Sluiten

Houd uw konijn gezond!

Wie konijnen heeft, wil zo lang mogelijk van hen genieten en hen dus ook graag gezond houden. Hoewel er natuurlijk ook wat geluk bij komt kijken, heeft u als eigenaar veel invloed op de gezondheid van uw konijnen. Allerlei aandoeningen en ziekten kunnen voorkomen worden door goede huisvesting, voeding en verzorging.

In dit document leest u op welke zaken u moet letten om uw konijn zo lang mogelijk gezond te houden en welke preventieve maatregelen u kunt nemen tegen ziekten en aandoeningen bij uw konijnen.

Tekenen van gezondheid en ziekte

Om ervoor te zorgen dat uw konijnen gezond zijn en blijven, moet u natuurlijk in de eerste plaats weten wat de kenmerken zijn van een gezond of juist een ziek konijn. Om te weten hoe het met de gezondheid van een konijn gesteld is, moet u in elk geval op de volgende punten letten:

Huid en vacht:

De vacht moet er gezond uitzien. Bij de normale konijnenvacht moeten de haren goed aangesloten liggen en glanzend zijn. Verschillende konijnenrassen kunnen een verschillend vachttype hebben, zoals een rex vacht of lang haar zoals bij de Teddy en Angora. Bij die laatste moet u vooral opletten dat het haar niet geklit of vervilt is. Zorg dat u weet hoe de vacht van uw konijnen er uit hoort te zien. Een vacht met kale plekken en een huid met wondjes, korstjes, rode plekken of veel schilfers duidt op een probleem.

Ogen:

De ogen van een konijn moeten schoon en helder zijn. Er mag geen pus zijn of een overvloed aan melkachtig witte vloeistof. Dat duidt op een ontsteking. Sommige konijnen, vooral die met bolle koppen zoals hangoren of dwergjes, kunnen snel verstopte traanbuizen hebben zodat het oog overstroomt. Het oogwit van een konijn hoort netjes wit te zijn, u kunt dit zien door het ooglid wat omhoog te schuiven. Rode ogen duiden vaak op ontstekingen en irritaties.

Oren:

De oren van een konijn moeten er aan de binnenkant schoon uitzien. U moet ze dus regelmatig controleren. Konijnen met hangoren hebben sneller last van viezigheid in hun oren, omdat er minder lucht bij kan komen. Konijnen kunnen ook last hebben van oormijt. Ziet u iets in het oor van uw konijn waarover u twijfelt, laat de dierenarts er dan naar kijken. Krabt uw konijn veel aan zijn oren of houdt hij zijn kop steeds scheef? Ook dat zijn signalen dat er iets aan de hand is met het oor en dat u naar de dierenarts moet, hij zou een ontsteking kunnen hebben en dat gaat niet vanzelf over.

Gebit:

De voortanden van een konijn horen netjes recht tegenover elkaar te staan, waarbij de bovenste tanden een klein beetje over de onderste heen vallen. Door voorzichtig de lippen wat op te trekken, kunt u ze zien. Zijn ze ongelijk, scheef of te ver doorgegroeid, dan moet u het gebit laten nakijken. De kiezen van het konijn kunt u zelf niet zien. Als er iets mee aan de hand is, gaat het konijn kwijlen en/of slechter eten. Dit is een teken dat u naar de dierenarts moet.

Beweging:

Uw konijn moet zich soepel kunnen bewegen zonder pijn. Let daarom op als uw konijnen rondlopen. Afwijkingen bij het bewegen zijn bijvoorbeeld stramme, stijve poten en rug, op de tenen lopen of een voet minder belasten. Oude konijnen kunnen stijf worden en dan hun rug niet meer goed buigen, dat hoort bij de leeftijd, maar laat het wel even nakijken door een dierenarts. Het kan zijn dat uw konijn pijn heeft.

Ontlasting:

Konijnenkeutels zijn een belangrijke aanwijzing over de gezondheid van uw konijnen. Ze horen rond/ovaal, groot, droog en vezelig te zijn. Dunne of plakkerige ontlasting, of slijm of bloed bij de keutels, zijn tekenen dat er iets aan de hand is en dat een bezoek aan de dierenarts nodig kan zijn. Kleine harde keuteltjes duiden op een naderende verstopping en minder goed werkende darmen. Het is dan belangrijk dat uw konijn veel hooi eet en goed drinkt. De dierenarts kan medicijnen geven om de darmen te stimuleren.

Konijnen produceren naast de vezelige, droge keutels ook trosjes kleine, glimmende en sterk ruikende keutels: de blindedarmkeutels. Deze worden normaal gesproken direct uit de anus weer opgegeten door het konijn, want er zitten belangrijke voedingsstoffen in. Vindt u deze keutels regelmatig in het hok, dan kan er iets aan de hand zijn: uw konijn krijgt bijvoorbeeld teveel krachtvoer en laat ze daarom liggen, of kan er niet bij omdat hij te dik is of last van zijn rug heeft.

Eetlust:

Een konijn moet altijd blijven eten om zijn darmen actief te houden. Vooral hooi, gras of ander vezelrijk voer is daarbij belangrijk. Als uw konijn geen eetlust heeft, is er altijd iets aan de hand.

Lichaamstemperatuur:

De normale lichaamstemperatuur van een konijn ligt tussen ongeveer 38 en 39,5 graden Celsius, dit kan per konijn wat verschillen. Het kan handig zijn om de temperatuur van uw konijn eens op te meten zodat u weet wat voor uw konijn normaal is. U kunt dit doen met een gewone digitale thermometer in de anus van het konijn. Dat kunt u het beste met twee personen doen, waarbij de ene persoon het konijn vasthoudt en de andere de thermometer bedient. Doe het wel heel voorzichtig of laat het uw dierenarts eens voordoen, want het opnemen van de temperatuur is bij konijnen niet zo eenvoudig. Een beetje vaseline aan de punt van de thermometer helpt bij het inbrengen. Noteer de temperatuur bijvoorbeeld in een schriftje, waarin u ook andere gegevens over uw konijnen, medische zaken en opvallende gebeurtenissen kunt bijhouden.

Een goed begin

Voor een lang en gezond konijnenleven is een goede basis nodig. Dat betekent dat u bij het uitzoeken van een ras of type en daarna bij het zoeken van een goed adres rekening moet houden met gezondheid.

Erfelijke aandoeningen

Konijnen kunnen last hebben van erfelijke aandoeningen. Dit is iets om op te letten als u een konijn koopt. Sommige aandoeningen hangen samen met het uiterlijk van het konijn. Zo hebben dwergkonijnen vaker last van een verkeerde stand van het gebit, en kunnen Engelse hangoren last hebben van hun veel te lange oren die snel beschadigen. Overweeg dit goed voor u voor een bepaald type konijn kiest. Meer over erfelijke aandoeningen leest u in het Praktisch document ‘Overzicht erfelijke aandoeningen bij konijnen en knaagdieren’.

Het juiste adres

Konijnen zijn te koop via fokkers, dierenspeciaalzaken, asielen en konijnenopvangcentra en soms via particulieren.

Kijk of het verblijf er schoon uitziet en of de konijnen er gezond uitzien, schoon en vrolijk zijn en niet bang zijn voor u. Let er bij aankoop van een jong konijntje op dat het konijn niet te jong is. Wettelijk mogen konijnen volgens nieuwe wetgeving, die binnenkort ingaat, na zes weken bij hun moeder weg. Jonge konijnen zijn nog erg kwetsbaar en krijgen snel last van darmproblemen, die soms verkeerd kunnen aflopen. Als het kan is het daarom beter om hen nog wat langer op de geboorteplek te houden. Een wat ouder konijn is beter bestand tegen de stress van transport en alle veranderingen.

Bij de aanschaf van een volwassen konijn moet u controleren of het konijn er gezond uitziet, of de omgeving schoon is, of zijn ontlasting goed is en of hij is gevaccineerd.

In het uitgebreide Praktische document over ‘De aanschaf van een konijn’ vindt u allerlei zaken waar u op moet letten als u een konijn wilt aanschaffen.

Preventie: huisvesting

Konijnen kunnen zowel binnen als buiten gehuisvest worden. Bij een buitenhok moet u opletten dat het niet in de volle zon staat, niet op de tocht en niet zo dat de wind en regen naar binnen waait. Uiteraard moet een buitenhok een speciaal afgesloten nachtgedeelte hebben, en bij kou moet u zorgen voor extra stro en hooi. Een flinke ren is belangrijk zodat de konijnen voldoende kunnen bewegen. Het is verstandig deze te overdekken met bijvoorbeeld gaas zodat er van bovenaf geen honden, katten, roofvogels of andere rovers in kunnen komen. Pas ook op met scherpe, uitstekende delen en gebruik geen verf die giftig is als er aan geknaagd wordt.

Een binnenhok bestaat vaak uit een plastic onderbak met een metalen kooigedeelte erop. Dit moet groot genoeg zijn. U kunt er een ren aan vastmaken voor meer bewegingsvrijheid. Pas ook hier op dat er geen scherpe delen zijn. Laat u het konijn uit het hok, klap dan niet het deurtje naar buiten zodat het op de grond steunt want de konijnen kunnen daarin blijven haken met hun poten. Buig liever de bevestigingshaakjes iets open zodat u het hele deurtje kunt verwijderen. Pas ook binnen op met zon of verwarming en tocht.

Zorg ervoor dat de bodembedekking en het hooi niet stoffig is, dat kan klachten geven aan luchtwegen en ogen.

Een harde bodem kan voor wondjes aan de voetzolen zorgen die kunnen gaan ontsteken (pododermatitis), zeker bij konijnen die daar weinig haar hebben of die dik zijn en weinig bewegen. Zorg daarom voor voldoende plekken met een zachte bodem.

Meer over de huisvesting van konijnen leest u in de Huisdierenbijsluiter Konijn.

Als u uw konijn door de kamer laat rondlopen, moet u zorgen dat giftige planten, elektriciteitssnoeren en andere gevaarlijke voorwerpen buiten bereik van het konijn zijn. Ook buiten moet u opletten of er geen giftige planten in, bij of boven de ren staan. In het Praktisch document ´Vergiftiging bij huisdieren' vindt u een opsomming van veel voorkomende giftige planten en andere giftige stoffen.

Preventie: medische preventie tegen ziekten

Bij het konijn komen twee besmettelijke, veelal dodelijke ziekten voor: myxomatose en VHD (ook VHS of RHD genoemd). Ze worden overgedragen via stekende insecten zoals muggen, direct contact en VHD ook via besmette voedselplanten zoals gras of bijvoorbeeld via uw schoenzolen. Het is daarom belangrijk om elk konijn tegen deze twee ziekten in te laten enten. Dat geldt ook voor konijnen die binnen leven, omdat muggen niet altijd te weren zijn en u bovendien zelf het VHD virus (RHDV) mee naar binnen kunt lopen. Van het VHD virus bestaan in Nederland twee vormen: klassieke RHDV en RHDV2. Er is een combinatievaccin dat een jaar lang beschermt tegen myxomatose en het klassieke RHD virus. Tegen RHDV2 moet twee maal per jaar worden gevaccineerd met een apart vaccin. Meer hierover leest u in de Praktische documenten ‘Myxomatose bij konijnen’ en ‘VHD (Viral Haemorrhagic Disease) bij het konijn’.

Als u het konijnenhok niet vaak genoeg verschoont, als een konijn zachte ontlasting heeft of zichzelf niet goed kan wassen, kunnen vliegen hun eitjes in de vacht van het konijn leggen. De maden eten zichzelf vervolgens de huid in. Dit is een belangrijk aandachtspunt, zeker in de zomer. Lees daarom de informatie in het Praktisch document ‘Madenziekte (myiasis) bij het konijn’.

Vrouwtjeskonijnen hebben op latere leeftijd een groot risico op baarmoederkanker en baarmoederontstekingen. Castratie (het verwijderen van de geslachtsklieren) beschermt hiertegen. Het is daarom aan te bevelen om vrouwtjeskonijnen te laten castreren, liefst rond een leeftijd van zes maanden. Houd er wel rekening mee dat dit een echte operatie is en dus ook wat risico met zich meebrengt en kies een ervaren dierenarts.

Konijnen kunnen ook vlooien krijgen, vaak via een hond of kat. Heeft u naast konijnen een hond of kat in huis, zorg dan voor een goede vlooienbestrijding bij de hond en/of kat. Mocht het nodig zijn uw konijn tegen vlooien te behandelen, vraag dan advies aan uw dierenarts want lang niet elk middel kan ook bij konijnen gebruikt worden!

Preventie: lichamelijke verzorging

Bij kortharige konijnen hoeft er weinig aan de vacht te gebeuren, maar in de rui is het verstandig om de losse haren uit te borstelen of weg te plukken zodat het konijn ze niet binnenkrijgt bij het wassen. Teveel haar kan, vooral in combinatie met te weinig vezels eten, zorgen voor verstoppingen. Langharige konijnen moeten regelmatig geborsteld worden om vervilten, en daardoor huidirritaties en oververhitting, te voorkomen.

Kijk regelmatig even in de oren van het konijn en kijk of de ogen schoon zijn. Tranende ogen kunnen komen door wat stof uit bijvoorbeeld hooi, maar kunnen ook duiden op een infectie.

Bij konijnen die binnen leven of buiten op een zachte ondergrond worden de nagels te lang als u ze niet regelmatig even bijknipt. Ze kunnen dan breken. Lange nagels aan de achterpoten kunnen er bovendien voor zorgen dat het konijn teveel op zijn hakken gaat leunen, waardoor hij daar wonden kan krijgen.

Ook te dikke konijnen die weinig bewegen of konijnen die veel op harde, ruwe ondergrond zitten, kunnen last krijgen van wonden aan hun voetzolen. Controleer ze regelmatig zodat u er in zo’n geval op tijd bij bent, voor het gaat ontsteken.

Konijnen moeten voldoende kunnen knagen en kauwen zodat hun gebit netjes afslijt. Zorg daarom voor knaagmateriaal zoals takken van de wilg, hazelaar, berk of appelboom. Geef geen knaagsteen of liksteen, hierin zit te veel kalk en daarvan kunnen konijnen blaasgruis en blaasstenen krijgen.

Preventie: voeding

De juiste voeding is enorm belangrijk om uw konijnen gezond te houden.

De voeding van een konijn moet vooral bestaan uit ruwvoer zoals hooi en gras. Dit zorgt voor vezels, die het darmstelsel actief houden, en kauwen houdt het gebit op de juiste lengte. Goed werkende darmen zijn van levensbelang voor uw konijnen. Vers hooi moet onbeperkt gegeven worden en altijd beschikbaar zijn.

Het ruwvoer kan worden aangevuld met een kleine hoeveelheid krachtvoer: brokjes of pellets. Ook deze zouden zoveel mogelijk ruwe vezels (ruwe celstof) moeten bevatten. Er bestaat ook gemengd konijnenvoer, maar dit is meestal niet aan te raden. Konijnen zijn, zeker als ze er veel van krijgen, geneigd om de lekkere dingen eruit te eten en de staafjes te laten liggen, terwijl die juist de belangrijkste voedingsstoffen bevatten. Kies daarom voor een goede kwaliteit pellets. Geef niet teveel want overgewicht is ongezond voor het konijn: ongeveer 20 gram per kilo lichaamsgewicht per dag is voldoende.

Daarnaast is het goed om een aantal verschillende groenten te geven. Maar geef een konijn nooit ineens veel van een groente die hij niet gewend is. Ook is lang niet elke groente geschikt.

Behalve voer hebben konijnen dagelijks schoon water nodig.

Suiker of zuivel hoort niet thuis in konijnenvoeding of konijnensnoepgoed, ze kunnen de darmflora uit balans brengen. Ook teveel koolhydraten kunnen problemen geven.

Darmproblemen kunnen bij konijnen ernstig en zelfs fataal zijn. Zorg dat u weet waar u op moet letten en lees het Praktisch document ‘Buikpijn bij konijnen’.

Brokjes moeten koel en droog worden opgeslagen, want een vochtige of warme omgeving kan bijvoorbeeld schimmelgroei veroorzaken. Zorg er bovendien voor dat er geen beestjes in het voer kunnen komen door het goed afgesloten te bewaren, bijvoorbeeld in een blik. Zorg dat groenvoer vers is. Geef geen gemaaid gras, want dit gaat snel broeien en dat geeft darmproblemen. Als u groenvoer plukt, let dan op dat u dit niet doet langs een weg of op terreinen waar honden worden uitgelaten en was het goed voor u het geeft. Geef groente niet te koud.

Preventie: leefomstandigheden, beweging en rust

Konijnen hebben veel beweging nodig en moeten kunnen rennen. Dat zorgt voor een goede bot- en spierontwikkeling, houdt hen in conditie en bevordert de darmwerking. Laat binnen levende konijnen meerdere uren per dag uit hun hok en zorg dat ook het hok zelf groot genoeg is. Zorg voor buiten levende konijnen voor een grote ren waarin ze heen en weer kunnen rennen en liefst kunnen graven zonder dat ze daarmee kunnen ontsnappen.

Konijnen zijn prooidieren. Samenleven met roofdieren zoals honden en katten kan hen dan ook stress bezorgen als ze daar niet aan gewend zijn. Stress is slecht voor de gezondheid. Houd daar rekening mee en zorg dat honden en katten niet bij de konijnen kunnen komen. Ook als zij goed aan elkaar gewend zijn kunt u hen beter niet alleen laten om te voorkomen dat het jachtinstinct van kat of hond de kop opsteekt als u er niet bij bent.

Konijnen kunnen niet goed tegen warmte. Zorg dat het hok niet in de felle zon staat. Is het ’s zomers warm, zorg dan voor schaduw en verkoeling. In het Praktisch document ‘Dier en warmte’ vindt u allerlei zomertips.

Ook in de winter hebben vooral buiten levende konijnen extra aandacht nodig. Zorg voor veel hooi en stro. Let op dat het drinkwater niet bevriest. Het Praktisch document ‘Winter en kou’ vertelt hier meer over.

Preventie: een gezonde geest in een gezond lichaam

Voor elk konijn is het belangrijk dat hij zijn natuurlijke gedrag kan uitvoeren en dat hij zich veilig voelt. Dit voorkomt stress en verveling. Stress kan bij konijnen snel leiden tot onder andere darmproblemen en lage weerstand. Verveling kan aanleiding geven tot ongewenst gedrag, zoals knagen aan uw meubilair, maar ook tot problemen als overgewicht, kapotte voetzolen en trage darmen.

Stress kunt u voorkomen door te zorgen voor een veilige huisvesting met voldoende schuilplaats, en door een konijn altijd samen te houden met een soortgenoot waarmee hij een goede combinatie vormt. Over het maken van een goede combinatie leest u meer in de Praktische documenten ‘Konijnen koppelen – waarom en met wie?’ en ‘Konijnen koppelen – het koppelproces’.

Pak het konijn niet onnodig op, maar wen hem wel rustig aan de noodzakelijke verzorging. In het Praktisch document ‘Het optillen van een konijn’ leest u hoe u een konijn veilig optilt. Doe dit nooit aan de oren of alleen aan het nekvel! Laat kleine kinderen niet achter konijnen aanlopen en hen oppakken: konijnen kunnen door te spartelen hun eigen rug breken als ze niet goed worden opgetild. Houd er rekening mee dat konijnen kunnen schrikken van vreemde geluiden en geuren.

Konijnen die zich onveilig voelen bij benadering of die hun hok als territorium zien, kunnen bijtgedrag ontwikkelen. Dit leidt er helaas vaak toe dat konijnen worden weggedaan. Hoe u bijtgedrag kunt voorkomen of hoe u dit kunt verminderen als het al is ontstaan, vindt u terug in het Praktische document ‘Bijtende konijnen’.

Geef uw konijnen genoeg te doen met behulp van knaagmateriaal, konijn-bestendig speelgoed en veel ruimte om rond te lopen. Ook graven is een natuurlijke gedragsbehoefte van konijnen, een zandbak of eventueel een bak met oude kranten om te scheuren en graven kan hierin voorzien.

Ziekten snel herkennen

Ziekten en aandoeningen zijn vaak beter te behandelen als ze snel worden opgemerkt. Daarom is het belangrijk om uw konijnen goed te kennen. Als u weet wat normaal is voor uw konijn, dan ziet u ook veel sneller of er iets mis is. Bovendien zal een konijn, omdat het een prooidier is, niet zo snel duidelijk laten zien dat hij zich niet lekker voelt. In de natuur is dat immers gevaarlijk, want zieke en zwakke dieren worden het eerst door roofdieren gegrepen. Door veel contact met uw konijnen te hebben, hen te observeren en tijdens de dagelijkse verzorging op veranderingen te letten, leert u kleine signalen herkennen en kunt u inschatten hoe het met uw konijnen gaat.

Daarnaast is het verstandig om uw konijnen tenminste elk jaar door uw dierenarts te laten nakijken: niet alle aandoeningen kunt u immers aan de buitenkant zien. Een goed moment is bij de jaarlijkse vaccinatie. Bij oudere dieren of dieren met bepaalde aandoeningen, zoals terugkerende gebitsproblemen, kan het verstandig zijn om deze ‘APK’ vaker te doen: bespreek dat met uw dierenarts.

Hulp inschakelen

Als u twijfelt of een van uw konijnen wel gezond is, gaat u natuurlijk met hem of haar naar de dierenarts. Wacht daar niet te lang mee, want ziekten kunnen zich bij konijnen snel ontwikkelen. Ook met andere vragen over de gezondheid van uw konijn en het voorkomen van ziekten kunt u daar terecht.

Zorg dat u voor noodgevallen een EHBO-doos in huis heeft voor uw konijnen en programmeer het telefoonnummer van de dierenarts, de weekenddienst en eventueel de dierenambulance in uw telefoon of schrijf ze op een briefje in uw portemonnee. Zo hoeft u niet te zoeken als er ineens iets gebeurt.

Vertoont uw konijn vreemd of ongewenst gedrag, laat dan eerst door uw dierenarts controleren of er misschien een medische oorzaak is. Is dat uitgesloten, dan bestaan er ook voor konijnen gedragsdeskundigen die u kunnen helpen het gedrag in goede banen te leiden.