Sluiten

Beagle

De Beagle is een sportieve, vrolijke en zelfstandige hond. Hij is sociaal, aanhankelijk en eigenzinnig. Het is een echte jachthond en het liefst loopt hij met zijn neus aan de grond. Beagles kunnen slecht tegen alleen zijn en kunnen dan hun luide stem flink laten horen. De Beagle past bij een actieve, consequente en geduldige eigenaar die veel met zijn hond wil doen en hem niet lang alleen hoeft te laten.

Kies het juiste ras voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de Beagle het ras is dat u zoekt.

Algemeen

De Beagle is afkomstig uit Engeland en werd daar gebruikt voor de jacht op klein wild als hazen en konijnen. Er werd gejaagd met meutes van zeker twintig honden, waar de jagers achteraan liepen. De honden moesten zelfstandig het wild zoeken met behulp van hun neus, en dan luid blaffend het dier opjagen. Binnen een meute waren verschillende taken: een leider, een aantal honden die op de flanken liepen en een groep volgers, vaak meer onervaren honden. Deze manier van jagen wordt Beagling genoemd. Beagles worden ook wel individueel ingezet voor de jacht.

In Nederland is de Beagle vooral een gezinshond geworden. Ook in heel veel andere landen is de Beagle populair, als jachthond, gezinshond of werkhond. Zo worden Beagles met hun scherpe neus succesvol ingezet als speurhond door de douane, bijvoorbeeld op vliegvelden. Daarnaast zijn Beagles veel gebruikt als proefdier.

Het ras wordt ingedeeld bij rasgroep 6, ‘Lopende honden en zweethonden’. Dit worden ook wel ‘Brakken’ genoemd. De Beagle wordt gemiddeld zo’n 13 jaar oud.

Uiterlijk

De Beagle is een compacte, stevig maar niet grof gebouwde hond. Zijn rug is recht en sterk, zijn  borstkas diep tot iets onder de ellebogen. Zijn staart is hoog aangezet, stevig en niet te lang. Hij wordt hoog gedragen, maar niet over de rug gekruld. De poten zijn stevig en recht.

De kop is vrij lang, krachtig maar niet grof en zonder rimpels. De stop (overgang tussen schedel en snuit) is duidelijk zichtbaar, de schedel en voorsnuit zijn ongeveer even lang. De neus is breed met wijde neusgaten. De oren zijn laag aangezet en zo lang dat ze bijna tot aan de neuspunt kunnen worden gelegd. Ze zijn afgerond en hangen langs de kop omlaag. De ogen zijn vrij groot.

De vacht van de Beagle is kort, dicht en weerbestendig. Alle erkende Brakkenkleuren zijn toegestaan, zoals rood, tarwe, zand, black and tan, blauw of effen grijs, behalve leverkleurig. Driekleurige dieren met zwart, rood en wit komen echter het meeste voor. De staartpunt moet altijd wit zijn.

De ogen zijn donkerbruin of hazelnootkleurig, de neus liefst zwart hoewel hij bij lichtgekleurde honden ook wat lichter mag zijn.

De schouderhoogte van de Beagle is 33 tot 41 centimeter, het gewicht ligt tussen 10 en 18 kilo.

De volledige rasstandaard van de Beagle kunt u vinden bij de rasvereniging. Op de website van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland staan alle bij hen aangesloten rasverenigingen genoemd.

Karakter

De Beagle is een vrolijke, evenwichtige en actieve hond. Hij is sociaal en aanhankelijk maar ook eigenzinnig, volhardend en zelfstandig. Hij is dol op snuffelen en buiten gaat hij het liefst zijn neus achterna. Daarnaast is hij dol op eten.

In huis zijn Beagles rustig, als ze buiten voldoende activiteit krijgen. Buiten zijn ze sportief en energiek. Als pup en jonge hond kunnen ze erg druk en springerig zijn en daarmee ook uw aandacht proberen af te dwingen.

Naar onbekenden zijn ze meestal vriendelijk. Met andere honden kunnen ze normaal gesproken ook prima omgaan, ze zijn immers gefokt om in meutes te werken. Reuen kunnen wel eens overheersend gedrag vertonen naar andere honden.

De Beagle is een echte jachthond. Hij moet goed gesocialiseerd worden met katten en kleine huisdieren, en zelfs dan is het niet verstandig om dieren als konijnen met hem alleen te laten. Klein wild of vogels wekken zijn jachtpassie op en hij zal er graag achteraan willen.

Beagles kunnen doorgaans goed omgaan met kinderen en leuk met hen spelen. Let er echter wel op dat uw kinderen de pup niet nog drukker maken dan hij van nature al is en zorg ervoor dat de hond voldoende rust krijgt. Laat kinderen en honden nooit alleen. 

Alleen zijn is voor de Beagle erg moeilijk. Hij is gefokt om steeds in meutes of bij zijn eigenaar te zijn. Als hij zich alleen voelt, zal hij hard gaan huilen en blaffen en dat kan hij heel lang volhouden. Ook kan hij gaan slopen. Als u het voorzichtig opbouwt, kan de Beagle wel leren even alleen te zijn, maar geen uren. Samen met een andere hond gaat het meestal beter, mits hij ook voldoende beweging en activiteiten krijgt om hem moe te maken.

De Beagle blaft zodra hij ‘onraad’ opmerkt, maar zal verder niets doen en is dus geen echte waakhond.

Verzorging

De vacht van de Beagle heeft weinig verzorging nodig, af en toe borstelen is voldoende. Houd er wel rekening mee dat de korte haartjes die hij verliest moeilijk uit bekleding en ander textiel te krijgen zijn.

Controleer regelmatig de nagels, bekijk het gebit en controleer de ogen. Kijk de oren na op vuil en  zaken als grasaren, zeker als uw hond door begroeiing is gelopen.

Beagles hebben aanleg tot overgewicht, daarvan worden ze sloom en soms humeurig. Ze eten graag, ook van straat. Let dus op dat uw hond niet te dik wordt en weeg hem regelmatig.

Beweging en activiteiten

Beagles hebben veel beweging nodig, het zijn sportieve honden die gefokt zijn om langdurig te kunnen lopen. Een paar keer per dag een blokje om is dus lang niet voldoende. Hij moet dagelijks flink kunnen lopen en rennen. Daarbij is het vaak moeilijk hem los van de lijn te laten, want zijn jachtpassie is groot en als hij iets interessants ruikt, gaat hij zijn neus achterna. Een lange lijn of rollijn kan een oplossing zijn, let echter op dat dit geen gevaar oplevert voor het verkeer of andere wandelaars. Lopen doet de Beagle vrijwel altijd met zijn neus aan de grond.

Behalve beweging hebben ze ook uitdaging en activiteiten nodig. Beagles spelen graag. Een Beagle die te weinig beweging krijgt, wordt snel sloom en te dik.

Speuren is uiteraard een zeer geschikte activiteit om met uw Beagle te ondernemen. Maar ook behendigheid, lange wandelingen, canicross of doggydance zijn passende sporten, en ook voor reddingshondenwerk kunnen Beagles goed getraind worden.

Socialisatie en opvoeding

Een goede socialisatie is erg belangrijk voor een goede ontwikkeling van elke pup. Wen uw pup aan allerlei mensen, dieren en andere nieuwe zaken. Pak het wel rustig aan en doe niet teveel achter elkaar, zodat hij alles kan verwerken. Geef uw pup daarnaast voldoende rust. Bij de socialisatie van de Beagle is de omgang met andere huisdieren zoals katten een aandachtspunt, zodat hij leert om daar niet achteraan te gaan.

Zindelijkheidstraining kan bij de Beagle soms wat lastig zijn, wees hierin erg consequent en houd de pup goed in de gaten zodat u ‘ongelukjes’ voor kunt zijn.

Het alleen thuis blijven moet met kleine stapjes worden aangeleerd. Houd er rekening mee dat een Beagle vrijwel nooit leert om urenlang alleen te zijn; een of twee uur moet echter haalbaar zijn als hij zijn energie voor die tijd goed kwijt kan.

Hier komen is een belangrijke oefening die u van jongs af aan moet aanleren. Zorg ervoor dat uw hond niet de kans krijgt er vandoor te gaan, houd hem aan de lijn als u niet zeker weet of hij terug zal komen. Zeker in de puberteit, zo rond 6 maanden, is het belangrijk dat hij niet leert dat hij zich prima kan vermaken als hij zijn neus achterna gaat!

Leer uw pup ook om te stoppen met blaffen als u dat zegt en om niet van straat te eten.

Beagle pups kunnen erg druk en springerig zijn, beloon rustig gedrag van de pup en negeer hem als hij druk is.

Wees bij de opvoeding duidelijk, geduldig en zeer consequent. Voorkom ongewenst gedrag zoveel mogelijk en negeer het als dat kan. Leg de nadruk op het belonen van gewenst gedrag. Werk aan het opbouwen van een goede band met uw hond, zodat u zijn aandacht gemakkelijker naar u toe kunt trekken.

De Beagle kan goed leren maar is ook eigenwijs en houdt niet van eindeloos herhalen; hij is dan al snel afgeleid door interessante geurtjes. Maak de training leuk en afwisselend.

Ga met uw pup naar een puppycursus. Daar leert hij om uw aanwijzingen te volgen, terwijl u leert hoe u de hond iets bij kunt brengen. Ook een vervolgcursus is belangrijk om de puberteit van uw hond in goede banen te leiden.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Bij elk ras kunnen erfelijke aandoeningen voorkomen. Volgens recent onderzoek van Universiteit Utrecht is voor de Nederlandse populatie van de Beagle de belangrijkste erfelijke aandoening:

  • Degeneratie van de tussenwervelschijven / Hernia nucleus pulposus

De tussenwervelschijf is een structuur tussen de wervels die schokken opvangt en de wervelkolom stabiliseert. Normaal gesproken gaan de tussenwervelschijven geleidelijk achteruit (degeneratie) tijdens het ouder worden. De tussenwervelschijf bestaat uit een stootkussen (nucleus pulposus) dat is omgeven en op zijn plaats wordt gehouden door een ring van stevig bindweefsel. Bij degeneratie wordt vooral de kwaliteit van deze ring (annulus fibrosus) slechter. Dit wordt vooral bij oudere dieren gezien maar kan soms al in de eerste twee jaar van het leven beginnen. Dit hoeft nog niet direct verschijnselen te geven bij de hond, maar kan uiteindelijk pijn en zenuwschade veroorzaken. De verzwakte tussenwervelschijf kan gaan uitpuilen en daardoor druk op zenuwen en ruggenmerg veroorzaken, wat rugpijn geeft op die plaats (hals of rug). Als de ring rond de tussenwervelschijf doorbreekt ontstaat een hernia  (Hernia nucleus pulposus, ook wel Canine intervertebral disk disease genoemd) en kunnen naast pijn ook verlammingsverschijnselen optreden. Symptomen van problemen met de tussenwervelschijven zijn bijvoorbeeld dat de hond niet meer wil wandelen, springen of traplopen en laat merken dat hij pijn heeft bij het aanraken van bijvoorbeeld de nek. De meest voorkomende plaatsen van zo’n hernia is in de halswervelkolom en in het gebied van de lendenwervels (lage rug).

Wordt uw Beagle op wat latere leeftijd sloom of humeurig, laat dan nakijken of dit niet te wijten is aan pijn in zijn nek en rug.

Behalve deze aandoening zijn er nog andere erfelijke aandoeningen die volgens het onderzoek bij dit ras van belang kunnen zijn, namelijk:

  • Auto-immune lymfocytaire thyreoïditis
  • Hyperadrenocorticisme (ziekte van Cushing)
  • obesitas (overgewicht)
  • progressieve myoclonische epilepsie (Lafora's disease),
  • steroïde responsieve meningitis-artritis (SRMA, Beagle Pain syndroom)
  • cryptorchidie

Auto-immune lymfocytaire thyreoïditis is een aandoening waarbij het immuunsysteem zich tegen de eigen schilklier keert. Er ontstaat daardoor een ontsteking, die het weefsel van de schildklier aantast. Dat leidt tot een tekort aan schildklierhormoon. Symptomen treden vaak pas op als de schildklier al flink is aangetast en zijn onder andere sloomheid, dikker worden en huidafwijkingen.

Hyperadrenocorticisme (ziekte van Cushing) is een aandoening waarbij er teveel van het hormoon cortisol wordt geproduceerd door de bijnieren. De productie kan verhoogd zijn door een goedaardige of kwaadaardige tumor van de bijnier of door een goedaardige tumor van de hypofyse. Het hormoon cortisol zorgt voor een stijging van het suikergehalte in het bloed. Als de concentratie cortisol blijvend verhoogd is en daardoor de suikerspiegel blijvend verhoogd, kan er suikerziekte (diabetes mellitus) ontstaan. Daarnaast speelt cortisol een rol bij de vet- en eiwitstofwisseling. De symptomen van de ziekte van Cushing zijn veel eten, veel drinken, veel plassen en uiterlijke veranderingen zoals een dikke buik, een dunnere vacht en dunne huid en soms kale plekken op de flanken.

Obesitas of overgewicht bij honden ontstaat wanneer de energieopname hoger is dan het energieverbruik. Dat kan zijn doordat een dier teveel eet of juist te weinig energie verbrandt, bijvoorbeeld door te bewegen. De overtollige energie wordt door het lichaam als vet opgeslagen, waardoor overgewicht kan ontstaan. Sommige rassen, waaronder de Beagle, hebben meer aanleg om overgewicht te ontwikkelen. Overgewicht is ongezond. Let daarom op of uw Beagle niet te zwaar wordt door hem regelmatig te wegen.

Progressieve myoclonische epilepsie (Lafora's disease) is een speciale vorm van epilepsie. Hierbij ontstaan spiertrekkingen over het hele lijf, waarbij de kop achterover in de nek wordt getrokken. Een aanval wordt vaak uitgelokt door plotseling licht of geluid. De aandoening wordt al op jonge leeftijd gezien.

Steroïde responsieve meningitis-artritis (SRMA, Beagle Pain syndroom) is een aandoening waarbij de hersenvliezen ontsteken. De oorzaak is onduidelijk. De aandoening komt het meest voor bij jonge honden van een aantal grote rassen. Er bestaat een acute vorm, waarbij de hond plotseling een erg pijngevoelige nek heeft, stijf is en hoge koorts heeft, en daarnaast vaak sloom is en slecht eet. Hieruit kan een chronische vorm ontstaan waarbij ook andere zenuwverschijnselen te zien zijn zoals verlamming of slechte coördinatie. Bij snelle behandeling kan de aandoening genezen. Deze aandoening werd in eerste instantie Beagle Pain Syndroom genoemd omdat het in een proefdiergroep van Beagles was gevonden.

Bij cryptorchidie is één of beide testikels (teelballen) van de reu niet ingedaald in de balzak. In aanleg liggen de testikels in de buikholte. Vlak voor de geboorte beginnen ze te zakken. Ze verplaatsen zich in ongeveer vier tot acht weken via het lieskanaal naar de balzak. Na hoeveel tijd de testikels helemaal ingedaald zijn, kan per ras verschillen. Het indalen kan ook vertraagd zijn. Bij cryptorchidie daalt één of beide testikels helemaal niet in, ook niet na zo’n zes maanden, maar blijft in de buikholte of blijft in het lieskanaal steken. Men spreekt ook wel van een ‘binnenbal’. Is slechts één testikel niet ingedaald dan wordt dit ook wel ‘monorchidie’ genoemd, hoewel die naam eigenlijk niet klopt.

Testikels die in de buikholte blijven zitten kunnen eerder tumoren ontwikkelen die dan lang onopgemerkt blijven. Dit blijven overigens nog steeds zeldzame tumoren. Ook kunnen ze om hun as draaien waarbij de bloedtoevoer wordt afgesloten, wat voor acute heftige buikpijn zorgt. In de buikholte produceren de testikels minder of geen sperma, maar soms juist meer testosteron (mannelijk geslachtshormoon). Deze aandoening heeft daardoor invloed op de vruchtbaarheid en soms op het gedrag van de hond.

Bij de Beagle kan daarnaast ook de erfelijke aandoening Musladin-Lueke Syndroom (MLS) voorkomen. Hierbij is er teveel bindweefsel aanwezig in gewrichten en in de huid. Honden met de aandoening hebben stijvere gewrichten en lopen op de tenen. Hun buitenste tenen zijn verkort. Ze hebben een strakke huid en hun lichaam voelt hard aan, alsof ze flink gespierd zijn. De vorm van de kop is ook wat anders: de schedel is wat vlakker en breder, de oren zijn hoger aangezet en kunnen afwijkend gevouwen zijn en de oogleden staan wat schuin en strak. De staart staat vaak stijf rechtop, soms met een knik erin. Ze groeien meestal wat minder goed en blijven kleiner. Soms komen epileptische aanvallen voor. Vaak is de aandoening al vanaf een leeftijd van enkele weken te herkennen als men weet waar men op moet letten. De verschijnselen worden het eerste jaar erger en daarna zijn de honden meestal stabiel. Ze kunnen even oud worden als Beagles zonder de aandoening, maar hebben wel meer kans op gewrichtspijn.

De symptomen van MLS zijn niet bij elke hond gelijk, en de afzonderlijke symptomen komen ook wel eens voor bij honden die de aandoening niet hebben. Honden kunnen het afwijkende gen bij zich dragen zonder zelf symptomen te hebben (‘dragers’), maar kunnen dan de aandoening wel doorgeven aan hun jongen als ze paren met een andere drager. In een enkel geval vertoont een drager lichte symptomen van MLS. Er is een genetische test beschikbaar.

De rasvereniging stelt een DNA test op MLS verplicht voor ouderdieren, tenzij hun beide ouders bewezen vrij verklaard zijn. Lijders aan MLS zijn uitgesloten van de fok, dragers mogen alleen met vrije dieren gepaard worden maar dit heeft niet de voorkeur van de vereniging. Ook verplicht de rasvereniging aangesloten fokkers om mogelijk erfelijke aandoeningen bij hun honden te melden aan de rasvereniging zodat men deze kan registreren. In het fokreglement van de rasvereniging kunt u de precieze fokregels nagaan en zien wanneer ouderdieren worden uitgesloten van de fok om erfelijke aandoeningen te voorkomen.

Meer uitleg over het onderzoek door Universiteit Utrecht naar erfelijke aandoeningen bij rashonden in Nederland vindt u op www.rashondengids.nl.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van een Beagle is het prettig om al ervaring te hebben met het houden van honden. Dit ras is niet zo gemakkelijk opvoedbaar, verdiep u in hondengedrag zodat u de ontwikkeling van ongewenst gedrag zoveel mogelijk kunt voorkomen. Zorg dat u zich van tevoren goed informeert, bijvoorbeeld via de rasvereniging.

Aanschaf en kosten

Lees voordat u een hond aanschaft het Praktisch document ‘De aanschaf van een hond’.

Let goed op als u een Beagle pup wilt aanschaffen. Pups die via de rasvereniging worden aangeboden, zijn gefokt volgens het fokreglement van de vereniging. Dit stelt eisen met betrekking tot inteeltbeperking en er zijn welzijnsregels voor de fokdieren, zoals een minimale en maximale leeftijd waarop de teef gedekt mag worden en een maximaal aantal nesten per teef. Ook is testen op MLS verplicht. Koopt u elders een pup, dan moet u dergelijke zaken zelf navragen.

Van pups met een stamboom heeft u zekerheid over de afkomst van de pup, want sinds juni 2014 moet voor alle rassen voor het afgeven van stamboompapieren een DNA-test op afkomst worden gedaan. Via de website van de rasvereniging kunt u informatie over pups inwinnen.

Koop geen ‘goedkope’ pups via internet of handelaars die allerlei rassen verkopen of veel nesten tegelijk hebben. Deze zijn vaak niet goed gesocialiseerd, de ouderdieren zijn lang niet altijd getest op erfelijke aandoeningen en u loopt daardoor het risico dat u op termijn alsnog veel geld kwijt bent aan medische kosten of gedragstherapie. Gebruik de puppy-checklist van het LICG om u te helpen beoordelen of bij u een betrouwbaar adres koopt.

Wilt u een volwassen Beagle aanschaffen dan kunt u op de website van de rasvereniging terecht voor hulp bij het vinden van een herplaatser. U kunt ook terecht bij een asiel.

Maak bij de aanschaf van een pup of oudere hond duidelijke afspraken. Het gebruik van een koopcontract is aan te raden.

Pups geboren na 1 april 2013 of honden afkomstig uit het buitenland moeten verplicht gechipt en geregistreerd zijn door de fokker of importeur. Krijgt u zo’n hond aangeboden die niet gechipt en geregistreerd is, dan houdt de verkoper zich niet aan de wet en kunt u de hond beter niet kopen. Zelf bent u verplicht de registratie binnen twee weken na aanschaf op uw naam te zetten. Meer informatie vindt u op www.chipjedier.nl.

Een Beagle met stamboom kost gemiddeld zo’n 900 euro. Daarnaast bent u geld kwijt aan benodigdheden zoals een mand, een riem, een etensbak en speeltjes. Aan voeding bent u al snel zo’n 20 euro per maand kwijt.

De tarieven van de hondenbelasting variëren per gemeente. Denk ook aan de kosten van de puppycursus en vervolgcursussen of hondensport. Houd rekening met dierenartskosten zoals entingen, ontwormen en behandeling tegen vlooien, bij elkaar vanaf ruim 100 euro per jaar. Wilt u de hond laten castreren dan komen daar de operatiekosten bij, voor reuen kost dit gemiddeld zo’n 130 euro, voor teven minstens anderhalf tot tweemaal zoveel. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt. Voor (onverwachte) dierenartskosten kunt u een ziektekostenverzekering afsluiten.