Sluiten

Wetterhoun

De Wetterhoun is een onafhankelijke, eigengereide maar trouwe hond. Hij is gevoelig en gehecht aan zijn eigenaar maar hard voor zichzelf en een doorzetter. Een Wetterhoun is graag buiten. Hij is waaks en terughoudend naar vreemden. De Wetterhoun past bij een ervaren, geduldige eigenaar die zijn hond consequent maar vriendelijk opvoedt en een goede band met hem opbouwt.

Kies het juiste ras voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de Wetterhoun het ras is dat u zoekt.

Algemeen

De Wetterhoun is een Nederlands ras uit het gebied van de Friese meren. Waarschijnlijk bestonden deze honden al in de 17e eeuw. Het is niet duidelijk uit wat voor honden het ras ontstaan is. Het heeft de krullerige vacht gemeen met andere waterhonden maar ook dogachtige kenmerken. Vanaf ongeveer 1940 begon men deze honden als ras te fokken en in 1942 werd het ras in Nederland erkend. Tot 1971 werden nog honden van buiten het stamboek ingekruist, daarna is het stamboek gesloten.

De Wetterhoun werd gebruikt bij de jacht op ongedierte en klein wild, zoals otters en bunzings en later ook muskusratten. Waarschijnlijk komt daar de naam vandaan, wetter is Fries voor ‘water’, hoewel er ook een theorie is dat het komt van het Duitse ‘wittern’, ‘ergens lucht van krijgen’. Zijn stugge, vettige vacht beschermde hem goed tegen het koude water en tegen ruwe begroeiing. Ook bewaakte de Wetterhoun het erf en werd hij als trekhond gebruikt.

Tegenwoordig is hij vooral gezelschapshond die echter veel behoefte heeft aan buitenshuis zijn, graag over het erf scharrelt en dit ook zal bewaken. Soms wordt hij ook nog voor de jacht gebruikt, zoals voor het vangen van muskusratten.

De Wetterhoun hoort tot rasgroep 8, ‘Retrievers, Spaniels en Waterhonden’.

Deze honden worden gemiddeld zo’n tien tot elf jaar oud.

Uiterlijk

De Wetterhoun is een stevige, vierkant gebouwde maar niet logge hond. Hij heeft een brede borst en sterke, rechte voorpoten die vrij ver uit elkaar staan. De staart is lang en wordt in een spiraalvormige krul over of naast de rug gedragen. De kop is fors en krachtig met een matige stop. De voorsnuit is even lang als de brede schedel en heeft een rechte, brede neusrug. De oren zijn vrij laag aangezet, troffelvormig en worden hangend langs het hoofd gedragen. De ogen zijn ovaal en staan iets schuin, waardoor de hond wat grimmig lijkt te kijken.

De vacht heeft dichte, stevige krullen van bundels haar (astrakan krul genoemd) en mag niet wollig zijn. De haren zijn grof en wat vettig. Alleen het hoofd en de benen hebben geen krulvacht maar zijn kort behaard. Het haar op de oren is bovenaan gekruld en onderaan kort. Er zijn vier kleuren toegestaan: zwart, bruin en zwart of bruin met witte aftekening, eventueel met schimmel- of spikkeltekening in het wit. Honden met een zwarte basiskleur hebben een zwarte neus en donkerbruine ogen, bij honden met een bruine basiskleur zijn neus en ogen bruin.

De ideale schouderhoogte van de reu is 59 centimeter, van de teef 55 centimeter. De reu weegt rond 38 kilo, de teef rond 32 kilo.

De volledige rasstandaard van de Wetterhoun kunt u vinden bij de rasverenigingen. Op de website van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland staan alle bij hen aangesloten rasverenigingen genoemd.

Karakter

De Wetterhoun is een stabiele, aanhankelijke en toch zelfstandige hond. Hij is graag buiten en kan zich daar prima zelf vermaken, maar heeft ook veel behoefte aan contact met zijn eigenaar en hecht zich sterk aan zijn gezin. Voor zijn eigen mensen is de Wetterhoun trouw en vriendelijk.

Wetterhounen zijn gevoelig en intelligent maar eigenzinnig. Ze zijn volhardend in wat ze doen, wat maakt dat ze commando’s vaak niet direct opvolgen maar pas als ze klaar zijn met hun eigen bezigheden. Toch doen ze hun eigenaar graag een plezier, zijn ze gevoelig voor zijn stemming en snel onder de indruk van boze woorden. Ze hebben een consequente maar zachte, geduldige aanpak nodig.

Naar onbekenden is de Wetterhoun afstandelijk en terughoudend. Met andere honden kan hij meestal goed omgaan. Ook met andere diersoorten kan hij opschieten als hij er goed mee gesocialiseerd is.

Met kinderen is de Wetterhoun in het algemeen heel vriendelijk en tolerant. Hoewel Wetterhounen lomp kunnen zijn, zijn ze met kleine kinderen vaak voorzichtig. Let op dat kinderen de hond met respect behandelen en laat hond en kind niet alleen.

Wetterhounen zijn graag bij hun gezin. Lang alleen thuis blijven vinden ze daarom minder prettig, maar enkele uren is hen prima aan te leren. De Wetterhoun is graag buiten en is geschikt als erfhond, maar ook dan is het belangrijk dat hij voldoende contact heeft met zijn eigenaar en deel blijft uitmaken van het gezin. Daarnaast heeft hij ook wandelingen nodig om zijn energie kwijt te kunnen.

De Wetterhoun is waaks, hij zal het erf beschermen en bezoek aankondigen, maar hij is geen blaffer.

De Wetterhoun heeft jachtinstinct, maar is geen hond die er in zijn eentje vandoor gaat als hij iets ruikt. Hij is hard voor zichzelf en schrikt niet terug voor stugge begroeiing zoals riet of struiken.

Verzorging

De vacht van de Wetterhoun heeft weinig verzorging nodig. Kammen is alleen in de ruiperiode nodig. Kam de vacht dan met een grove kam zorgvuldig door om alle losse onderwol te verwijderen of laat de hond trimmen. Kam en borstel daarbuiten zo min mogelijk zodat de ruiperiode tot tweemaal per jaar beperkt blijft. Controleer wel regelmatig even of er geen klitvorming ontstaat achter de oren en aan de achterkant van de achterpoten.

Wassen is meestal niet nodig en ook af te raden, want daardoor verliest de vacht zijn waterafstotende werking en dan duurt het na het zwemmen lang voordat de hond weer droog is. Doe dat dus alleen als de hond bijvoorbeeld in iets vies heeft liggen rollen. Gebruikt u dan shampoo, kies dan speciale hondenshampoo want shampoo voor menselijk gebruik is vaak ongeschikt.

Veel binnen zijn, zeker als de centrale verwarming aanstaat en de lucht droog wordt, lijkt nadelig te zijn voor de vachtkwaliteit en mede een oorzaak te zijn van huidproblemen.

Kijk de oren van de Wetterhoun regelmatig na en verwijder eventueel vuil uit de gehoorgang. Houd de nagels kort en controleer het gebit regelmatig.

Beweging en activiteiten

De Wetterhoun heeft redelijk veel beweging nodig. Hij wil graag naar buiten en zijn vacht beschermt hem tegen koude en natte weersomstandigheden. Eerder heeft hij last van de warmte. Hij heeft flinke wandelingen nodig waarbij hij ook los van de lijn kan rennen en snuffelen. Weglopen zullen Wetterhounen niet snel doen, ze blijven doorgaans in de buurt van hun eigenaar en houden hem in de gaten. Veel Wetterhounen houden erg van zwemmen. Balspelletjes vinden ze meestal niet interessant.

Als activiteit kunt u denken aan jachttraining, hoewel u wat geduld moet hebben bij de training en gevoel voor zijn zelfstandige, eigenzinnige karakter. Ook speurtraining en bijvoorbeeld breitensport zijn mogelijk.

Socialisatie en opvoeding

Een goede socialisatie is erg belangrijk voor een goede ontwikkeling van elke pup. Vanwege de terughoudendheid naar onbekenden is het voor de Wetterhoun pup extra belangrijk dat hij al vroeg leert omgaan met allerlei mensen, en natuurlijk ook met andere nieuwe zaken zoals honden, andere dieren en geluiden. Dit moet al bij de fokker beginnen, dus let op dat uw fokker daar voldoende aandacht aan besteedt. Eenmaal thuis moet u de socialisatie nog geruime tijd voortzetten. Pak het wel rustig aan en doe niet teveel achter elkaar. Geef uw pup daarnaast voldoende rust. Ga minstens het eerste levensjaar door met het opzoeken van nieuwe situaties.

Bij het opvoeden van de Wetterhoun is het belangrijk een goede band met de hond op te bouwen en geduldig maar wel zeer consequent te zijn. Wetterhounen kunnen eigenwijs zijn en doen alles in hun eigen tempo. Ze willen best gehoorzamen, maar maken eerst hun bezigheden af. Dit zit in de aard van de hond en u heeft dus veel geduld nodig. Bij het trainen moet u zorgen voor voldoende afwisseling, want van het eindeloos herhalen van oefeningen ziet de Wetterhoun het nut niet in. Gebruik uw stem, want daar is de hond gevoelig voor. Hij werkt graag samen als team. Beloon goed gedrag zodat het de hond iets oplevert en probeer ongewenst gedrag te voorkomen of negeren. Straffen of een harde aanpak werkt averechts, de hond raakt dan van slag, trekt zich terug en zal al gauw geen respect meer voor u hebben.

De Wetterhoun is intelligent en kan snel leren als het voor hem maar interessant genoeg is.

Leer de Wetterhoun als pup om netjes aan de lijn te lopen zonder te trekken, want eenmaal volwassen zijn het sterke honden, zeker de reuen.

Ga met uw pup naar een puppycursus. Daar leert hij om uw aanwijzingen te volgen, terwijl u leert hoe u de hond iets bij kunt brengen. Bedenk ook daar wel dat u geduld moet hebben en afwisseling moet bieden. Ook een vervolgcursus kan zinvol zijn om de puberteit van uw hond in goede banen te leiden.

Ziekten en erfelijke aandoeningen

Bij elk ras kunnen erfelijke aandoeningen voorkomen. Volgens recent onderzoek van Universiteit Utrecht is voor de Nederlandse populatie van de Wetterhoun de belangrijkste erfelijke aandoening:

  • Severe Combined Immunodeficiency (SCID)

SCID is een erfelijke afwijking waardoor het afweersysteem niet goed ontwikkelt. Dit leidt tot allerlei infecties waardoor de dieren op jonge leeftijd overlijden. Er is sinds 2009 een DNA-test beschikbaar zodat kan worden voorkomen dat er pups geboren worden die aan deze aandoening lijden. Dragers, die een gezond gen en een afwijkend gen hebben, hebben geen klachten. Pas als zij met elkaar gekruist worden kunnen lijders ontstaan met twee afwijkende genen, die vroegtijdig overlijden.

Behalve deze aandoening melden de rasverenigingen nog een aantal aandoeningen die soms voorkomen bij dit ras, namelijk heupdysplasie, elleboogdysplasie, hartafwijkingen, entropion, cryptorchidie en symmetrische kaalheid (regelmatig veroorzaakt door hypothyreoidie). Hoewel ze niet veel voorkomen, is het belangrijk om er alert op te zijn zodat een eventuele aandoening zich niet gaat verspreiden binnen de vrij kleine populatie van de Wetterhoun.

Heupdysplasie is een afwijkende ontwikkeling van het heupgewricht waardoor de heupkop niet goed in de heupkom past. Dit veroorzaakt schade in het gewricht. De aandoening heeft een erfelijke basis en wordt beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals een hoge groeisnelheid en overbelasting door verkeerd of teveel bewegen of overgewicht. Jonge dieren met heupdysplasie vertonen een afwijkende gang, plotselinge pijnlijkheid in de achterpoten en heup en verminderde activiteit vanwege de pijn. Vaak zijn de achterpoten en heupen minder sterk bespierd. Oudere dieren vertonen verschijnselen die passen bij artrose (gewrichtsslijtage), zoals startkreupelheid, moeilijk opstaan en pijnlijkheid na zware inspanning.

Elleboogdysplasie is een verzamelnaam van (voornamelijk) erfelijke afwijkingen in de ontwikkeling van het ellebooggewricht. Symptomen zijn pijn en kreupelheid aan één of beide voorpoten. Deze treden al op vanaf een leeftijd van rond 6 maanden. Later ontstaat ook artrose (gewrichtsslijtage).

Het is belangrijk om een jonge hond die nog niet uitgegroeid is niet te wild te laten spelen, teveel achter ballen aan te laten rennen of andere belastende activiteiten te laten doen. Geef uw hond een goede kwaliteit voeding zodat botten en spieren goed worden opgebouwd.

Bij entropion krult de ooglidrand in meer of mindere mate naar binnen. Daardoor raken de oogharen het hoornvlies, waardoor het oog geïrriteerd kan raken.

Een aantal hartafwijkingen wordt incidenteel gezien bij de Wetterhoun. Genoemd worden:

  • aortastenose: een versmalling van de aorta die de bloedstroom hindert;
  • pulmonalis stenose: een vernauwing bij de longslagaderkleppen;
  • tetralogie van Fallot:  een combinatie van vier aandoeningen, namelijk een pulmonalis stenose, een ventrikel septum defect (een opening in de wand tussen de hartkamers), een aorta die teveel naar rechts verschoven is en een vergrote rechter hartkamer;
  • persisterende rechter aortaboog: de rechter aortaboog hoort na de geboorte te verdwijnen. Soms blijft deze bestaan en zit dan de slokdarm in de weg, waardoor het voedsel niet naar de maag komt;
  • dilaterende cardiomyopathie: een aandoening waarbij de hartspier steeds zwakker wordt.

Cryptorchidie is een aandoening waarbij één of beide testikels (teelballen) van de reu niet indalen in de balzak. In aanleg liggen de testikels in de buikholte. Vlak voor de geboorte beginnen ze te zakken. Ze verplaatsen zich in ongeveer vier tot acht weken via het lieskanaal naar de balzak. Na hoeveel tijd de testikels helemaal ingedaald zijn, kan per ras verschillen. Het indalen kan ook vertraagd zijn. Bij cryptorchidie daalt één of beide testikels helemaal niet in, ook niet na zo’n zes maanden, maar blijft in de buikholte of in het lieskanaal steken. Men spreekt ook wel van een ‘binnenbal’. Is slechts één testikel niet ingedaald dan wordt dit ook wel ‘monorchidie’ genoemd, hoewel die naam eigenlijk niet klopt.

Testikels die in de buikholte blijven zitten kunnen eerder tumoren ontwikkelen die dan lang onopgemerkt blijven. Dit blijven overigens nog steeds zeldzame tumoren. Ook kunnen ze om hun as draaien waarbij de bloedtoevoer wordt afgesloten, wat voor acute heftige buikpijn zorgt. In de buikholte produceren de testikels minder of geen sperma, maar soms juist meer testosteron (mannelijk geslachtshormoon). Deze aandoening heeft daardoor invloed op de vruchtbaarheid en soms op het gedrag van de hond.

Bij de Wetterhoun wordt soms symmetrische kaalheid gezien. De kale plekken bevinden zich vaak op de flanken, vooral in bruin of zwart haar, boven op de staart, aan de achterkant van de achterpoten, rondom anus en geslachtsdelen, soms achter de oren en bij de hals en nek. Op de kale plekken wordt de huid donkerder en soms dikker. Meestal heeft de hond geen jeuk, maar soms kan er een infectie bijkomen. Het treedt op vanaf de leeftijd van een jaar.

Deze kaalheid kan te wijten zijn aan hypothyreoïdie. Dit is een aandoening waarbij de schildklier te weinig hormonen aanmaakt. Symptomen zijn sloomheid, snel moe zijn, gewichtstoename zonder dat de hond meer gaat eten, huid- en vachtafwijkingen zoals kale plekken en huidschilfers, zwelling van de huid op de kop door vochtophoping, zenuweffecten zoals zwakte, wankel lopen en verlammingsverschijnselen, soms veranderd gedrag zoals agressie, een trage hartslag en oogproblemen zoals ontstekingen. Een te lage productie van schildklierhormonen kan verschillende oorzaken hebben, bij de idiopathische vorm is de oorzaak onbekend.

Er kunnen ook andere oorzaken zijn voor de kaalheid, zoals een verstoring in de geslachtshormonen. De kaalheid kan uitgelokt worden door corticosteroïden (in ontstekingsremmende medicijnen zoals prednison).

De rasverenigingen verplichten het testen van ouderdieren op SCID en heupdysplasie. Daarnaast mag er niet gefokt worden met honden die lijden aan een aantal andere erfelijke aandoeningen. In de fokreglementen van de rasverenigingen kunt u de precieze fokregels nagaan en zien wanneer ouderdieren worden uitgesloten van de fok om erfelijke aandoeningen te voorkomen.

Meer uitleg over het onderzoek door Universiteit Utrecht naar erfelijke aandoeningen bij rashonden in Nederland vindt u op www.rashondengids.nl.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van een Wetterhoun is het aan te raden eerst ervaring op te doen met het houden van honden. Het gevoelige maar onafhankelijke karakter vraagt geduld en inzicht in hondengedrag om de hond goed op te kunnen voeden. U moet kunnen omgaan met zijn persoonlijkheid. Zorg dat u zich van tevoren goed informeert, bijvoorbeeld via de rasverenigingen. Via de NVSW kunt u ook bij eigenaars van een Wetterhoun thuis kennis komen maken met het ras.

Aanschaf en kosten

Lees voordat u een hond aanschaft het Praktisch document ‘De aanschaf van een hond’.

Let goed op als u een Wetterhoun pup wilt aanschaffen. Pups die op de websites van de rasverenigingen worden gepubliceerd, zijn gefokt volgens de fokreglementen van de verenigingen. Deze stellen het testen op SCID en HD verplicht. Ook worden welzijnsregels gesteld aan de fokdieren, zoals een minimale en maximale leeftijd waarop de teef gedekt mag worden en een maximaal aantal nesten per reu en per teef. Koopt u elders een pup, dan zult u zelf moeten vragen of er tests zijn gedaan op erfelijke aandoeningen en de uitslagen moeten bekijken. Daarmee maakt u de kans dat u een pup koopt met een erfelijke aandoening zo klein mogelijk. Van ouderdieren met stamboom kunt u de uitslagen van heupdysplasie-onderzoek ook nagaan op de website van de Raad van Beheer.

Van pups met een stamboom heeft u zekerheid over de afkomst van de pup, want sinds juni 2014 moet voor alle rassen voor het afgeven van stamboompapieren een DNA-test op afkomst worden gedaan. Via de website van de rasvereniging kunt u informatie over pups inwinnen en kunt u zich opgeven als belangstellende.

Koop geen ‘goedkope’ pups via internet of handelaars die allerlei rassen verkopen of veel nesten tegelijk hebben. Deze zijn vaak niet goed gesocialiseerd, de ouderdieren zijn lang niet altijd getest op erfelijke aandoeningen en u loopt daardoor het risico dat u op termijn alsnog veel geld kwijt bent aan medische kosten of gedragstherapie. Gebruik de puppy-checklist van het LICG om u te helpen beoordelen of bij u een betrouwbaar adres koopt.

Wilt u een volwassen Wetterhoun aanschaffen dan kunt u bij de rasverenigingen terecht voor hulp bij het vinden van een herplaatser. U kunt het ook proberen via een asiel maar daar zijn zelden tot nooit Wetterhounen te vinden.

Maak bij de aanschaf van een pup of oudere hond duidelijke afspraken. Het gebruik van een koopcontract is aan te raden.

Pups geboren na 1 april 2013 of honden afkomstig uit het buitenland moeten verplicht gechipt en geregistreerd zijn door de fokker of importeur. Krijgt u zo’n hond aangeboden die niet gechipt en geregistreerd is, dan houdt de verkoper zich niet aan de wet en kunt u de hond beter niet kopen. Zelf bent u verplicht de registratie binnen twee weken na aanschaf op uw naam te zetten. Meer informatie vindt u op www.chipjedier.nl.

Een Wetterhoun met stamboom kost gemiddeld zo’n 750 tot 800 euro. Daarnaast bent u geld kwijt aan benodigdheden zoals een mand, een riem, een etensbak en speeltjes. Aan voeding bent u al snel zo’n 35 tot 40 euro per maand kwijt.

De tarieven van de hondenbelasting variëren per gemeente. Denk ook aan de kosten van de puppycursus en vervolgcursussen of hondensport. Houd rekening met dierenartskosten zoals entingen, ontwormen en behandeling tegen vlooien, bij elkaar vanaf ruim 100 euro per jaar. Wilt u de hond laten castreren dan komen daar de operatiekosten bij, voor reuen kost dit gemiddeld zo’n 180 euro, voor teven minstens anderhalf tot tweemaal zoveel. Daarnaast kunt u voor kosten komen te staan als uw dier onverhoopt ziek wordt. Voor (onverwachte) dierenartskosten kunt u een ziektekostenverzekering afsluiten.