Sluiten

Shetland Sheepdog

De Shetland Sheepdog is een beweeglijke, intelligente en vrolijke hond. Hij is aanhankelijk, gevoelig en werkt graag voor en met zijn eigenaar. Deze kleine honden hebben vrij veel beweging en ook geestelijke activiteit nodig. De Shetland Sheepdog past bij een stabiele, sportieve eigenaar die zijn hond vriendelijk maar wel consequent opvoedt en actief met zijn hond aan de gang gaat.

Kies het juiste ras voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de Shetland Sheepdog het ras is dat u zoekt.

Algemeen

De Shetland Sheepdog, meestal kortweg ‘Sheltie’ genoemd, heeft zijn oorsprong op de Shetland eilanden waar hij gebruikt werd voor het hoeden van schapen en het waarschuwen bij onraad. Ze moesten zelfstandig kunnen werken en bestand zijn tegen het ruige klimaat op de eilanden. Rond 1900 werd de Sheltie ook buiten de eilanden populairder. Daar werd het uiterlijk van de honden belangrijker en ze werden gekruist met de Schotse Collie waardoor er meer eenheid in het ras ontstond.

De huidige Sheltie is vooral een sportieve gezinshond, die wel voldoende activiteit moet krijgen. De Shetland Sheepdog wordt ingedeeld in rasgroep 1, ‘Herdershonden en veedrijvers’. Shelties worden gemiddeld ongeveer 13 jaar oud.

Uiterlijk

De Shetland Sheepdog is een kleine, sierlijke hond. Zijn lichaam is iets langer dan hoog. Hij heeft een diepe borst tot aan de ellebogen en een rechte rug. De staart is laag aangezet en lang, tenminste tot op het spronggewricht (de hak). Hij wordt naar boven gebogen, maar niet hoger dan de rug gedragen. De poten zijn sterk en recht. De kop is lang en wigvormig. De voorsnuit is even lang als de schedel. Er is een lichte maar duidelijke stop (de overgang tussen snuit en schedel). De ogen staan schuin. De driehoekige oren staan dicht bij elkaar boven op de schedel, zijn klein en worden als de hond alert is overeind gedragen, waarbij de tip naar voren valt.

De vacht bestaat uit een dichte, zachte en korte ondervacht en een lange, harde bovenvacht met rechte haren. De haren zijn langer bij borst en hals, aan de achterkant van de poten en op de staart. De snuit en het voorhoofd hebben kort haar, evenals de poten onder de hak. De vacht mag niet overheersend zijn maar ook zeker niet kort.

Er zijn verschillende kleuren toegestaan: sable (lichtgoud tot mahoniekleurig, eventueel met zwarte haarpunten), driekleur (zwart met warmbruine aftekening en wit), blue merle (zilverblauw, zwartgemarmerd en met zwarte vlekjes, liefst met warmbruine aftekening), zwart-wit en zwart-bruin. Witte aftekeningen op bles, kraag, borst, poten en staartpunt worden graag gezien, daarnaast liever niet. De ogen zijn donkerbruin, alleen bij blue merles is toegestaan dat een of beide ogen helemaal of deels blauw zijn. De neus, lippen en oogranden zijn zwart.

De ideale schouderhoogte van de reu is 37 centimeter, van de teef 35,5 centimeter, 2,5 centimeter meer of minder is toegestaan. Het gewicht van de reu is gemiddeld zo’n 8 kilo, dat van de teef rond 7 kilo.

De volledige rasstandaard van de Shetland Sheepdog kunt u vinden bij de rasvereniging. Op de website van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland staan alle bij hen aangesloten rasverenigingen genoemd.

Karakter

De Shetland Sheepdog is een intelligente, opgewekte en actieve hond. Hij is aanhankelijk, gehecht aan zijn gezin en graag bij hen in de buurt. De Sheltie werkt graag voor en met zijn eigenaar en kan uitstekend gehoorzamen, maar kan ook eigenzinnig zijn.

Hij heeft een gevoelige aard en heeft een positieve, vriendelijke aanpak nodig, anders kan hij onzeker of nerveus worden.

Naar onbekenden is de Sheltie terughoudend, hij is zeker geen allemansvriend. Met andere honden kan hij goed overweg, hoewel hij meestal meer interesse heeft in zijn eigenaar dan in soortgenoten. Let wel op dat hij als pup niet overdonderd wordt door grotere, overenthousiaste honden, want dan kan hij angstig worden. Met andere huisdieren kan hij prima omgaan als hij er als pup goed mee gesocialiseerd wordt. Buiten kan hij wel eens achter wegrennende dieren en andere bewegende zaken aan willen rennen.

Met bekende kinderen kan hij goed opschieten, naar onbekende kinderen is hij vaak terughoudend. Let daarom op dat onbekende kinderen niet zomaar op hem aflopen om te aaien, want daar is hij vaak niet van gediend. Ook drukke, luidruchtige kinderen zijn geen goede combinatie met de Sheltie. Laat kinderen en honden nooit alleen en leer kinderen om de hond met respect en niet te wild te behandelen.

De Sheltie kan goed leren om een paar uur alleen te zijn als u dit rustig opbouwt. Zorg wel dat hij daarnaast genoeg beweging krijgt.

Shelties zijn erg waaks en hebben een behoorlijk harde, schelle stem. Leer de hond al vanaf jonge leeftijd om niet te blaffen of stil te zijn op commando zodat u het blaffen binnen de perken kunt houden. Ook als ze enthousiast zijn en tijdens activiteiten blaffen ze graag, dit is moeilijk af te leren.

Verzorging

De vacht van de Shetland Sheepdog vraagt relatief weinig werk voor een langharige hond. Eens per week doorborstelen is voor het grootste deel van de vacht voldoende. Kam wel dagelijks het lange haar achter de oren en regelmatig de haren bij de oksels en aan de achterkant van de achterpoten (de ‘broek’) door zodat het niet gaat klitten. Tijdens de rui komt er flink wat haar los. Dan moet er dagelijks of om de dag geborsteld worden om losse haren uit de ondervacht te halen, anders gaat die vervilten. Controleer daarnaast regelmatig de nagels, bekijk het gebit en controleer de oren en ogen.

Beweging en activiteiten

Shelties zijn actieve, speelse honden die vrij veel beweging nodig hebben en dagelijks moeten kunnen rennen en spelen, waarbij balspelletjes vaak favoriet zijn. Ze lopen niet snel weg en kunnen daarom goed loslopen. Ze zijn bestand tegen slecht weer en willen altijd wel naar buiten. Behalve lichamelijke activiteit hebben deze slimme honden ook geestelijke uitdaging nodig. Ze leren graag en snel nieuwe oefeningen aan. Als ze genoeg bezig gehouden worden, zijn ze in huis doorgaans rustig.

De Sheltie is een ideale hond voor allerlei hondensporten. Ze kunnen uitstekend presteren bij activiteiten zoals flyball, behendigheid, frisbee, doggydance of gehoorzaamheid en houden van flinke wandelingen.

Socialisatie en opvoeding

Een goede socialisatie is erg belangrijk voor een goede ontwikkeling van elke pup. Wen uw pup aan allerlei mensen, dieren en andere nieuwe zaken en zorg ervoor dat dit plezierige ervaringen zijn voor de gevoelige Sheltie pup. Pak het rustig aan en doe niet teveel achter elkaar, zodat hij niet overweldigd raakt. Geef uw pup daarnaast voldoende rust.

Geef extra aandacht aan het ontmoeten van onbekende mensen en kinderen. Begeleid ook de omgang met andere honden goed en zoek geschikte speelmaatjes uit zodat uw pup niet overlopen wordt door grotere, onbehouwen honden.

Leer de pup al jong om niet overmatig te blaffen en op commando stil te zijn.

Voed de hond vriendelijk maar consequent en duidelijk op en leg de nadruk op het belonen van gewenst gedrag. Probeer ongewenst gedrag te voorkomen of negeren. De Sheltie is gevoelig voor de intonatie van uw stem, een harde aanpak is onnodig en maakt hem nerveus. Hij heeft baat bij een stabiele, duidelijke leiding.

Ga met uw pup naar een puppycursus. Daar leert hij om uw aanwijzingen te volgen, terwijl u leert hoe u de hond iets bij kunt brengen. Ook een vervolgcursus is nuttig om de puberteit van uw hond in goede banen te leiden. Bovendien leert de Sheltie graag en vindt hij het fijn samen bezig te zijn.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Bij elk ras kunnen erfelijke aandoeningen voorkomen. Volgens recent onderzoek van Universiteit Utrecht zijn voor de Nederlandse populatie van de Shetland Sheepdog de belangrijkste erfelijke aandoeningen:

  • MDR1 gen mutatie
  • Persisterende ductus arteriosus
  • Gastritis

Een afwijking in het MDR1 gen, dat normaal gesproken codeert voor een eiwit dat onbekende stoffen de hersenen uit transporteert. Als dit eiwit ontbreekt, kunnen bepaalde geneesmiddelen zich ophopen in de hersenen. Dit geeft onder andere zenuwverschijnselen, kwijlen, braken en kan tot coma leiden. Ook is er meer risico op bijwerkingen van deze geneesmiddelen. Ivermectine, een ontwormingsmiddel, is een bekend voorbeeld van een geneesmiddel dat zich kan op hopen in de hersenen van de hond met een MDR1 mutatie. Maar ook andere ontwormingsmiddelen en geneesmiddelen zoals bepaalde verdovingsmiddelen en pijnstillers kunnen een risico vormen. Er is een genetische test beschikbaar waarmee bepaald kan worden of een hond de mutatie heeft en dus overgevoelig is.

Een persisterende ductus arteriosus is een na de geboorte open blijvende verbinding (ductus van Botalli) tussen de lichaams-slagader (aorta) en de longslagader. Deze open verbinding zorgt er vóór de geboorte van een pup voor dat het bloed niet langs de longen gaat, aangezien deze nog geen zuurstof kunnen opnemen. Kort na de geboorte moet de ductus sluiten, zodat het bloed dan wél langs de longen wordt gepompt en er zuurstof in het bloed kan worden opgenomen. Als dit bloedvat niet sluit, raakt het hart overbelast en zullen zich in de loop van maanden symptomen ontwikkelen als benauwdheid, achterblijvende groei en soms hoesten. Een dierenarts kan bij pups met deze afwijking meestal al rond een leeftijd van 6 weken een hartruis horen. Er is een operatie mogelijk om de verbinding te sluiten. Zonder operatie treed uiteindelijk hartfalen op.

Gastritis is een ontsteking van het maagslijmvlies en de maagwand. De meest voorkomende symptomen zijn braken en buikpijn. Hoewel dit bij alle honden regelmatig voorkomt is de gevoeligheid bij sommige rassen groter.

Behalve deze aandoeningen zijn er nog andere erfelijke aandoeningen die bij dit ras van belang kunnen zijn, namelijk:

  • Galblaas mucocele
  • Familiaire dermatomyositis
  • Heupdysplasie
  • Epilepsie
  • Collie eye anomaly

Galblaas mucocele is een aandoening waarbij in de galblaas een slijmprop ontstaat. De galblaas kan gaan ontsteken en een deel van het weefsel kan afsterven. Er kan dan een scheuring van de wand ontstaan waardoor ontstekingsmateriaal in de buikholte komt, met een acute buikvliesontsteking als gevolg. Symptomen zijn niet altijd aanwezig maar kunnen bestaan uit onder andere buikpijn, afvallen, braken, slecht eten, sloomheid, diarree, geelzucht (geelkleuring van oogwit en slijmvliezen), veel drinken, veel plassen en koorts. Bij een scheuring (ruptuur) moet een spoedoperatie worden uitgevoerd.

Familiaire dermatomyositis is een erfelijke aandoening met spontane ontstekingen in de huid en spieren. De ziekte begint meestal bij jonge pups, vanaf zo’n 7 weken tot een half jaar oud. Symptomen hangen af van de ernst van de aandoening. In eerste instantie ontstaan ontstekingen van de huid. Veel voorkomende plekken zijn op de snuit, rond de ogen, aan de oren, in het onderste deel van de poten zoals pols, hak en tenen en aan het puntje van de staart. Er ontstaan kale, rode plekken met korstjes en schilfers, soms ook zweren. Dit kan soms na enkele maanden vanzelf wegtrekken, maar de aangedane plekken kunnen ook kaal blijven. Bij ernstigere gevallen beginnen later ook spieren te ontsteken. Dit begint in de kop, onder andere bij de kauwspieren, waardoor de hond problemen krijgt met eten. Ook kunnen de poten, de spieren van de slokdarm en in ernstige gevallen spieren in het hele lichaam worden aangetast, en kunnen bloedvaten in huid en spieren gaan ontsteken.

Er bestaan medicijnen die de symptomen verlichten maar niet genezen. Daarnaast moet huidbeschadiging en blootstelling aan zonlicht zoveel mogelijk vermeden worden omdat daardoor de ontsteking van de huid erger kan worden. Ook moet men opletten dat de ontstoken huid geen bijkomende infecties oploopt.

Heupdysplasie is een afwijkende ontwikkeling van het heupgewricht waardoor de heupkop niet goed in de heupkom past. Dit veroorzaakt schade in het gewricht. De aandoening heeft een erfelijke basis en wordt beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals een hoge groeisnelheid en overbelasting door verkeerd of teveel bewegen of overgewicht. Jonge dieren met heupdysplasie vertonen een afwijkende gang, plotselinge pijnlijkheid in de achterpoten en heup en verminderde activiteit vanwege de pijn. Vaak zijn de achterpoten en heupen minder sterk bespierd. Oudere dieren vertonen verschijnselen die passen bij artrose (gewrichtsslijtage), zoals startkreupelheid, moeilijk opstaan en pijnlijkheid na zware inspanning.

Het is belangrijk om een jonge hond die nog niet uitgegroeid is niet te wild te laten spelen, teveel achter ballen aan te laten rennen of andere belastende activiteiten te laten doen. Geef uw hond een goede kwaliteit voeding zodat botten en spieren goed worden opgebouwd.

Epilepsie bestaat uit aanvalsgewijze, spontane ontladingen van elektriciteit in de hersenen. Een epileptische aanval of toeval kan verschillende vormen hebben. Als het gehele lichaam betrokken is, verkrampen de spieren, het dier valt om en kan schokken, kwijlen en urine en ontlasting laten lopen. De hond is tijdens de aanval buiten bewustzijn en voelt en hoort dus niets. Voor een aanval vertoont de hond vaak ander, onrustig gedrag, na afloop kan de hond gedesoriënteerd en ‘wiebelig’ zijn. Er zijn ook plaatselijke vormen van epilepsie, waarbij bijvoorbeeld een spiergroep begint te trillen of trekken of waarbij een dier kortdurend vreemd gedrag vertoont, zoals happen naar onzichtbare vliegen of voor zich uit staren zonder dat men contact met hem kan maken. Epilepsie kan verschillende oorzaken hebben, maar bij de idiopathische vorm van epilepsie is er geen onderliggende verwonding of ziekte aan te wijzen. Erfelijke vormen van epilepsie treden meestal voor het derde levensjaar op. Bij oudere dieren is er meestal een niet-erfelijke oorzaak die later is ontstaan, zoals een hersentumor.

Collie Eye Anomaly is een ontwikkelingsstoornis van het oog. Bij een milde vorm hoeft dit geen klachten te geven, in ernstigere gevallen kan dit het zicht beperken of in enkele gevallen tot blindheid leiden. Er is een genetische test ontwikkeld. Door middel van oogonderzoek kan bij pups van 6 of 7 weken oud gekeken worden of en in welke mate de aandoening voorkomt.

Naast deze aandoeningen komt soms mesioversie voor, het scheef groeien van de hoektanden. Dit kan problemen in de bek geven. Vaak moet het door een in tandheelkunde gespecialiseerde dierenarts gecorrigeerd worden. Mesioversie is erfelijk. De rasvereniging verbiedt het fokken met dieren die mesioversie hebben of hieraan geholpen zijn.

Blue merle is een kleurpatroon dat ook andere effecten in het lichaam met zich meebrengt.

Honden met een merle variant mogen volgens de Raad van Beheer en de rasvereniging onderling niet gekruist worden, omdat een deel van de nakomelingen dan doof kan zijn en oogproblemen kan hebben. De rasvereniging verbiedt ook fokken met sable merles en sables afkomstig van een sable x merle kruising en staat alleen kruisingen van blue merle met driekleur of zwart-witte dieren toe.

De rasvereniging verplicht het testen op oogafwijkingen bij zowel de ouderdieren als bij de pups voordat deze naar een nieuwe eigenaar gaan, en adviseert ook onderzoek op heupdysplasie te doen.

In het fokreglement van de rasvereniging kunt u de precieze fokregels nagaan en zien wanneer ouderdieren worden uitgesloten van de fok om erfelijke aandoeningen te voorkomen.

Meer uitleg over het onderzoek door Universiteit Utrecht naar erfelijke aandoeningen bij rashonden in Nederland vindt u op www.rashondengids.nl.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van een Shetland Sheepdog is geen specifieke ervaring nodig met het houden van honden. Wel is het belangrijk dat u goed stilstaat bij zijn gevoelige maar actieve en wat luidruchtige karakter. U zult hem een positieve maar consequente, stabiele begeleiding moeten geven en voldoende sportieve activiteiten ondernemen. Zorg dat u zich van tevoren goed informeert, bijvoorbeeld via de rasvereniging.

Aanschaf en kosten

Lees voordat u een hond aanschaft het Praktisch document ‘De aanschaf van een hond’.

Let goed op als u een Shetland Sheepdog pup wilt aanschaffen. Pups die via de rasvereniging worden aangeboden, zijn gefokt volgens het fokreglement van de vereniging. Dit stelt het testen op oogafwijkingen verplicht. Ook worden welzijnsregels gesteld aan de fokdieren, zoals een minimale en maximale leeftijd waarop de teef gedekt mag worden en een maximaal aantal nesten per teef. De pups moeten verplicht in huiselijke kring opgroeien in verband met de socialisatie.

Koopt u elders een pup, dan zult u zelf moeten vragen of er tests zijn gedaan op erfelijke aandoeningen en de uitslagen moeten bekijken. Daarmee maakt u de kans dat u een pup koopt met een erfelijke aandoening zo klein mogelijk. Van ouderdieren met stamboom kunt u de uitslagen van heupdysplasie-onderzoek en oogonderzoek ook nagaan op de website van de Raad van Beheer.

Van pups met een stamboom heeft u zekerheid over de afkomst van de pup, want sinds juni 2014 moet voor alle rassen voor het afgeven van stamboompapieren een DNA-test op afkomst worden gedaan. Via de website van de rasvereniging kunt u informatie over pups inwinnen.

Koop geen ‘goedkope’ pups via internet of handelaars die allerlei rassen verkopen of veel nesten tegelijk hebben. Deze zijn vaak niet goed gesocialiseerd, de ouderdieren zijn lang niet altijd getest op erfelijke aandoeningen en u loopt daardoor het risico dat u op termijn alsnog veel geld kwijt bent aan medische kosten of gedragstherapie. Gebruik de puppy-checklist van het LICG om u te helpen beoordelen of bij u een betrouwbaar adres koopt.

Wilt u een volwassen Sheltie aanschaffen dan kunt u contact opnemen met de rasvereniging. U kunt ook terecht bij een asiel.

Maak bij de aanschaf van een pup of oudere hond duidelijke afspraken. Het gebruik van een koopcontract is aan te raden.

Pups geboren na 1 april 2013 of honden afkomstig uit het buitenland moeten verplicht gechipt en geregistreerd zijn door de fokker of importeur. Krijgt u zo’n hond aangeboden die niet gechipt en geregistreerd is, dan houdt de verkoper zich niet aan de wet en kunt u de hond beter niet kopen. Zelf bent u verplicht de registratie binnen twee weken na aanschaf op uw naam te zetten. Meer informatie vindt u op www.chipjedier.nl.

Een Sheltie met stamboom die u via de rasvereniging koopt kost ongeveer 1000 euro. Daarnaast bent u geld kwijt aan benodigdheden zoals een mand, een riem, een etensbak en speeltjes. Aan voeding bent u al snel zo’n 15 euro per maand kwijt.

De tarieven van de hondenbelasting variëren per gemeente. Denk ook aan de kosten van de puppycursus en vervolgcursussen of hondensport. Houd rekening met dierenartskosten zoals entingen, ontwormen en behandeling tegen vlooien, bij elkaar vanaf ruim 100 euro per jaar. Wilt u de hond laten castreren dan komen daar de operatiekosten bij, voor reuen kost dit gemiddeld zo’n 125 euro, voor teven minstens anderhalf tot tweemaal zoveel. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt. Voor (onverwachte) dierenartskosten kunt u een ziektekostenverzekering afsluiten.