Sluiten

Overzicht erfelijke aandoeningen bij katten

Bij katten komen erfelijke aandoeningen voor. In deze lijst vindt u van verschillende erfelijke aandoeningen de naam en een korte omschrijving. De lijst is niet volledig maar geeft een indruk van wat voor erfelijke afwijkingen er bij katten bekend zijn. Meer informatie en uitleg over erfelijke aandoeningen en gebruikte termen vindt u in de Praktische documenten ‘Inleiding erfelijke aandoeningen’ en ‘Meer over erfelijkheid’.

Abnormale disproportionele dwerggroei

Hierbij is de lengte- en/of diktegroei van de botten afwijkend. Bij het ras ‘Munchkin’ wordt dit met opzet zo gefokt, bij andere katten is dit een ongewenste afwijking. Dieren die het afwijkende gen van een ouder hebben gekregen (ze zijn heterozygoot voor dit kenmerk), hebben korte poten. Dieren die van beide ouders een afwijkend gen hebben gekregen (homozygoot) overlijden al in de baarmoeder, waarna de embryo geresorbeerd wordt (opgenomen in het lichaam van het moederdier).

Amyloïdose

Dit is een aantal stofwisselingsstoornissen die er voor zorgen dat eiwit neerslaat (amyloïd). Bij Abessijnen en Somali’s slaat het eiwit neer in de nieren, bij Siamezen en Oriëntaalse katten in de lever. Op de lange termijn is deze aandoening levensbedreigend. De ziekte is waarschijnlijk erfelijk maar het precieze mechanisme is nog niet achterhaald. Het tot uiting komen van de ziekte is ook afhankelijk van diverse omstandigheden, zoals stress of het hebben van chronische ontstekingen.

Brachycephalie

Kortschedeligheid, vaak ook een brede schedel. Een bekend voorbeeld is de Pers. Katten met deze aandoening kunnen een snurkende ademhaling en ademhalingsproblemen hebben. Als gevolg van de brede schedel in verhouding tot het bekken kunnen zich ook problemen bij de geboorte voordoen. Andere gevolgen zijn onder andere problemen met gebit, de afvoer van traanvocht en oogirritatie doordat haren van de snuit in het oog prikken.

Cardiomyopathie

Dit is een afwijking van de hartspier die de dood kan veroorzaken. Dieren met deze aandoening hebben last van sloomheid, verminderde eetlust, benauwdheid en de achterhand kan verlamd zijn. Er zijn meerdere oorzaken maar de ziekte kan erfelijk zijn, bijvoorbeeld bij de Maine Coon en de Ragdoll.

Cerebellaire ataxie (spasticiteit)

Hierbij heeft het dier slechte controle over zijn bewegingen en krampverschijnselen. De aandoening kan verschillende oorzaken hebben, zoals een virusinfectie (bij het dier zelf of bij de moeder), maar kan ook erfelijk zijn. Het centrale zenuwstelsel wordt steeds meer aangetast. Er bestaan verschillende vormen van cerebellaire ataxie. De aandoening is levensbedreigend.

Gevoeligheid voor infectieziekten

Door veranderingen in de genen die zorgen voor weerstand, kunnen katten gevoeliger worden voor infectieziekten, zoals leukemie. Soms hebben ze zelfs geen weerstand. Daarmee is dit type aandoening op termijn levensbedreigend.

Haarloosheid

Bij Sphynx katten is haarloosheid een raskenmerk. In hoeverre binnen gehouden katten hinder ondervinden van hun haarloosheid is niet duidelijk.

Kaakmisvormingen

Door een afwijkende botgroei van de kaken, vormt de kaak zich anders dan normaal. Dit kan hinderlijk of pijnlijk zijn.

Leukistische doofheid

Dit komt vooral voor bij katten met een witte vacht en hangt ook samen met blauwe ogen. De doofheid kan eenzijdig of tweezijdig zijn. Bij witte katten met twee blauwe ogen is de kans op doofheid het grootst, als één oog blauw is en het andere gepigmenteerd, is er iets minder kans op doofheid, en ook bij witte katten met twee gepigmenteerde ogen is de kans op doofheid groter dan bij niet-witte katten.

Patella luxatie

Bij deze aandoening schuift de knieschijf van het gewricht. Dit kan erfelijk zijn en komt dan vaak aan beide zijden voor. Patella luxatie kan bij alle rassen voorkomen maar bij een aantal rassen wordt het vaker gezien, zoals bij de Abessijn en de Maine Coon. Als de knieschijf vaak verschuift, moet de kat hiervoor behandeld worden. Blijft de knieschijf vastzitten, dan is het dier ernstig beperkt in zijn bewegingen.

Polycystic Kidney Disease (PKD)

Hierbij ontstaan er blaasjes, ook wel cysten genaamd, in de nier. Daardoor kunnen de nieren niet meer goed functioneren en treden er vergiftigingsstoornissen (uremie) op. Meestal volgt dan de dood. De ziekte komt vooral voor bij de Pers en Exotische korthaar (Exotic Shorthair).

Progressieve retina atrofie

Hierbij verliest het netvlies zijn functie (atrofie). Het komt bij veel kattenrassen voor. Sommige vormen veroorzaken op jonge leeftijd blindheid, andere op latere leeftijd.

Staartloosheid

Manxkatten hebben als typisch raskenmerk een variabele staartlengte; sommige katten zijn staartloos, andere hebben een verkorte staart. Ze zijn normaal levensvatbaar maar als twee volledig staartloze katten met elkaar paren, is een deel van de kittens ernstig misvormd en niet levensvatbaar. Soms komt bij dit kat het Manx syndroom voor als de ruggengraat te sterk verkort is door de genetische afwijking. Dat levert o.a. blaas- en darmproblemen op. Bij katten met een verkorte staart komt artritis (gewrichtsontsteking) van de staart voor, wat erg pijnlijk is.

Vouwoor

Deze aandoening komt vooral voor bij het ras “Scottish fold” en enkele andere rassen met vouworen. Het naar voren gevouwen oor is een raskenmerk met negatieve bijwerkingen. Het oor is gevouwen door een afwijking in de vorming van kraakbeen. Alle katten met deze afwijking hebben ook pijnlijke gewrichtsaandoeningen waar zij veel last van kunnen hebben. Als twee vouwoorkatten met elkaar paren, blijkt een deel van de kittens ernstig misvormd te zijn. Sterfte treedt vaak kort voor, tijdens of kort na de geboorte op. Ook dieren met maar één ouder met een vouwoor hebben verschijnselen van de aandoening, maar minder ernstig. Deze aandoening is de reden dat het ras niet erkend is.