Sluiten

Westelijke haakneusslang

De westelijke haakneusslang wordt steeds vaker als huisdier gehouden. Het gedrag van deze slangen is aantrekkelijk en opvallend. Het zijn erg actieve dieren die mooi zijn om naar te kijken. Ze zijn bovendien vrij sterk en niet erg lastig te verzorgen. Houd er wel rekening mee dat het gifslangen zijn, hoewel ze niet snel zullen bijten als u er op een goede manier mee omgaat.

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de westelijke haakneusslang het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

De westelijke haakneusslang (Heterodon nasicus) is een dagactieve slang. Ze zijn dus vooral actief van de vroege ochtend tot aan het begin van de avond, maar ook ’s nachts kunnen deze slangen nog flink aan het graven en kruipen zijn.

De westelijke haakneusslang heeft een opvallende neusschub, waar hij de naam haakneus aan dankt, en grote ogen. Mannetjes worden gemiddeld 50 tot 60 centimeter lang. Vrouwtjes worden groter, met een maximale lengte van ongeveer 90 centimeter. Er zijn echter weinig vrouwtjes die zo lang worden, de gemiddelde lengte van vrouwtjes is 70 tot 80 centimeter.

De leeftijd die een haakneus in gevangenschap kan bereiken is ongeveer vijftien tot twintig jaar. Dit is onder andere afhankelijk van de verzorging van het dier.

Verschillende varianten

De westelijke haakneusslang kent drie ondersoorten: de “Plains” haakneusslang (Heterodon nasicus nasicus), de “Dusty” oftewel grauwe haakneusslang (Heterodon nasicus gloydi) en de Mexicaanse haakneusslang (Heterodon nasicus kennerlyi). Deze ondersoorten leven van nature in verschillende gebieden. Op dit moment is men het oneens over de classificatie van de “Dusty”. Het is mogelijk dat deze slang tot dezelfde ondersoort behoort als de “Plains”. In de natuur komen kruisingen van “Dusty” en “Plains” voor.

De Mexicaanse haakneusslang is te herkennen aan de schubben op de kop. Achter de schub die de “haakneus” vormt bevinden zich onregelmatig gevormde schubben. Deze worden de ongepaarde schubben genoemd. Wanneer er minder dan zes ongepaarde schubben zijn, dan is het een Mexicaanse haakneusslang.

Bij meer dan zes ongepaarde schubben is het een “Plains” of een “Dusty” haakneusslang. Bij de “Plains” haakneusslang hebben de mannen meer dan 35 zadels en de vrouwen hebben er meer dan 40. De “Dusty” haakneusslangen hebben minder zadels; de mannen hebben er minder dan 32 en de vrouwen minder dan 37.

Er zijn verschillende kleurvarianten van de westelijke haakneusslang, waaronder de albino variant.

Van nature

De westelijke haakneusslang komt voor van het zuiden van Canada tot in het westen van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico. Deze slangen leven hier in de wat drogere tot heel licht vochtige gebieden, en ze komen voor vanaf zeeniveau tot ongeveer 2500 meter hoogte.

De westelijke haakneusslang leeft zowel op zandvlakten als in gras of bosrijke gebieden, als er maar een losse bodem is waar hij goed in kan graven. Voor dit graven gebruikt hij zijn opmerkelijke opstaande neusschub.

Westelijke haakneusslangen zijn erg actieve dieren. Ze hebben veel verschillende aanvals- en verdedigingstechnieken. Als ze zich bedreigd voelen maken ze een luid sissend gedrag. Vaak gaat dit gepaard met het plat maken van de nek (een cobra-achtige imitatie). Vervolgens kunnen ze meerdere keren met gesloten bek uithalen naar hun belager. Als dit de vijand niet afschrikt, kunnen ze ook voor dood spelen. Dit doen ze door met open bek op hun rug te gaan liggen, en een rottende geur af te scheiden. In gevangenschap wordt dit door volwassen dieren eigenlijk nooit gedaan. Jonge dieren daarentegen willen nog wel eens voor dood spelen als je ze wilt hanteren of verplaatsen.

Huisvesting

Bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een terrarium komt heel wat kijken. In het Praktische document over ‘Het terrarium’ leest u hoe u dat aan kunt pakken en worden de gebruikte termen nader uitgelegd.

Omdat haakneuzen vaak wat schrikachtig zijn, is het verstandig om het terrarium op een niet al te drukke plaats te zetten.

Een terrarium van 100 centimeter breed, 40 centimeter diep en 40 centimeter hoog is voldoende om een koppel of trio haakneuzen (bestaande uit één man en twee vrouwen) in te houden. Het terrarium mag ook groter zijn; omdat haakneuzen zeer actief zijn zullen ze de extra ruimte ook zeker benutten.

Als bodemmateriaal kunnen kleine beukensnippers, papiersnippers en zand gebruikt worden. Hier kunnen de haakneuzen goed in graven. Zorg bij voorkeur voor een dikke laag bodembedekking van minimaal vijf centimeter diepte.

In het terrarium moet een aantal schuilplaatsen aanwezig zijn. Haakneuzen zijn geen fanatieke klimmers, dus echte klimgelegenheden hebben ze niet nodig. Een grote steen in het terrarium kan dienen als opwarmplek. Zorg er wel voor dat als er grotere of zwaardere dingen in het terrarium staan, deze op de bodem van het terrarium staan en niet op het bodemmateriaal. Dit is belangrijk, omdat haakneuzen overal onderdoor graven. Op die manier zouden ze vast kunnen komen te zitten onder een steen of een stuk hout.

De temperatuur in het terrarium moet tussen de 22 en 28 graden Celsius zijn. Onder de spot moet dit oplopen tot ongeveer 35 tot 40 graden Celsius om de koudbloedige dieren de kans te geven zich tot hun ideale lichaamstemperatuur op te warmen. 's Nachts is een temperatuur tussen de 16 en 22 graden aan te raden.
Het aantal lichturen in de zomermaanden mag zo´n veertien uur per dag zijn. In de herfst en lente maanden kan het aantal lichturen iets omlaag, tot ongeveer tien uur per dag. De temperaturen mogen in deze perioden aan elkaar zijn gelijk zijn. In de herfst gaan veel haakneusslangen in winterrust en zijn er andere temperaturen en lichturen nodig.

Sproei eenmaal in de twee dagen het terrarium licht, een beetje bevochtigen is voldoende. Wanneer het dier aan het vervellen is, mag er dagelijks gesproeid worden. Let er op dat het terrarium niet te lang vochtig blijft, dit is te zien aan condensvorming op de ruiten. Haakneuzen zijn hier zeer gevoelig voor en kunnen hier serieuze luchtweginfecties door oplopen. Zorg daarom na het sproeien voor voldoende verluchting zodat het vocht niet te lang in het terrarium blijft hangen. Het is verstandig om een bakje met vochtig veenmos in het terrarium te plaatsen, waar de slang helemaal in past. De haakneusslang kan zo zelf een vochtige plaats opzoeken wanneer hij daar behoefte aan heeft.

Zorg voor een stevige waterbak in het terrarium waar de slangen uit kunnen drinken. De bak moet niet zomaar omgegooid kunnen worden als de slangen er onderdoor willen graven. Daarnaast wil de slang graag helemaal onder water kunnen liggen, vooral als hij bezig is met vervellen.

Huisvest jonge haakneusjes bij voorkeur apart in kleine terraria of plastic bakjes. U kunt zo precies in de gaten houden welke haakneus er heeft gegeten en welke niet. Bovendien voorkomt u kannibalisme door de dieren gescheiden te houden. De temperatuur voor jonge haakneuzen moet overdag ongeveer 28 graden Celsius zijn, en ‘s nachts ongeveer 20 tot 24 graden Celsius. Zorg dat de jonge dieren een vochtige plek hebben in de bak, bijvoorbeeld een bakje met vochtig Sphagnum (veenmos). Ze kunnen dan de vochtigheid opzoeken wanneer ze dat willen. U kunt er ook voor kiezen wat vaker te sproeien dan bij de oudere dieren, maar let dan wel op dat het niet te vochtig wordt in de bak. Een vochtigheid van 50 tot 70 % is voldoende. Zorg verder voor een schuilplaats, en uiteraard mag ook een waterbakje niet ontbreken. Als bodembedekking voor de jonge dieren kunt u kiezen voor bijvoorbeeld kranten of houtsnippers, omdat dit makkelijk schoon te houden is.

Winterrust

Het is niet ongewoon als westelijke haakneusslangen rond de periode oktober tot december opmerkelijk minder tot helemaal niets meer eten. Dit is een teken om de dieren in winterrust te laten gaan. Bouw de temperatuur geleidelijk af. Zorg ervoor dat de dieren zeker twee weken voordat ze in rust gaan niet meer gegeten hebben. Als er namelijk veel ontlasting in de darmen blijft zitten tijdens de winterrust, kan dit voor problemen zorgen.

Geef de slangen een winterrust van ongeveer zes tot twaalf weken bij een temperatuur tussen de 6 en 13 graden Celsius: bouw de temperatuur in enkele weken langzaam af. Boven de 14 graden Celsius wordt de haakneusslang actief, dus zorg dat de temperatuur hier zeker onder blijft. Stoor de haakneusslang zo min mogelijk in de rust periode en geef hem een donkere rustige plek om zijn winterrust te voltooien.

De winterrust kan gedaan worden in het terrarium. Vaak is het echter lastig om het terrarium koel genoeg te krijgen, zeker als het terrarium op de slaapkamer of in de woonkamer staat waar de temperatuur vaak een stuk hoger is. Een andere optie is om de dieren individueel in een plastic of kunststof bak (opbergbox) te plaatsen. Die bak kunt u vervolgens bijvoorbeeld in een schuur, kelder of koelkast zetten waar deze lagere temperaturen wel gehaald worden.

Zorg in de winterrust voor minimaal zo’n vijf centimeter bodembedekking zodat de slangen zich in kunnen graven. Zorg ook voor een waterbak, zodat de dieren af en toe wat kunnen drinken. Verschoon de waterbak regelmatig.

Na de rustperiode mogen de lichtduur en de temperatuur geleidelijk weer worden opgeschroefd naar de normale waarden. Pas dan kan ook weer begonnen worden met het voeren van de haakneusslang.

Het eerste levensjaar van een haakneus is een winterrust niet per se nodig, maar kan zeker wel doorgevoerd worden omdat dit overeenkomt met het natuurlijke jaarritme van het dier. Geeft het jonge dier door middel van niet of slecht eten in de aangegeven periode aan in rust te willen, geef hem deze rust dan ook. De temperatuur en de duur van de winterrust zijn hetzelfde als die van de oudere dieren.

Verzorgen en hanteren

Haakneuzen kunnen bijten en zijn daarbij ‘speeksel-giftig’. Het gif is zeer licht en kan vergeleken worden met een bijensteek. Bij een allergische reactie kan echter toch een dikke arm ontstaan waar u enkele dagen last van kunt houden. Dit gebeurt gelukkig bijna nooit, omdat haakneuzen zelden tot nooit de neiging hebben om te bijten. Bovendien heeft de haakneusslang tijd nodig om zijn gif in zijn prooi te kauwen. Mocht u toch een keer gebeten worden, dan is het dus belangrijk om de slang zo snel mogelijk van uw hand/vinger af te halen, zodat het dier geen kans heeft om het gif in de wondjes te kauwen.

Om de kans op beten te verkleinen, is het verstandig te zorgen dat u niet naar prooi ruikt als u de slang gaat hanteren.

Reptielen kunnen drager zijn van op mensen overdraagbare ziekten (zoönosen). Het is daarom belangrijk om na het verzorgen, voeren of hanteren van uw slang en/of het schoonmaken van het terrarium altijd uw handen te wassen met warm water en zeep gedurende tenminste 30 seconden.

Laat kinderen nooit alleen met deze slangen.

Voeding

Westelijke haakneusslangen hebben giftig speeksel. Het gif wordt bij de prooi ingekauwd door de vergrote tanden die achteraan in de bek staan. Het giftige, enzymrijke speeksel helpt mee voor een snelle vertering van het prooidier. De voeding van de haakneusslang bestaat in gevangenschap uit muizen of andere kleine knaagdieren. In de natuur eet een haakneusslang tevens kikkers, padden en hagedissen.

Voer de haakneusslang dode prooien. Het voeren van levende prooien is op basis van de Wet dieren niet toegestaan. U kunt de prooi bij de slang leggen en het dier vervolgens ruimschoots de kans geven om de prooi rustig op te eten. Het met een pincet aanbieden van een prooi wordt niet aangeraden. Deze manier van voeren kan, zeker bij toch al wat lastigere eters, lijden tot stress. Dit kan tot gevolg hebben dat de dieren geen zin meer hebben om te eten, maar enkel nog agressief op de dode prooi reageren.  

Het beste kunt u haakneuzen apart van elkaar voeren in plastic bakken. Dit heeft twee voordelen. Ten eerste kunnen haakneuzen kannibalistisch zijn. Door de slangen gescheiden eten te geven, voorkomt u dat de slangen elkaar verwonden of erger. Ten tweede krijgen ze zo geen zand of ander bodemmateriaal binnen wat mogelijk tot verstopping kan lijden.

De stofwisseling van een haakneus is een stuk sneller dan die van boa's of pythons. Voer een volwassen haakneusslang daarom ongeveer eenmaal per week. In de praktijk weigeren de mannen wat vaker voedsel. De ene keer eten ze iedere week, de andere keer vier weken niet. Als het dier niet te veel afvalt (wegen!) hoeft u zich hier geen zorgen om te maken. Met name in de maanden februari tot en met mei willen de mannetjes nogal eens voedsel weigeren. Dit komt omdat ze dan druk bezig zijn met paren of met het zoeken naar een vrouwtje.

Jonge haakneusslangen hebben een grote (inwendige) eidooier meegekregen als ze uitkomen. Op deze eidooier kunnen ze een redelijk lange tijd teren voordat ze pas echt voedsel aan willen gaan nemen. Voer jonge haakneuzen voor het eerst als ze twee weken uit het ei zijn. Veel jongen zullen een pinkie (baby muis) na twee weken niet zomaar eten. Het kan zijn dat een jonge haakneus pas na een paar uur begint met eten. Belangrijk is om de jonge haakneusslang met de prooi alleen op een rustige plek te zetten. Het kan ook zijn dat u extra maatregelen moet nemen om de jonge haakneusslang aan het eten te krijgen, zoals het doorsnijden van de schedel van het pinkie vanwege de stimulerende geur van hersenvocht. Wanneer de jonge haakneuzen goed eten, is het belangrijk ze regelmatig te voeren. U kunt ze iedere drie tot vier dagen één of twee nestmuizen geven. Als de jonge haakneusslang drie nestmuizen of meer met gemak in één maaltijd op kan, dan mag er overgestapt worden naar een groter prooidier.

Voortplanting

Haakneuzen zijn slangen die al op erg jonge leeftijd geslachtsrijp kunnen zijn. Twaalf tot veertien maanden is hierbij geen uitzondering. Dit geldt voor zowel de vrouwen als voor de mannen. Het is echter verstandig om het vrouwtje pas zwanger (drachtig) te laten worden op het moment dat zij een lengte heeft bereikt van zo’n 50 tot 60 centimeter. Dit zal neerkomen op een leeftijd van ongeveer twee jaar. U kunt de vrouwen onderscheiden, omdat zij langerer zijn en ook massiever gebouwd zijn dan mannen.

In het wild paren de westelijke haakneusslangen in het voorjaar, in de periode februari tot en met mei. Dit is in gevangenschap vaak ook het geval, dus na de winterrust. Het kan echter ook zo zijn dat er in de herfst meerdere paringen zijn en dat het vrouwtje het sperma opslaat tot aan het voorjaar en zichzelf er dan pas mee bevrucht. Na de winterrust moeten de mannen en vrouwen het liefst eerst enkele weken apart gehouden worden. In die periode kan het mannetje dan goed gevoerd worden. Wanneer mannen en vrouwen gelijk na de winterrust bij elkaar in het terrarium gezet worden, zal het mannetje alleen maar aan de paring denken en vaak niet zo goed willen eten.

Als de mannen en vrouwen enkele weken bij elkaar in het terrarium zitten, is het verstandig een bak met vochtig zand bedekt met mos in het terrarium neer te zetten. Hier kan de vrouwelijke haakneus haar eieren in afzetten. De legsels variëren in grootte van ongeveer 5 tot zelfs 40 eieren. Dit is grotendeels afhankelijk van het formaat van het vrouwtje. Gemiddeld bevat een legsel tien tot twaalf eieren. De eieren komen na 45 tot 55 dagen uit bij een temperatuur van ongeveer 28 graden Celsius. De jonge haakneusslangen vervellen bijna meteen nadat ze uit het ei komen en zijn dan zo´n tien tot vijftien centimeter groot.

Ziekten en aandoeningen

Gezonde haakneusslangen hebben een schone stevige huid zonder mijten, een schone cloaca, ze kijken helder uit de ogen, zijn alert en in een goede voedingstoestand. Slangen kunnen onder andere lijden aan schimmel- en bacteriële infecties, maagdarmparasieten, mondrot en legnood. Ook een slechte vervelling kan tot problemen leiden; controleer na iedere vervelling of de haakneusslang volledig verveld is en ook de ogen goed verveld zijn. Stukken vervelling die op de haakneus achterblijven kunnen tot irritaties en zelfs infecties lijden.

Symptomen die kunnen wijzen op ziekte zijn bijvoorbeeld slecht eten, slecht vervellen, overtollig slijm in de bek, braken, afwijkende ontlasting en afwijkend gedrag. Raadpleeg bij twijfel een dierenarts met aantoonbare kennis van reptielen.

Was voor en na het hanteren van de slang altijd uw handen om overdracht van ziekten te voorkomen en houd nieuwe dieren gedurende enkele maanden in quarantaine.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijzen houden van dit huisdier is een gemiddelde ervaring met reptielen nodig. Westelijke haakneusslangen zijn vrij sterke dieren. Ze zijn niet snel ziek en niet erg lastig in de verzorging. Houd er wel rekening mee dat het gifslangen zijn.

Aanschaf en kosten

Een westelijke haakneusslang kunt u kopen bij een terrariumspeciaalzaak of een kweker. Let er op dat het dier een gave huid heeft en schoon en alert is. Zorg ervoor dat u het terrarium ingericht en verwarmd klaar heeft staan voor u de slang mee naar huis neemt.

De aanschafprijs van een westelijke haakneusslang kan erg variëren, van enkele tientallen euro's tot enkele duizenden euro's. Dit is onder meer afhankelijk van de leeftijd, het geslacht en de kleur. Natuurlijk moet u investeren in een terrarium en de benodigde inrichting hiervan. Voor overige zaken, zoals stroomkosten (voor het verwarmen van uw terrarium), nieuwe lampen, het verschonen van uw terrarium en voeding van uw slang bent u jaarlijks enkele honderden euro’s kwijt. Houd altijd rekening met onvoorziene kosten zoals kosten voor dierenartsbezoek.

Aandachtspunten

  • Het houden van gifslangen is in Nederland niet verboden. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van uw gemeente kan eventueel wel eisen stellen omtrent het houden van deze dieren. Volgens artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht moet u voorkomen dat uw haakneusslang gevaarlijke situaties kan veroorzaken. Dit betekent dus onder andere dat u er alles aan moet doen om te voorkomen dat uw haakneusslang ontsnapt.