Sluiten

Saarlooswolfhond

De Saarlooswolfhond staat dicht bij de natuur en is daardoor nogal terughoudend en voorzichtig. Hij is zelfstandig en eigenzinnig en zal uitsluitend uit eigen vrij wil gehoorzamen. Tegelijkertijd is hij enorm aan zijn gezin gehecht. De Saarlooswolfhond heeft een ervaren, geduldige en stabiele eigenaar nodig die het natuurlijke, zelfstandige karakter van zijn hond waardeert, consequent leiding geeft en de hond maar weinig alleen hoeft te laten.

Kies het juiste ras voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de Saarlooswolfhond het ras is dat u zoekt.

Algemeen

De Saarlooswolfhond is in Nederland ontwikkeld door de heer Saarloos. Hij begon door een Duitse Herder reu te kruisen met een wolvin, waarna hij de pups weer met hun vader kruiste. Zo wilde hij een politiehond fokken die natuurlijker en sterker was dan de Duitse Herder. De honden bleken echter niet aanvalsbereid te zijn. Wel waren ze geestelijk stabiel en voorzichtig, waardoor ze gebruikt konden worden als blindengeleidehond. Later werden meer wolvinnen ingekruist om inteelt te voorkomen. Daardoor werden de honden echter weer terughoudender, meer wolfachtig van karakter en minder geschikt als gebruikshond. Uiteindelijk is de Saarlooswolfhond in 1975 in Nederland erkend als ras. Het is een gezelschapshond met nog veel natuurlijke eigenschappen. Ondanks dat de Saarlooswolfhond geen gebruikshond is, wordt hij vanwege zijn afkomst ingedeeld bij rasgroep 1, ‘Herders en veedrijvers’.

Deze honden worden gemiddeld zo’n 11 tot 13 jaar oud maar uitschieters van 15 jaar komen ook voor.

Uiterlijk

De Saarlooswolfhond is een wolfachtige, evenwichtig gebouwde hond. Hij is iets langer dan hoog. Zijn rug is recht en sterk, zijn borstkas is niet dieper dan de ellebogen. Zijn poten zijn recht en lang. De staart is breed en iets laag aangezet en komt tenminste tot aan de sprong (het hakgewricht). Hij wordt bijna recht omlaag gedragen, in actie hoger. De kop is wolfachtig, wigvormig met een vlakke, brede schedel en een lichte stop (overgang tussen schedel en snuit). De snuit is sterk en even lang als de schedel. De ogen zijn wat schuin geplaatst en amandelvormig. De oren zijn driehoekig met een afgeronde top en staan rechtop.

De manier van lopen is kenmerkend voor de Saarlooswolfhond. Hij heeft een lichte, moeiteloze en soepele draf.

De vacht is dicht en bestaat uit een wollige ondervacht en een stugge, stokharige bovenvacht. In de zomer is de ondervacht aanzienlijk dunner dan in de winter. Vooral in de winter vormt de vacht om de hals een kraag. De staart is goed behaard.

Er zijn drie kleurslagen: wolfsgrauw (zwart-wildkleurig), bosbruin (bruin-wildkleurig) en wit. Wit komt echter weinig voor. De Saarlooswolfhond heeft het zogenaamde wolfspatroon: in het gezicht hebben de dieren een aftekening, en de hele onderkant van het lichaam, de binnenkant van de poten en de achterkant van de ‘broek’ zijn licht gekleurd. Bij wolfsgrauwe dieren zijn de neus, oogranden, lippen en nagels zwart, bij witte dieren zwart of bruin en bij de bosbruine dieren zijn deze leverkleurig. De ogen zijn bij voorkeur geel.

De schouderhoogte van de reu is 65 tot 75 centimeter, van de teef 60 tot 70 centimeter, iets hoger is toegestaan. De reu weegt rond 38 kilo, de teef rond 28 kilo.

De volledige rasstandaard van de Saarlooswolfhond kunt u vinden bij de rasverenigingen. Op de website van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland staan alle bij hen aangesloten rasverenigingen genoemd.

Karakter

De Saarlooswolfhond heeft een heel eigen karakter. Hij is onafhankelijk, zelfstandig en eigenzinnig, maar tegelijkertijd heel aanhankelijk naar zijn mensen. Hij is terughoudend en voorzichtig van aard. Bij onbekende situaties is hij alert en zal hij eerst alles van een afstandje bekijken. Meent hij dat er ‘gevaar’ is (ook al lijkt dat voor de eigenaar onschuldig) dan zal hij zich terugtrekken of vluchten. De Saarlooswolfhond wil zelf de controle houden en zal in dat geval niet naar zijn eigenaar luisteren. Dit zit in de aard van deze hond en de eigenaar zal dat moeten accepteren. Dit gedrag komt eerder voort uit voorzichtigheid dan uit angst.

De Saarlooswolfhond is intelligent, maar zal niet zomaar gehoorzamen alleen omdat de eigenaar dat vraagt. Hij heeft een consequente maar geduldige aanpak nodig met respect voor zijn aard.

Naar zijn eigenaar en het gezin is dit ras erg aanhankelijk en enthousiast en hij heeft de neiging zijn eigenaar steeds te willen volgen in huis. Naar onbekenden is hij juist afstandelijk en terughoudend, en hij houdt er niet van als zij zich opdringen.

Met andere honden kunnen ze vaak goed omgaan, hoewel reuen wel eens overheersend kunnen zijn tegenover andere reuen op straat. De Saarlooswolfhond is vaak heel duidelijk in zijn lichaamstaal. Met kleine huisdieren kan de omgang erg lastig zijn, omdat de Saarlooswolfhond veel jachtinstinct heeft. Met katten kan hij vaak wel leren samenleven als hij daar jong aan went.

Met kinderen kan de Saarlooswolfhond goed omgaan en is hij erg betrouwbaar. Natuurlijk moet hij wel goed met kinderen gesocialiseerd worden en moet u hond en kind nooit alleen laten.

Alleen thuis blijven vindt de Saarlooswolfhond niet prettig omdat hij erg gehecht is aan zijn gezin. Het is hem meestal wel aan te leren om een paar uurtjes alleen te zijn, als men dit tijdens de puppyleeftijd heel rustig opbouwt. Opgesloten worden vindt de hond vreselijk en hij zal alle moeite doen om uit te breken. Te lang alleen zijn kan leiden tot slopen of huilen.

Het jachtinstinct van de Saarlooswolfhond maakt dat hij niet overal los kan lopen. Hij is moeilijk terug te roepen als hij er eenmaal vandoor gaat. Daarnaast is dit ras goed in het bemachtigen van voedsel dat niet voor hem bedoeld was, bijvoorbeeld van uw aanrecht of uit uw vuilnisbak.

Als waakhond is de Saarlooswolfhond niet geschikt. Hij blaft zelden maar maakt een meer kuchend geluid. Hij vlucht bovendien eerder voor gevaar dan dat hij indringers tegenhoudt.

Wilt u meerdere honden bij elkaar houden, kies dan bij dit ras voor een combinatie van een teef en een reu. Bij twee dieren van hetzelfde geslacht heeft u, zeker als zij aan elkaar gewaagd zijn, kans op flinke gevechten om uit te maken wie de baas is.

Verzorging

De vacht van de Saarlooswolfhond hoeft maar weinig verzorgd te worden. Af en toe borstelen is voldoende, behalve in de ruiperiode. Hij verhaart dan flink. Het is tijdens de rui handig om de hond te wassen zodat de losse haren uitgespoeld worden en er geen extra haren losgetrokken worden. Ook een herderharkje kan helpen, maar overdrijf dat niet want te veel borstelen kan leiden tot meer verharen. Eventueel kunt u een trimsalon om advies vragen.

Kijk oren, ogen en gebit regelmatig na en houd, indien nodig, de nagels kort.

Teefjes van de Saarlooswolfhond worden meestal maar eens per jaar loops.

Beweging en activiteiten

De Saarlooswolfhond is een energieke hond die een gemiddelde tot ruime hoeveelheid beweging nodig heeft. Daarnaast zijn deze honden in huis zeer rustig. Ze houden van wandelen en ook spelen ze graag. Daarbij kunnen ze wel wat wild en hardhandig zijn. Lopen naast de fiets is ook mogelijk. Spelletjes zoals ballen apporteren zijn voor hen snel te saai en zinloos. De Saarlooswolfhond loopt graag los, maar doe dit vanwege zijn jachtinstinct niet in gebieden met veel wild. Houd hem ook aangelijnd in de buurt van wegen, want zijn neiging tot vluchten kan daar gevaar opleveren.

Wilt u sportieve activiteiten uitproberen dan zijn canicross, behendigheid en speuren mogelijke opties, zolang u dat doet als recreatie en niet om wedstrijden te winnen. Niet elke Saarlooswolfhond zal daar echter geschikt voor zijn.

Socialisatie en opvoeding

Een goede socialisatie is erg belangrijk voor een goede ontwikkeling van elke pup. Voor de Saarlooswolfhond is het vanwege zijn terughoudendheid en vluchtinstinct extra van belang. Aan zijn socialisatie moet al bij de fokker doelbewust worden gewerkt. Let dus op dat uw fokker daar voldoende aandacht aan besteedt. Eenmaal thuis moet u zelf de socialisatie nog geruime tijd voortzetten. Laat hem kennismaken met allerlei nieuwe mensen, dieren en dingen en neem hem geregeld mee. Pak het wel rustig aan en doe niet teveel achter elkaar. Laat de pup op zijn eigen tempo kennismaken met nieuwe dingen, dwing hem niet. Geef uw pup daarnaast voldoende rust. Ga minstens het eerste levensjaar door met het opzoeken van nieuwe situaties.

Sommige Saarlooswolfhonden doen als pup nog wel eens deemoedsplasjes. Daardoor kan het lijken alsof de pup niet goed zindelijk wordt, maar deze plasjes doet hij om aan te geven dat hij zich onderdanig opstelt.

Bij de opvoeding van de Saarlooswolfhond is het belangrijk dat men duidelijk en consequent is maar ook erg geduldig. Men moet begrip hebben voor zijn zelfstandige en voorzichtige karakter. De Saarlooswolfhond heeft een duidelijke leider nodig, die zelfvertrouwen en rust uitstraalt. Bouw een goede relatie op met de hond door hem met respect te behandelen.

Bouw het alleen thuis blijven met kleine stapjes tegelijk op. Besteed ook extra aandacht aan het voorkomen van jachtgedrag, zodat de hond leert om niet achter snel bewegende objecten zoals fietsers, joggers of wild aan te gaan. Een ander aandachtspunt is om de hond te leren waar hij wel en niet op mag kauwen, want de Saarlooswolfhond kan aardig slopen.

Bedenk dat de Saarlooswolfhond intelligent is en best getraind kan worden, maar ook dan niet zomaar zal gehoorzamen. Zorg bij het trainen voor afwisseling. Beloon goed gedrag zodat het de hond iets oplevert en probeer ongewenst gedrag te voorkomen of negeren.

Ga met uw pup naar een puppycursus. Daar leert hij om uw aanwijzingen te volgen, terwijl u leert hoe u de hond iets bij kunt brengen. Ook een vervolgcursus kan zinvol zijn om de puberteit van uw hond in goede banen te leiden. Kies een hondenschool waar men kan omgaan met het eigen karakter van de Saarlooswolfhond.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Bij elk ras kunnen erfelijke aandoeningen voorkomen. Volgens recent onderzoek van Universiteit Utrecht zijn voor de Nederlandse populatie van de Saarlooswolfhond de belangrijkste erfelijke aandoeningen:

  • Verminderde vruchtbaarheid
  • Hypofysaire dwerggroei
  • Epilepsie

Verminderde vruchtbaarheid kan komen door vruchtbaarheidsproblemen bij zowel reu als teef. De reu kan een verminderde hoeveelheid of slechtere kwaliteit sperma produceren en de teef kan minder vaak tot niet loops zijn. Dit leidt tot problemen met drachtig worden van de teef. Verminderde vruchtbaarheid kan komen door teveel inteelt waardoor de dieren nauw aan elkaar verwant zijn.

Bij hypofysaire dwerggroei is er een slechte ontwikkeling van de hypofyse, het hersenaanhangsel dat verschillende hormonen aanmaakt. Daardoor is er een tekort aan onder andere groeihormoon, wat leidt tot een proportionele dwerggroei: de hond blijft veel kleiner dan zijn nestgenoten. Door dit tekort ontstaan ook andere ontwikkelingsproblemen, zoals slecht ontwikkelde nieren. Ook is er te weinig schildklier stimulerend hormoon, waardoor het dier een slechte, plukkerige en snel uitvallende vacht heeft, en is er een tekort aan geslachtshormonen. Veel aangedane pups sterven al in de baarmoeder of kort na de geboorte, de pups die overleven worden meestal maar enkele jaren oud. In 2008 is aan de Universiteit Utrecht het verantwoordelijke gen gevonden, waardoor het nu mogelijk is om ouderdieren hierop te testen.

Epilepsie is een aanvalsgewijze, spontane ontladingen van elektriciteit in de hersenen. Een epileptische aanval of toeval kan verschillende vormen hebben. Als het gehele lichaam betrokken is, verkrampen de spieren, het dier valt om en kan schokken, kwijlen en urine en ontlasting laten lopen. De hond is tijdens de aanval buiten bewustzijn en voelt en hoort dus niets. Voor een aanval vertoont de hond vaak ander, onrustig gedrag, na afloop kan de hond gedesoriënteerd en ‘wiebelig’ zijn. Er zijn ook plaatselijke vormen van epilepsie, waarbij bijvoorbeeld een spiergroep begint te trillen of trekken of waarbij een dier kortdurend vreemd gedrag vertoont, zoals happen naar onzichtbare vliegen of voor zich uit staren zonder dat men contact met hem kan maken. Epilepsie kan verschillende oorzaken hebben, maar bij de idiopathische vorm van epilepsie is er geen onderliggende verwonding of ziekte aan te wijzen. Erfelijke vormen van epilepsie treden meestal voor het derde levensjaar op. Bij oudere dieren is er meestal een niet-erfelijke oorzaak die later is ontstaan, zoals een hersentumor. Uit een onderzoek via de administratie van de rasverenigingen van 1980 tot 2013 blijkt dat epilepsie bij de Saarlooswolfhond bij zo’n 2,1% van de honden voorkomt, waarbij relatief vaak sprake is van een vorm waarbij meerdere aanvallen in clusters optreden.

Behalve deze aandoening zijn er nog andere erfelijke aandoeningen die volgens dit onderzoek bij dit ras van belang kunnen zijn, namelijk:

  • Progressieve retina atrofie (PRA)
  • Degeneratieve myelopathie (DM)

Bij PRA is er sprake van degeneratie (afbraak) van het netvlies (retina) in het oog. Het netvlies bevat staafjes en kegeltjes die het gezichtsvermogen bepalen. In het geval van progressieve retina atrofie worden eerst de staafjes aangetast, wat als gevolg heeft dat de hond slechter ziet in schemerlicht. In een later stadium worden ook de kegeltjes aangetast waardoor uiteindelijk volledige blindheid ontstaat.

Degeneratieve myelopathie is een ziekte waarbij zenuwweefsel in het ruggenmerg wordt aangetast. Het is een aandoening die voorkomt bij oudere honden. Zenuwen in het achterste gedeelte van het ruggenmerg gaan langzaam minder goed werken waardoor de hond eerst zwakker wordt in de achterpoten, maar uiteindelijk helemaal aan de achterpoten verlamd raakt. Daarnaast wordt de hond incontinent en kan zijn ontlasting niet meer ophouden doordat ook de zenuwen naar de blaas en het laatste deel van de darmen niet meer werken. Er is een DNA test voor.

De rasverenigingen eisen bovendien het preventief testen op heupdysplasie. Heupdysplasie is een afwijkende ontwikkeling van het heupgewricht waardoor de heupkop niet goed in de heupkom past. Dit veroorzaakt schade in het gewricht. De aandoening heeft een erfelijke basis en wordt beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals een hoge groeisnelheid en overbelasting door verkeerd of teveel bewegen of overgewicht. Jonge dieren met heupdysplasie vertonen een afwijkende gang, plotselinge pijnlijkheid in de achterpoten en heup en verminderde activiteit vanwege de pijn. Vaak zijn de achterpoten en heupen minder sterk bespierd. Oudere dieren vertonen verschijnselen die passen bij artrose (gewrichtsslijtage), zoals startkreupelheid, moeilijk opstaan en pijnlijkheid na zware inspanning.

Het is belangrijk om een jonge hond die nog niet uitgegroeid is niet te wild te laten spelen, teveel achter ballen aan te laten rennen of andere belastende activiteiten te laten doen. Geef uw hond een goede kwaliteit voeding zodat botten en spieren goed worden opgebouwd.

Als de Saarlooswolfhond onder narcose moet, moet men er rekening mee houden dat hij door stress hier sterker op kan reageren dan veel andere rassen.

De rasverenigingen NVSWH en AVLS verplichten het testen van ouderdieren op heupdysplasie en erfelijke oogaandoeningen. De AVLS verplicht ook testen op hypofysaire dwerggroei en degeneratieve myelopathie. In de fokreglementen van de rasverenigingen kunt u de precieze fokregels nagaan en zien wanneer ouderdieren worden uitgesloten van de fok om erfelijke aandoeningen te voorkomen.

Meer uitleg over het onderzoek door Universiteit Utrecht naar erfelijke aandoeningen bij rashonden in Nederland vindt u op www.rashondengids.nl.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van een Saarlooswolfhond is ervaring nodig met het houden van honden. Het vereist kennis van hondengedrag en bovendien veel geduld en tijd om dit ras goed te kunnen begeleiden en opvoeden. Zorg dat u zich van tevoren goed informeert, bijvoorbeeld via de rasverenigingen. Het is aan te raden om zelf te gaan kijken bij eigenaren van Saarlooswolfhonden of op een clubdag om goed in te kunnen schatten of dit ras bij u past.

Aanschaf en kosten

Lees voordat u een hond aanschaft het Praktisch document ‘De aanschaf van een hond’.

Let goed op als u een Saarlooswolfhond pup wilt aanschaffen. Pups die u via de rasvereniging NVSWH aanschaft of die op de website van de vereniging AVLS worden vermeld, zijn gefokt volgens de fokreglementen van die verenigingen. Deze stellen het testen op een aantal erfelijke aandoeningen verplicht. Ook worden welzijnsregels gesteld aan de fokdieren, zoals een minimale en maximale leeftijd waarop de teef gedekt mag worden en een maximaal aantal nesten per reu en per teef. Koopt u elders een pup, dan zult u zelf moeten vragen of er tests zijn gedaan op erfelijke aandoeningen en de uitslagen moeten bekijken. Daarmee maakt u de kans dat u een pup koopt met een erfelijke aandoening zo klein mogelijk. Van ouderdieren met stamboom kunt u de uitslagen van heupdysplasie-onderzoek en erfelijke oogaandoeningen ook nagaan op de website van de Raad van Beheer.

Van pups met een stamboom heeft u zekerheid over de afkomst van de pup, want sinds juni 2014 moet voor alle rassen voor het afgeven van stamboompapieren een DNA-test op afkomst worden gedaan.

Via de website van de rasvereniging AVLS kunt u informatie over beschikbare pups inwinnen en de fokker rechtstreeks benaderen. Bij de NVSWH moet u eerst lid worden en verloopt pupbemiddeling via de vereniging; zij werken met een gecentraliseerde fokkerij.

Koop geen ‘goedkope’ pups via internet of handelaars die allerlei rassen verkopen of veel nesten tegelijk hebben. Deze zijn vaak niet goed gesocialiseerd, de ouderdieren zijn lang niet altijd getest op erfelijke aandoeningen en u loopt daardoor het risico dat u op termijn alsnog veel geld kwijt bent aan medische kosten of gedragstherapie. Gebruik de puppy-checklist van het LICG om u te helpen beoordelen of bij u een betrouwbaar adres koopt.

Wilt u een volwassen Saarlooswolfhond aanschaffen dan kunt u bij de rasverenigingen terecht voor hulp bij het vinden van een herplaatser. De NVSWH plaatst herplaatsers alleen bij haar leden. U kunt het ook proberen via een asiel maar daar zijn zelden Saarlooswolfhonden te vinden.

Maak bij de aanschaf van een pup of oudere hond duidelijke afspraken. Het gebruik van een koopcontract is aan te raden.

Pups geboren na 1 april 2013 of honden afkomstig uit het buitenland moeten verplicht gechipt en geregistreerd zijn door de fokker of importeur. Krijgt u zo’n hond aangeboden die niet gechipt en geregistreerd is, dan houdt de verkoper zich niet aan de wet en kunt u de hond beter niet kopen. Zelf bent u verplicht de registratie binnen twee weken na aanschaf op uw naam te zetten. Meer informatie vindt u op www.chipjedier.nl.

Een Saarlooswolfhond met stamboom kost bij de NVSWH 1100 euro (dit bedrag wordt steeds in de ledenvergadering vastgesteld) plus lidmaatschap, elders ligt de prijs gemiddeld tussen 1150 en 1350 euro.

Daarnaast bent u geld kwijt aan benodigdheden zoals een mand, een riem, een etensbak en speeltjes. Aan voeding bent u al snel zo’n 35 tot 40 euro per maand kwijt.

De tarieven van de hondenbelasting variëren per gemeente. Denk ook aan de kosten van de puppycursus en vervolgcursussen of hondensport. Houd rekening met dierenartskosten zoals entingen, ontwormen en behandeling tegen vlooien, bij elkaar vanaf ruim 100 euro per jaar. Wilt u de hond laten castreren dan komen daar de operatiekosten bij, voor reuen kost dit gemiddeld zo’n 180 euro, voor teven minstens anderhalf tot tweemaal zoveel. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt. Voor (onverwachte) dierenartskosten kunt u een ziektekostenverzekering afsluiten.

Bijzonderheden

  • Omdat de Saarlooswolfhond zich zo aan zijn eigenaar hecht, is hij moeilijk te herplaatsen. Ook moet u er rekening mee houden dat het moeilijk kan zijn hem in de vakantie in een pension onder te brengen.
  • De populatie van Saarlooswolfhonden is vrij klein. Het streven van de rasverenigingen is dan ook om zoveel mogelijk honden beschikbaar te laten blijven voor de fokkerij. Houd hier rekening mee als u overweegt uw hond (reu of teef) te laten castreren.