Sluiten

Keeshond

De Keeshond is een actieve en aanhankelijke hond die ook intelligent en een tikje eigenwijs is en snel blaft. Keeshonden willen graag overal bij zijn. Ze hebben regelmatige vachtverzorging nodig. Er bestaan verschillende maten. De Keeshond past bij een eigenaar die zijn hond genoeg activiteiten kan bieden, graag met zijn hond bezig is en hem consequent maar positief opvoedt.

Kies het juiste ras voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de Keeshond het ras is dat u zoekt.

Algemeen

De Keeshond is een ras uit rasgroep 5: ‘spitzen en oertypes’. Er zijn verschillende maten: de grote Keeshond, de middenslag Keeshond, de kleine Keeshond en de Dwergkeeshond. Internationaal wordt de wolfsgrijze grote Keeshond, die ook ietsje groter is dan de overige kleuren, als een aparte variant gezien en wordt Keeshond of German Wolfsspitz genoemd. De overige kleurvarianten van de Grote keeshond heten dan German giant spitz en verder kent men de German medium spitz, German miniature spitz en German toy spitz of Pomeranian. In deze rassenbijsluiter wordt met ‘Keeshond’ het ras in het algemeen bedoeld.

De Keeshond is van oorsprong een Duits ras, erkend in 1957. Keeshondachtige honden werden al afgebeeld ruim voor het begin van onze jaartelling. Oorspronkelijk werden ze gebruikt als waakhond en gezelschap bij boerderijen en voeren ze mee op binnenvaartschepen. Deze honden hadden meer het formaat van de huidige middenslag. Hun naam danken de Keeshonden waarschijnlijk aan een leider van de Nederlandse patriotten uit de 18e eeuw die Kees (Cornelis) heette en zo’n hond bezat. In de 19e eeuw ontstonden ook de kleinere varianten en werden ze meer als gezelschapshond gehouden. De Dwergkeeshond stamt af van kleine Keeshonden die vanuit Pommeren aan de Baltische zuidkust naar Engeland gebracht werden en daar steeds kleiner werden gefokt.

Keeshonden zijn veelzijdige honden die erg geschikt zijn als gezelschapshond. Ze zijn trouw en aanhankelijk, actief, speels en intelligent. Ze hebben weinig jachtinstinct en lopen niet snel weg. Wel zijn ze waaks en ze zullen daardoor snel blaffen. Keeshonden worden relatief oud, zo’n 12-16 jaar, waarbij de kleinere varianten meestal wat ouder worden dan de grote.

Dwergkeeshonden worden wel gebruikt om te kruisen met Huskys tot een kruising die “pomsky”wordt genoemd. Bedenk dat elke hond uit zo’n kruising een ‘verrassingspakket’ is: vooraf is niet te zeggen hoe groot de hond wordt, hoe hij eruit zal zien en wat voor combinatie van karaktertrekken hij zal krijgen.

Uiterlijk

De Keeshond is vierkant gebouwd en is dus even lang als hoog. Zijn opvallende, dikke vacht bestaat uit een lange, stevige en uitstaande bovenvacht en een dikke, wollige ondervacht. Het haar is extra lang bij de kraag om de schouders en nek en aan de staart. Op de kop, oren, voorkant van de poten en aan de voeten is het haar kort. De vacht mag niet krullen of golven.

De neus loopt spits toe, de korte, driehoekige oren staan rechtop. De snuitlengte moet bij de grote, middenslag en kleine Keeshond ongeveer 2/3 van de schedellengte zijn, bij de Dwergkees is de snuit iets korter, namelijk de helft van de schedellengte. Let vooral bij de Dwergkees op dat de snuit niet te kort is, want dat kan gezondheidsproblemen veroorzaken! De ogen zijn donker, amandelvormig en middelgroot en mogen niet bol zijn.

De poten zijn recht en stevig, de voeten klein en rond. De staart wordt over de rug gedragen.

De verschillende formaten Keeshonden komen allemaal in verschillende kleurvariëteiten voor. In totaal zijn er daardoor veel variëteiten:

Grote Keeshond:

  • grote Keeshond wolfsgrijs (Wolfsspitz)
  • grote Keeshond bruin / zwart
  • grote Keeshond wit

Middenslag en kleine keeshond:

  • bruin / zwart
  • wit
  • oranje / overige kleuren

Dwergkees:

  • 1 variëteit in diverse kleuren: zwart, bruin, wit, wolfsgrijs, crème, crème-sable, oranje, oranje-sable, champagne, black and tan en bont.

De kleur merle is verboden om mee te fokken omdat het gezondheidsproblemen met zich mee kan brengen zoals blindheid en doofheid.

De grote Keeshond bruin wordt vrijwel niet meer gezien, en ook de zwarte en in iets mindere mate de witte zijn zeldzaam. Ook de middenslag Keeshonden worden niet zo vaak gezien.

De schouderhoogte van de grote Keeshond wolfsgrijs is 49 cm +/- 6 cm, die van de overige grote Keeshonden 45 cm +/- 5 cm, van de middenslag 35 cm +/- 5 cm, van de kleine Keeshond 27 cm +/- 3 cm en van de Dwergkees 21 cm +/- 3 cm.

De volledige rasstandaard van de Keeshond kunt u vinden bij de rasvereniging. Op de website van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland staan alle bij hen aangesloten rasverenigingen genoemd.

Karakter

Keeshonden zijn vrolijke, actieve en intelligente honden die erg aanhankelijk zijn en gehecht aan hun gezin. Ze zijn nieuwsgierig en willen overal bij zijn. Vooral pups kunnen erg actief zijn. Keeshonden willen graag iets leren en zijn doorgaans goed trainbaar, maar zijn ook eigenwijs en onafhankelijk. Ondanks dat ze graag bij hun gezin zijn, kunnen ze wel leren een beperkt aantal uren alleen te zijn als ze daarnaast genoeg aandacht en activiteit krijgen. Als ze jong gewend zijn aan autorijden vinden ze dit vaak erg leuk en willen ze graag mee. Keeshonden passen zich vaak vrij gemakkelijk aan verschillende situaties aan, hoewel de kleinere soorten beter op hun plek zijn in de stad dan de grote Keeshonden. Vergeet niet dat ook de kleine en Dwergkeeshond geen schoothondjes zijn: ze zijn levendig en slim, doorgaans niet snel bang (vaak zelfs overmoedig) en hebben ook genoeg activiteiten nodig om hen bezig te houden.

Naar onbekenden zijn Keeshonden wat terughoudend en ze zijn alert en waaks. Hun verleden als waakhond is daarin terug te zien, wat maakt dat ze snel blaffen, zowel in huis als buiten tegen dingen die hun aandacht trekken. De kleinere varianten zijn daarbij vaak wat feller dan de grote Keeshonden. Met een goede opvoeding is dit wel binnen de perken te houden.

Meestal kunnen ze prima omgaan met kinderen als ze goed gesocialiseerd zijn. Let er wel op dat de kinderen een pup niet als speelgoed behandelen en laat hond en jonge kinderen nooit alleen. De kleinere varianten kunnen nerveus worden als de kinderen erg druk zijn. De Dwergkeeshond is bovendien kwetsbaar en kan snel iets breken, en is dus niet geschikt voor bij kleine kinderen.

De omgang met andere honden is, bij voldoende socialisatie, meestal vrij goed. Bij de kleinere Keeshonden moet men wel oppassen dat deze, als ze uitgedaagd worden door honden, vergeten dat ze zelf zo klein zijn en de ander overmoedig te lijf kunnen gaan. Dwergkeeshonden zijn bovendien kwetsbaar en kunnen soms als prooi gezien worden door grotere honden. Bescherm hen zowel tegen zichzelf als tegen grote honden waarvan u niet weet hoe zij omgaan met kleine hondjes en voorkom confrontaties.

Keeshonden hebben weinig jachtinstinct en zullen andere dieren waarmee ze zijn opgegroeid goed accepteren. Soms kunnen ze achter kleine dieren aangaan, vooral als ze met meerdere zijn. Ze zijn erfvast en lopen niet snel weg.

Verzorging

De dikke vacht van de Keeshond moet tenminste één keer per week helemaal doorgeborsteld worden om klitten en vervilten te voorkomen. Gebruik daarvoor een penborstel met afgeronde stalen pinnen zonder noppen. Borstel het haar tegen de groeirichting in: begin door de nekharen naar voren te kammen en ga zo laagje voor laagje verder, zodat u ook de onderwol tot op de huid doorborstelt. De staart wordt met de groeirichting mee geborsteld, begin dan onderaan en werk naar boven. De lange haren van de kraag en aan de benen kunnen voorzichtig uitgekamd worden met een grove kam. Achter de oren en in de oksels kunnen snel klitten ontstaan, let daar dus extra op. Probeer klitten met de vingers uit elkaar te halen en kam ze dan voorzichtig uit. Lange haren bij en tussen de tenen moeten weggeknipt worden. De korte haren op de kop, oren en onderaan de poten kunnen met een kleine kam gedaan worden, op de snuit kunt u ook een vlooienkam gebruiken.

Naast de grote borstelbeurt kunt u de vacht indien nodig nog zo’n twee keer per week kort doorborstelen en de haren bij de oren controleren op klitten.

Tijdens de rui, meestal twee keer per jaar, komt er erg veel haar uit de vacht, dan kunt u het beste dagelijks de losse haren uitborstelen.

Na castratie wordt zowel bij de reu als de teef de vacht vaak zachter en zal hij sneller klitten en de onderwol kan erg overvloedig worden. Hierdoor is vaker borstelen nodig.

Knip de vacht niet kort en scheer uw Keeshond niet. De vacht isoleert en beschermt tegen kou en zon. Scheren kan de vachtstructuur beschadigen en soms kan het heel lang duren voor de vacht weer teruggroeit.

Vraag eventueel advies over het verzorgen van de vacht aan de fokker, laat het u voordoen bij een trimsalon of laat de hond daar regelmatig behandelen.

Wassen is maar zelden nodig, want vuil en modder valt vaak vanzelf uit de vacht als het is opgedroogd of wordt eruit geborsteld. Moet de hond toch eens gewassen worden, gebruik dan een speciale hondenshampoo. Droog goed af en laat de hond pas naar buiten als hij helemaal droog is, zodat hij geen kou vat.

Pups moeten wennen aan het borstelen. Ze hebben nog een kortere vacht, maar oefen dagelijks met hen door even kort een aantal slagen te borstelen en bouw dat langzaam op. Oefen op een rustig moment, bijvoorbeeld als de pup al wat moe is, en zorg dat ze het borstelen leuk gaan vinden.

Houd de nagels kort door regelmatig een klein puntje af te knippen. Bij donkere nagels is het vaak lastig te zien waar het ‘leven’, het bloedvat in de nagel, begint. Weet u niet hoe ver u kunt knippen, laat het dan voordoen door de dierenarts of hondentrimmer.

Controleer regelmatig de ogen en oren. Houd ook het gebit in de gaten, poets de tanden en kiezen minstens eens per week.

Keeshonden zijn enthousiaste eters en hebben aanleg voor overgewicht, pas op dat ze niet te dik worden want dat is ongezond. Dat is lastig te zien door de dikke vacht, dus weeg uw hond regelmatig en vraag uw dierenarts of uw hond goed op gewicht is. Als u aan weerzijden van de ribbenkast voelt moet u de ribben nog kunnen voelen. Zorg ook voor voldoende beweging. Na castratie heeft uw hond minder voer nodig dus pas dan de hoeveelheid aan.

Laat Dwergkeesjes niet van grotere hoogten springen, zoals van de bank of van uw schoot, ze breken relatief snel hun poten. Pas ook op dat u niet over hen struikelt en dat ze niet tussen een deur komen, want ze volgen u graag door het huis.

Beweging en activiteiten

Keeshonden houden van activiteit en zijn graag bezig, vooral samen met hun baas. Ze hebben voldoende beweging nodig dus wandel een paar keer per dag, waarvan tenminste twee keer langer. De grote Keeshonden en ook de middenslag kunnen lange wandelingen aan. Ook kunt u met hen gaan fietsen maar begin daarmee niet op te jonge leeftijd en bouw het heel rustig op. Voor kleine Keeshonden zijn minder lange wandelingen voldoende en zeker met de dwergkees moet u het niet overdrijven.

Behalve met wandelen kunt u uw Keeshond ook bezighouden met spelen, hondenpuzzels, trainen en andere activiteiten waarbij hij zijn intelligentie kan gebruiken. Zorg dat hij zich niet verveelt, want de Keeshond is inventief en verzint dan zelf bezigheden die u misschien minder geslaagd vindt, zoals blaffen of slopen.

Koud of nat weer deren de Keeshond niet, ook dan gaat hij graag naar buiten. Let bij erg warm weer op dat uw Keeshond niet oververhit raakt. Laat honden nooit zonder toezicht achter in de auto, zeker niet bij zonnig weer.

Activiteiten die u met een Keeshond kunt ondernemen zijn bijvoorbeeld behendigheid of doggydance. Bij de kleine Keeshonden moet u de sport uiteraard wel op hun formaat aanpassen. Pas bij de Dwergkees op met springen van grotere hoogtes, dit kan gevaarlijk zijn voor de poten.

Ook gehoorzaamheidstraining is goed te doen, hoewel niet elke Keeshond daarin uitblinkt omdat ze eigenwijs kunnen zijn. Als u de training leuk en afwisselend genoeg maakt, vindt hij het echter fijn om samen met u bezig te zijn en kunnen sommigen veel bereiken.

Denk eraan dat ook een Dwergkeeshond een echte hond is en dus beweging en activiteiten nodig heeft die bij honden passen; behandel hem niet als speelgoed of accessoire!

Keeshonden van alle maten worden ook wel ingezet als therapiehond.

Socialisatie en opvoeding

Bij alle honden is een goede socialisatie erg belangrijk. Op een leeftijd tussen 3 en 12 weken is een pup extra gevoelig voor het kennismaken met nieuwe dingen en leren hoe hij daarmee om moet gaan. Dit is voor zijn hele verdere leven erg belangrijk en helpt voorkomen dat hij angstig of agressief wordt. De fokker moet hiermee al begonnen zijn: vraag na wat hij of zij al heeft gedaan met de pup. Het is daarvoor het beste als de pup in huis is opgegroeid.

Wen uw pup op een leuke manier aan het omgaan met allerlei verschillende mensen, kinderen, andere honden, diverse dieren en andere nieuwe zaken en situaties. Zorg voor positieve ervaringen, dus houd het kort, ontspannen en beloon goed gedrag. Voorkom vervelende ervaringen door zelf het gedrag van andere honden en ook kinderen in te schatten en uw Keeshond goed te begeleiden bij ontmoetingen. Geef uw pup tussendoor steeds voldoende rust om alle nieuwe ervaringen te verwerken. Omdat Keeshonden van nature wat terughoudend zijn naar vreemden is het bij dit ras extra belangrijk de pup te leren dat mensen leuk zijn.

Keeshondenpups zien er heel schattig uit en worden daardoor makkelijk verwend, wat later voor problemen kan zorgen. Let erop dat u duidelijke regels hanteert en grenzen stelt en dat u de pup geen dingen toestaat die hij later, als volwassen hond, ook niet mag.

De Keeshond is intelligent en leert graag, de opvoeding en training is daardoor niet zo moeilijk maar houd er wel rekening mee dat hij ook eigenwijs kan zijn. Zorg er daarom voor dat het voor hem leuk is om te doen wat u van hem vraagt. Wees positief en vriendelijk maar ook consequent en duidelijk, want anders kan de Keeshond zelf zijn regels gaan bepalen. Beloon goed gedrag, bijvoorbeeld met een brokje of aandacht. Voorkom ongewenst gedrag zoveel mogelijk, zodat hij geen dingen leert die u niet wilt.

Wen de pup aan borstelen door dat dagelijks even kort te oefenen. Doe dat liefst op een rustig moment als de pup moe is. Beloon de pup als hij het borstelen rustig toelaat. Breid dit steeds iets verder uit, ook naar de lange haren bij de oren en oksels. Oefen ook met tandenpoetsen.

Leer uw pup dat hij moet stoppen met blaffen op commando en dat één of twee keer blaffen bij de bel voldoende is. Het is handig hem te leren om naar zijn mand te gaan als de bel gaat, zodat hij niet bij de deur staat te dringen bij bezoek.

Dwergkeeshonden zijn soms wat lastig zindelijk te maken. Houd de pup steeds goed in de gaten, ga vaak met hem naar buiten om hem te laten plassen en voorkom dat hij ongelukjes in huis heeft.

Keeshonden zijn erg gehecht aan hun eigenaar maar kunnen wel leren een aantal uren alleen thuis te blijven. Leer uw pup om een tijdje alleen te kunnen blijven. Bouw dat rustig op. Keeshonden hebben de neiging u in huis achterna te lopen, maar zorg dat uw pup soms ook even alleen in de kamer is zodat hij zelfstandig wordt. Voer de tijd dat hij alleen is heel langzaam op en laat uw Keeshond niet langer alleen dan hij aankan.

Houd de training vrolijk en afwisselend, want Keeshonden zijn slim en houden niet van veel herhalingen. Ga met uw pup op cursus, u leert daar hoe u uw pup iets kunt leren en hij leert om op u te letten terwijl er andere mensen en honden bij zijn.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Bij elk ras kunnen erfelijke aandoeningen voorkomen. Bij de Keeshond zijn de belangrijkste aandoeningen:

  • Idiopathische epilepsie
  • Primaire hyperparathyreoïdie (PHPT) (grote wolfsgrijze, zwarte en bruine Keeshond)
  • Heupdysplasie
  • Elleboogdysplasie
  • Patella luxatie
  • PRA (grote witte Keeshond)
  • Black Skin Disease / Alopecia X (Dwergkeeshond)
  • Chiari-like malformatie en Syringomyelie (Dwergkeeshond)
  • Open fontanel (Dwergkeeshond)
  • Trachea collaps (Dwergkeeshond)

Bij alle varianten van de Keeshond kan idiopathische epilepsie voorkomen, het meest wordt dit gezien bij de grotere variëteiten. Bij epilepsie ontstaan er ontladingen van elektriciteit in de hersenen. Als het hele lichaam betrokken is, verkrampen de spieren, het dier valt om en kan schokken, kwijlen en urine en ontlasting laten lopen. De hond is tijdens de aanval buiten bewustzijn en voelt en hoort dus niets. Er zijn ook plaatselijke vormen van epilepsie, waarbij bijvoorbeeld een spiergroep begint te trekken of een dier kortdurend vreemd gedrag vertoont. Bij de idiopathische vorm van epilepsie is er geen oorzaak aan te wijzen.

Er is bij de Keeshond nog niet bekend welke genen betrokken zijn bij epilepsie, er is dus ook geen genetische test. Epilepsie kan onderdrukt worden met medicatie, wat bij het ene dier beter aanslaat dan bij het andere.

Primaire hyperparathyreoïdie (PHPT) is een aandoening waarbij er tumoren ontstaan in de bijschildklieren. Die gaan daardoor meer hormoon (parathormoon) afgeven. Door te veel parathormoon stijgt de hoeveelheid calcium in het bloed. Dat kan voor onder andere nierproblemen zorgen. De eerste tekenen van de ziekte ontstaan gemiddeld rond de leeftijd van 9 jaar. Symptomen zijn onder andere veel drinken en plassen, zwakte, rillen, blaasstenen, urineverlies, stijve gewrichten, maagdarmproblemen en gebitsproblemen. Deze symptomen kunnen lijken op ouderdomsverschijnselen en daardoor gemist worden. Behandeling bestaat uit een operatie, maar de aandoening kan ook weer terugkomen.

PHPT komt vooral voor bij de grote wolfsgrijze, zwarte of bruine Keeshond. Voor de aanleg voor deze aandoening bestaat een genetische test, waarvan echter onduidelijk is op welke genafwijking gecontroleerd wordt. Er wordt onderzoek gedaan om een alternatieve, onafhankelijke test te ontwikkelen. Het is belangrijk dat met dieren die deze aandoening hebben niet gefokt wordt.

Er kunnen bij Keeshonden verschillende gewrichtsaandoeningen voorkomen die een erfelijke basis hebben en worden beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals snel groeien en overbelasting.

Heupdysplasie (HD) is een gewrichtsaandoening die bij de grote wolfsgrijze en bij de andere grote Keeshond variëteiten voorkomt. Bij HD past de heupkop niet goed in de heupkom. Dit veroorzaakt schade in het gewricht. HD veroorzaakt pijn en problemen met lopen.

Ook elleboogdysplasie (ED) kan voorkomen, met name bij de grote wolfsgrijze en grote zwarte of bruine Keeshond en bij de Dwergkeeshond. ED is een verzamelnaam van afwijkingen in de ontwikkeling van het ellebooggewricht. Symptomen zijn pijn en kreupelheid aan één of beide voorpoten, vaak al op jonge leeftijd, en later ook artrose (gewrichtsslijtage).

Patella luxatie komt voor bij alle variëteiten maar het meeste bij de Dwergkeeshond. Dit is een afwijking van het kniegewricht, waardoor de knieschijf (de patella) tijdelijk of blijvend van zijn plaats schiet. Het kniegewricht kan dan niet meer goed buigen en de hond gaat kreupel lopen of ‘hinkelen’. Door het uit en in zijn plaats schieten van de knieschijf kan artrose (gewrichtsslijtage) en daardoor pijn ontstaan. Patella luxatie komt vooral voor bij kleinere rassen.

Bij de grote witte Keeshond wordt soms een vorm van progressieve retina atrofie (prcd-PRA) gezien. Dit is een oogaandoening waarbij het netvlies (de retina) langzaam wordt afgebroken. Eerst zal de hond slechter zien in schemerlicht, uiteindelijk ontwikkelt dit zich tot volledige blindheid. Hiervoor bestaat een DNA test.

Black Skin Disease (BSD), of Alopecia X, komt vooral voor bij de Dwergkees en soms ook bij andere variëteiten. Hierbij ontstaat er symmetrische kaalheid op romp, nek en staart, meestal eerst op de flanken en aan de achterbenen. De kop en de uiteinden van de poten blijven doorgaans behaard. Eerst vallen vaak de dekharen uit en blijft de wollige ondervacht over, waarna ook die gaat uitvallen. De huid verkleurt vaak donker. Het begint meestal op volwassen leeftijd onder 3 jaar (soms op latere leeftijd), vaak spontaan en soms wordt het zichtbaar na bijvoorbeeld de rui of het wegscheren van vacht voor een operatie. Het kan ook voorkomen dat puppy’s een extra dikke, wollige puppyvacht hebben en deze niet zoals gewoonlijk na een maand of 5 wisselen voor een volwassen vacht. In plaats daarvan valt het haar op een leeftijd van 9-14 maanden uit en de huid wordt donker. De hond is verder doorgaans gezond. BSD komt wat vaker voor bij reuen dan teven.

De kaalheid ontstaat door een afwijking in de groeicyclus van de haren maar het is nog onduidelijk wat daarvan de oorzaak is en welke genen hierbij meespelen. Behandeling kan worden geprobeerd met medicatie of met castratie (chemisch via een implantaat of chirurgisch), de effecten daarvan wisselen en zijn soms tijdelijk. Soms komt de haargroei op latere leeftijd spontaan terug. Omdat de aandoening in veel gevallen zichtbaar wordt voor de hond een jaar of drie is, is het verstandig om niet op jonge leeftijd al te gaan fokken.

Er zijn nog andere mogelijke oorzaken van kaalheid, zoals parasieten, hypothyroidie (een tekort aan schildklierhormoon) of de ziekte van Cushing (een teveel aan bijnierhormoon). Dit moet dus goed onderzocht worden voordat de diagnose ‘Black Skin Disease’ wordt gesteld.

Bij de Dwergkeeshond en soms ook bij de kleine Keeshond komen chiari-like malformatie en syringomyelie voor. Chiari-like malformatie (CM) is een aandoening waarbij de opening van de schedel naar de wervelkolom te ruim is en het achterste gedeelte van de schedel niet in verhouding staat tot het formaat van de kleine hersenen. Hierdoor puilen delen van de kleine hersenen uit door het achterhoofdsgat. Daardoor kan de druk in de hersenen toenemen en een abnormale vloeistofbeweging ontstaan in het centraal kanaal van het ruggenmerg. Er ontstaat dan te veel druk, wat pijn kan geven. Bij de Dwergkeeshond lijkt een lager gewicht, dus een kleiner hondje, meer risico te geven op CM.

Als gevolg van een te hoge druk in het centrale kanaal (door CM of door andere oorzaken) kan syringomyelie (SM) ontstaan: met vocht gevulde holtes in het ruggenmerg. Dit kan zenuwverschijnselen veroorzaken.

Beide aandoeningen komen vooral voor bij kleine rassen met relatief breed, kort en bol hoofd en vaak een korte snuit. De symptomen kunnen op elke leeftijd ontstaan maar vaak al bij vrij jonge dieren.

Niet alle honden met chiari-like malformatie ontwikkelen ook syringomyelie en omgekeerd. Bij de dwergkeeshond wordt regelmatig syringomyelie gezien zonder chiari-like malformatie.

Honden met CM en/of SM kunnen ernstige pijn hebben bij bepaalde houdingen, aanraking en bewegingen, waardoor dieren overgevoelig zijn en kunnen gillen. Ze zijn vaak sloom, willen niet springen of klimmen, krabben of schuren hun kop en oren, knijpen met de ogen, soms slapen ze slecht, houden ze hun kop laag of gaan in vreemde houdingen liggen om pijn te verminderen. Ook afwijkend lopen komt voor. Bij syringomyelie wordt ook vaak gezien dat honden ‘in de lucht krabben’ en kan de wervelkolom bij de nek een kronkel gaan vertonen.
Veel van deze symptomen kunnen ook andere oorzaken hebben die onderzocht moeten worden. Een MRI-scan kan de diagnose van CM ondersteunen en kan SM aantonen. De aandoening kan niet genezen worden maar er kan vaak wel behandeld worden met medicatie om de pijn te verminderen. Operaties zijn soms mogelijk als medicijnen niet goed werken.

Bij de Dwergkees kan de fontanel laat sluiten of soms open blijven. Dit kan een gevolg zijn het fokken van een klein hondje met een rond hoofd en korte neus. De fontanel is een plek op de schedel waar de schedelbeenderen aan elkaar groeien. Bij jonge pups is deze nog open maar meestal sluit de fontanel een aantal weken na de geboorte. Soms verloopt dit trager, maar bij volwassen dieren moet de fontanel gesloten zijn. Als dit niet of niet goed gebeurt, ontstaan er zwakke plekken in de schedel die gevaar kunnen opleveren bij bijvoorbeeld het stoten van het hoofd. Een open fontanel kan samenhangen met het ontwikkelen van een waterhoofd en dit kan zenuwaandoeningen zoals epilepsie veroorzaken.

Bij Dwergkeeshonden komt trachea collaps voor. Bij deze aandoening verzwakken de kraakbeenringen die de luchtpijp open moeten houden. Daardoor wordt de luchtpijp steeds meer afgeplat en wordt de ademhaling bemoeilijkt. Het komt vooral voor bij kleine rassen. Symptomen zijn wisselende luchtwegirritatie, hoesten alsof er iets in de keel zit (vaak met een ‘gakkend’ geluid) en ademgebrek. In milde gevallen kunnen medicijnen helpen. Let bovendien op dat de hond niet te zwaar is en gebruik liever een tuigje dan een halsband. Bij ernstige gevallen is soms een operatie nodig. Merkt u dat uw hond soms lastig ademt of dat hij hoest, laat dit dan nakijken door uw dierenarts.

Behalve de bovenstaande zaken worden nog enkele andere aandoeningen wel eens gezien.

Bij de grote Keeshond is een erfelijke vorm van diabetes aangetoond. Bij diabetes mellitus (suikerziekte) ontstaat een te hoog suikergehalte in het bloed, wat leidt tot verschijnselen zoals veel plassen, veel drinken, veel eten en vermageren.

Er worden soms hartproblemen gezien. Het is verstandig om hierop te laten controleren.

Hypothyreoidie (een tekort aan schildklierhormoon) kan soms voorkomen. Symptomen zijn sloomheid, gewichtstoename, huid- en vachtafwijkingen, zwelling van de huid op de kop door vochtophoping, zenuweffecten zoals zwakte, wankel lopen en verlammingsverschijnselen, soms veranderd gedrag zoals agressie, een trage hartslag en oogproblemen zoals ontstekingen.

Bij de Dwergkeeshond kan dystocia voorkomen, geboorteproblemen doordat de pups niet goed door het geboortekanaal passen vanwege het kleine lijf en de relatief grote kop.

Bij Dwergkeeshonden komt soms een portosystemische shunt voor. Hierbij zijn de bloedvaten naar de lever verkeerd aangelegd, waardoor bloed uit de darmen niet door de lever loopt. Daardoor komen er te veel afvalstoffen in het bloed, wat allerlei gezondheidsklachten bij de hond kan geven. Symptomen zijn onder andere hersenverschijnselen, sloomheid, braken, diarree en weinig eetlust.

Dwergkeeshonden breken sneller dan gemiddeld hun voorpoten, net als sommige andere kleine rassen. De poten zijn relatief zwak ten opzichte van het lichaamsgewicht. Daardoor breken ze sneller als de hond bijvoorbeeld ergens afspringt of uit de armen van de eigenaar valt. De breuk heelt ook minder snel dan normaal. Voorkom dat uw Dwergkeeshond van hoogtes springt of valt.

Er kunnen problemen ontstaan als een Keeshond onder narcose moet, vooral omdat de honden soms snel oververhit blijken te raken, wat gevaarlijk is. Moet uw hond onder narcose, overleg dan met uw dierenarts. De temperatuur moet tijdens narcose continu goed gecontroleerd worden zodat, indien nodig, ook meteen gekoeld kan worden.

Let bij Dwergkeeshondjes op dat ze niet te klein gefokt worden. Te kleine hondjes hebben vaak gezondheidsproblemen. Koop dus geen hondjes die geadverteerd worden als bijvoorbeeld ‘extra klein’ of ‘tea-cup’.

Soms worden Dwergkeeshondjes aangeboden die een te korte snuit hebben. Volgens de rasstandaard moet de verhouding tussen snuitlengte en schedellengte 2:4 zijn. Een te korte snuit brengt gezondheidsproblemen met zich mee, zoals luchtwegproblemen en oogproblemen. Er zijn hiervoor in 2019 wettelijke handhavingscriteria opgesteld waar ouderdieren aan moeten voldoen om met hen te mogen fokken. Zie hiervoor ook het artikel over ‘BOAS bij kortsnuitige honden’ .

De rasvereniging stelt voor de grote wolfsgrijze Keeshond en de grote witte, zwarte en bruine Keeshond het testen van ouderdieren op HD verplicht. Voor alle andere variëteiten moeten de ouderdieren onderzocht worden op patella luxatie als ze geboren zijn vanaf 1 juni 2016.
Er mag daarnaast niet gefokt worden met honden met epilepsie en hun ouders en met honden met Black Skin Disease (BSD) en hun ouders. Ziekten die bij de rasvereniging gemeld moeten worden zodat de gezondheid van het ras gevolgd kan worden zijn syringomyelie, epileptische aanvallen, hartproblemen, Black Skin Disease en sterfte door kanker.

In het fokreglement van de rasvereniging kunt u de precieze fokregels nagaan en zien wanneer ouderdieren worden uitgesloten van de fok om erfelijke aandoeningen te voorkomen.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van een Keeshond heeft u geen specifieke ervaring nodig. Zorg dat u zich van tevoren goed informeert over het ras, bijvoorbeeld via de rasvereniging. Dwergkeesjes zijn minder geschikt voor bij kleine kinderen omdat ze relatief snel hun pootjes kunnen breken en kinderen de neiging kunnen hebben hen als speelgoed te behandelen.

Aanschaf en kosten

Lees voor u een hond aanschaft het Praktisch document 'De aanschaf van een hond'.
Let goed op als u een Keeshond pup wilt aanschaffen.

Pups die via de rasvereniging worden aangeboden zijn in elk geval gefokt volgens het fokreglement van de vereniging. Dit stelt enkele gezondheidstest verplicht en er worden welzijnsregels gesteld aan de fokdieren, zoals een maximum aantal nestjes per teef.

Van pups met een stamboom heeft u zekerheid over de afkomst van de pup, want sinds juni 2014 moet voor alle rassen voor het afgeven van stamboompapieren een DNA-test op afkomst worden gedaan.

Via de website van de rasvereniging kunt u informatie over pups inwinnen.

Koopt u elders een pup, dan zult u zelf moeten vragen of er bij de ouders tests op erfelijke aandoeningen zijn gedaan en de uitslagen moeten bekijken. Daarmee maakt u de kans dat u een pup koopt met een erfelijke aandoening zo klein mogelijk. Kies een fokker die gezondheid en karakter vooropstelt. Let bij het uitzoeken van een Dwergkees pup op dat de ouderdieren geen te korte snuit of een te kleine, ronde kop met bolle ogen hebben. Zie hiervoor ook het artikel over ‘BOAS bij kortsnuitige honden’ .

Koop geen ‘goedkope’ pups via internet of handelaars die allerlei rassen verkopen of veel nesten tegelijk hebben. Deze zijn vaak niet goed gesocialiseerd en u heeft geen zekerheid over de afkomst. De ouderdieren zijn vaak niet getest op erfelijke aandoeningen. U loopt daardoor het risico dat u op termijn alsnog veel geld kwijt bent aan medische kosten of gedragstherapie.

Door malafide handelaars wordt de Dwergkeeshond vaak aangeboden onder de naam ‘pomeriaan’. Zorgvuldige rasfokkers zullen de officiële naam ‘Dwergkeeshond’ gebruiken. Deze ‘pomerianen’ vallen nog wel eens een stuk groter uit dan een echte Dwergkeeshond.

Koop niet bij een fokker die adverteert met termen als bear face, mini, toy of teacup pomeriaan! Te kleine hondjes hebben meer risico op pijnlijke gezondheidsproblemen. Pas bij aanschaf van een Dwergkees of pomeriaan ook op voor woekerprijzen en pups uit het buitenland, ook al worden die geleverd ‘met stamboom’; er zijn veel oplichters actief.

Koop geen Dwergkeeshond of pomeriaan als mode-accessoire of omdat ze populair zijn: ook deze kleine variant is een echte keeshond met keeshondenbehoeftes. Koop alleen een hond als u zeker weet dat u zijn hele leven lang aan die behoeftes kunt voldoen.

Gebruik de puppy-checklist van het LICG om u te helpen beoordelen of bij u een betrouwbaar adres koopt. Zoekt u op internet naar een pup, gebruik dan het stappenplan ‘Puppy via internet’.

Wilt u een volwassen Keeshond aanschaffen dan kunt u terecht bij stichtingen die u vindt via de website van de rasvereniging. U kunt ook kijken bij een asiel.

Maak bij de aanschaf van een pup of oudere hond duidelijke afspraken. Het gebruik van een koopcontract is aan te raden.

Pups geboren na 1 april 2013 of honden afkomstig uit het buitenland moeten verplicht gechipt en geregistreerd zijn door de fokker of importeur. Krijgt u zo’n hond aangeboden die niet gechipt en geregistreerd is, dan houdt de verkoper zich niet aan de wet en kunt u de hond beter niet kopen. Zelf bent u verplicht de registratie binnen twee weken na aanschaf op uw naam te zetten. Meer informatie vindt u in het Praktisch document over ‘Chippen en registreren’ of op www.chipjedier.nl.

Een Keeshond pup met stamboom die u via een rasvereniging aanschaft kost gemiddeld rond 1500 euro voor een grote keeshond, rond 2000 euro voor de kleine en middenslag Keeshond en rond 3000 euro voor een Dwergkeeshond. Daarnaast bent u geld kwijt aan benodigdheden zoals een mand, een riem, een etensbak en speeltjes. Kosten voor voeding zijn mede afhankelijk van welk type voer u kiest en uiteraard welk formaat Keeshond u heeft, maar reken op zo’n 10 euro per maand voor een Dwergkeeshond tot ruim 25 euro per maand voor een grote Keeshond.

De tarieven van de eventuele hondenbelasting variëren per gemeente. Denk ook aan de kosten van de puppycursus en vervolgcursussen of hondensport.

Houd rekening met terugkerende dierenartskosten zoals entingen, ontworming en behandeling tegen vlooien. Denk daarnaast aan eventuele castratiekosten. Deze zijn mede afhankelijk van het gewicht van uw hond en zijn voor teven hoger dan voor reuen. Informeer vooraf naar dergelijke kosten bij uw dierenarts. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt. Voor (onverwachte) dierenartskosten kunt u een ziektekostenverzekering afsluiten.