Sluiten

Dreiggedrag van de hond

Honden gebruiken lichaamstaal om elkaar of de mens iets duidelijk te maken. Bij die lichaamstaal hoort ook het dreiggedrag, zoals het laten zien van de tanden. Dreiggedrag is nuttig en is bedoeld om problemen en ruzie te voorkomen. Het is daarom belangrijk dat mensen het dreiggedrag van de hond begrijpen en er goed op reageren.

In het kort

Een hond dreigt om te waarschuwen. Hij doet dit als hij de situatie vervelend vindt. Met dreigen probeert de hond uw gedrag te veranderen en ruzie te voorkomen.

Een hond kan dreigen omdat hij iets wil verdedigen, zoals zijn voer of zijn gebied. Een hond kan ook dreigen omdat hij bang is en zichzelf wil verdedigen.

Dreigen begint klein, maar als u niet luistert, wordt het steeds ernstiger. Het kan bestaan uit:

  • Aanstaren
  • Verstarren
  • Grommen
  • Blaffen
  • Lip optrekken en tanden laten zien
  • Uitvallen en happen
  • Bijten

Om te weten hoe een hond zich voelt als hij dreigt, kunt u naar zijn lichaamstaal kijken. Een hond kan zich zeker voelen, maar ook bang zijn. Hoe u dat ziet, wordt hieronder uitgelegd.

Dreigen moet u altijd serieus nemen, anders kan de hond gaan bijten. Zorg ervoor dat de hond zich niet meer bedreigd voelt door de situatie te veranderen. Stop met wat u wilde doen, geef de hond ruimte en trek u terug.

Bedenk daarna waarom de hond dreigde en hoe u ervoor kunt zorgen dat die situatie niet meer ontstaat. Want als dit steeds gebeurt, leert de hond dat dreigen goed werkt. Bedenk een andere manier om te doen wat u wilde doen, zonder dat u strijd hoeft te leveren met de hond.

U kunt ook gaan oefenen met die situatie zodat de hond het niet meer vervelend vindt. Doe dat samen met een gediplomeerd hondengedragsdeskundige.

Straf dreigen nooit! De hond leert dan om niet te dreigen, maar de reden waarom hij dreigt, verandert niet. Hij kan dan het dreigen gaan overslaan en meteen gaan bijten.

Waarom dreigt een hond?

Dreiggedrag is een waarschuwing. Het geeft aan dat een hond de situatie vervelend vindt. Dat kan zijn omdat hij iets eng vindt, omdat hij iets niet wil of omdat hij vindt dat zijn plek in de rangorde wordt aangetast. Een hond kan bijvoorbeeld dreigen als hij in een hoek wordt gedreven, als iemand zijn eten wil afpakken, als een onbekende in zijn territorium komt of als iemand hem pijn doet.

Met zijn dreiggedrag probeert de hond de ander iets duidelijk te maken. Zo probeert hij het gedrag van de ander veranderen. Dreigen is dus communicatie. Zoals mensen kunnen zeggen: ‘Ik wil liever niet dat u dit doet, ik vind het niet prettig’, zo kan een hond zijn lip optrekken. En waar wij, als iemand dan niet stopt, overgaan in ‘Hou nou eens op!’ zal de hond dit zeggen door te grommen.

Door te waarschuwen probeert de hond een echt conflict te voorkomen. Honden willen, net als hun voorouder de wolf, het liefst ruzie vermijden. Bij elk onderling gevecht loopt de hond het risico om flink gewond te raken. Het is dus logisch dat hij eerst zal proberen zijn doel te bereiken zonder dat er gevochten moet worden.

Als de tegenpartij echter niet goed reageert op de waarschuwing en doorgaat met het gedrag dat de hond vervelend vindt, zal het dreiggedrag steeds sterker worden. De hond blijft proberen om te zorgen dat de ander stopt met het gedrag dat hij vervelend vindt. Uiteindelijk kan een hond gaan bijten.

Dreigsignalen

Er bestaan verschillende signalen die de hond kan laten zien als hij dreigt. Hieronder staan de meest herkenbare signalen, van mild naar ernstig. Niet elke hond laat alle signalen elke keer zien!

  • Staren. De hond kijkt strak naar degene (of datgene) waar hij naar dreigt.
  • Verstarren. De hond verstijft, blijft in een bepaalde houding staan, zitten of liggen, zijn spieren zijn gespannen.
  • Grommen. De hond maakt een grommend geluid.
  • Blaffen (korte, harde blaf of herhaalde, harde blaf) of gromblaffen.
  • Lip optrekken, tanden laten zien. De hond trekt zijn bovenlip een stukje op en laat zijn tanden zien.
  • Happen, uitvallen. De hond hapt naar dat wat hem bedreigt, maar hapt ernaast (dit is met opzet en komt niet doordat hij ‘verkeerd mikt’).

Als de hond zijn doel nu nog niet heeft bereikt is het risico heel groot dat hij daadwerkelijk zal gaan bijten.

Tijdens dreiggedrag kan de hond zijn haren overeind zetten. Dit heet ‘borstelen’. Vaak is het een kam op zijn rug of een stukje ter hoogte van de schouders of achteraan de rug waar het haar overeind komt te staan. Borstelen is een teken van opwinding, in dit geval door agressie of angst.

Onderzoek heeft laten zien dat hoe meer dreiggedragingen tegelijkertijd worden getoond, hoe hoger het risico is op een echte beet. Ook is een hond die in een hoge houding (zie beneden) staat gevaarlijker dan een bange hond. Maar vergeet niet: ook een bange hond kan bijten!

Kwispelen

Dreigende honden kunnen kwispelen. Kwispelen doet een hond uit opwinding. Veel mensen denken dat het altijd vriendelijk bedoeld is, maar dat klopt niet. Om te weten om wat voor soort opwinding het gaat, kunt u onder andere kijken naar hoe ontspannen de staart is.

  • Een hond die kwispelt omdat hij blij is, of heel enthousiast, heeft een ontspannen staart. De staart ‘zwiept’. Soms kwispelt het hele achterlijf mee.
  • Een hond die kwispelt omdat hij gespannen is, bijvoorbeeld boos of angstig, heeft een gespannen staart. De staart is stijf en de beweging is vaak korter. Soms beweegt alleen de punt van de staart.

De kwispel is tijdens spel of ander vriendelijk gedrag vaak breed, de hond zwaait zijn staart ontspannen breed heen en weer.

Als een hond kwispelt omdat hij boos en opgewonden is, kwispelt hij vaak sneller en hij houdt zijn staart stijf en vrij hoog. Er zijn rassen die hun staart vrijwel altijd hoog dragen en hem snel en kort heen en weer bewegen als ze kwispelen, bijvoorbeeld terriërs, bij hen is het verschil veel minder duidelijk dan bij bijvoorbeeld een herdershond.

Een onderdanige, wat bange hond kwispelt vaak met zijn staart laag. Vooral het uiteinde van de staart gaat heen en weer.

Een hond die opgewonden is, maar niet goed weet of iets leuk is of spannend, kan tijdens het kwispelen zijn staart afwisselend hoog en laag houden.

Redenen voor dreiggedrag

Aan de manier waarop de hond dreigt en de houding die de hond daarbij heeft, kunt u zien hoe de hond zich voelt en waarom hij dreigt.

Een hond die zelfverzekerd is, zal hierbij een hoge en zelfverzekerde houding hebben. Dit betekent dat zijn oren omhoog of naar voren staan, zijn staart hoog is, hij hoog op de poten staat en vaak wat naar voren leunt. Als hij zijn lip optrekt dan is dit alleen het voorste deel van zijn bovenlip, u ziet nu de tanden en hoektanden maar geen kiezen. De mondhoeken zijn wat naar voren getrokken. De neus rimpelt hierbij sterk.

Een hond die dreigt omdat hij bang is, en zichzelf dus wil verdedigen, zal vaak een lage houding hebben. Zijn oren staan laag of naar achteren, de staart is omlaag, hij zakt wat door zijn poten en hangt naar achteren. Vaak is er oogwit te zien. Als hij zijn lip optrekt dan ziet u behalve de tanden ook de kiezen, doordat de mondhoeken naar achteren getrokken zijn. Een hond die dreigt omdat hij bang is of iets naar vindt, laat vaak voordat hij gaat dreigen al stresssignalen of kalmerende signalen zien. Voorbeelden hiervan zijn dat de hond wegkijkt, probeert achteruit te lopen, een lage houding aanneemt, een pootje optilt, zijn bek aflikt of zijn tong even uitsteekt, hijgt of gaapt. Met dat gedrag geeft hij aan dat hij het niet prettig vindt en dat hij graag wil dat u stopt met dat waar hij bang voor is, of dat hij weg wil lopen om het enge te vermijden.

Niet altijd is even duidelijk te zien wat de reden van het dreiggedrag is. Honden die bang zijn voor bepaalde dingen (bijvoorbeeld voor andere honden), hebben vaak al geleerd dat als zij maar genoeg grommen of uitvallen de dreiging afneemt (bijvoorbeeld de andere hond loopt weg). Daardoor gaan ze steeds meer op het effect van hun dreiggedrag vertrouwen en worden ze hier steeds zelfverzekerder in. Uiteindelijk hebben ze dan vaak een hoge houding terwijl ze dreigen, ook al is het gedrag ooit ontstaan omdat ze iets eigenlijk heel eng vonden! Een voorbeeld hiervan zijn kleine honden die op straat in een hoge houding tekeer gaan tegen grotere honden, wat vaak ontstaan is doordat ze die grote honden eigenlijk eng vinden.

Reageren op dreiggedrag

Doen
Als een hond een waarschuwing geeft, moet u die waarschuwing serieus nemen. Kennelijk voelt de hond zich bedreigd, wil hij iets bewaken (zoals voer, zijn slaapplek of zijn territorium) of in een enkel geval kan het zijn dat hij uw gedrag ziet als een bedreiging van zijn positie. Om te voorkomen dat de situatie uit de hand loopt, moet u dus in de eerste plaats ervoor zorgen dat de hond zich niet langer bedreigd voelt.

Blijf staan of doe rustig een stap terug als u naar de hond toe bewoog. Kijk de hond niet aan. Draai uw hoofd en uw lichaam een beetje schuin weg. Dit zijn voor de hond signalen dat u hem niet wilt bedreigen of uitdagen, ook wel ‘kalmerende signalen’ genoemd. Is het een onbekende hond die naar u dreigt, loop dan rustig schuin opzij weg terwijl u de hond uit uw ooghoek in de gaten houdt. Draai u niet met de rug naar de hond om weg te lopen, sommige honden reageren hierop door alsnog achter u aan te komen.

Niet doen
Wat u in elk geval niet moet doen, is doorgaan met waar u mee bezig was, bijvoorbeeld de hond verder naderen. Als u doorgaat met iets wat de hond vervelend vindt, ondanks dat hij dit laat merken, denkt hij dat u hem niet begrepen heeft en gaat hij wat ernstiger dreigen of zal hij bijten.

Probeer niet uw hond met uw stem te kalmeren als hij staat te dreigen. Dit heeft meestal geen zin: de hond let vooral op wat u doet en minder op wat u zegt. Bovendien verandert u daarmee niets aan de situatie die hij eng of naar vindt (wat vaak gebeurt is dat mensen lieve woordjes tegen de hond zeggen om hem te vertellen dat het niet zo eng is, maar wel gewoon doorgaan met hun gedrag, bijvoorbeeld naar hem toe gaan, hem aaien of hem kammen. Maar voor de hond is dat nog steeds net zo eng: hij merkt dat u zich niets van zijn waarschuwing aantrekt!). U richt bovendien nog steeds uw aandacht op de hond, wat voor hem bedreigend kan zijn. U kalmeert uw hond het beste door weg te kijken, rustig een stapje terug te doen, en zo de confrontatie te stoppen. U maakt de situatie op die manier minder eng of vervelend voor hem en daardoor zal hij vaak rustiger worden.

Nooit straffen

Dreigen mag u nooit straffen! Als uw hond bang was en u hem straft, wordt hij alleen maar nog banger en de kans dat hij zal bijten neemt toe, want hij wil zichzelf verdedigen. Als hij zich in zijn positie aangetast voelde en u straft hem, ziet hij dit wellicht als een nog grotere ‘brutaliteit’ van uw kant en ook dan neemt de bijtkans toe.

Een andere belangrijke reden waarom u dreiggedrag nooit mag straffen, is dat de hond hiervan leert dat waarschuwen niet werkt en niet mag. Toch zal hij nog steeds zichzelf willen verdedigen tegen die dingen die hij naar of eng vindt. Maar in plaats van dat hij eerst verstart, een lip optrekt of gromt, zal hij die waarschuwing nu gaan overslaan. Zo ontstaat een hond die ‘zomaar ineens’ bijt. Doordat hij niet meer durft te waarschuwen, kunnen we het bijten niet meer zien aankomen. Dat is gevaarlijk!

Wees uw hond dus dankbaar dat hij u vertelt hoe hij zich voelt en dat hij iets vervelend vindt. Daardoor weet u waar u aan moet werken en wanneer u extra op moet letten en kunt u problemen voorkomen.

Laat dreigen geen aangeleerd gedrag worden

Als uw hond naar u gromt, kunt u zich dus het beste terugtrekken. Maar als dit steeds weer gebeurt, zal de hond leren dat dreigen werkt om iets waar hij geen zin in heeft, te vermijden. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Bovendien komt de hond dan steeds weer in die situatie die hij vervelend vindt. U moet dus voorkomen dat de situatie zich steeds herhaalt.

Heeft u een situatie meegemaakt waarin uw hond naar u dreigde? Dan is het belangrijk dat u probeert te bedenken wat de hond daar vervelend aan vond of welk doel hij probeerde te bereiken. Voortaan moet u ervoor zorgen dat die situatie niet meer ontstaat. U moet het dus anders aan gaan pakken. .

Daarnaast kunt u gaan trainen met die situatie zodat de hond er aan kan wennen of ander gedrag kan aanleren. Dit kunt u het beste onder begeleiding van een gediplomeerde hondengedragstherapeut doen. Deze kan u helpen om het gedrag op een veilige manier om te buigen.

Dreiggedrag is nuttig

Dreiggedrag heeft een duidelijke functie en is ook voor ons heel nuttig. Zo kunnen we zien hoe de hond zich voelt, welk doel hij wil bereiken en waar problemen kunnen liggen. Daardoor kunnen we de problemen voorkomen, door training of door een juiste manier van omgaan met de hond. Als we het dreiggedrag en de stresssignalen van de hond goed leren ‘lezen’, kunnen we efficiënter en veiliger met honden omgaan. Probeer dus zo veel mogelijk naar uw eigen en andermans hond te kijken zodat u de lichaamstaal leert herkennen. Heeft u kinderen, leer hen dan ook wat wel en niet mag en waar ze op moeten letten. Een handige hulp hierbij zijn de Tien Gouden regels die u op onze website vindt. Op die manier kunnen veel problemen voorkomen worden.

Zie voor meer informatie over lichaamstaal ook de artikelen op onze thema-website www.minderhondenbeten.nl.

Hieronder ziet u twee voorbeelden van een situatie waarin een hond kan dreigen en hoe u daar mee om kunt gaan.

Voorbeeld: bij de voerbak

Sommige honden willen niet dat u bij de voerbak in de buurt komt. Als ze aan het eten zijn en er komt een mens aan dan is te zien dat ze verstijven, met hun kop boven de eetbak blijven hangen en vaak uit hun ooghoeken naar de persoon staren. Het haar op de rug gaat overeind staan. Als u verder nadert, zal de hond een lip optrekken en grommen, blijft u dichterbij komen dan zal hij waarschijnlijk uitvallen en happen of echt bijten als u bijvoorbeeld probeert de voerbak te pakken. In dit geval kunt u het beste stil blijven staan zodra u de hond ziet verstijven. Kijk een andere kant op, draai uw lichaam een beetje weg, blijf ontspannen en loop rustig een andere kant op.

U weet nu dat er een probleem is als u in de buurt komt van uw hond als hij iets te eten heeft. Onder begeleiding kunt u hiermee gaan trainen, terwijl u er in de tussentijd voor zorgt dat u ongelukken voorkomt. Laat de hond rustig zijn bak leegeten zonder dat er mensen bij zijn. Zet hem eventueel in een aparte ruimte om te eten zodat niemand hem kan storen. Let extra op met kinderen! Zie ook het Praktisch document ‘Verdedigen van voedsel en speeltjes’.

Voorbeeld: bang voor kinderen

Een hond wordt aan de lijn uitgelaten en er komt een groepje kinderen aan. Ze lopen op hem af en willen hem aaien. De baas zegt de hond te gaan zitten. Een kind begint te aaien, een ander kind steekt ook een hand uit, maar de hond gromt of hapt. Dit lijkt plotseling, maar waarschijnlijk heeft de eigenaar signalen gemist.

Als deze hond kinderen eng vindt, dan is dit voor hem een hele moeilijke situatie. Hij zit vast, dus hij kan niet weg en moet ook nog gaan zitten terwijl hij zich bedreigd voelt. De hond had waarschijnlijk een lage houding en heeft wellicht weggekeken, zijn tong kort uitgestoken of geprobeerd weg te lopen. Omdat daar niet op gereageerd is en het steeds enger wordt voor de hond als het kind een hand naar hem uitsteekt, kan hij alleen maar nóg duidelijker waarschuwen: grommen, of, omdat het kind al zo dichtbij is, happen.

Als de baas van de hond de signalen had gezien en herkend, had hij het bijten kunnen voorkomen door de hond op tijd uit de situatie te halen. Weet u dat uw hond kinderen niet zo leuk vindt, voorkom dan dat kinderen op hem aflopen en hem aaien. Neem de hond rustig mee een andere kant op, leidt hem eventueel af met een brokje of speeltje.

Als de kinderen hadden geweten waar ze op moesten letten en hoe ze met een hond om kunnen gaan, hadden ze zichzelf niet in gevaar gebracht. Het is dan ook belangrijk dat kinderen geleerd wordt hoe een hond kan reageren en wat je wel en niet moet doen. Ouders kunnen dit hun kinderen uitleggen. Op de website www.minderhondenbeten.nl, de themawebsite van het LICG, vindt u de tien gouden regels die u aan uw kinderen kunt leren. Op kids.licg.nl staat bovendien een quiz waarmee uw kinderen hun kennis kunnen testen en een oorkonde kunnen verdienen.