Sluiten

Leiding geven aan uw hond

Honden hebben leiding nodig. Onze maatschappij is voor hen ingewikkeld en veeleisend. Het is voor een hond daarom prettig als zijn eigenaar hem duidelijk kan begeleiden. Zo weet hij wat de bedoeling is en krijgt hij rust. Maar hoe doet u dat? 

Roedel en hiërarchie opnieuw bekeken

De kijk op dominantie en rangorde bij honden, en daarmee ook onze manier van omgaan met honden, is de afgelopen decennia nogal eens gewijzigd. Onderzoek geeft hierin steeds nieuwe inzichten. Vaak waren deze gebaseerd op onderzoek aan de wolf, als voorouder van de hond.

Strenge leider en dominante handelingen

In eerste instantie ging men er van uit dat wolven (en dus ook honden) een strenge rangorde kenden, met een leider die als een soort dictator over de groep heerst. Elk dier zou steeds proberen om hogerop te komen in de rangorde, en die rangorde werd met fysiek geweld gehandhaafd door de hoog geplaatste dieren. Voor de omgang met de hond had dat als resultaat dat men adviseerde om duidelijk te maken dat de eigenaar de roedelleider was door ‘dominante handelingen’ uit te voeren, de hond bijvoorbeeld op de rug te leggen, in de nek te grijpen of over de snuit te pakken.

De roedel als gezin zonder dominantie

Later veranderde dit beeld totaal en werd de meest gangbare opvatting dat wolven, en ook honden, helemaal niet gaven om rangorde. Een roedel zou een gezin zijn waarin de ouders de natuurlijke leiding hadden, de leden zouden niet proberen hoger in rang te komen en dominantie bestond eigenlijk niet.

Dominantie speelt wel degelijk een rol

Nieuwe onderzoeken wijzen echter uit dat dominantie en rangorde wel degelijk belangrijk zijn in groepen honden (en wolven). De rangorde heeft echter niets te maken met agressie of met ‘wie er wint’. Agressie wordt zowel vertoond vanuit hoog geplaatste dieren naar lager geplaatsten als andersom. Dit hangt af van de situatie en van de motivatie van de dieren.

Uit recent Nederlands onderzoek bij een groep honden blijkt dat de rangorde binnen een groep wordt gehandhaafd door gebruik te maken van ‘formele statussignalen’. Daarbij is vooral de houding van de dieren bij onderling contact belangrijk: de hoogst geplaatste hond neem een hoge houding aan terwijl de lager geplaatste hond zijn houding juist verlaagt. Ook laten honden in contacten met een hoger geplaatst dier regelmatig een ‘zwabberkwispel’ zien. Dit is het kwispelen met een lage, breed uitslaande staart waarbij het achterlijf mee lijkt te doen.

Naar de hoogst geplaatste dieren lieten de groepsleden in dit onderzoek naast de zwabberkwispel en het verlagen van de houding ook ander gedrag van actieve onderwerping zien, namelijk het likken van de mondhoeken en het onder de kop door lopen.

Verschillende gedragingen waarvan men dacht dat ze te maken hadden met rangorde en status, zoals bestijgen, een poot op de schouder van een andere hond leggen of een voorwerp afpakken, blijkenniet samen te hangen met de status van een hond binnen de groep. Ook agressie zoals aanstaren, grommen of uitvallen hangt niet samen met status.

De conclusie kan dus worden getrokken dat dominantie inderdaad een rol speelt in groepen honden. De rangorde wordt bepaald door formele signalen in gedrag (vooral signalen van vrijwillige, actieve onderwerping) en houding (hoog of laag), maar niet door een agressieve leider die van bovenaf zijn positie oplegt.

Wat betekent dit voor de omgang tussen mensen en hun honden?

Bij de genoemde onderzoeken is gekeken naar de omgang tussen honden onderling. Of alles ook toepasbaar is op de relatie tussen een hond en zijn eigenaar, is nog niet voldoende onderzocht. Wel is duidelijk dat een rangorde en leiding wel degelijk belangrijk zijn voor honden. Fysiek geweld toepassen om een hond duidelijk te maken dat hij onder aan de rangorde staat, heeft bovendien geen zin: in de hondenwereld wordt de rangorde niet met geweld afgedwongen.

Bestaan er ‘dominante’ honden?

Een echte roedelleider is meestal een dier dat natuurlijk overwicht heeft over de anderen, bijvoorbeeld doordat hij sterk is en heel zelfverzekerd. Alleen zijn houding en gedrag zijn doorgaans voldoende om zijn hoge rang te handhaven: niet doordat hij dat zelf afdwingt, maar doordat de anderen vrijwillig onderwerpingsgedrag laten zien.

Veel honden hebben niet de zelfverzekerdheid en uitstraling die er nodig is om roedelleider te zijn, en hebben hier ook helemaal geen interesse in. Bij onze huishond is het zelfverzekerde, imponerende gedrag er vaak uitgefokt; om goed te functioneren als herdershond, jachthond of gezelschapshond is het immers vaak niet gewenst als dieren zich zo opstellen en willen we juist dat ze volgzaam zijn. Maar er bestaan wel honden die erg zelfverzekerd zijn en die, zeker als anderen zich onzeker of onderdanig opstellen, de leiding van een roedel overnemen.

Of ‘dominant’ daarvoor het juiste woord is, is de vraag: dominantie zegt altijd iets over de relatie tussen twee of meer individuen en is dus altijd ‘ten opzichte van’ een ander. Misschien stelt die ‘dominante’ hond zich wel onderwerpend op als hij een hond tegenkomt die nóg meer zelfverzekerd is dan hij.

Rangorde en gehoorzaamheid

Voor wie een hond als huisdier heeft, is het vooral belangrijk dat de hond weet wat wel en niet mag, dat hij voldoende gehoorzaamt om zijn gedrag te kunnen sturen en dat hij daardoor goed aangepast is aan het leven in een mensenmaatschappij.

Gehoorzaamheid speelt geen rol in een wolvenroedel of een groep honden: de leider kan zijn volgelingen niet dwingen iets te doen, hooguit om iets niet te doen. En waarom zou hij ook, in de natuur spelen de dingen die wij van een hond verlangen, zoals zitten, liggen of netjes aan de lijn wandelen helemaal niet mee.

Rangorde en gehoorzaamheid hebben vaak weinig verband met elkaar. Of een hond gehoorzaam is, heeft meer te maken met wat hem is aangeleerd en op welke manier, en of het de hond iets oplevert om te gehoorzamen. Een hond is niet gehoorzaam uit respect voor zijn baas, maar opdat het hem iets oplevert. Dat kan iets prettigs zijn als hij de opdracht uitvoert, of het kan zijn dat hij door het uitvoeren van de opdracht iets onprettigs kan vermijden. Kortom, hij wordt er beter van als hij doet wat hem gevraagd wordt.

Uiteraard is het welzijn van de hond die iets doet omdat hij daar om wat voor reden dan ook blij van wordt, aanzienlijk beter dan van de hond die iets doet omdat hij bang is dat er anders iets vervelend gebeurt. En het is voor onze band met de hond een veel betere basis als hij het leuk vindt om te doen wat we van hem vragen dan als hij zich gedwongen voelt vanwege een dreiging.

Leiding geven

Om leiding te geven aan onze huishonden is geweld dus niet nodig en zelfs misplaatst en riskant: een hond kan immers met agressie gaan reageren of juist heel bang worden. Bovendien is hierboven al duidelijk gemaakt dat agressie en geweld niet te maken hebben met de rangorde, dus daarmee maakt u ook niet duidelijk dat u de hoogste in rang bent.

Met een aantal duidelijke gedragsregels en omgangsvormen en een zelfverzekerde houding wint u het respect van uw hond en voorkomt u problemen. Het zorgt er bovendien voor dat uw hond meer rust vindt: hij hoeft het niet allemaal zelf te regelen. En om hem te laten gehoorzamen, hoeft u er alleen maar voor te zorgen dat die gehoorzaamheid hem iets oplevert wat hij de moeite waard vindt.

Leiding geven en gehoorzaamheid aanleren is bovendien geen doel op zich: het uiteindelijke doel is voor de meeste mensen vooral dat hun hond een plezierige huisgenoot is die zich makkelijk schikt in de dagelijkse gang van zaken, sociaal functioneert in de maatschappij en geen problemen veroorzaakt.

Maatwerk

Honden verschillen sterk in hun mate van zelfstandigheid. Sommige honden zijn al lang blij als u de beslissingen neemt. Andere honden zijn erg zelfstandig en willen het liefst zelf bepalen wat er gebeurt. Het hangt dan ook erg van uw hond af hoe strikt u moet zijn met de regels en welke maatregelen u moet nemen om ervoor te zorgen dat u de leiding in handen houdt.

Wees consequent

Zorg ervoor dat de regels duidelijk zijn en dat ze altijd gelden. Uitzonderingen maken dat uw hond niet weet waar hij aan toe is. Als de uitzondering hem beviel, zal hij blijven proberen of het misschien niet nog een keertje mag. Let er dus ook op dat iedereen in huis dezelfde regels hanteert. Bedenk dat uw hond altijd leert: hij leert dus ook snel dat hij best ergens mee weg kan komen als u het een paar keer heeft toegelaten!

Initiatief

Om duidelijk te maken dat u degene bent die bepaalt wat er gebeurt, is het verstandig ervoor te zorgen dat het initiatief voor activiteiten die met de hond te maken hebben meestal bij u ligt en niet bij de hond. Honden kunnen hun eigenaar vaak uitstekend vertellen wat ze willen en hem manipuleren tot ze hun zin krijgen.

Voorbeelden zijn de hond die even voor etenstijd heen en weer gaat drentelen tot de baas opstaat om zijn eten klaar te maken, de hond die bij de tuindeur staat te piepen tot iemand hem naar buiten laat om in de tuin te gaan spelen of de hond die eindeloos balletjes in uw schoot gooit en net zo lang blijft staan staren of gaat blaffen tot u deze voor hem weggooit.

Op deze manieren geeft de hond in feite zijn baas een commando, wat vaak door de eigenaar keurig opgevolgd wordt. Dit kan ervoor zorgen dat de hond steeds bepaalt wat er wanneer gebeurt.

Natuurlijk mag een hond best eens iets zelf beslissen, en mag u wel eens ingaan op een uitnodiging voor een spelletje, maar voorkom dat de hond u gaat besturen. Zo’n hond die gewend is dat u doet wat hij wil, kan een vervelende dwingeland worden!

Negeer hem daarom als hij een actie van u probeert af te dwingen en wacht tot hij ophoudt met zijn vragende gedrag. Als hij eenmaal iets anders is gaan doen, kunt u alsnog het eten gaan klaarmaken, de deur openzetten of een balletje pakken en de hond uitnodigen om met u te spelen. Op die manier haalt u het initiatief terug. Leer hem bovendien een signaal voor ‘klaar’ aan en stop ook echt met reageren als u dat heeft gegeven, zodat hij weet dat het geen zin heeft om te blijven vragen.

Niks voor niks

Een ander veel gebruikt principe dat u helpt om uw hond onder controle te houden is het principe van ‘niks voor niks’ (ook bekend als NILIF: Nothing In Life Is Free). Wij mensen moeten werken voor ons geld, maar onze honden krijgen hun voer, wandeling, spelletjes en knuffels allemaal gratis. Het is echter slimmer om uw hond te leren dat hij iets moet doen voordat hij iets krijgt wat hij graag wil hebben. Zo leert hij dat zijn goede gedrag hem iets oplevert, en daardoor wordt gehoorzamen voor hem leuk en zal hij dat gaan herhalen.

Laat hem bijvoorbeeld een oefening zoals ‘zitten’ of ‘liggen’ uitvoeren voor hij zijn eten of een hondenkoekje krijgt, voor hij naar buiten mag of voor u de riem losmaakt in het losloopgebied. Hij merkt zo dat u de leuke dingen van het leven in handen heeft, waardoor u voor hem veel interessanter wordt!

Een letterlijk hogere positie

Zoals uit onderzoek blijkt, is een hoge houding een van de formele signalen die samenhangen met status. Voor een hond betekent een letterlijk hoge positie dat diegene ook in rang hoger is. Een hond die wil aangeven dat de ander de baas is, maakt zich kleiner ten opzichte van die ander. Meestal zijn mensen, vanwege hun postuur, vanzelf hoger dan een hond. In relaties tussen hond en mens waar onduidelijkheid heerst en de hond teveel vrijheden heeft, kan een hond een letterlijk lage positie van de eigenaar interpreteren als een teken van onderwerping door de eigenaar. Bovendien kan hij, als u onduidelijke signalen geeft, verward raken en wellicht agressie inzetten.

Het is daarom aan te raden om, als een dergelijke onduidelijkheid over de rangorde bestaat, te zorgen dat u niet lager dan de hond bent. Ga bijvoorbeeld niet op de grond zitten of liggen en laat de hond niet bovenop u zitten.

Onderwerpen is niet nodig

Vroeger werd gezegd dat het nodig was een hond letterlijk aan u te onderwerpen: om hem te laten zien wie er de baas was, moest u de hond op zijn rug leggen. Dit is achterhaald. Honden en wolven gooien een ander niet op zijn rug: het is de laag geplaatste die uit zichzelf op zijn rug gaat liggen voor de hogere in rang. Als een wolf een ander met geweld op de rug gooit, is dit meestal een gevecht op leven en dood.

Door dit op de rug liggen met geweld af te dwingen, zorgt u er niet voor dat de hond zich lager geplaatst gaat voelen. U zorgt er wel voor dat hij zich bedreigd voelt en u misschien zal bijten. Het is dus een zinloze en gevaarlijke methode.

Stevig aanpakken?

Van sommige rassen hoor je nog wel eens dat je ze ‘stevig aan moet pakken’, met name van de stoerdere, sterke rassen. Dit is onzin. Een hond stevig aanpakken is vragen om moeilijkheden. Honden hebben nu eenmaal een fors wapen bij zich: hun gebit. Zeker deze sterke rassen hebben een enorme bijtkracht. Een krachtmeting met deze honden zullen wij als mens uiteindelijk altijd verliezen. Bovendien bereiken we er niks mee als we fysiek geweld inzetten. De hond zal er geen respect door krijgen, hij wordt hooguit angstig of voelt zich uitgedaagd. Dit is geen basis voor een goede baas-hond relatie.

Een bijkomend risico is dat de hond het als normaal gaat zien dat hij zich fysiek met mensen meet. Dit maakt dat het ook voor andere mensen een risico kan zijn om iets van uw hond te vragen.

Ook bij deze rassen werkt het heel goed om te zorgen dat de hond gemotiveerd is om iets voor u te doen, niet omdat hij bedreigd wordt, maar omdat het hem iets oplevert. Zo krijgt u een hond die graag gehoorzaamt en die het fijn vindt om bij u te zijn. Wees bovendien duidelijk en consequent.

Als hij niet doet wat u wilt

Wanneer u een hond heeft die niet luistert, doet wat hij wil en zijn wensen misschien zelfs kracht bijzet door naar u te grommen of uit te vallen, vraag dan hulp van een hondengedragstherapeut. Deze kan samen met u de oorzaak van zijn gedrag achterhalen en aangeven hoe u er op een veilige manier aan kunt werken om weer overwicht over uw hond te krijgen. Ga niet zelf aan de slag met allerlei tips uit de omgeving, een verkeerde aanpak kan het gedrag verergeren en onveilig zijn.