. Mocht de temperatuur van de pup te veel afwijken van zijn normale temperatuur, dan is het verstandig om naar de dierenarts te gaan. De temperatuur neemt u op in de anus met een onbreekbare thermometer.

Ontwormen

Alle puppy’s hebben wormen en moeten hiertegen behandeld worden. Uw dierenarts of dierenspeciaalzaak kan u precies vertellen wat uw pup nodig heeft om de wormen op de juiste manier te bestrijden. Tot een leeftijd van zes maanden moet dit vaak gebeuren, daarna vier keer per jaar.

Vlooien en teken

Ook vlooien- en tekenbestrijding is het hele jaar nodig. Gelukkig zijn er heel goede middelen in de handel. U kunt deze middelen bij de dierenarts of bij de dierenspeciaalzaak kopen. Lees wel eerst even de gebruiksaanwijzing en geef aan dat het voor een puppy is.

Tanden wisselen

Uw hond zal op een leeftijd tussen 14 en 20 weken zijn melkgebit wisselen voor zijn definitieve gebit. Geef hem in deze periode wat extra kluifmateriaal. Dit helpt bij het loslaten van zijn melkgebit en bij het doorkomen van zijn definitieve tanden en kiezen. Bovendien knagen veel honden juist in deze periode vaak meer aan dingen waarvan u als eigenaar liever niet hebt dat ze daar aan knagen (zoals uw schoenen of een stoelpoot). Het kan ook zijn dat uw hond wat slechter eet. Dat komt omdat hij brokjes soms niet door kan kauwen of omdat het pijn doet. Een beetje weken van het voer met water helpt hem om dan toch voldoende voeding binnen te krijgen.

Houd goed in de gaten of alle melktanden en -kiezen op tijd loskomen en niet in de weg blijven staan van de nieuwe tanden. Ga op een leeftijd van vijf tot zes maanden nog even langs de dierenarts om het gebit te laten nakijken.

Gewrichten

Houd er rekening mee dat de gewrichten van een pup nog niet uitgegroeid zijn en zijn spieren nog niet sterk genoeg ontwikkeld zijn om alles op de juiste plaats te houden. Dit betekent dat overbelasting voorkomen moet worden. Denk hierbij aan traplopen, lopen door zand, veel balspelletjes doen of te lang achter elkaar spelen.

Traplopen kunt u wel alvast voorzichtig aanleren, maar overdrijf niet en laat de pup niet zelf de trap op en af rennen. Een traphekje kan dit voorkomen. Traplopen is niet zo goed voor de gewrichten van een hond, zeker voor grote rassen, maar mocht het eens nodig zijn om een trap op of af te gaan dan kunt u juist deze grote honden niet tillen. Leer de pup daarom wel rustig aan wat een trap is en hoe hij daar stap voor stap, zonder rennen, op of af kan. Laat hem vervolgens zo min mogelijk op de trap: af en toe eens herhalen is voldoende. Heeft u een ras dat gevoelig is voor gewrichtsklachten, laat zijn gewrichten dan regelmatig door de dierenarts controleren.

Pilletjes ingeven

Soms moet u de hond een pilletje toedienen, bijvoorbeeld voor het ontwormen. Hier is een simpel trucje voor. Neem drie stukjes worst. Het eerste stukje worst geeft u aan de hond. In het tweede stukje worst stopt u het pilletje. Als hij de smaak van eerste stukje worst goed te pakken heeft, geeft u het tweede stukje worst en het derde stukje worst houdt u alvast klaar voor zijn neus. De meeste honden weten niet hoe snel ze het tweede stukje worst moeten doorslikken om dat derde te pakken te krijgen. Weg pilletje…

Ziektepreventie in de vakantie

Als uw hond meegaat naar het buitenland moet hij een vaccinatie hebben gehad tegen hondsdolheid (rabiës). Deze vaccinatie moet tenminste 21 dagen voor vertrek zijn gegeven door de dierenarts. De vaccinatie is, afhankelijk van het vaccin, een of drie jaar geldig. Bij jonge honden slaat de vaccinatie echter niet altijd even goed aan, het kan dus nodig zijn de pup nog eens te vaccineren. Dit kan door middel van een bloedtest gecontroleerd worden. Voor sommige landen is deze test verplicht. Overleg met uw dierenarts wat verstandig is. Bij de Praktische informatie over 'Reizen en vakantie' leest u meer over de recente invoereisen van gezelschapsdieren.

Ook tegen andere ziekten kan bescherming nodig zijn als u naar het buitenland gaat met uw pup. Vraag bij uw dierenarts na wat uw pup nodig heeft.

Als u uw hond naar een pension brengt moet hij doorgaans gevaccineerd zijn tegen kennelhoest. Informeer bij het betreffende pension wat hun eisen zijn.

Video 100 Seconden Dierenarts over vaccineren pup

Video 100 Seconden Dierenarts over vaccineren

Video 100 Seconden Dierenarts over vlooien