Sluiten

Dikstaartgerbil

Met zijn aparte, knotsvormige staartje is de dikstaartgerbil een opvallende verschijning onder de knaagdieren. Hoewel hij bij de gerbils hoort, lijkt hij meer op een hamster. Dikstaartgerbils zijn schemerdieren die soms ook overdag wakker zijn. Ze zijn vaak het beste in hun eentje te houden, omdat ze snel ruzie maken om hun territorium.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de dikstaartgerbil het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

De dikstaartgerbil (Pachyuromys duprasi), ook wel vetstaartgerbil of dikstaartmuis genoemd, behoort tot de familie van de gerbils (Gerbillinae). Zowel in uiterlijk als in gedrag heeft hij echter meer weg van een hamster. Dikstaartgerbils zijn erg rustig en missen de activiteit van de meeste andere gerbils.

De dikstaartgerbil heeft een afgerond, wat plomp lichaam van ongeveer 10 tot 14 centimeter lang, korte pootjes, donkere ogen en een spits neusje. De vacht is dik, oranjebruin tot zandkleurig en soms wat grijsbruin op de rug en lichtgekleurd op de buik. Het meest opvallend is echter zijn staart. Deze is ongeveer 4 tot 6 centimeter lang en knotsvormig, met weinig beharing. De staart wordt gebruikt als opslagplaats voor vetten en vocht. Aan de dikte van de staart is de conditie van het dier af te lezen. Jonge dikstaartgerbils hebben nog een dunner staartje. Het gewicht van de dikstaartgerbil ligt bij dieren die als huisdier gehouden worden ongeveer tussen 40 en 90 gram. In het wild zijn ze een stuk lichter, tussen 22 en 45 gram.

Het zijn van nature schemer- en nachtdieren die in gevangenschap ook overdag wel actief zijn. De dikstaartgerbil wordt populairder maar er is nog weinig onderzoek gedaan aan dit dier, waardoor op sommige punten weinig gegevens beschikbaar zijn.

Dikstaartgerbils kunnen in gevangenschap zo’n 3 tot 7 jaar oud worden.

Verschillende varianten

Dikstaartgerbils zijn afkomstig uit woestijngebieden in het noorden van Afrika.

Er bestaan tenminste twee ondersoorten van de dikstaartgerbil: Pachyuromys duprasi duprasi, uit Algerije, en Pachyuromys duprasi natronensis, uit Noord-Egypte. Er wordt nog een derde ondersoort onderscheiden, P. duprasi faroulti uit West Algerije, maar volgens sommigen behoort deze tot P. duprasi duprasi. P. duprasi duprasi is als eerste ingevoerd, dit waren rustige, vrij grote dieren. Daarna is ook P. duprasi natronensis ingevoerd die kleiner, drukker en minder tam was.

De als huisdier gehouden dikstaartgerbils zijn waarschijnlijk deels kruisingen van de Egyptische ondersoort met de eerder ingevoerde Algerijnse ondersoort. Dat kan verklaren waarom er nogal wat variatie is binnen de soort, zowel in afmetingen en uiterlijk als in gedrag en tamheid.

Uit Japan zijn meldingen van een wat grijzere kleurslag, het is mogelijk dat dit om een grijs of chinchilla type gaat waarbij de geelfactor ontbreekt maar het is ook mogelijk dat ze afkomstig zijn van stammen van P. duprasi natronensis die wat lichter gekleurd zijn.

Van nature

Dikstaartgerbils zijn woestijndieren die in de Noordelijke Sahara leven, in zand- of rotsgebieden met weinig begroeiing, in Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Egypte. Er is niet veel bekend over hoe dikstaartgerbils in de natuur leven. Volgens de meeste veldonderzoeken leven ze alleen, behalve in de paartijd en als er een overvloed aan voedsel is. Dan leven ze ook wel in kleine familiegroepjes, meestal een moeder met jongen. Het zijn territoriale dieren, zeker de vrouwtjes kunnen fel zijn.

Het hol van de dikstaartgerbil bestaat vaak uit een eenvoudige gang van soms wel een meter diep. De Algerijnse ondersoort maakt soms uitgebreide gangenstelsels.

Soms maken dikstaartgerbils gebruik van oude holen van andere dieren.

Dikstaartgerbils zijn in de schemer en ’s nachts actief. In gevangenschap zijn ze ook wel overdag korte tijden wakker, maar ze slapen vrij veel. Daarbij liggen ze soms op hun rug met hun pootjes omhoog en zijn dan moeilijk wakker te krijgen.

Dikstaartgerbils communiceren door middel van geur en geluid. Net als bij de Mongoolse gerbil hebben de mannetjes geurklieren onder hun buik en schuiven daarmee over de grond of voorwerpen om hun geur af te zetten. Bij ruzie kunnen de gerbils flink piepen en krijsen.

Huisvesting

In de natuur lijken dikstaartgerbils overwegend solitair, dus alleen, te leven, en in sommige gevallen in kleine familiegroepjes. In gevangenschap blijkt het vaak moeilijk om dieren samen te houden. Met name vrouwtjes kunnen erg territoriaal zijn en agressie vertonen waarbij de dieren elkaar verwonden. Het lijkt daarom verstandig om de dikstaartgerbil individueel te huisvesten, zeker als u nog geen ervaring met deze soort heeft.

Heeft u ervaring en wilt u toch meer dan één dier houden, kies dan twee mannetjes of twee vrouwtjes die van jongs af aan samen zijn. Zorg ervoor dat u een tweede kooi achter de hand heeft en let goed op of de dieren niet teveel ruzie maken. Dat kan verwondingen veroorzaken en geeft stress, wat slecht kan zijn voor de gezondheid van de dieren. Omdat er veel individuele variatie is, ook afhankelijk van kweeklijnen en oorspronkelijke herkomst, kan het bij sommige dieren goed gaan hen samen te houden, maar bij andere dieren helemaal niet.

Omdat dikstaartgerbils graag graven is een glazen of eventueel plastic bak de handigste huisvesting, bijvoorbeeld een aquariumbak. De dieren springen niet en klimmen slecht. Mede daarom hebben ze genoeg grondoppervlak nodig om voldoende te kunnen bewegen. Voor één dier is een bak van tenminste 80 x 40 centimeter nodig, liefst groter. Een deksel van gaas kan handig zijn, zowel om de gerbil in het verblijf te houden als om eventuele andere huisdieren of kinderhandjes uit het verblijf te houden.

Als bodembedekking kan een tenminste 20 centimeter dikke laag knaagdierbedding van bijvoorbeeld hennep of vlas of eventueel zo stofvrij mogelijk zaagsel dienen, gemengd met stro of hooi zodat de gegraven gangen beter in stand blijven. Gebruik liefst geen zaagsel van naaldhout, dit kan problemen geven met de luchtwegen.

U kunt ook buizen van steen of karton geven die de gerbil als gang en schuilplaats kan gebruiken. Zorg voor wat schuilplaatsen, bijvoorbeeld een schuilhuisje of een glazen of stenen pot, zodat het dier een nest kan maken. Als nestmateriaal is toiletpapier of hooi geschikt. Zet alles goed vast zodat het niet verzakt als de dikstaartgerbil gaat graven. Om hun vacht schoon te houden hebben dikstaartgerbils  een zandbad nodig, anders wordt hun vacht vettig en plukkerig. Zet een stevige schaal met chinchillazand neer, liefst op een kleine verhoging zodat de gerbil hem niet vol met zaagsel kan gooien. Hier kan ook een stevige stenen voerbak staan en een drinkflesje hangen. Maak een geleidelijke helling zodat het dier er gemakkelijk bij kan komen.

Wat speelgoed, kartonnen doosjes, buizen en dergelijke zorgen ervoor dat de gerbil iets te doen heeft. Gebruik geen plastic, dat wordt aangeknaagd en kan worden ingeslikt en tot verstoppingen of verwondingen leiden. Een looprad kan ook zorgen voor voldoende beweging, maar kies altijd een gesloten rad zonder spaken en met de standaard aan de dichte zijde zodat de staart van de gerbil er niet tussen kan komen. Kies het rad niet te klein zodat het dier niet te krom loopt, een diameter van tenminste 16 centimeter is aan te raden. Let op dat het rad niet wordt ingegraven.

Mocht u meerdere dieren bij elkaar houden, dan kunnen zij ruzie maken om toegang tot speelgoed of voerbakjes. Het kan dan helpen om te zorgen voor meerdere exemplaren van elk voorwerp.

Omdat dikstaartgerbils afkomstig zijn uit woestijngebied, hebben ze het liefst wat hogere temperaturen. Uit onderzoek blijkt dat ze, wanneer ze de keuze hebben, zelf kiezen voor een temperatuur rond 24 graden in de nacht en rond 28 graden overdag (als ze slapen). Om deze temperaturen te behalen kan bijvoorbeeld een warmtelamp gebruikt worden. Hang deze altijd zo dat er warme en minder warme plekken in het verblijf zijn, zodat de gerbil zelf kan kiezen hoe warm hij gaat zitten. Zorg dat het op de warmste plek niet warmer dan 30 graden wordt. Een combinatie van een rode of keramische lamp, die alleen warmte geeft, en een warmtelamp die ook licht geeft is handig, zo wordt het wanneer het licht overdag aan staat automatisch wat warmer en blijft het ’s nachts, als het zichtbare licht uit gaat, door de rode lamp warm genoeg. Zet de lampen op een schakelklok.

Houd de luchtvochtigheid onder 50%, let er op dat er geen natte plekken in het verblijf blijven liggen.

Verzorgen en hanteren

Dikstaartgerbils zijn meestal goed te hanteren. Ze zijn rustig en bijten niet snel als ze goed aan mensen gewend zijn. Wel is er verschil tussen individuen en kunnen vrouwtjes wat bijteriger zijn. Als een dikstaartgerbil wakker wordt gemaakt, kan hij wel bijten. Pak het dier niet aan de staart vast, deze kan snel beschadigen.

De gerbil kan worden opgepakt door hem op de hand te laten lopen of op te scheppen, eventueel kunt u hem in een doosje laten lopen. Pak hem niet onverwacht van bovenaf vast, dan kan hij schrikken. Eenmaal op de hand blijft hij meestal heel rustig zitten.

Was goed uw handen voor u de dikstaartgerbil oppakt, maar niet met geurende zeep want de dieren zijn gevoelig voor geuren. Ze kunnen dan gaan bijten. Ook de lucht van andere dieren of voedsel kan ervoor zorgen dat ze agressief worden.

Als echte woestijndieren zijn dikstaartgerbils zuinig met vocht en produceren weinig urine. Het verblijf gaat dan ook niet snel stinken en hoeft niet zo vaak verschoond te worden, eens in de twee weken is meestal voldoende. Het kan voor de dieren prettiger zijn om elke week de helft van de bodembedekking te verschonen, zodat hun vertrouwde geur niet ineens verdwijnt.

Verwijder wel regelmatig eventuele natte of vieze bodembedekking. Ook eventuele restjes voer moet u dagelijks verwijderen zodat ze niet kunnen bederven (zeker wanneer het verse producten betreft). Verschoon het zandbad elke paar dagen.

Maak tenminste om de dag het voerbakje en de waterfles goed schoon met warm water.

Controleer elke twee weken de lampen.

Geef regelmatig nieuw speelmateriaal of verzet de inrichting van het verblijf zodat de dikstaartgerbil iets te onderzoeken heeft, dat houdt hem actiever.

Voeding

Dikstaartgerbils zijn van nature insecteneters. Dat is ook te zien aan hun spitse snuit. Daarnaast eten ze ook planten en zaden.

Een goed gerbilvoer of hamstervoer kan als basisvoeding dienen. Als aanvullende dierlijke voeding kunt u dagelijks meelwormen, krekels, kevers en andere insecten geven. Ook een honden- of kattenbrokje levert dierlijke eiwitten en is tegelijk knaagmateriaal. Eventueel kan af en toe insectenvoer en eivoer gegeven worden.

Insecten kunt u ook levend voeren, dat stimuleert de dikstaartgerbil om te gaan jagen en houdt hem actief aan het zoeken. U moet dan natuurlijk wel oppassen dat de insecten niet uit het verblijf kunnen komen! Let ook op of de gerbil ook daadwerkelijk zijn insect vindt, want vaak moeten ze eerst leren om zelf hun prooi te zoeken en vangen. Insecten die in leven blijven kunnen soms de gerbil aanvreten, dus let daar goed op en verwijder ze als het te lang duurt voordat de gerbil ze kan vangen.

Af en toe een beetje groente is goed, maar pas op dat u niet teveel vochtige groente of fruit geeft want daar kunnen deze woestijndieren niet goed tegen, met diarree tot gevolg. Bovendien moeten ze wennen aan nieuwe groenten, begin dus met kleine stukjes tegelijk. Geschikt zijn bijvoorbeeld wortel, broccoli, spinazie en andijvie. Als lekkernij is een zonnebloempitje, wat kleine zaden, een rozijntje of een klein stukje fruit (bijvoorbeeld appel) geschikt.

Takken van fruitbomen, wilgen en hazelaars zijn geschikt om op te knagen en leveren ook wat voedingsstoffen. Ook hooi is een nuttige aanvulling.

Vers water moet altijd aanwezig zijn, ververs het water dagelijks. Gebruik een drinkflesje van knaagvast materiaal of eventueel een zwaar, stenen drinkbakje dat u op een plaats zet waar het niet snel volgegraven wordt met bodembedekking. Hang de fles zo op dat de tuit niet ingegraven wordt en controleer regelmatig of de drinknippel nog goed werkt.

Voortplanting

Het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke dikstaartgerbils is te zien aan de afstand tussen de anus en de geslachtsopening, die bij het mannetje ongeveer twee keer zo groot is als bij het vrouwtje. Bovendien is bij een mannetje een balzak te zien als men het dier overeind houdt en heeft het vrouwtje tepels. Die laatste zijn echter moeilijk te zien door de dikke vacht. Bij jonge vrouwtjes van ongeveer twee weken kunnen de tepels te zien zijn als kale plekjes op de buik, terwijl op de rest van de buik het haar begint te groeien.

Vrouwelijke dikstaartgerbils zijn eens in de zeven dagen bronstig. Vrouwtjes die niet gedekt worden voor ze zes maanden oud zijn, worden doorgaans niet meer zwanger. Om te fokken worden de dieren in een neutrale, kleine bak gezet met alleen bodembedekking, zodat ze geen ruzie kunnen maken om territorium of voorwerpen. De paring verloopt wild, beide dieren jagen achter elkaar aan, staan op hun achterpoten alsof ze worstelen en piepen daarbij flink. Er wordt ook wel gebeten. Zijn er echt verwondingen, dan kunnen de dieren beter uit elkaar gehaald worden. Als het vrouwtje niet wil paren, schopt ze met haar achterpoten bodembedekking naar het mannetje. Na de paring kan het mannetje het beste direct of anders binnen een week worden weggehaald, want zwangere en zogende vrouwtjes zijn erg agressief en kunnen het mannetje zelfs doodbijten.

Na een draagtijd van 19 tot 24 dagen krijgt het vrouwtje gemiddeld drie tot zes jongen, die kaal, blind en doof geboren worden. Ze wegen dan maar 2,5 gram. Na een week begint er wat haar te groeien, na ongeveer 12 dagen beginnen de jongen rond te kruipen en vanaf 16 dagen gaan de ogen open. Als de jongen zo’n 3 weken oud zijn beginnen ze vast voedsel te eten. Ze worden dan nog wel gezoogd, tot ze ongeveer 4 weken oud zijn. Vanaf 4 tot 5 weken kunnen ze bij de moeder weg, het is ook niet verstandig hen te lang bij haar te laten omdat ze hen kan gaan bijten. De jongen hebben een  dunnere staart dan hun ouders, doordat er nog niet veel vet en water in opgeslagen is. Als ze ouder worden, wordt hun staart dikker.

De jongen zijn na twee maanden zelf geslachtsrijp. Na vier tot vijf maanden zijn ze helemaal uitgegroeid.

Tussen het spenen van een nest en de volgende dekking moeten tenminste drie tot vier weken zitten zodat het vrouwtje kan aansterken. Haar conditie is te zien aan haar staart: tijdens het zogen wordt deze meestal dunner en rimpeliger omdat de reserves worden aangesproken. Als een vrouwtje direct weer gedekt wordt terwijl ze nog zoogt, dan kan ze haar jongen opeten, en dat kan ook gebeuren bij stress.

Ziekten en aandoeningen

In het algemeen zijn dikstaartgerbils gezonde dieren als ze op de juiste manier gehouden worden. Een gezonde dikstaartgerbil is levendig, heeft heldere ogen, een schone, zachte vacht en een schoon en droog achterwerk. Zijn staart is dik en de huid ervan is strak. Een zieke dikstaartgerbil is sloom en zit in elkaar gedoken. Een dunne, rimpelige staart duidt op een slechte conditie. Het kan zijn dat de gerbil te weinig goede voeding krijgt of slecht eet.

Verkeerde temperatuur, tocht, vocht en stoffige bedding kunnen gezondheidsproblemen geven, zoals luchtwegproblemen. Ook een vette vacht, die daardoor uiteen gaat staan, kan de weerstand verminderen en dan de gevoeligheid voor ziektes zoals verkoudheid verhogen. Om de vachtconditie gezond te houden moet de gerbil altijd een schoon zandbad ter beschikking hebben.

Verkeerde, te vochtige of bedorven voeding kan diarree veroorzaken. Neem contact op met de dierenarts, want bij een klein dier als de dikstaartgerbil kan diarree ernstig verlopen.

Dikstaartgerbils kunnen last hebben van parasieten zoals wormen of mijten. Wormen kunnen darmproblemen geven, mijten veroorzaken jeuk en kale plekken.

Het meest voorkomende probleem bij dikstaartgerbils die samen gehuisvest zijn, zijn wonden aan de staart doordat de dieren elkaar bijten. Maken dieren veel ruzie, zet ze dan apart, want dit geeft niet alleen verwondingen maar ook stress.

Ook gebitsproblemen kunnen voorkomen, bij oudere dieren slijten de bovenste snijtanden soms te veel. De dieren kunnen dan niet goed eten en worden dun.

Net als andere prooidieren zullen dikstaartgerbils niet snel laten zien dat ze ziek zijn. Wacht daarom niet te lang als u iets opmerkt aan uw dikstaartgerbil maar neem contact op met de dierenarts voor advies. Niet elke dierenarts heeft verstand van dikstaartgerbils. Onderzoek daarom liefst al voordat er iets aan de hand is bij welke dierenarts u terecht kunt als het diertje ziek wordt.

Benodigde ervaring

Er is geen specifieke ervaring nodig om de dikstaartgerbil op verantwoorde wijze te kunnen houden. Toch kan het prettig zijn als u al eerder knaagdieren heeft gehouden zodat u eventuele problemen eerder signaleert, want er is nog weinig bekend over de beste manier om deze dieren te houden.

Heeft u geen ervaring met de dikstaartgerbil, houd dan maar één dier tegelijk. Voor kleine kinderen zijn deze dieren minder geschikt, omdat ze vooral ’s avonds en ’s nachts actief zijn en de meeste exemplaren eerder kijkdieren dan knuffeldieren zijn.

Aanschaf en kosten

Let bij de aanschaf op dat de dikstaartgerbil er gezond uitziet, schoon en levendig is en dat ook het verblijf goed schoon is. Kijk of de staart goed gevuld is, behalve als het dier nog jong is.

U kunt een dikstaartgerbil aanschaffen bij een fokker en af en toe bij een dierenspeciaalzaak. De prijs van een dikstaartgerbil ligt bij fokkers ongeveer tussen 7,50 en 15 euro per stuk.

Voor een mooi verblijf en de inrichting daarvan bent u vanaf zo’n 110 euro kwijt, maar het uiteindelijke bedrag hangt mede af van het formaat van de bak en type inrichting dat u kiest. Terugkerende kosten zijn die voor bodembedekking, voer en speelmateriaal. Het voer is wat duurder dan bij veel andere knaagdieren doordat de dikstaartgerbil ook relatief veel insecten moet krijgen. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt.

Aandachtspunten

De dikstaartgerbil lijkt in gedrag meer op een hamster dan op de bekendere Mongoolse gerbil: hij is erg rustig en zeker overdag weinig actief. Bent u een echte liefhebber van de actieve, nieuwsgierige Mongoolse gerbils, dan is de dikstaartgerbil wellicht niet wat u zoekt.