Berner Sennenhond

De Berner Sennenhond is een grote, vriendelijke hond die gehecht is aan zijn gezin. Berners zijn vrolijk en sociaal, maar kunnen ook eigenwijs en zelfstandig zijn. Ze hebben vrij veel beweging nodig. Helaas zijn ze gevoelig voor onder andere gewrichtsproblemen en worden ze gemiddeld niet zo oud. De Berner Sennenhond past bij een eigenaar die graag buiten is met zijn hond, duidelijk maar geduldig leiding geeft en de tijd neemt voor de benodigde vachtverzorging.

Kies het juiste ras voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de Berner Sennenhond het ras is dat u zoekt.

Algemeen

Van oorsprong werd de Berner Sennenhond op boerderijen gebruikt om vee te drijven, karren te trekken en het huis en erf te bewaken. Hij is verwant aan de doggen. Het zijn grote, stabiele honden die erg populair zijn geworden als huishond. Deze populariteit heeft de gezondheid van het ras geen goed gedaan door onzorgvuldig fokken buiten de regels van een rasvereniging om. De Berner Sennenhond wordt ingedeeld in rasgroep 2, Pinschers, Schnauzers, Molossers en Sennenhonden’. Berner Sennenhonden worden gemiddeld ongeveer zeven jaar oud.

Uiterlijk

Berner Sennenhonden zijn stevig gebouwde, grote honden met een dikke, halflange vacht. Het grootste deel van de vacht is zwart, met witte aftekeningen op borst, bles en snuit, en liefst ook een witte staartpunt en voeten. Boven de ogen zitten tankleurige (bruine) vlekjes, en ook op de wangen, poten en borst zijn tankleurige delen.

De kop is fors met een stevige snuit en hangende, driehoekige oren. De staart is goed behaard en hangt tot even boven de grond.

De schouderhoogte van reuen hoort tussen 64 en 70 centimeter te liggen, bij teven tussen 58 en 66 centimeter. Het gewicht van een Berner Sennen ligt gemiddeld rond 40 tot 60 kilo.

De volledige rasstandaard van de Berner Sennenhond kunt u vinden bij de rasverenigingen. Op de website van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland staan alle bij hen aangesloten rasverenigingen genoemd.

Karakter

In het algemeen is de Berner Sennenhond vrij rustig maar vrolijk, vriendelijk en sociaal. Jonge honden kunnen druk zijn. Berners passen zich gemakkelijk aan, wat als risico heeft dat ze bij te weinig beweging sloom worden. Ze leren snel en zijn bij een goede opvoeding meestal gehoorzaam. Wel is de Berner vanwege zijn afstamming behoorlijk zelfstandig en daardoor soms ook eigenwijs. Hij is waaks maar blaft alleen als dat echt nodig is.

De Berner Sennen houdt van buiten zijn, maar is absoluut geen kennelhond. Berner Sennenhonden hechten zich aan hun gezin en houden van aandacht, hoewel ze ook goed alleen kunnen blijven als hen dit rustig is aangeleerd.

Naar onbekenden zijn ze soms eerder terughoudend. Voor kinderen is de Berner meestal vriendelijk en hij kan veel hebben. Laat kinderen echter nooit alleen met honden!

Naar andere honden zijn de meeste Berners sociaal, hoewel reuen soms niet met andere reuen kunnen opschieten. Als de Berner als pup gewend is aan andere huisdieren zal hij goed met hen kunnen opschieten, hij heeft weinig jachtinstinct.

Verzorging

De vacht van de Berner moet regelmatig verzorgd worden door hem een of twee keer per week door te kammen en te borstelen, tijdens de ruiperiode vaker. Let vooral op de plekken waar de haren lang zijn, zoals achter de oren, op de borst, in de oksels en bij de achterpoten.

Controleer of de oren schoon zijn en check de ruimte tussen de tenen op grasaren of takjes. Houd bij of de nagels niet te lang worden. Als het haar tussen de tenen te lang wordt, moet dit bijgeknipt worden. Ook het gebit moet regelmatig even bekeken worden.

Berner Sennenhonden hebben aanleg voor gewrichtsproblemen, let dan ook op dat uw hond goede voeding krijgt en mooi slank blijft. Voorkom bovendien dat hij binnen twee uur na het eten druk rent of speelt. Dat kan gevaar opleveren voor een maagtorsie (maagdraaiing) doordat de Berner een brede borstkas heeft.

Beweging en activiteiten

Berner Sennenhonden houden van wandelen en spelen en moeten dan ook vrij veel beweging krijgen. Als ze hier onvoldoende gelegenheid voor krijgen, worden ze sloom. Wel moet u oppassen dat een jonge hond niet overbelast wordt. Berners hebben vaak last van gewrichtsproblemen. Let er daarom op dat u de hond de eerste twee jaar geen activiteiten laat doen die de gewrichten zwaar belasten, zoals achter stuiterende ballen aan springen, wandelen in mul zand of wild spelen. Ook gladde vloeren zijn niet goed voor zijn gewrichten. Bouw de hoeveelheid beweging langzaam op en houd uw hond bezig door hem denkwerk te laten doen, zoals zoekspelletjes of speuren. Houd er rekening mee dat de hond het door zijn dikke vacht snel warm krijgt, vermijd vermoeiende activiteiten bij warm weer.

De Berner Sennenhond is geschikt om mee te wandelen, maar u kunt ook met hem speuren of bijvoorbeeld gehoorzaamheidstraining of doggydance doen.

Socialisatie en opvoeding

Zoals bij alle honden is een goede socialisatie erg belangrijk. Wen uw pup aan allerlei mensen, dieren en andere nieuwe zaken. Zorg er wel voor dat uw pup ook voldoende rust krijgt om alle nieuwe ervaringen te verwerken.

Met de opvoeding van uw Berner moet u bijtijds beginnen. Op jonge leeftijd staat een Berner Sennenhond nog open om van alles van u te leren. Het is dan ook zaak om hem in zijn eerste jaar goed gedrag aan te leren, want op latere leeftijd komt zijn zelfstandigheid naar boven en neemt hij veel minder gemakkelijk iets van u aan. Ga daarom met uw pup naar een puppycursus en doe liefst ook een vervolgcursus. Het is belangrijk om duidelijk, vriendelijk en consequent te zijn. Wissel oefeningen af, doe niet te veel achter elkaar en houd het leuk, want de Berner leert alleen als hij gemotiveerd blijft.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Bij elk ras kunnen erfelijke aandoeningen voorkomen. Volgens recent onderzoek van Universiteit Utrecht zijn voor de Nederlandse populatie Berner Sennenhonden de belangrijkste erfelijke aandoeningen:

  • Heupdysplasie (HD)
  • Elleboogdysplasie (ED)
  • Histiocytair sarcoom (HS) / Maligne Histiocytose (MH; gedissemineerd histiocytair sarcoom)
  • Mastocytoom

Heupdysplasie (HD) is een afwijkende ontwikkeling van het heupgewricht waardoor de heupkop niet goed in de heupkom past. Dit veroorzaakt schade in het gewricht. HD heeft een erfelijke basis en wordt beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals een hoge groeisnelheid en overbelasting door verkeerd of teveel bewegen of overgewicht. Jonge dieren met heupdysplasie vertonen een afwijkende gang, plotselinge pijnlijkheid in de achterpoten en heup en verminderde activiteit vanwege de pijn. Vaak zijn de achterpoten en heupen minder sterk bespierd. Oudere dieren vertonen verschijnselen die passen bij artrose (gewrichtsslijtage), zoals startkreupelheid, moeilijk opstaan en pijnlijkheid na zware inspanning.

Elleboogdysplasie (ED) is een verzamelnaam van (voornamelijk) erfelijke afwijkingen in de ontwikkeling van het ellebooggewricht. Vormen van ED zijn:

- los processus anconeus (LPA) / - los processus coronoïdeus (LPC): hierbij ligt een stukje bot van de ellepijp los in het gewricht

- osteochondrosis dissecans van de mediale humeruscondyl (OCD): afwijking in het gewrichtskraakbeen van de bovenarm waarbij losse stukjes been of kraakbeen in het gewricht terecht komen.

- incongruentie van het gewrichtsvlak van radius en ulna met de humerus: de drie botten in het ellebooggewricht (spaakbeen, ellepijp en bovenarm) sluiten niet goed op elkaar aan in het gewricht.

Deze vormen kunnen apart of samen voorkomen en elkaar beïnvloeden.

Symptomen van ED zijn pijn en kreupelheid aan één of beide voorpoten. Deze treden al op vanaf een leeftijd van rond 6 maanden. Later ontstaat ook artrose (gewrichtsslijtage).

Om gewrichtsklachten te voorkomen is het belangrijk om een jonge hond die nog niet uitgegroeid is niet te wild te laten spelen, teveel achter ballen aan te laten rennen of andere belastende activiteiten te laten doen. Een goede kwaliteit voeding is heel belangrijk om botten en spieren goed op te bouwen en gewrichtsafwijkingen te voorkomen. Zorg voor complete voeding en houd de groeisnelheid van uw pup in de gaten. Teveel van bepaalde voedingsstoffen kan even nadelig zijn als tekorten, dus gebruik geen voedingssupplementen als dit niet met uw dierenarts is overlegd.

Een histiocytair sarcoom (HS) is een kwaadaardige tumor uitgaande van histiocyten, cellen die een rol spelen binnen het immuunsysteem. De tumor uit zich vaak als een bultje in de huid of in onderhuids bindweefsel van de poten. Daarnaast kan de tumor ook worden gevonden in weefsel rond gewrichten, in de milt, in de lever, in lymfeknopen, in de longen of in beenmerg.

Vaak zaait de tumor uit via lymfeknopen naar inwendige organen en verspreidt zich zo over het hele lichaam. Dit wordt ook wel Maligne Histiocytose (MH) genoemd (officieel spreekt men van gedissemineerd histiocytair sarcoom). Deze aandoening treedt meestal op wat latere leeftijd op, hoewel het soms ook bij jonge honden voorkomt. De ziekte loopt binnen enkele weken tot maanden fataal af. Er zijn vaak al uitzaaiingen voor er klachten ontstaan.

Symptomen kunnen, afhankelijk van de aangetaste plekken, bestaan uit onder andere bultjes, kreupelheid en bij uitzaaiing ook terugkerende koorts, ernstige sloomheid, verminderde eetlust, vermageren en soms bloedarmoede. Uitzaaiingen naar de longen komen veel voor en kunnen ademhalingsproblemen geven. Bij MH zijn meerdere genen betrokken.

Een mastocytoom is een tumor die uitgaat van een mastcel (ook wel mestcel genoemd).

Mastcellen spelen een rol bij de afweer en bij allergische reacties. Mastceltumoren komen voor als bultjes op of onder de huid, maar kunnen zich ook verspreiden naar onder andere de milt, lever, maagdarmstelsel en beenmerg. Hoewel men vermoedt dat erfelijkheid een rol speelt is de exacte manier van overerving nog onbekend.

Behalve deze aandoeningen zijn er volgens het onderzoek naar de Berner Sennenhond nog andere erfelijke aandoeningen die bij het ras van belang kunnen zijn, namelijk:

  • (idiopathische) epilepsie
  • degeneratieve myelopathie
  • steroïde responsieve meningitis (ook: aseptische meningitis, AM)
  • entropion
  • progressieve retina atrofie (PRA)
  • voorste kruisbandlesies
  • pyometra

Epilepsie bestaat uit aanvalsgewijze, spontane ontladingen van elektriciteit in de hersenen. Een epileptische aanval of toeval kan verschillende vormen hebben. Als het gehele lichaam betrokken is, verkrampen de spieren, het dier valt om en kan schokken, kwijlen en urine en ontlasting laten lopen. De hond is tijdens de aanval buiten bewustzijn en voelt en hoort dus niets. Voor een aanval vertoont de hond vaak ander, onrustig gedrag. Na afloop kan de hond gedesoriënteerd en ‘wiebelig’ zijn. Er zijn ook plaatselijke vormen van epilepsie, waarbij bijvoorbeeld een spiergroep begint te trillen of trekken of waarbij een dier kortdurend vreemd gedrag vertoont, zoals happen naar onzichtbare vliegen of voor zich uit staren zonder dat men contact met hem kan maken. Epilepsie kan verschillende oorzaken hebben, maar bij de idiopathische vorm van epilepsie is er geen onderliggende verwonding of ziekte aan te wijzen. Erfelijke vormen van epilepsie treden meestal voor het derde levensjaar op. Bij oudere dieren is er meestal een niet-erfelijke oorzaak die later is ontstaan, zoals een hersentumor.

Degeneratieve myelopathie is een aandoening die voorkomt bij oudere honden. Zenuwen in het achterste gedeelte van het ruggenmerg gaan langzaam minder goed werken waardoor de hond eerst zwakker wordt in de achterpoten, maar uiteindelijk helemaal aan de achterpoten verlamd raakt. Daarnaast wordt de hond incontinent en kan zijn ontlasting niet meer ophouden doordat ook de zenuwen naar de blaas en het laatste deel van de darmen niet meer werken.

Steroïde responsieve meningitis (ook wel bekend als aseptische meningitis, AM) is een aandoening waarbij de hersenvliezen ontsteken. De oorzaak is onduidelijk. De aandoening komt het meest voor bij jonge honden tot een jaar of drie. Er bestaat een acute vorm, waarbij de hond plotseling een erg pijngevoelige nek heeft, stijf is en hoge koorts heeft, en daarnaast vaak sloom is en slecht eet. Bij snelle behandeling kan de aandoening genezen.

Bij entropion krult de rand van het ooglid naar binnen. Daardoor raken de oogharen het hoornvlies, waardoor het oog geïrriteerd kan raken.

Progressieve retina atrofie (PRA) is een oogaandoening waarbij het netvlies (de retina) wordt aangetast. Het netvlies bevat staafjes en kegeltjes die het licht opvangen en zo het gezichtsvermogen bepalen. In het geval van progressieve retina atrofie worden eerst de staafjes aangetast, wat als gevolg heeft dat de hond slechter ziet in schemerlicht. In een later stadium worden ook de kegeltjes aangetast waardoor uiteindelijk volledige blindheid ontstaat.

Voorste kruisband lesie is een aandoening in de knie waarbij de voorste kruisband van de knie gedeeltelijk of geheel gescheurd is. Dit kan worden veroorzaakt door een afwijkende bouw, afwijkende groei of verkeerde / te grote belasting van de poten (bijvoorbeeld bij obesitas), of door een ongeluk zoals een verkeerde sprong.

De hond zal vooral plotselinge kreupelheid vertonen in één of beide achterpoten en pijn bij het bewegen van de knie. Bij grote hondenrassen zoals de Berner komt dit vaker voor op jonge leeftijd (1 tot 2 jaar oud) en het komt vaker voor bij gecastreerde teven.

Het is ook mogelijk dat de breuk geleidelijk ontstaat doordat de kruisband wordt aangetast, in zo’n geval is de hond af en toe kreupel tot de kruisband uiteindelijk scheurt.

Pyometra is een bacteriële ontsteking van de baarmoeder. Teven die niet gecastreerd zijn lopen hierop een groter risico. De hond kan onder andere last hebben van zwakte, koorts, braken, diarree, meer drinken en meer plassen en sloomheid. Er kan ook vaginale uitvloeiing zijn, maar deze hoeft niet altijd gezien te worden. Ter voorkoming van pyometra kan de teef gecastreerd worden.

De rasverenigingen verplichten hun fokkers om de ouderdieren te laten testen op heupdysplasie en elleboogdysplasie. In de fokreglementen van de rasverenigingen kunt u de precieze fokregels nagaan. Zo kunt u zien wanneer ouderdieren worden uitgesloten van de fok om erfelijke aandoeningen te voorkomen, dit verschilt tussen de verenigingen.

Meer uitleg over het onderzoek door Universiteit Utrecht naar erfelijke aandoeningen bij rashonden in Nederland vindt u op www.rashondengids.nl.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van een Berner Sennenhond heeft u geen specifieke ervaring nodig. Zorg dat u zich van tevoren goed informeert, bijvoorbeeld via de rasverenigingen.

Aanschaf en kosten

Lees voor u een hond aanschaft het Praktisch document 'De aanschaf van een hond'.

Let goed op als u een Berner Sennen pup wilt aanschaffen. Pups die via de rasverenigingen worden aangeboden, zijn in elk geval gefokt volgens het fokreglement van de betreffende vereniging. Daarin is opgenomen dat ouderdieren de raskeuring moeten hebben doorstaan. Daarvoor moeten zij getest zijn op heup- en elleboogdysplasie en worden er eisen gesteld aan het karakter en het uiterlijk. Bovendien mogen de teven niet gedekt worden voor zij 21 maanden oud zijn. Via de website van de rasverenigingen kunt u informatie over pups inwinnen.

Koopt u elders een pup, dan zult u zelf moeten vragen of er bij de ouders tests op erfelijke aandoeningen zijn gedaan en de uitslagen moeten bekijken. Daarmee maakt u de kans dat u een pup koopt met een erfelijke aandoening zo klein mogelijk. Van ouderdieren met stamboom kunt u de uitslagen van elleboogdysplasie-onderzoek en heupdysplasie-onderzoek ook nagaan op de website van de Raad van Beheer.

Van pups met een stamboom heeft u zekerheid over de afkomst van de pup, want sinds juni 2014 moet voor alle rassen voor het afgeven van stamboompapieren een DNA-test op afkomst worden gedaan.

Koop geen ‘goedkope’ pups via internet of handelaars die allerlei rassen verkopen of veel nesten tegelijk hebben. Deze zijn vaak niet goed gesocialiseerd en de ouderdieren zijn lang niet altijd getest op erfelijke aandoeningen. Bovendien zijn door onzorgvuldig fokken karakterproblemen ontstaan zoals angst of agressief gedrag. U loopt daardoor het risico dat u op termijn alsnog veel geld kwijt bent aan medische kosten of gedragstherapie. Gebruik de puppy-checklist van het LICG om u te helpen beoordelen of bij u een betrouwbaar adres koopt.

Wilt u een volwassen Berner Sennenhond aanschaffen dan kunt u contact opnemen met de rasverenigingen. U kunt ook terecht bij een asiel.

Maak bij de aanschaf van een pup of oudere hond duidelijke afspraken. Het gebruik van een koopcontract is aan te raden.

Pups geboren na 1 april 2013 of honden afkomstig uit het buitenland moeten verplicht gechipt en geregistreerd zijn door de fokker of importeur. Krijgt u zo’n hond aangeboden die niet gechipt en geregistreerd is, dan houdt de verkoper zich niet aan de wet en kunt u de hond beter niet kopen. Zelf bent u verplicht de registratie binnen twee weken na aanschaf op uw naam te zetten. Meer informatie vindt u in het Praktisch document over ‘Chippen en registreren’ of op www.chipjedier.nl.

Een Berner Sennenpup met stamboom kost gemiddeld 950 euro. Daarnaast bent u geld kwijt aan benodigdheden zoals een mand, een riem, een etensbak en speeltjes. Een Berner Sennenhond eet vanwege zijn formaat veel, u bent aan voeding ruim 50 euro per maand kwijt.

De tarieven van de hondenbelasting variëren per gemeente. Denk ook aan de kosten van de puppycursus en vervolgcursussen of hondensport. Houd rekening met dierenartskosten zoals entingen, ontwormen en behandeling tegen vlooien, bij elkaar vanaf ruim 150 euro per jaar. Wilt u de hond laten castreren dan komen daar de operatiekosten bij, voor reuen kost dit gemiddeld zo’n 200 euro, voor teven minstens anderhalf tot tweemaal zoveel. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt. Voor (onverwachte) dierenartskosten kunt u een ziektekostenverzekering afsluiten.

Bijzonderheden

  • Door de dikke vacht kunnen Berner Sennenhonden het in huis soms warm krijgen, ze liggen dan graag buiten, in een hal of op plavuizen.
Vind andere pagina's over:
hondenras, rasgroep 2